Posts tonen met het label New Librarianship. Alle posts tonen
Posts tonen met het label New Librarianship. Alle posts tonen

donderdag 2 januari 2014

Laatste deel van New Librarianship; de community

Ik doe niet aan goed voornemens ;-) Ik had me voorgenomen om zo snel mogelijk de interessante online cursus van David Lankes over New Librarianship af te maken. En dat is nu gelukt. Hier mijn laatste bevindingen en overdenkingen over zijn lessen. De laatste module gaat over de gemeenschap, de community, de maatschappij waarvoor en waarin je werkt als bibliotheek.

Lankes begint met een trend die in Nederland ook opgang doet. Delen is het nieuwe lenen. Hij zegt het mooi: Sharing: the more you share the more you have, en Lending: the more you lend, the less you have.
Bibliotheken waren van huis uit (lang geleden in de leeszaaltijd) van het delen, niet van (uit)lenen. Nu zegt Lankes niet dat we terug moeten naar de leeszaal gedachte. Hij zegt wel dat we na moeten denken over hoe we het netwerk van burgers kunnen inzetten. Vertaald naar praktische zaken: zouden we in Nederland als bibliotheken aan moeten haken bij de initiatieven van Free Little Libraries, of ze zelf beginnen?

Wij hebben het er wel eens over gehad in ons managementteam. Je kunt als bibliotheek nooit voldoen aan de enorme vraag die er is naar bestsellers. Maar zou je niet je leners, je burgers kunnen vragen om hun exemplaar te delen met andere burgers. Volgens mij heeft DOK Delft daar al een systeem voor klaar liggen en hebben ze er proef mee gedraaid (een applicatie gemaakt, ik dacht gebaseerd op Librarything). En je kunt beginnen met boeken, maar waarom doe je dat ook niet met kennis van mensen? Waarom stel je die vraag niet aan je bezoekers. (Wij doen dat al schoorvoetend door mensen die posters of folders bij ons willen plaatsen over workshops of cursussen te vragen of ze daar als tegenprestatie ook een uur iets over willen komen vertellen in de bibliotheek.)

De bibliotheek is een platform stelt Lankes en een 'makers space'. De gemeenschap bestaat volgens hem uit de collectie van de bibliotheek en de leners leren ermee en zijn mede-eigenaar. Ze maken er nieuwe kennis mee.

Vervolgens heeft Lankes een onderdeel in dit hoofdstuk dat "Kill the user" heet. Hij zegt dat het gevaarlijk is om onze gebruikers als consument of klant te benaderen. Hij vindt dat je meer toe zou moeten naar het kijken naar participanten en co-creatoren. Medeverantwoordelijken zo je wilt.

Het begrip van gebruiker is ontstaan in de tijd van de grote zoeksystemen. De gebruiker was toen niet relevant omdat er een supergebruiker was (lees de bibliothecaris) die jouw poort tot informatie was. Die kon jouw vraag zodanig vertalen in een zoekopdracht dat het systeem de relevante informatie ophoestte. Met de opkomst van het internet en sociale media is de gebruiker onderdeel geworden van het systeem en de algoritmes. Je bouwt je eigen bibliotheek met het beschikbare materiaal. De vraag voor de toekomst volgens Lankes is hoe we een platform van burgers kunnen bouwen die samen willen delen. Die samen iets willen creëren dat de maatschappij vooruit helpt. Hij zegt dat als je dromen van een betere maatschappij, samenleving wilt realiseren je niet kunt spreken over gebruikers. Je moet co-eigenaren hebben die betrokken zijn.
slide van David Lankes

In de volgende video zegt Lankes dat je niet naar de maatschappij moet kijken als iets met tekorten en problemen. Vertel niet het verhaal dat je alles doet omdat je daarmee de zwakkeren in de maatschappij helpt. Daarmee maak je van je burgers ongelijkwaardige partners. Je moet dus niet wijzen op wat er allemaal mis is. Het gaat er om de kracht van mensen aan te spreken en ze aan te spreken op hun mogelijkheden om bij te dragen. Het gaat er om dat je als bibliotheek met je burgers samen kans kunt creëren, je kunt mogelijkheden bieden om problemen op te lossen. Het gaat er niet om dat je de problemen ontkent, want natuurlijk zijn die er. Je moet naar oplossingen zoeken. Je kunt alleen je gemeenschap in beweging krijgen als je samen werkt aan oplossingen en ambities, niet door te wijzen op tekortkomingen en mislukkingen. Hij legt in de slide hierboven uit wat onder 'remediation' valt, het oplossen van problemen; of wat er gebeurt als je op kansen gaat zitten, op promotie en ontwikkelingen.

Nu raakt het betoog van Lankes voor mijn gevoel heel erg aan de 'participatiemaatschappij'. Een hellend vlak vind ik waarin de overheid heel veel taken naar burgers schuift omdat de middelen (of de wil) ontbreken om ze vanuit het collectief te financieren. En aan de andere kant spreekt het idee me erg aan. Mensen betrekken bij het bibliotheekwerk door ze de kans te geven het beste uit zichzelf te halen en dat ook met anderen te delen. Samen verder komen (was dat niet een bankslogan???). Juist ook omdat er zoveel in mensen zit, wat ze zelf soms niet weten, en waar ze blij van worden als ze merken dat ze meer kunnen dan ze dachten. En dan is het helemaal mooi als ze dat kunnen delen.

In de zoektocht naar een nieuw beleidskader voor 2015-2018 zal ik zeker met het gedachtengoed van Lankes in mijn hoofd bezig gaan. En dus in gesprek gaan met allerlei partijen, waaronder de burgers die onze vestigingen bezoeken. Het zal denk ik een pad zijn met vele hobbels, gaten, kuilen en naar verwachting ook met prachtige vergezichten.

donderdag 12 september 2013

Masterclass New Librarianship, deel 8

In week 3 van de lessen van David Lankes over New Librarianship gaat het over de bibliotheken. Lankes begint er mee te zeggen dat je van een bibliotheek meer mag verwachten dan alleen boeken. En dan zegt hij precies wat mij uit het hart gegrepen is en wat ikzelf ook vaak zeg: boeken zijn (of boeken uitlenen) geen doel op zich, zij zijn een middel. En dus zegt Lankes, is zeggen dat we zonder boeken en zonder e-boeken niets zouden kunnen, dat we reddeloos verloren zijn niet waar. Dat het lastig zal zijn, dat klopt natuurlijk wel, want het beeld dat mensen van ons hebben is dat we van uitlenen zijn.
Vervolgens haalt hij Ranganathan's vijf wetten van bibliotheekwetenschap (uit 1931!!) aan:

Boeken zijn er om te gebruiken
Iedere lezer zijn boek
Voor ieder boek een lezer
Bespaar tijd voor de lezer
De bibliotheek is een groeiend organisme.

Dat probleem van informatieschaarste bestaat niet meer, sterker nog.... Er is sprake van informatie-overvloed, -overdaad en -obesitas. Waar nu een gebrek aan is, is aan tijd. Gebrek aan tijd om informatie tot je te nemen, gebrek aan tijd (of vaardigheid) om de keuze te kunnen maken uit al die informatie van wat voor jou belangrijke en toepasbaar is.  En er is misschien ook wel gebrek aan attentie/belangstelling, aan interesse in de 'juiste' informatie.  Ik had vorige week daar nog een discussie over, of er wel brede maatschappelijke belangstelling is voor het brede spectrum aan informatie. Of er wel mensen zijn die iets diepgravend willen navorsen. Dat zou ook de taak van de bibliotheek moeten zijn, om iemand uit te dagen niet alleen naar bevestiging van zijn eigen denkbeelden te zoeken, maar ook juist op zoek te  gaan naar de tegengeluiden. Want alleen dan kun je je een eigen mening vormen en blijf je kritisch nadenken.

Omdat we in een tijd zitten waarin de wereld om ons heen snel verandert, is het nodig om als bibliotheek mee te veranderen zodat we van waarde blijven. Dat betekent volgens Lankes dat wij als medewerkers van de bibliotheek en ons publiek moeten worden heropgevoed. Onze denkbeelden en onze acties, onze dienstverleningsideeën zijn gebaseerd op een oud paradigma. Bibliotheken zijn opgericht in de tijd dat boeken prijzig waren en informatie schaars was. Door het zakken van de productieprijs van boeken, en een verhoging van het budget van bibliotheken hebben we een enorme bloei doorgemaakt in uitleen- en bezitcijfers. We bouwden grote collecties op en de uitleencijfers gingen sky high. Wat waren we succesvol, en wat stapten we graag in de valkuil van schermen met de uitleencijfers. Waren we toen al zo slim om de behoefte er achter te noemen en te gebruiken als verantwoording naar onze subsidiegevers? We hadden het toen ook wel over volksverheffing, maar in mijn beleving koppelden we dat vooral aan het bevorderen van lezen van 'de massa'. Of we toen al in kaart brachten wat we er allemaal naast deden (klassenbezoeken, computerlessen, zoeklessen, lezingen etc.) dat heb ik zelf niet meer zo voor ogen. 
flickr.com





Lankes zegt dat we in de lobby die wij voeren naar politiek en burgers het belang moeten benadrukken voor een goede informatievoorziening voor de gemeenschap. Dit is belangrijk op korte en lange termijn. Lankes bedoelt informatie in de breedste zin. In blijven zetten op alleen boeken of e-boeken is een doodlopende straat. Het gaat Lankes echt om kennis-creatie, het faciliteren er van en het aanzetten tot en uitdagen van je gemeenschap om zichzelf te verbeteren. De bibliotheek als belevenis, als gedeelde ervaring. Dat moet je als bibliotheek, als bibliothecarissen samen met je gemeenschap willen doen, gedeelde verantwoordelijkheid waarbij de bibliothecaris toegerust is om dit creëren samen vorm te geven. Dan helpen boeken, databases, kranten, tijdschriften allemaal, maar dat is het dus niet alleen. Het gaat er om dat je burgers medeverantwoordelijk laat worden voor het kritisch burgerschap, voor het verbeteren van de maatschappij. Om in Kennemerwaard termen te spreken, om bij te dragen aan de maatschappij.

Ik vind het een enorm uitdagend idee om hiermee aan de slag te gaan. We zijn in Kennemerwaard stapsgewijs bezig. In onze bibliotheek van 100 talenten in Heerhugowaard vragen we kinderen wat zij willen leren en hoe ze dat willen doen. Zij helpen mee het educatieve programma te vullen. In onze heringerichte vestiging Alkmaar Centrum vragen we mensen die een folder of poster in de bibliotheek kwijt willen of zij iets over hun cursus of lezing op ons podium willen vertellen. Dat hangen we nu op aan onze bovenste trede 'bijdragen' van de behoeftepiramide, dat we een platform willen bieden aan een ieder die zijn/haar informatie wil delen met een ander in de maatschappij. En wij moedigen dat op deze manier aan. En het grappige is dat heel veel aanbieders van cursussen en lezingen het vreselijk leuk vinden om in de bibliotheek iets te komen vertellen over hun vak. 

We hebben het in Kennemerwaard nu nog niet 'opgehangen' aan de missie van Lankes, omdat wij ons die nog niet eigen hebben gemaakt. Daarvoor wil ik volgend jaar een begin maken door met onze gemeenschappen, met onze medewerkers in gesprek te gaan. Waar willen we naar toe als bibliotheek, wat willen we zelf, wat is onze ambitie, en wat wil onze gemeenschap van ons. Een spannende reis die begint met dit soort denkexercities. 
Lankes sluit deze sessie af met een filmpje over goede en slechte missie statements. Hij geeft een aantal voorbeelden van goede missies en van minder goede. Crux van een goed verwoorde missie volgens Lankes is dat hij kort is, krachtig, actief, proactief, inspirerend en niet op aanbod gericht van 'spullen'. Dus vrije toegang tot informatie, cultuur en educatie .... dat is niet actief genoeg..... ook werk aan de winkel voor de IFLA ;-)

maandag 2 september 2013

Masterclass New Librarianship, deel 7

Ik hoop dat ik het ga halen om de masterclass af te maken, de agenda stroomt vol en iedereen begint op stoom te komen. Hoe zegt men dat ook al weer? "Willen is kunnen" Ik ga mijn best doen. Dit wordt in ieder geval weer een lang blog.

Een reflectie op wat David Lankes schrijft naar aanleiding van het Salzburger Curriculum. Uitgedacht door een aantal slimme mensen uit bibliotheken en musea. Waar hij driftig gebruik van heeft gemaakt.
Deze groep slimmeriken hebben met elkaar bedacht wat de bibliotheek (en het museum) van de toekomst zou moeten zijn, en wat dat betekent voor de eisen aan de bibliothecaris van de toekomst.

Lankes deelt het Salzburger Curriculum in twee stukken op. Het framewerk en de actuele gebieden/onderwerpen. Onder het framewerk vallen de missie, de toepasbaarheid en de waarden. De missie schreef ik al eerder over op mijn blog. Over de toepasbaarheid van het curriculum zegt Lankes dat het formeel en voortdurend leren moet zijn. Volgens mij bedoelt hij dat je als bibliotheek in moet zetten op een leven lang leren. Voor je burgers en voor je zelf als organisatie met je medewerkers. De waarden die daarbij noodzakelijk zijn: openheid en transparantie, zelfreflectie, samenwerken binnen en buiten de bibliotheek, service, empathie en respect, continue leren en excellentie nastreven, creativiteit en verbeelding.

Daarna licht Lankes de actuele onderwerpen toe.

Transformationeel sociaal engagement: Als bibliothecaris moet je een vorm van activisme aanhangen. Daarmee bedoelt Lankes dat je een sociale verantwoordelijkheid moet voelen. Wij als bibliothecarissen moeten ons verantwoordelijk voelen voor de leerprocessen die een maatschappij, een gemeenschap nodig heeft om zichzelf te kunnen verbeteren. Dat betekent dat je een kritische sociale analyse moet maken. Wat speelt er in je gemeenschap en wat kun jij daar als bibliotheek aan bijdragen om hierin verbetering aan te brengen. Dat betekent dat je je zelf op de agenda moet zetten, maar dat je ook het publiek moet agenderen. Dus aansluiten bij wat je gemeenschap wil vanuit die doelstelling dat je de gemeenschap wilt helpen zichzelf te verbeteren. (Dat is dus niet u vraagt wij draaien). je moet er een lobby voor orgnaisaren, de bibliotheek sluit aan bij de grotere agenda van de gemeenschap. Dat maakt ook dat je veel beter naar mijn idee je maatschappelijke waarde kunt aantonen. Sterker nog, ik denk dat als je dit goed doet je dat nergens meer hoeft uit te leggen, dan doen anderen dat voor je. Je draagt dan namelijk bij aan het duurzaam oplossen van problemen, aan de duurzaamheid van een gemeenschap doordat je voor ze werkt en met ze werkt. Je begrijpt de maatschappelijk noden, je weet wat de maatschappij nodig heeft. Daar komt als kers op de taart ;-) conflictmanagement bij. Want dit is allemaal heel noodzakelijk en idealistisch, er zal altijd sprake zijn van conflicterende belangen of problemen. (Ik neem maar als voorbeeld de 20% van de klanten die gericht zoeken die niet blij zijn als je de bibliotheek inricht op werelden, dat conflicteert met de 80% die willen snuffelen en nu na jaren behelpen wel blij zijn met een inrichting op thema). Je moet conflicten kunnen benoemen, en daar waar mogelijk op zoek gaan naar de gezamenlijke waarde. (In het geval van mijn voorbeeld, die klanten die gericht willen zoeken een alternatief bieden van gratis thuis reserveren en het dan op kunnen halen in de bibliotheek).
www.powerpr.nl

Technologie: Lankes zegt dat je in de eisen voor vaardigheden van bibliothecarissen niet heel specifiek moet maken welke kennis men moet hebben van technologie. Er verandert namelijk veel en snel op dat gebied, dus is het handiger om in de eisen op het beoogde resultaat te gaan zien. Zoals het creëren van en onderhouden van een effectieve virtuele aanwezigheid op internet (webpresence). Verder is de vaardigheid om technologie aan te leren belangrijk, en de vaardigheid om die over te kunnen dragen aan collega's en de community. En bij die overdracht moet je als bibliothecaris de vaardigheid hebben om dat over de generaties heen te doen. Flexibiliteit is zeer belangrijk, kun je als bibliothecaris schakelen op en evolueren met de technologie. Ik zie het bij me zelf (hand in eigen boezem), ik heb braaf 23 dingen gedaan, en getuige dit blog en mijn twitteraccount maak ik ook wel gebruik van een aantal geleerde zaken. De verdiepdingen, de muziekdingen, ik heb er niet of nauwelijks naar gekeken moet ik in alle eerlijkheid bekennen. Nu is de vraag of het voor mij als directeur van belang is om alle nieuwe technologieën onder de knie te hebben, maar ik hink een beetje op twee gedachten daarbij. Goed voorbeeld doet ten slotte goed volgen ;-)  Wat verder dan nog door Lankes wordt genoemd is dat je als bibliothecaris in staat moet zijn om te crowdsourcen, naar buiten te reiken. Met crowdsourcing bedoelt Lankes niet dat je daar op zoek moet naar de derde geldstroom, hij bedoelt dat je je burgers mee laat denken in het vinden van oplossingen. De wisdom of the crowd aanspreken.

Management voor participatie: Om je gemeenschap goed ten dienste te kunnen zijn, en om ze te laten participeren in jouw bibliotheek heb je volgens Lankes begrip van institutionele duurzaamheid nodig. Hoe zorg je voor het voortbestaan van jouw organisatie, van jouw initiatieven. Daarvoor heb je kennis nodig van fondsen, gemeentelijke geldstromen en ook van hoe je je relevantie aantoont. Je zult moeten lobbyen voor je organisatie. Dat is de verantwoordelijkheid van iedere bibliothecaris. En mij uit het hart gegrepen! Van mij mogen medewerkers het best oneens zijn met beslissingen die door managementteam en mij genomen worden. We kunnen daar intern over discussiëren en kijken of we nader tot elkaar kunnen komen. Waar ik echt laaiend van word is als ik een medewerker tegen een bezoeker hoor zeggen: Dat hebben 'ze' boven besloten, ik vind het ook niks of woorden van dergelijke strekking. We staan samen voor de goede zaak, en daar hebben we het intern over. Naar buiten hebben we één  verhaal. En als je je daar niet in kunt vinden moet je je afvragen of je dan wel voor deze bibliotheek wilt werken, of hoe je verandering kun aanbrengen in het gekozen beleid door intern te bespreken hoe het anders kan.
Lankes zegt dat je als bibliothecaris ook een besef moet hebben van bedrijfsvoering, van budgettering en van economie. Eigenlijk de basis van huishouden zal ik maar zeggen ;-) Het is goed je af te vragen wat dingen globaal kosten en welke opbrengsten, in harde pecunia of in maatschappelijke waarde daar tegen over staan. Verder zegt Lankes dat je ethiek en waarden moet kennen, en met elkaar moet delen. Hij zegt dat je met elkaar moet delen. De voordelen en de winst, maar dat je ook moet weten wat je wanneer deelt met wie. Dat sluit voor mijn idee aan op wat ik hierboven zei. Verder moet je kunnen werken in en met interdisciplinaire teams, bestaande uit medewerkers van verschillende takken van sport en ook van verschillende instellingen. Dat zal in de toekomst meer en meer het geval worden als je je echt wilt gaan richten op het helpen verbeteren van gemeenschappen. En als laatste binnen dit hoofdstuk zegt Lankes dat je goed moet zijn in het analyseren van gegevens, vooraf zul je moeten bepalen welke impact je nastreeft, en welke waardering of waarderesultaat je zoekt. Als blijkt dat iets niet werkt zul je ook bereid moeten zijn de stekker er uit te trekken.

Management van 'eigendommen'/'bezit': Als bibliotheek heb je een collectie, data en een netwerk. Met deze vaardigheid bedoelt Lankes dat je als bibliothecaris ook goed moet weten hoe je dit 'bezit' moet bewaren. Hoe je het moet veiligstellen en conserveren, maar ook hoe je nieuw bezit vergaart. Welke visie heb je op je collectie, waar bestaat die uit en vooral: voor wie is de collectie bedoeld. Lankes zegt ook dat als je weet voor wie je collectie bedoeld is, je de vaardigheid moet hebben om die zo goed mogelijk te verspreiden. Je wilt tenslotte je schatten zo goed mogelijk delen en onder de aandacht brengen. Dus kennis van marketingtechnieken (in basis), kennis van ontsluiting, weten wat werkt, en dingen uitproberen. Lankes kijkt naar de bibliotheek en de collectie in de breedste zin van het woord. Hij heeft het over een markt van ideeën. Dat beeld spreekt me erg aan, zo'n markt met allemaal (streek)producten waar je lekker tussen de kramen kunt snuffelen, overal wat proberen en proeven en op een gegeven moment precies weten bij wie je wat kunt halen.

Culturele vaardigheden: Onder dit kopje zet Lankes een flink aantal zaken op een rij die heel erg actueel zijn. Hij heeft het over de bibliotheek als stilteplek. In de loop der jaren werd de bibliotheek daar heel erg mee geassocieerd, en zijn er ook in heringerichte bibliotheken (ook de onze) stilteplekken gecreëerd. Waar je je kunt concentreren en terug trekken om je nieuwe ideeën eigen te maken. Maar tegelijkertijd zegt Lankes dat je ook nieuwe vormen van leren moet onderzoeken en aanbieden als bibliotheek. Bied een discussieplatform aan, probeer gaming in de bibliotheek uit, daag uit en prikkel. De nieuwe collectie volgens Lankes gaat langs nieuwe scheidslijnen. Die scheidslijnen zijn cultuur, ras, ideeën, leeftijd, sekse. Binnen die groepen en tussen die groepen zit een spanningsveld. Niet dezelfde leerbehoeften en niet dezelfde manier waarop, en ook niet altijd begrip voor elkaar. Wij zien het in onze heringerichte bibliotheek waarbij er door sommige bezoekers wordt geklaagd dat we de jeugd over drie plekken hebben verdeeld. Dat levert bij sommige leden de verzuchting op dat het vroeger in ieder geval maar op één plek lawaaiig was, en nu nergens meer rustig. Hetgeen natuurlijk behoorlijk overtrokken is, maar dat toont aan dat er over en weer niet altijd begrip is. Je zult dus als bibliothecaris goed moeten kunnen communiceren en kunnen bemiddelen tussen groepen met die verschillende behoeften. Interculturele vaardigheden! Je moet op micro en macro niveau kunnen analyseren wat er aan de hand is en kunnen schakelen tussen de behoeften van de verschillende groepen. Dat is echt niet eenvoudig, een behoorlijke opgave. Het helpt als je als bibliotheek een gevarieerd personeelsbestand hebt, in leeftijd, sekse en  afkomst. Met het hebben van culturele vaardigheden bedoelt Lankes ook dat we zoveel mogelijk vaktaal moeten vermijden, of op zijn minst begrijpelijk moeten maken. Dat is een valkuil, ik weet dat wij het wel eens hebben over 'de catwalk', 'de werelden', 'het medialab', 'displayen'..... Als laatste van de culturele vaardigheden noemt Lankes dat je verschillende manieren van leren en van geletterdheid moet kunnen ondersteunen. Dat betekent dat je leren via gesprek, via contemplatie, via gaming, via beelden (ik denk dat gelijk ook 100 talenten) moet kunnen ondersteunen. Je moet je gemeenschap kennen en dezelfde taal als zij kunnen spreken.

Kennis/leren/innovatie : Lankes sluit dan af door te zeggen dat bibliotheken niet hetzelfde is als boeken, als een database of een gebouw. Bibliotheken zijn een missie, een 'learning space'. Dat betekent echt een positieverandering, die we niet alleen intern nog moeten maken maar ook heel erg duidelijk met onze buitenwereld moeten delen. Daar moeten we samen als bibliothecarissen aan willen bouwen. Soms moet je improviseren en soms moet je innoveren. Het gaat er om dat je als bibliothecaris op de informatietaak gaat zitten, je interpreteert de informatie en je verspreidt hem. Jij als bibliothecaris weet hoe je de informatie moet zoeken en hoe je die op betrouwbaarheid moet beoordelen. En dat is ongelooflijk waardevol. Om Neil Gaiman te citeren: Google kan je 100.000 antwoorden geven, een bibliothecaris kan je het goede antwoord geven.





dinsdag 20 augustus 2013

Workshop Invisible Leadership

Vorige week was ik op uitnodiging van Rick Koster bij een workshop "Invisible Leadership" van de Leadershipgroup. In een kleine setting van een groep van 6 mensen, in een prachtige omgeving (Villa Hartenlust in Bloemendaal) een dag lang met elkaar praten over wat onzichtbaar leiderschap is, en hoe jij er in staat. 

Op weg naar Bloemendaal twitterde ik er over en ik kreeg gelijk reactie van een aantal mensen dat ze zeer benieuwd waren naar de dag en hoe ik dat zou ervaren. En impliciet met een flinke knipoog dat ze mij dat nou helemaal niet zagen doen, onzichtbaar zijn. Voor die mensen en voor alle anderen die nieuwsgierig zijn naar wat Invisible leadership inhoudt een kort verslag van de dag, en mijn gedachten erbij. En ik hoop dat aan het eind van mijn verhaal duidelijk is dat invisible leadership niet betekent dat je onzichtbaar bent als leider, maar dat het om visie op jouw leiderschap gaat en op die van andere mensen in je organisatie. Mensen in hun kracht zetten......

Eerst maar een korte beschrijving van invisible leadership. Het gaat om toegewijdheid, saamhorigheid aan een gezamenlijk belang. Je hebt een gezamenlijk doel, en wat is dat? Wat is je 'common purpose'. 

Onze begeleiders voor de dag, Ted Baartmans en Rick Koster starten met een voorbeeld van het Orpheus Symphony uit New York. Dit orkest heeft geen dirigent. Op basis van het te spelen stuk bepaald de groep wie er voor welke groep muzikanten in de voorbereidingsgroep gaat zitten. En wie er uiteindelijk voor de groep de leiding bepaald. Ze starten met een kleine groep, het stuk te bespreken en daarna wordt het ontwikkelde idee/concept overgebracht naar het grote geheel van de diverse groepen muzikanten. Die bespreken dan weer het concept en geven daar commentaar op. Dat commentaar wordt weer in het groter geheel bediscussieerd, dus het eerste concept moet voldoende ruimte in zich hebben om nog aan te passen op ideeën van het groter geheel. Uiteindelijk komen ze tot een gedeeld idee van hoe de uitvoering moet zijn.

In Nederland schijnt ISAC uit Rotterdam ook zo te werken, maar dat werd verder niet uitgelegd. We hadden van te voren een boek te lezen gekregen, ik was (en ben) er nog niet aan toegekomen het te lezen. Maar het is een boek van Hickman en Sorenson "The power of invisible leadership". Twee dames die langdurig onderzoek hebben gedaan naar leiderschap, naar succes van organisaties. En zij hebben dus dit boek geschreven en komen met een aantal ideeën. 

Zij zeggen dat bij een succesvolle organisatie waarbij sprake is van 'onzichtbaar leiderschap' je een aantal intergerelateerde factoren terug ziet in de organisatie. Deze zijn:
Zelfselectie aan de poort, door een gedeeld belang solliciteren mensen die zich daar toe aangetrokken voelen. Dat geloof ik wel. Bedrijven en instellingen die een sterk beeld uitdragen qua doelstelling en qua imago trekken een bepaald type sollicitanten. Als je als bibliotheek uitstraalt dat je van de boeken bent, en een veilige. weinig veranderlijke omgeving dan trek je mensen die dat aanspreekt. Als je uitstraalt dat je in beweging bent, een maatschappelijk doel van verbetering van de maatschappij dat trek je mensen aan die dat aanspreekt.
Invloed en inspiratie om bij te dragen: men voelt zich dan al geroepen. Doordat mensen binnenkomen die zich aangesproken voelen door dat gedeelde gezamenlijke doel, voelt men zich betrokken, wil men invloed uit kunnen oefenen en voelt men zich geïnspireerd om bij te dragen aan dat hoger doel.
Band met participanten, men voelt zich verbonden. Dat gezamenlijk doel maakt dat je je verbonden voelt met je collega's. Je zet je gemeenschappelijk in om iets moois te bereiken.
Self-agency. In een organisatie waar een gezamenlijk gedragen doel is kun je zelf beslissen. Je weet welke ruimte jij als individu hebt om beslissingen te nemen.
Actie ondernemen zichtbaar en onzichtbaar. De dingen die je onderneemt in een organisatie met 'onzichtbaar leiderschap' kunnen zichtbaar en onzichtbaar zijn. Soms ben je de voortrekker omdat die rol je goed past en ben je heel zichtbaar, op een ander moment kun je bijdragen aan het groter geheel door het initiatief van een collega te ondersteunen, wat minder zichtbaar kan zijn.
Verbintenis aan en eigenaarschap van het doel. Iedereen voelt zich verbonden aan het gemeenschappelijk doel en voelt zich er ook verantwoordelijk voor.

Deze factoren kun je niet los van elkaar zien, ze grijpen allemaal in elkaar, zijn een soort oorzakelijk gevolg van een organisatie waarin je een 'common purpose' hebt.

's Middags gingen we in tweetallen aan het werk om na te denken of we een plan konden maken hoe we binnen onze organisatie aan invisible leadership konden werken. 

De vraag die daarbij naar boven kwam is dat als je als organisatie een verandering in gaat zetten het heel belangrijk is om van te voren  met je Raad van Toezicht en met je management in gesprek moet gaan over hoeveel fouten geaccepteerd worden in tijden van verandering. Ik vond dat wel een eyeopener. Dat heb ik nog nooit gedaan. Ik zeg en draag volgens mij ook uit binnen de organisatie dat fouten maken mag en tot op zekere hoogte zelfs moet. Omdat ik vind dat je het meest leert van fouten die je maakt terwijl je grenzen opzoekt, nieuwe dingen uitprobeert. Fouten door nalatigheid, desinteresse e.d. zijn van een geheel andere categorie. Maar ik heb zo'n vraag nog nooit met mijn Raad van Toezicht besproken, en ook nooit zo expliciet met ons managementteam. Een goede om in gedachten te houden.

In de uitwerking van een common purpose voor onze bibliotheek kwam ik tot het volgende: (niet geheel verrassend misschien;-) kun je er heel wat van terugvinden uit de ideeën van David Lankes en het nieuwe bibliothecarisschap).
Common purpose: de maatschappij, mensen de mogelijkheid geven zichzelf te verbeteren door het faciliteren van kenniscreatie. Wat ik voor onze nieuwe beleidsplan zou willen doen is een koersbepaling samen met publiek. Dan moet ik faciliteren dat onze medewerkers ook dat gevoel voor die common purpose kunnen ontwikkelen.
Perpetuum Mobile Marcel Prins

De vraag is dan welke randvoorwaarden er dan binnen de organisatie aanwezig moeten zijn. Naar mijn idee onder andere lerend vermogen en het besef dat we er zijn ten dienste van de gemeenschap.
Kun je het gezamenlijk doel zo laten groeien dat het voelt als een gezamenlijke ervaring, een doorleefde ervaring die in hart en hoofd van mensen zit. Als we dat willen dan moeten we samen met groepen uit onze gemeenschap nieuwe dienstverlening ontwikkelen, kennis delen in netwerken. En dan moeten we ook de vraag durven stellen wie de eigenaar is? Want als bibliotheek doen we het dan niet alleen, maar samen met de gemeenschap en wij zijn dus ook niet (alleen) de eigenaar. Als iets niet leeft binnen je gemeenschap dan moet je loslaten. Dat wil zeggen dat je gezamenlijk met de community dingen oppakt, maar het op gegeven moment overdraagt en het loslaat. Daar moet je helder over communiceren en de verwachtingen die je van een ieder hebt van te voren delen.

Als ik dit in Kennemerwaard zou gaan doen dan zouden we per vestiging dialoogteams moeten opzetten om met de gemeenschap in de dorpen en kernen in gesprek te gaan. In die teams zitten de lokale medewerkers, domeinspecialisten, teamleider en MT lid die met burgers in gesprek gaan over wat zij van de bibliotheek verwachten. Dat gaat onvermijdelijk een spanningsveld opleveren, als wij met diverse groepen gepraat hebben komen er vast niet allemaal dezelfde wensen uit. Eenheid en efficiency  willen we natuurlijk graag om niet te hoge kosten te krijgen (hier spreekt de manager ;-). Maar dit zou maatwerk per locatie kunnen opleveren.  We zouden de wensen van de community per locatie binnen de organisatie moeten delen en waar er overlap zit (ook niet ondenkbaar) die groepen met elkaar in contact moeten brengen. We zouden het in ieder geval apart moeten uitzetten bij jongeren, verschillende doelgroepen benoemen en vragen wat zij er van voor hun rekening willen nemen. Ik zou het ook leuk vinden om bijvoorbeeld contact te leggen met hackers. Wat zouden zij met de bibliotheek willen en wat zouden wij voor hen kunnen betekenen? Als je alles dan bij de verschillende groepen hebt opgehaald dan moet je gemene delers bepalen en wel kijken waar je efficiency kan behalen. En vooral ook, wat kan en wil de gemeenschap zelf?
Ingewijde medewerkers kunnen gespreksleider zijn in communitysessies, medewerkers kunnen met gemeenschap samen bepalen wat nodig is en wat bibliotheek bijdraagt en wat gemeenschap wil.
Iedereen is verantwoordelijk voor lerende maatschappij, voor een lerende organisatie samen met die maatschappij. Dat gezamenlijk doel is eigenlijk een BHAG, een prachtig doel om naar te streven. 

Als we het bovenstaande gaan doen, als we een gezamenlijk gedeeld doel kunnen afspreken zou dan de door mij zo gewaardeerde guerrilla innovatie niet meer nodig zijn? Dat was een gedachte die door mijn hoofd schoot. Want als je een gezamenlijk gedeeld doel hebt, als organisatie met de door jouw bediende maatschappij, dan is alles wat je bedenkt een vorm van guerrilla innovatie, of alles mainstream?

Het is misschien wel een beetje onsamenhangend verhaal geworden. Een typisch voorbeeld van schrijven en denken tegelijkertijd ;-) Ik denk dat ik er intern wel verder mee ga, dus wordt waarschijnlijk wel vervolgd.

maandag 19 augustus 2013

Masterclass New Librarianship, deel 6

De zomerdagen wentelen voorbij. Ik merk dat collega's weer terugkomen van vakantie, en dat ook bij gemeenten ambtenaren zich weer wat gaan roeren. Dus mijn lege agenda en mailbox vult zich langzamerhand opnieuw. Tijd om me met het New Librarianship bezig te houden dreigt er zomaar bij in te schieten. En ik ben nog maar halverwege ;-)

De laatste module die ik volgde was over de vaardigheden die een bibliothecaris volgens Lankes zou moeten hebben. Hij wijdt daar twee modules aan, een globaal en één over het Salzburger Curriculum. Hier mijn overdenkingen bij de globale module.

Volgens Lankes moet je als bibliothecaris een aantal noodzakelijk vaardigheden in je arsenaal hebben.

a toolbox: Per Erik Strandberg sv:User:PER9000
1. Je werkt in een publieke dienstverlening, en dat moet je je realiseren. Het publiek, de burger is er niet voor jou, jij bent er voor hen! Ik noem dat maar het verschil tussen klantgericht en klantgedreven. Ik geloof dat de meeste medewerkers heel erg klantgericht of klantvriendelijk zijn, maar klantgedreven gaat een stap verder. Dat betekent dat je je afvraagt wat die klant wil, dat je met hem in gesprek gaat. Dat doen wij denk ik onvoldoende. In Kennemerwaard doen we het af en toe. Vier keer per jaar via een online klantenpanel. en we hebben een groep 'klantenpeilers'. Medewerkers die getraind zijn om kwalitatief onderzoek te doen onder bezoekers van de bibliotheek over bepaalde aspecten van onze dienstverlening. (Ja ik weet dat Lankes het woord klant verfoeid) Nou ja, precies dus wat Lankes zegt, je moet je zelf ten dienste stellen van de maatschappij, hoe kun je die helpen een betere samenleving te worden. We onderzoeken denk ik nog te vaak vanuit bestaande dienstverlening. De crux ligt hem in niet alleen je bestaande dienstverlening te verbeteren maar ook om onze samenleving, de burgers waarvoor we werken dat te bieden wat ze niet verwachten maar wel willen.

2. Administratieve vaardigheden. Dat lijkt een overbodige vaardigheid, maar Lankes merkt terecht op dat je als bibliothecaris een idee moet hebben welke randvoorwaarden noodzakelijk zijn om goed bibliotheekwerk te kunnen verrichten. Dus moet je een globaal beeld hebben van welke kosten er mee gemoeid gaan, welke ICT middelen en welke personeelsinzet. Je moet een soort begroting of projectplan op kunnen stellen, en dan zijn er natuurlijk specialisten in je organisatie die dat kunnen vertalen en verwerken. Maar jij moet zelf inschattingen kunnen maken van benodigde middelen, tijd etc. Enige kostenbewustzijn is op zijn plaats. Dat moet ook weer niet doorschieten. Bij ons in de bibliotheek hebben we ongeveer twee jaar geleden budgethouderschap doorgevoerd. Ik merk dat sommige medewerkers heel veel tijd en aandacht besteden in het navlooien van rekeningen van een paar tientjes, maar juist op de grote bedragen geen idee hebben of het klopt of niet. En dat ze het lastiger vinden om bij grote bedragen en grote firma's navraag te doen op de opbouw van de rekening. Terwijl je altijd kritisch moet zijn op de kosten, maar je je ook moet afvragen wanneer je het meest effectief bent in het controleren van kosten.

3. Organisatie van de informatie. Hoe zorg je voor de ontsluiting van je informatie, hoe zorg je er voor dat burgers die informatie kunnen vinden. En hoe zorg je voor de connectie tussen mensen onderling zodat zij kennis kunnen delen. Ik denk dat met ontwikkelingen als het semantisch web, associatief zoeken (Aquabrowser), indelen op werelden, 'PIMmen', bouwen van digitale etalages er stappen worden gezet om meer in lijn met hoe een niet wetende burger informatie zoekt informatie wordt ontsloten. Dat zal vast elke keer weer scherper en beter kunnen. Vooral op het vlak van het opbouwen van een kennisnetwerk van mensen, en hoe je dat goed kunt ontsluiten.... via community's en databases... daar ligt nog een wereld te winnen denk ik.

4. Informatie zoeken. Je moet goed zijn in weten wat mensen zoeken. De vraag achter de vraag leren beantwoorden. Het 'ouderwetse' bibliothecarissenwerk, niet gelijk achter je pc duiken omdat je denkt wel te weten wat het antwoord op de vraag is. Nee, eerst met iemand in gesprek gaan om te achterhalen of je de vraag goed hebt begrepen. Want misschien ligt het antwoord wel niet in een boek of een databank, maar help je iemand veel beter door hem in contact te brengen met een expert.

5. Collectie opbouw en ontwikkeling. Een collectie opbouwen vanuit de wensen wat je gemeenschap wil en wat die gemeenschap er zelf aan toevoegt en bijdraagt.

Volgens Lankes moeten we ons realiseren dat de competenties van bibliothecarissen (bijvoorbeeld toegankelijkheid van informatie verzorgen/bieden) niet snel zullen veranderen. Vaardigheden (zoals bijvoorbeeld catalogiseren) is ook niet aan enorm snelle veranderingen onderhevig, al gebeurt daar natuurlijk in de afgelopen 10-20 jaar met tagging e.d. wel wat. Maar op het gebied van technologieën verandert er meer en sneller iets. MARC of het semantisch web maken dat het vak van de bibliothecaris op kennis en kunde in transitie is. Want de veranderende technologieën hebben uiteindelijk effect op de benodigde vaardigheden en competenties. Overigens denk ik dat het niet alleen de technologieën zijn, het zijn de veranderende wensen van de maatschappij om ons heen. Die maken dat bibliothecarissen zich verantwoordelijk moeten voelen voor hun eigen transitie en veranderingsproces. Je moet omdat je voor het publiek werkt, voor de maatschappij. En omdat die verandert moet jij mee.

donderdag 8 augustus 2013

New Librarianship, deel 5, verbeter de maatschappij

Een bekend gezegde luidt: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Hij had zo maar in de Atlas van David Lankes kunnen staan. In de module over de gemeenschap wijdt hij ook een film aan het verbeteren van de maatschappij.

Lankes begint er mee dat als je de maatschappij, de gemeenschap waarvoor je werkt wilt verbeteren, dat je dan eerst moet bepalen wat die gemeenschap nodig heeft om zichzelf te kunnen verbeteren. Hij grijpt dat naar wat hij de fundamenten van New Librarianship noemt:
Kennis: een intellectuele vrijheid en veiligheid om te kunnen leren
Facilitering: het mogelijk maken (heb ik in eerdere blog al iets over gezegd)
waarden en normen van de bibliothecaris: leren, openheid en transparantie en intellectuele eerlijkheid. Je kunt als bibliothecaris in de 'nieuwe bibliotheek' niet onbevooroordeeld zijn. Dat is een utopie die niet waar te maken valt. Wat je wel kunt en moet doen is eerlijk zijn over wat je hebt gedaan. Als jij als bibliothecaris informatie voor iemand zoekt kun je uitleggen wat je hebt gedaan, waar je hebt gezocht en welke bronnen jij relevant heb geacht. En daarbij stellen dat het naar jouw eer en geweten compleet is, maar dat je dat niet kunt garanderen en dat je je graag laat bijpraten om van te leren als iemand meer en andere relevante informatie op een andere plek heeft gevonden.
www.jeroensteehouwer.nl

Lankes heeft het ook over de verplichtingen van een New Librarian. (Ik ben dol op verplichtingen ;-) Hij zegt dat innovatie en leiderschap voor iedere bibliothecaris noodzakelijk zijn. Het is een fundamentele voorwaarde om Nieuw Bibliotheekwerk te kunnen realiseren. Hij zegt dat ook al werk je in een conservatieve gemeenschap, je toch moet uitdragen hoe belangrijk verandering is. Daag die gemeenschap en jezelf uit om te kijken waar men zichzelf kan verbeteren.

Innovatie gaat gepaard met fouten maken. Dat moet je accepteren en meenemen in je werkwijze. Je moet veel experimenteren, en die experimenten wel monitoren. Want je wilt van je ervaringen leren en jezelf verbeteren. Dat kan niet als je niet van te voren bedenkt wat je doel en beoogd resultaat is, en vervolgens bekijkt op resultaat en proces hoe het gaat.

Lankes vindt ook dat iedereen bij een bibliotheek verantwoordelijk is voor innovatie. Dat betekent niet dat je altijd helemaal andere dingen moet gaan doen of bedenken. Je kunt ook ervaringen van collega's overnemen als je denkt dat die effectief zouden kunnen zijn. Je kunt ook dat wat je doet efficiënter proberen te doen, en kijken wat je met de vrijgekomen tijd zou kunnen doen ten behoeve van je burgers. Lankes vindt dat je nooit een 'werkbij' mag worden als bibliothecaris. Dus alleen hard werken en je huidige werk goed doen is niet goed genoeg. Je moet altijd op zoek zijn naar verbeteringen in je dienstverlening, met een positieve houding. Mijn reactie daarbij was: YES! en ophouden met roepen wat er allemaal niet deugt, maar draag verbeteringen aan, neem je verantwoordelijkheden.

Lankes zegt dat bibliothecarissen radicalen moeten zijn. Verbeteraars van de gemeenschap, 'change agents'. Opkomen voor sociaal recht en sociale verbetering. Onze eigen principes serieus nemen en evangelisten worden voor onze eigen professie. Wij zijn geen leiders in de zin dat we aan de gemeenschap opleggen dat wat wij vinden, maar we pushen en dagen onze burgers uit om een betere samenleving te maken. En dat laatste verschilt dus per gemeenschap.

Dit pleidooi van Lankes is mij op veel vlakken uit het hart gegrepen. Zoals veel van jullie weten ben ik een voorstander van guerrilla innovatie. Aan de slag gaan met een goed idee en dan je teamleider of je directeur overtuigen van nut en noodzaak. Kijken naar wat er in je gemeenschap speelt, en wat er binnen je gemeente speelt. Niet helemaal hetzelfde ;-)

Voor de verantwoording van je subsidie is het laatste erg handig. De gemeenteraadsverkiezingen komen er weer aan, en als de collegeprogramma's er straks liggen is het ongelooflijk belangrijk om te kijken op welke onderwerpen je als bibliotheek een ondersteunende, ontzorgende rol kunt spelen voor de gemeente. Gemeente wil leefbaarheid in kernen?: organiseer ontmoetingsochtenden voor diverse doelgroepen zodat men elkaar leert kennen en met elkaar in gesprek kan. Help die civil society bouwen.
Gemeente vindt duurzaamheid belangrijk?: organiseer informatiebijeenkomsten voor burgers, geef lokale ondernemers een podium om iets te vertellen over hun producten, organiseer 'groen'markten samen met andere partijen, maak een digitaal loket waar je vragen kunt stellen en zorg voor een netwerk van vraagbeantwoorders.
Sluit aan en ga het gesprek aan over wat jij als bibliotheek bij kunt dragen aan het bereiken van doelstellingen van de gemeente.

Voor het verbeteren van je gemeenschap op de manier van Lankes, daarvoor hebben we denk ik nog een hele weg te gaan. Want echt in gesprek met burgers over wat zij als gemeenschap zouden willen zijn, en hoe de bibliotheek ze kan ondersteunen, ik ken geen voorbeeld van een bibliotheek die er op die manier mee omgaat. Bibliotheek Maasland misschien? Ik hou me aanbevolen voor voorbeelden. Ik vind het een mooie ambitie, en ik twijfel tegelijkertijd moet ik eerlijk zeggen. Trek je als bibliotheek niet een te grote broek aan? Kunnen we dat ook echt waar maken? Of moeten we het nastreven, en duidelijk maken, in alle transparantie, dat het voor ons ook een leerproces is. Dat we samen willen leren en samen een verbetering willen nastreven. En moeten we er gewoon mee beginnen....



dinsdag 6 augustus 2013

New Librarianship, deel 4, The Community

In de module over de community, de gemeenschap praat Lankes over hoe je de gemeenschap om je heen het best zou kunnen bedienen. Hij heeft het eerst over de druk die je als bibliotheek kunt voelen. Druk vanuit de gemeenschap, vanuit de politiek, vanuit je eigen organisatie. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat stuk lastig vond te begrijpen, in de zin van waar hij heen wil. Als ik het goed heb begrepen dat gaat het er om die druk op te zoeken, met die gemeenschap samen op zoek te gaan naar wat zij willen leren. Je moet niet bang zijn voor die druk, die moet je omarmen. Want druk op jou als organisatie betekent dat daarbuiten mensen zijn die vinden dat je er toe doet, dat je een rol te spelen hebt. En als je die druk niet voelt, zoek hem dan op.

Hij legt het in het volgende filmpje verder uit. De omgeving, de maatschappij bestaat uit verschillende groepen. Je moet gesprekspartners samenbrengen, en de bijbehorende bronnen om kennis te kunnen bouwen. Je moet een curriculum opbouwen waarmee nieuwelingen tot een materie zich de kennis snel eigen kunnen maken. En zorg ervoor dat wat je bouwt dat die systemen zijn die voor en door de gemeenschap gebruikt kunnen worden. Dus geen ingewikkelde systemen. En geef de gemeenschap de mogelijkheid om te participeren of alleen te volgen wat er gebeurt.

Lankes zegt ook dat je moet inventariseren welke groepen er in je gemeenschap zijn, en welke onderwerpen daar belangrijk zijn. Wat speelt er in diverse groepen in je maatschappij, en waar vinden discussies plaats. En waar praat je over als bibliothecarissen, wat vinden jullie belangrijk binnen je organisatie. En hoe kun je dat aan elkaar verbinden.

Lankes zegt dat je niet bij jezelf moet beginnen door te inventariseren wat je goed doet en er over na denkt hoe je dat kunt vermarkten. Hij vindt dat je eerst moet bepalen welke onderwerpen er spelen in jouw gemeenschap, in welke groepen en of je daar een verband mee kunt leggen met je eigen diensten. En diensten die je niet kunt linken aan een groep of onderwerp, daar moet je je van afvragen hoe zinvol die zijn. Lankes zegt dat als je als bibliotheek in staat bent om de maatschappij, de gemeenschap waarvoor en waarin je werkt te verbeteren, en je krijgt daar de credits voor, dat je dan ook je positie verbetert!

Hoewel lastig en tot op zekere hoogte theoretisch (hij komt wel met wat voorbeelden) zal ik mijn best doen om wat praktijkvoorbeelden of ideeën op te schrijven. Ik hou er van het naar de praktijk te vertalen.
Lankes noemt als voorbeeld dienstverlening aan bedrijven. Hij zegt dat er voor bibliotheken geen rol ligt voor grote bedrijven, en dat ben ik wel met hem eens. Maar wel voor startende ondernemers. Hoewel dat in veel gevallen in Nederland een taak is van de Kamer van Koophandel, zie ik daar wel mooie samenwerkingsmogelijkheden. Waarom niet spreekuren van de KvK in de bibliotheek, af en toe een spreker uitnodigen zodat startende ondernemers of ZZP'ers hun informatie kunnen ophalen en met elkaar kunnen delen. Iets wat tot op zekere hoogte ook zit in het initiatief van de bibliotheek voor ondernemers. Ik denk wel dat we daar nog een wereld te winnen hebben, want het neigt al snel naar initiatieven die ook commercieel aangeboden (kunnen) worden en hoeveel speelruimte krijg je daarvoor van je gemeente. Dat is echt iets wat je met je gemeente moet bespreken. Er zijn al wel bibliotheken, zoals bijvoorbeeld bij Bibliocenter in Weert waar ze workshops houden voor ZZP'ers.

Het inventariseren van groepen, van discussies gebeurt volgens mij nog nergens op de manier als Lankes voor ogen heeft. Bibliotheek Nieuwegein heeft de digitale dossiers, iets wat volgens mij wel aanschurkt tegen het idee van Lankes. Een actueel onderwerp ophalen in de gemeenschap, daar een dossier over opbouwen, en dan liefst nog een discussieavond er over organiseren met diezelfde gemeenschap en belanghebbenden. Dan moet je wel met beide voeten in je maatschappij staan en weten wat er speelt. En de bibliotheek eist dus ook die rol op. Ben wel benieuwd of die nieuwe rol inmiddels ook door de gemeenschap en de gemeente als subsidiënt breed wordt erkend.

Een voorbeeld uit onze eigen praktijk was een medewerker die oppikte dat er heel veel leefde rondom duurzaamheid in de gemeente Castricum. Zij is daar mee aan de slag gegaan en heeft het Groen Informatie Platform in het leven geroepen. Dat heeft geresulteerd in elke maand een informatie-avond, door de groep zelf georganiseerd rondom een duurzaamheidsonderwerp. We zouden er als bibliotheek nog wel iets extra's bij kunnen leveren aan informatie is mijn inschatting, maar het begin is er.

En erkend worden voor je rol in de maatschappij, daarvan vind ik het mooiste voorbeeld twee schooldirecteuren die tijdens een raadsvergadering inspraken en vertelden wat de bibliotheek voor hen en hun schoolkinderen betekende. Dat het niet zo kon zijn dat de bibliotheek moest sluiten door bezuinigingen, want sinds ze elke week met de kinderen naar de bibliotheek gingen was hun leesvaardigheid vooruit gegaan en maakten ze meer diverse spreekbeurten en werkstukken en ook van betere kwaliteit. En gelukkig was deze oproep niet aan dovemansoren en hebben we toen die vestiging kunnen behouden.

maandag 5 augustus 2013

New Librarianship, Masterclass David Lankes, deel 3

Vorige week de laatste films bekeken over het faciliteren van kennis creatie door bibliothecarissen. Een hoop om over na te denken. Daar had ik het weekend wel voor nodig ;-)

Lankes meldt een hoop, als altijd. Hij heeft een aantal scherpe opmerkingen. Zoals een verwijzing naar de universiteitsbibliotheken die in opstand zijn gekomen tegen de torenhoge tarieven die uitgevers rekenden voor abonnementen op de databases en tijdschriften. Zij hadden er op een gegeven moment genoeg van, en zeiden: 'Wij kunnen die niet betalen, en zo kunnen wij niet meer aan onze taak voldoen. Zo kunnen onze wetenschappers en studenten niet aan voldoende informatie komen.' Onder andere daarmee kreeg de open access beweging een stevige boost. En wat Lankes niet noemde maar de afgelopen week in het nieuws kwam is dat een aantal staten in de V.S. in opstand kwamen tegen de hoge tarieven die openbare bibliotheken moeten betalen voor e-books en e-content. 

Als ik de link trek naar Nederland en de openbare bibliotheken zie ik hier nog geen overheid die tegen de tactiek van uitgevers in verweer schiet. Sterker nog, doordat vanaf 2015 € 20 miljoen uit het gemeentefonds wordt onttrokken weten uitgevers precies welk budget er beschikbaar is voor de inkoop van e-content. En dat maakt onderhandelen voor de inkoopcommissie lijkt mij er niet makkelijker op. Wij als bibliotheekdirecteuren nemen voor mijn gevoel wel eens te makkelijk de positie van de uitgevers aan. Want ja, zij moeten ook een boterham, en zij hebben ten slotte de rechten. Ik begrijp best dat de onderhandelingen en het resultaat in de afgelopen ledenvergadering 18 e-boek titels voor €20,-- het hoogst haalbare is op dit moment en in dit tijdsgewricht en deze machtsverhoudingen. Maar ik blijf het wel heel erg onbevredigend vinden. Extra betalen voor content die je gewoon op je normale bibliotheekpas zou moeten kunnen lenen. Je moet er lid voor worden van een landelijke bibliotheek, maar wij zijn toch al met z'n allen de bibliotheek van Nederland (in al onze verscheidenheid). Waarom moet je als klant extra betalen en van een extra club lid worden als je content wilt kunnen lezen waarvan je zou verwachten die via je eigen bibliotheek te kunnen lenen? Dan mag de vorm toch het verschil niet maken? Vinden wij het als bibliotheekdirecteuren echt ok dat dit gebeurt? Of hebben we er nog geen afdoende antwoord op? Te weinig eensgezind? Durven wij niet eensgezind op te staan voor onze leners, voor de democratie zo je wilt en te roepen dat dit echt niet kan?! Of vinden we het als kinderen van een liberale markteconomie normaal dat wij als bibliotheken meer dan de hoofdprijs betalen voor iets dat voor onze leden binnen het reguliere aanbod verkrijgbaar zou moeten zijn? Zouden we niet met elkaar ieder lid van één van onze bibliotheken die ook digitaal wil lenen dat lidmaatschap moeten 'schenken', als lokale bibliotheek dat tarief van € 20,-- ophoesten? (Nou ja, € 10,-- want ik begrijp dat er voor ieder ingeschreven lid € 10,-- terug vloeit naar de lokale bibliotheek?) Ik zou hier in Kennemerwaard wel willen onderzoeken hoeveel ons dat zou kosten, en vooral wat het ons zou opleveren. 

Ik zie gelukkig ook andere initiatieven zoals bijvoorbeeld Nederland schrijft en alles wat @bibliothecarin in Eemland doet met schrijflessen. Waarbij bibliotheken het platform bieden aan startende schrijvers. en ze in ultimo dus het podium bieden om ook te publiceren via de bibliotheek.

Lankes vindt dat wij als bibliothecarissen (nog) meer naar buiten moeten gaan. En (nog) meer naar buiten gericht moeten zijn. We moeten midden in de gemeenschap staan. En we moeten snappen wat die gemeenschap nodig heeft, en samen met ze willen leren. Hij zegt dat het prima is om systemen te bouwen, maar vooral dan zo dat de gemeenschap mee kan bouwen. En bouw ook gemeenschappen. Van collectie naar connectie is een kreet die natuurlijk al veel in bibliotheekland is genoemd, maar hij gaat nog steeds op. Als je iemand spreekt als bibliothecaris die een bepaalde vraag of interesse heeft  en jij hebt weet van iemand die antwoord kan geven of dezelfde interesse heeft, waarom breng je die twee dan niet met elkaar in contact? Bouw een netwerk, onderhoud en gebruik het!

Mooi voorbeeld daarvan vind ik bijvoorbeeld wat ik vorige week hoorde. In onze nieuwe bibliotheek in Alkmaar Centrum hangt een 3D camera. De twaalfjarige zoon van één van onze medewerkers wil er heel graag mee leren werken, en onze Sanneke @AngelOnmychest  wil hem dat wel leren. Zodanig dat hij ook weer met vriendjes aan de slag kan en zij elkaar dingen kunnen leren. En daar leert Sanneke waarschijnlijk weer van ;-) Een lerares van het VO hoorde er over en werd geheel enthousiast. Zij wil graag dat haar leerlingen films maken van welke beelden bepaalde termen in het Engels bij ze oproepen. Om hun fantasie en creativiteit te prikkelen, maar ook om het begrip van het woord beter te laten landen. Als wij dan gelijk weer mee lopen en leren kan ik me voorstellen dat dit weer voor andere lessen of programmering heel erg handig van pas kan komen.

Lankes zegt dat we af moeten van de instructielessen hoe de catalogus of een databank werkt. Wat we mensen moeten leren in bepaalde systemen te herkennen en te leren gebruiken. Want als je dat kunt heb je kennis. En kennis is macht, dat wisten we natuurlijk al ;-) Geletterdheid is macht, en daarmee kan je mee doen in de maatschappij, je kunt discussies aan gaan, je kunt je een mening vormen en je kunt vragen stellen aan je overheden en autoriteiten. Voorwaar, ik ben weer beland bij één van mijn stokpaardjes: een goed werkende democratie heeft goed geïnformeerde burgers nodig, en de bibliotheek speelt daar een belangrijke rol in door ze te leren informatie te zoeken en te beoordelen op betrouwbaarheid.

Verder geeft Lankes nog één belangrijk element waarop gelet moet worden in de bibliotheek. Het moet een veilige omgeving zijn. Hij maakt een mooi verschil tussen 'public' en 'civil' . Hij vindt de bibliotheek geen publieke ruimte (zoals de open lucht wat echt voor iedereen is), hij vindt het een civiele ruimte, die wel voor iedereen is maar met regels zodat een ieder zich veilig kan voelen. Een mooi accent.
De veiligheid strekt zich ook uit in het intellectuele domein. Het moet een veilige omgeving zijn om dingen uit te proberen. Niet alleen voor onze leden, bezoekers, maar ook voor onze medewerkers. Zij moeten de gelegenheid krijgen om dingen uit te proberen, om niet alles beter te moeten weten als je publiek, maar om de kans te krijgen samen te leren. Om van je leden geïnspireerd te raken zodat jij ook hen weer kunt inspireren. Dat is me uit het hart gegrepen, leren door te doen. Dingen uitproberen waarvan je denkt dat ze bij gaan dragen aan de missie van je bibliotheek. Fouten durven maken, trial and error. Met als doel er van te leren.

Nog een laatste voorbeeld dan van Kennemerwaard. Eén van onze medewerkers, Robert @industrialpope was het afgelopen weekend bij OHM2013 (Observe, Hack, Make), een hackersfestival nabij Alkmaar. Hij kwam me bijpraten over wat hij daar heeft opgestoken (naast dat hij iets dat een raspberry pie??? heet heeft aangeschaft, een soort mini doe het zelf bouwpakket computer), en wat wij als Kennemerwaard, maar vooral breder bibliotheken in Nederland hier mee zouden kunnen. De belangrijkste dingen die hij mee terug nam: volgende keer moeten we er met veel meer bibliothecarissen uit heel Nederland heen (toch de festibieb ;-) de bibliotheek kan een platform bieden waardoor degene die mee helpen zo'n festival te organiseren een veel groter en breder publiek kunnen bereiken, de bibliotheek kan de taak van informeren en educatie mee helpen vorm geven, en we moeten een herkenbare uitvalsbasis hebben tijdens zo'n festival (bijvoorbeeld een bibliobus of zeecontainer).

Zo en nu op naar week 2 in de lessen ;-)

dinsdag 30 juli 2013

Masterclass New Librarianship David Lankes, deel 2

Ik ben nog steeds met module 1 bezig, ik heb nu de lessen bekeken over Knowledge Creation. Ook weer veel om over na te denken. Lankes zegt dat je naar informatie op vier niveau's kunt kijken, in een soort piramide. Ik denk dat het verschil tussen de lagen duidelijk is, bij elke trede wordt er iets toegevoegd aan de eerdere trap. Bij de trede van 'wijsheid' geeft Lankes nog als toevoeging dat het ook als 'actie' kan worden omschreven. Wat doe je met de kennis die je hebt, hoe kun je die inzetten om iets aan een situatie te veranderen.

Lankes vertelt vervolgens nogmaals dat kennis ontstaat door conversatie. Ook daarin vier elementen: de converseerders/gesprekspartners, de taal die je gebruikt, de overeenstemming (of niet) (of je het er mee eens bent), en de herinnering (aan wat je hebt geleerd, welke overeenstemming heb je daar voor je zelf in gevonden).

En Lankes komt ook nog met een verklaring over de reden waarom je wilt leren, hoe dat gedreven is: intrinsiek of extrinsiek.  Volgens Lankes is de reden waarom mensen naar de bibliotheek gaan, vaak extrinsiek gedreven. Je krijgt een opdracht van een leerkracht, van school, van een werkgever of van de overheid (denk dan aan taalcursussen voor inburgeraars). Ik denk zelf dat met name in openbare bibliotheken mensen ook vaak komen omdat ze intrinsiek gemotiveerd zijn. Vanuit een eigen behoefte om te willen leren. En ik denk dat veel mensen het vaak niet eens zo omschrijven. Als je de gemiddelde bibliotheekklant vraagt waarom hij/zij komt dan is het antwoord vaak: om een boek te lenen om te kunnen lezen voor mijn plezier. En dan weg kunnen dromen naar een andere wereld. Dat zo iemand ondertussen zijn/haar leesvaardigheid op peil houdt, aan zelfontwikkeling doet zal in hem/haar niet opkomen. Dat noem ik dan maar gelukkige bijvangst ;-) Overigens denk ik dat de strikte scheiding tussen extrintriek en intrinsiek gedreven als het om leren gaat vaak niet zo strikt is te maken. Ik kan mij uit mijn middelbare schooltijd, bibliotheekacademietijd en MBA herinneren dat het een mix was. Je kon foeteren op een leerkracht of docent als je iets moeilijk vond, en dan voelde het alsof je het voor de leraar moest doen. Als je dan de stof onder de knie had, en je er mee aan de slag kon dan voelde het als een overwinning. Aardigheid en vaardigheid gaan vaak hand in hand. Als je iets leuk vindt ben je er vaak ook goed in en vice versa.

Lankes zegt vervolgens in zijn lessen dat een bibliothecaris er niet is om mensen te helpen informatie te vinden, hij is er om mensen te leren leren. Het gaat er niet om de data en informatie op de juiste manier op te slaan en te ontsluiten (overigens ook belangrijk), maar om te zorgen dat hij wordt gebruikt, en dat het de passende informatie is voor die persoon. Dus moet je checken of de persoon ook daadwerkelijk geholpen is met datgene dat je hem/haar hebt aangereikt. Of heeft deze persoon daar hulp bij nodig, en kun jij die dan geven als bibliothecaris of moet je hem/haar in contact brengen met iemand uit jouw netwerk die dat wel kan. De vraag die dat bij mij oproept is of je niet eerst met elkaar naar de 'juiste' vraag op zoek moet gaan. Wat wil je leren? Wat wil je met elkaar bereiken? En hoe ga je dat doen? Daarvoor is het hebben van een (licht) filosofische blik, een goede vraagtechniek essentieel. Leer mensen, de gemeenschap waarvoor je werkt, hun leervraag te formuleren.

De manier van kijken van Lankes gaat veel verder dan het adagium dat voor zover ik weet in veel Nederlandse bibliotheken opgeld doet. Namelijk, wij gaan uit van een zekere mate van zelfredzaamheid van de klant/burger. Natuurlijk zijn we bereid om mensen die hun weg niet kunnen vinden te helpen, maar we gaan mensen niet aan de hand nemen van a tot z. Ik denk in alle eerlijkheid dat we in veel gevallen ook niet in staat zijn om die hulp te bieden. Niet zelf, maar misschien wel via ons netwerk. Daar zijn we wel sterk in, al maken we daar denk ik veel te weinig gebruik van.

Lankes zegt dus dat je als bibliotheek de gemeenschap waarvoor en waarin je werkt moet helpen zichzelf te verbeteren. Dat is nogal een missie. Ik vraag me af of je die rol zou moeten willen, en of je hem gegund zou worden. Wat ik me kan voorstellen is dat je op zoek gaat naar het faciliteren van kennisoverdracht. Dat gebeurt volgens mij al wel. Zeker in andere bibliotheken en ook in onze eigen bibliotheek . Daar hanteren we onze onvolprezen behoeftepiramide voor, waarbij we in de bovenste trede van de piramide heel erg op zoek zijn naar mensen die hun kennis willen inzetten ten behoeve van de drie andere tredes. Ik noem uit onze eigen praktijk: Transition Town in Castricum, ontstaan uit het Groen Informatie Platform maakt een groep inwoners gebruik van het platform dat de bibliotheek hen biedt om maandelijks een informatie- en discussieavond te organiseren rondom het thema duurzaamheid; de Canon van Akersloot waar de leden van de Historische Vereniging samen met de bibliotheek een canon hebben ontwikkeld onder andere voor het basisonderwijs over de plaatselijke geschiedenis; De Ochtenden ontstaan in Egmond, waar lokale ondernemers of anderszins opvallende personen hun kennis en ervaring over hun vakgebied delen met andere inwoners van het dorp. En zo kan ik nog wel meer voorbeelden noemen. Het is in sommige gevallen ontstaan doordat er een vraag vanuit de gemeenschap kwam, en in andere gevallen doordat een bibliothecaris een lumineus idee kreeg en met lokale partijen in gesprek ging, wetende dat er een publiek voor zou zijn. Dat is niet echt in gesprek gaan zoals Lankes voor ogen heeft, maar wel goed luisteren naar wat er in je gemeenschap leeft.

Als je naar de Nieuwe Bibliothecaris van Lankes toe wilt groeien, naar die rol, dan kan ik mij voorstellen dat je dat stapsgewijs doet. Want het vergt nogal wat van jou als bibliothecaris, als organisatie. Je moet je zelf echt anders gaan positioneren. En lukt je dat in één keer, of moet je vingeroefeningen doen op de manier waarop we daar in Kennemerwaard mee werken in de behoeftepiramide? Is de stap naar een leren leren organisatie (iets anders dan een lerende organisatie) niet veel te groot om in één keer te maken?

maandag 29 juli 2013

Masterclass New Librarianship van David Lankes, deel 1

Getipt door de blog van Jeanine Deckers ben ik begonnen met het volgen van de films en teksten van David Lankes in zijn Masterclass New Librarianship. Ik weet niet of ik het helemaal ga afmaken, maar ik ga in ieder geval tijdens de rustiger zomermaanden een poging doen, een soort summerschool ;-) Ik zal er af en toe over proberen te bloggen, om jullie deelgenoot te maken van welke overdenkingen er bij me opkomen naar aanleiding van de gelezen stukken en/of bekeken films.

Lankes begint in zijn boek "The Atlas of New Librarianship" te zeggen dat zijn Atlas niet een verzameling is van verzamelde feiten, maar meer een weefwerk van persoonlijke waarheden en de relatie die ze tot elkaar hebben (de context). Dat vind ik wel belangrijk om te melden, het feit dat hij zelf zegt dat het zijn waarheden zijn, en daarna begint het grote 'zendingsverhaal'. Waar op zich niks mee is, ik herken die zendingsdrang ten aanzien van de bibliotheek wel.

Het eerste blok van de cursus gaat over de Missie van bibliothecarissen. Volgens Lankes is de missie van bibliothecarissen is de maatschappij te verbeteren door kenniscreatie te faciliteren in hun (leef)omgeving.  Hij zegt daarbij dat kennis ontstaat door conversatie. Met mensen, of doordat je met jezelf praat. Daarmee bedoelt hij dat ook als je een boek leest, een lezing volgt en je niet met anderen praat, je toch met jezelf in gesprek bent. Je vraagt je dan namelijk af of iets klopt wat je hebt gelezen of gehoord, of je het er mee eens bent, of je op het idee verder kunt bouwen.

Met name op het gebied van creëren van kennis vindt Lankes dat je klanten van de bibliotheek niet als klant mag benaderen, niet als lid, niet als burger. Zij zijn mede-eigenaar en mede- verantwoordelijk voor hoe de bibliotheek van de toekomst er uit moet zien qua dienstverlening.

Gedurende de twee films die ik nu heb gezien komen bij mij steeds beelden op van de coöperatiewinkel die ik in New York zag. Een winkel opgezet door buurtbewoners, die tegen een betaalbare prijs lokaal geproduceerde producten wilden kunnen kopen. Zij zetten een coöperatie op, waarbij er contact werd gelegd met de boeren uit de omgeving, en zij bemensen zelf de supermarkt. Het voedsel dat je er kunt kopen is veel goedkoper en verser dan in de grote supermarkten. Maar je moet lid zijn, en dus ook taken verrichten in de supermarkt. Dus een dagdeel af en toe de schappen vullen, want er is geen (of nauwelijks) betaald personeel. Dat betekent dat je het met elkaar moet doen, en dat je dus op elkaar moet kunnen rekenen. Kennis van de buurt en van je buren ;-)

Nu neem ik aan dat Lankes niet pleit voor het ontslaan van bibliotheekpersoneel. Hij pleit er voor om de bibliothecaris meer in te zetten als een moderator, iemand die de gemeenschap helpt om hun toekomst te omschrijven en hem vervolgens waar te maken. Dat gaat nog weer een stap verder dan het model van Albert Boswijk die in een groeimodel de rol van de bibliothecaris ziet als die van een filosoof. Boswijk pleit voor de ontwikkeling van een aanbodgerichte bibliotheek naar een dialoog gerichte bibliotheek. De ideeën van beide heren schurken tot op zere hoogte wel tegen elkaar aan. In het model van Boswijk houdt het misschien wel op met de bibliothecaris die zijn omgeving, bezoekers van de bibliotheek leert goede vragen te stellen, vragen waarmee je voor je zelf op zoek kunt gaan naar het voor jou passende antwoord.

Lankes ziet een actieve rol voor de bibliothecaris in een gemeenschap. De bibliothecaris bespreekt met de omgeving hoe de toekomst er uit gaat zien. En als bibliothecaris zorg je er voor dat de 'community' toegerust is tot het vormen van de toekomst. Door samen aan de slag te gaan, met elkaar te praten en nieuwe kennis op te bouwen. Dat is dan toch een vorm van cooperatie, en zou je dat zo kunnen doen als bibliotheek?

Er zijn denk ik geen bibliotheken die hier op deze manier al mee aan de slag zijn. Ik ken wel enkele (kleine) initiatieven, maar die zijn niet zozeer op deze missie gestoeld. Zo zijn we in onze eigen bibliotheek met "100 talenten" bezig, waarbij we kinderen vragen wat ze zouden willen leren. En vanuit die leervraag op zoek gaan naar hoe dat het beste geleerd kan worden. We hebben in Kennemerwaard afgesproken dat we niet alle folders en posters die ons worden aangereikt meer neerleggen of ophangen. We willen heel graag een podium bieden aan wat mensen voor kennis in huis hebben. Maar om voortdurend op pad te gaan, en mensen/sprekers binnen te halen kost veel tijd en energie. Naast de al lopende samenwerking met o.a. spreekuren voor advocaten, lezingen met Historische Verenigingen, computercursussen met het Gilde, medialab cursussen met het Centrum voor de Kunsten vragen we nu aan mensen die bij ons folders willen neerleggen of ze bereid zijn tot een tegenprestatie. Namelijk het geven van een korte lezing of workshop over hun cursussen en zo dus hun kennis delen. Dat willen de meeste namelijk best wel, en zo delen ze ook al hun kennis met bezoekers van de bibliotheek, en zijn ze medeverantwoordelijk geworden voor onze programmering. Het zijn kleine voorbeelden, maar ze zijn niet gestoeld op een missie die maar enigszins lijkt op die van Lankes. Volgend jaar gaan we bezig met een nieuw beleidsplan, met een nieuwe missie... ik ben benieuwd of het maar enigszins gaat lijken op die van Lankes ;-)