zondag 25 juni 2017

Jordanie, dag 8, 7 april

Vanochtend gaan we eerst met een kameel terug naar Wadi Rum. Boven op een kameel dus om precies te zijn. Er staan er drie klaar. Twee voor Joep en mij, en één voor de ‘drijver’.  We nemen afscheid van onze kampgenoten, van de kok en van de Australische dame. We bestijgen de kamelen, nou ja, je klimt er op terwijl het dier nog gehurkt op de grond ligt. En dan komt hij in de benen op een teken van de drijver…. Maak je eerst een soort duik naar voren als hij eerst zijn achterpoten  strekt, en dan een duik naar achteren als ook hij de voorpoten onder zich trekt. En dan zit je dus ineens bijna twee meter boven de grond. Op het schip van de woestijn. Waarom het dier zo heet kom je vlot genoeg achter. Een kameel is een telganger, wat betekent dat voor- en achterpoten van dezelfde kant min of meer tegelijkertijd naar voren bewegen. Dus eerst  de rechterpoten (voor en achter) en daarna de linker (voor en achter). Dat veroorzaakt een soort schommelgang waarop je heen en weer deint.  Het zadel op een kameel is zonder stijgbeugels, dus je benen bungelen maar een beetje naar beneden. Je even afzetten om anders te gaan zitten is er niet bij, of je moet je omhoog drukken met je armen op de voorste knop op het zadel. Dat valt niet mee ;-) Onze drijver heeft er zin in, af en toe ‘zingt’ hij een soort bedoeïenenlied  dat eindigt in een hoog ‘gejammer’ zoals Arabische vrouwen doen. Wij vallen af en toe in met een Europees lied, waarvan we zelf ‘Brandend zand’ wel het meest toepasselijk vinden ;-)

Na ca. twee uur zijn we weer in Wadi Rum, waar Hussam al op ons wacht om ons naar Aqaba te rijden. Hij heeft slecht geslapen meldt hij ons, want er was geen slaapplaats in een hotel geregeld. Hij heeft in de auto geslapen. We vinden dat allemaal toch wel een beetje vreemd, krijgen niet goed hoogte van de regelingen die er lokaal zijn gemaakt door de agent. We zijn netjes op tijd in Aqaba bij ons hotel. Hussam vertelt ons dat hij terug gaat naar Amman, dat hij ons over twee dagen weer op komt halen (denkt hij, maar hij weet het niet zeker).  We wensen hem een goede reis en tot ziens.
We stallen de spullen want de kamer is nog niet klaar en gaan Aqaba verkennen. We willen in ieder geval onderzoeken waar we kunnen snorkelen, we hebben onze snorkelspullen mee genomen en willen de wonderen van de Rode Zee natuurlijk wel bekijken. Bij de toeristeninformatie krijgen we te horen dat we met een boottocht mee kunnen, of naar de beachclub Berenice aan de zuidkant van de stad kunnen gaan om daar te zwemmen en te snorkelen. We besluiten dat we beide zullen gaan doen. We gaan een boottocht doen, en de dag er op dan met een bus naar Berenice om daar te snorkelen.
We lopen door de stad, langs de grote moskee, langs het strand. Op het strand is het een drukte van belang. Mannen, vrouwen, kinderen…alle leeftijden. De mannen en jongens over het algemeen in luchtige kledij of zwembroek. De vrouwen in vol ornaat en ook meisjes met burkini-achtige tenues. Maar wel het water in, dat dan weer wel. Binnen de beperkingen die de islam hen geeft is er wel de mogelijkheid om te gaan zwemmen. We zien ook oudere dames, duidelijk traditioneel of orthodox gekleed in zwarte kleding toch het water in gaan op zoek naar verkoeling.  Verder zitten er hele families te picknicken, er worden hele maaltijden genuttigd daar. Met thee erbij, of met citroensap met munt.  Een biertje is er natuurlijk niet bij!

We lopen verder richting de souk. En o wonder… ineens lopen we daar Hussam tegen het lijf! Wij dachten dat hij terug zou gaan naar Amman, maar nee, hij moest nog even blijven meldt hij ons. Het is een beetje een onduidelijk verhaal wat hij afsteekt. We snappen het niet helemaal. Hij zegt dat hij naar ons heeft gezocht. En dan…. ‘Between you and me…. Could you give me 20 dinar? I have no money for a meal.’ We kijken hem wat bevreemd aan, maar willen hem die 20 dinar wel geven. Dat trekken we dan later wel af van zijn fooi denken we. Hij bedankt ons uitvoerig voor de 20 dinar en loopt verder. Heel typisch vinden we het.

We hebben inmiddels trek gekregen en willen een hapje eten. We hebben al wel een leuk tentje op de rand van de souk gezien op de heenweg, maar toen was het er heel erg druk met locals. We lopen er nog maar eens langs, en warempel er is plaats. We gaan zitten en bestellen hummus en falafel met natuurlijk citroensap met munt. Daar zijn we wel licht verslaafd aangeraakt bij gebrek aan een wijntje of biertje. Heel verfrissend. Om ons heen alleen Jordaniërs.  Aan de tafel achter ons zit een grote groep Jordaanse vrouwen. Een oma met haar dochters/schoondochters wel een stuk of zes en één heel klein meisje van een paar maanden. Ze willen het kindje in een plastic campingstoeltje rechtop laten zitten maar dat kan het meisje helemaal nog niet. Ik zit het allemaal te bekijken, licht vertederd. Oma ziet me kijken en gebaart naar mij. De jongste dochter wordt gemaand om mij het kindje in de armen te geven. En dus sta ik ineens met een hele kleine hummel in mijn armen. Wat een droppie! Kindje helemaal verschrikt dat ze zomaar bij een grote vreemde mevrouw in de armen wordt gedrukt. Maar zo leuk en hartverwarmend. Dat zal je in Nederland toch niet snel overkomen, dat je als wildvreemde een klein kindje in je armen gestopt krijgt. Mooi! Kinderen zijn hier duidelijk geliefd en men besteedt er ook veel aandacht aan, maar wel anders dan in Nederland. Ik kan het verschil niet gelijk aangeven, maar het voelt anders.  Ik geef het kindje terug aan de familie en bedank hen uitvoerig met buigingen en ‘sjoekran’.






Na de lunch lopen we verder door de souk en langs wat andere bezienswaardigheden. Op weg naar het hotel komen we langs een waterpijpenshop. 








Buiten zit een Arabische man met naast hem een oudere man in priesterkleding met een groot kruis op zijn borst. Ik vind het een mooi beeld en als de heren ons vriendelijk toeknikken zeg ik dat ik hen er mooi uit vindt zien. Het compliment wordt geretourneerd. We raken aan de praat. De ene man blijkt de patriarch te zijn van de Grieks-Katholieke kerk in Aqaba. De man naast hem moslim. Maar ze kunnen prima samen door een deur melden ze. De patriarch nodigt ons uit om naar de Palmpasen dienst te komen de dag er op. We zeggen dat we niet zoveel tijd hebben want dat we op tijd bij de boot moeten zijn. ‘Dat is geen punt’ zegt hij, ‘je kunt op elk moment ook weer weglopen. Het is niet zo formeel’. Als we vragen waar de kerk is wijst hij naar de straat achter hem. ‘Het is hier vlakbij’ zegt hij.’ In de straat hier achter’. We beloven hem dat we er zeker over na zullen denken.

We trekken ons terug in onze kamer, frissen ons op en gaan dan in het restaurant naast het hotel eten. Lekker vis met een wijntje. Want dat kan blijkbaar hier weer in de ietwat wereldser stad Aqaba met ook een christelijke bevolkingsgroep.

dinsdag 6 juni 2017

Jordanië dag 7, 6 april

Bereden politie in de Siq
We zijn vroeg opgestaan om voor de grote drukte in Petra te zijn. Wat een verschil met gisteren! Het is nagenoeg uitgestorven in de Siq. Er zijn stukken waarop we niemand voor ons zien en niemand achter ons. Hoe anders dan gisteren. En wat is dit bijzonder. De hoge rotsen van de kloof torenen boven ons uit. In het vroege ochtendlicht hebben de rotsen een warmere roze gloed. Het is een gedenkwaardig moment als achter ons hoefgetrappel klinkt. Het is niet een paardenkoetsje, maar twee politiemannen te paard komen achter ons door de kloof gereden. Het licht valt achter hen in gele golven over de roze rotsen…. Je waant je in een film… wat staat er zo te gebeuren? Komt Indiana Jones straks in volle galop deze dienaars van de wet voorbij stormen, of volgt er een oosterse prinses in draagkoets achter deze mannen die de kust verkennen…. Je fantasie gaat vanzelf met je op de loop hier. Het is niets van dat alles… de agenten rijden voorbij en we zijn weer alleen in de Siq. Bij de treasury liggen de kamelen mooi te wezen met hun prachtig beklede zadels. We leggen het fotogenieke plaatje nog maar eens vast. Er is een jongedame met fotograaf die bezig zijn met een fotoreportage of zo. In allerlei standjes staat ze voor de treasury, hoofd achterover, zijpanden van haar doorzichtige vest omhoog geheven als waren het vleugels… Petra trekt vogels van zeer diverse pluimage. Wij lopen door. We willen deze keer over de Romeinse weg, gisteren zijn we bovenlangs gelopen. We bezoeken de tempel. De pilaren van de tempel zijn uiteengevallen alsof het op elkaar gestapelde damstenen zijn. Een grappig gezicht. Het is een groot complex geweest, dan kun je zo zien. Dan lopen we door en willen bij het restaurant een kopje koffie drinken. Het terras is eigenlijk nog niet open, we kunnen wel bij het kioskloket koffie bestellen.

Dan ontvouwt zich voor onze ogen een tafereel dat wij vanuit onze westerse blik echt niet begrijpen. In dit land, dat vierde op de wereldranglijst staat van landen met water tekort zou je denken dat er zuinig met water wordt om gegaan. Het was ons al eerder opgevallen dat een auto werd schoongespoten, en ja dat het land geïrrigeerd wordt dat snappen we wel. Maar hier in deze gortdroge woestijnstad valt onze mond open als we zien hoe het terras waarop wat gevallen bladeren van de bomen liggen en los opgewaaid zand niet een bezem wordt gepakt (volgens ons GBV (gezond boeren verstand) de meest effectieve methode) maar een waterslang waarmee zeker een half uur gepoogd wordt om de ongerechtigheden van het terras te spuiten. Rare jongens die Jordaniërs!
We lopen na de koffie terug richting de Siq. Een Vlaams gezin spreekt ons aan, of het nog ver is naar de Monastery.  “Ja,” zeggen wij “ dat is nog wel een dik anderhalf uur lopen.” De man, duidelijk liefhebben van Belgische biertjes en goed eten, kijkt bedenkelijk. Een ezeldrijver komt er bij staan en vertelt hem dat zijn ezel hem wel naar de Monastery kan brengen. Hoeveel de ezel dan wel kan dragen…. “Zeker wel driehonderd kilo meneer. “ Wij lopen door maar zien even later als we achterom kijken dat de gehele Vlaamse familie zich op een ezel dan wel muilezel heeft gehesen. Oei oei, het ziet er allemaal heel ongemakkelijk uit. Ik denk overigens dat de man de tocht naar boven in de toenemende hitte niet had gered.

We verlaten Petra door de Siq, een bijzondere ervaring rijker. Dit is niet voor niets één van de zeven nieuwe wereldwonderen. Als je al aan een bucketlist doet dan hoort deze er wel op te staan. Check… wij kunnen afvinken ;-)

Bij het hotel staat Hussam al op ons te wachten. We reizen door naar Wadi Rum.  Op weg zien we een fietser! Dat roept wel beelden van vroeger op voor Joep, toen hij met zijn vriend Mark van Amsterdam naar Cairo fietste….. Door de woestijn naar deze plek vol historie… hier heeft Lawrence of Arabia zijn voetsporen achter gelaten. We moeten via een soort toegangspoort waar we opnieuw onze Jordan pass moeten laten zien, en de reservering in het tentenkamp. Ons vervoer naar het tentenkamp in de woestijn zal in Wadi Rum village op ons staan te wachten, hoog aangeprezen door Elena onze Jordaanse agente van Better Places. De jongeman genaamd Salameh schijnt een wonder van gastvrijheid te zijn. We laten Hussam achter, die nog op zoek moet naar een slaapplaats zoals hij ons meldt. Wij stappen achter in de pick-up truck van Salameh, en hij zal ons langs wat highlights van de woestijn rijden. De eerste stop is Lawrence spring… tja…. Een drinkbak waaraan een paar kamelen worden gedrenkt… er wordt naar een groen boompje halverwege de berg gewezen… daar zit de bron. Juist… soms moet je de legende laten voor wat hij is… de werkelijkheid verpulvert je romantische beelden van Lawrence of Arabia die hier met een stel bedoeïenen te paard aan kwam stormen en zich dorstig laafden aan het verse water…. Dan was de film toch beter ;-)

De tocht naar een zandduin is beter. Een rode massa stuifduin vlijt zich tegen een rotspartij aan. Dit herkennen we uit Namibië. We klimmen op blote voeten naar boven, in de schaduw is het zand koel tot lekker warm aan je voeten. In de zon is het zaak te blijven lopen, je zolen worden licht geroosterd. Boven is het uitzicht prachtig. Beneden krijgen we bij de onvermijdelijke bedoeïenentent de onvermijdelijk thee aangeboden. We laten ons verleiden tot het kopen van twee zakjes met saliethee.
Salameh laat ons ook nog een diepe kloof zien, maar omdat wij onze bergschoenen niet aan hebben is het geen optie om diep de kloof in de klimmen. Dus we keren redelijk snel terug. Dan door naar het kamp waar opnieuw thee op ons wacht. Het kamp is een verzameling tenten in een halve cirkel opgesteld, met daarbij een eettent en een ten t om in te hangen, zitten, waterpijp te roken en natuurlijk thee te drinken. Voor ons wordt speciaal suikervrije thee gezet. 













We praten wat met andere gasten. Er is een Australische dame die in haar eentje door Israël en Jordanië reist. Ze heeft een vriend in Noordwijk wonen. Nou ja, vriend… het is haar grote liefde vertelt ze. En dan deelt ze haar bijzondere geschiedenis. Hoe ze hem in Thailand was tegengekomen, hoe ze daar al het gevoel hadden soulmates te zijn maar het niet naar elkaar uitspraken.  Uiteindelijk was hij terug gegaan en was zij aan een andere Nederlander vast blijven zitten. Daar was ze zwanger van geworden. Ze was terug gegaan naar Australië omdat die Nederlander in eerste instantie niets van de zwangerschap wilde weten, en zij in Australië wilde bevallen.  Eenmaal bevallen van haar dochter had ze weer contact gezocht met de vader. Die wilde toch zijn dochter wel zien en erkennen, dus trok ze naar Zutphen, waar ze uiteindelijk een aantal jaren woonde. De relatie liep stuk en ze verhuisde met haar dochter terug naar Australië.  In haar kleine dorpje vlakbij Brisbane kwam ze een andere Nederlander tegen, die bij haar thuis kwam eten. Op de laatste avond dat hij in Australië was zag hij de foto van haar grote liefde op de ijskast hangen. Hij kende de man en zei dat hij haar in contact zou brengen. Maar de grote liefde was al getrouwd, dus het kon niet. Hij wilde geen contact. Uiteindelijk na een aantal jaren liep de relatie van haar grote liefde stuk, zocht hij contact met haar. Ontmoeten ze elkaar en bleken hun gevoelens voor elkaar nog net zo sterk als ooit in het begin toen ze niet uitgesproken waren maar wel gevoeld. En nu woonde ze dus in Noordwijk bij haar liefde. Maar omdat hij moest werken, en zij heel veel vrije tijd had, ging ze in haar eentje af en toe op reis. Wat een lovestory, bij een vuurtje in een bedoeïenentent.
Voor het avondeten klimmen we ook hier naar de rotsen naast het kamp om de zonsondergang te bewonderen. Het licht in de woestijn als de zon ondergaat is onbeschrijfelijk mooi. Het zand verkleurt in allerlei schakeringen van zacht roze naar geel en alles wat er tussen in zit. Met af en toe zwarte en grijze stukken rots er tussen. Een palet voor impressionisten

Na het avondeten, kip uit de grond, volgt er muziek bij het kampvuur en wacht onze tent op ons.

zaterdag 3 juni 2017

Jordanië, dag 6, 5 april

The Monastery
















Onze gids voor vandaag Abdullah arriveert keurig op tijd. We rijden een stukje met hem mee naar het startpunt van onze wandeling naar Petra. Hussam heeft onze koffers achter in zijn auto gelegd en zal ze naar het hotel La Maison in Wadi Musa brengen. We lopen door de bergen naar Petra, we komen aan de achterkant de oude stad binnen. Te beginnen bij ‘the Monastery’. Petra is een oude stad, gesticht door de Nabateeërs, die voor de Romeinen er zaten. Zij hakten verschillende tempels uit in de rotsen. De stad is eeuwenlang verborgen geweest, alleen lokale bedoeïenen kenden de stad.  Totdat in de negentiende eeuw de Zwitserse ontdekkingsreiziger Jean Louis Burckhardt de stad herontdekte en zorgde voor bekendheid in het Westen.  Omdat we via de ‘achterdeur’ binnenkomen is het nog erg rustig bij de monastery.  Wat is dit prachtig! We genieten van een glas granaatappel-sinaasappelsap bij het nabijgelegen restaurant en vervolgen daarna onze wandeling. Langzaam dalen we af naar beneden. Langs trapjes met bedoeïenenstalletjes met snuisterijen, waar de ezeltjes zich al naar boven worstelen met op hun rug toeristen die de tocht naar boven niet te voet willen maken.  We passeren en bewonderen de kerk, de koninklijke tombes, de colonnade






het lijkt wel gemarmerd dit gesteente


Treasury

, mozaïeken in de kerk, het theater en belanden zo bij de treasury. Daar is het ongelooflijk druk. Er is een cruiseschip in Aqaba aangekomen, en heel veel mensen hebben ingetekend voor de dagtrip naar Petra. We worstelen ons door de drommen mensen richting de Siq, de kloof die toegang geeft tot Petra vanuit Wadi Musa. Het is inmiddels rond een uur of twee, en het is heet. De tocht Petra uit is nog best lastig, vals plat omhoog. Abdullah houdt er een pittig tempo in zodat we uiteindelijk rond een uur of drie bij ons hotel zijn. Daar in de hotelkamer nemen we een welverdiende douche en nemen even een wat rust. Na een uur of wat besluiten we dat we naar buiten gaan om een hapje te eten en wat proviand voor morgen. In de winkel waar we water kopen wil de eigenaar ons een palestijnensjaal aanpraten. Nou nee, geen palestijnensjaal, het is een bedoeïensjaal wordt ons duidelijk gemaakt. Roodwit geblokt ipv zwartwit geblokt. Geen Yasser Arafat maar King Hussein. Juist.  Hij legt Joep uit en doet voor hoe de sjaal om het hoofd gedrapeerd moeten worden. Ik krijg een roze sjaal met franje omgeknoopt, en dus gaan we overstag. We lopen iets verder naar het Red Caverestaurant. Eerst een glas limoen met munt, en dan bij ons diner een biertje. We gaan op tijd naar bed, morgen willen we vroeg op om Petra voor de grote drukte te bezoeken alvorens verder te reizen naar Wadi Rum.

woensdag 31 mei 2017

Jordanië dag 5, 4 april

We staan op en gaan ontbijten. Gisteravond hebben we Hussam aangeboden dat hij van onze douche gebruik kan maken omdat die niet bij zijn slaapplek is inbegrepen. We dachten allebei dat hijger geen gebruik van zou willen maken, maar dat blijkt toch niet het geval. Als we aankomen met de ontbijtzaal vraagt hij of hij de sleutel mag en even in ons appartement mag. Natuurlijk mag dat. Uiteindelijk blijkt dat hij blijkbaar het algemeen toilet te vies vond, want hij zegt later dat hij op het gemak gebruik wilde maken van de restroom. Nou ja, maakt ons niks uit. Na het ontbijt zetten we onze koffers in de auto bij Hussam en gaan we een stuk wandelen door de Dana vallei. Onder begeleiding van een gids, Nabil. Uitgedost als een soort van korte, dikkere versie van Johnny Depp in Pirates of the Caribbean. Hij neemt ons mee de vallei in. Eerst door de laatste boomgaarden, verwaarloosd inmiddels, van het dorp. Allemaal oude bomen, waaronder amandelbomen, pistache, abrikozen en olijfbomen. Met name van de laatste staan er er exemplaren van een paar honderd jaar oud. Er staat er zelfs een waarvan Nabil zegt dat hij uit de Romeinse tijd is. Dat zou best kunnen, een oud knoestig exemplaar is het wel ;-) De tocht voert ons over smalle geitenpaadjes en over de flanken van de vallei waar de de tulpen net zijn uitgebloeid. Er ligt een tulpenbol boven de grond, zo..die is een flink stuk groter dan hoe wij ze kennen. Deze heeft het formaat van een stevige rode biet of witte ui. Daar kunnen onze Nederlandse tulpenbollen wel vier of vijf keer in.

Het is een prachtige tocht. Nabil laat ons een oude grot zien, waarin nog de botten liggen van ca. 20 menselijke skeletten. Ga maar naar binnen, zegt hij. Ik vind het wel een beetje vreemd, hij reikt ons schedels aan... hmmm, niet echt respectvol naar de doden. Voor hem zijn het wellicht ongelovigen, want van voor de Islam. Ik heb er wel wat moeite mee. Ik geloof niet dat we in Nederland op zo'n manier met menselijke resten om zouden gaan.  Blijkbaar lopen we naar het idee van Nabil niet zeker genoeg, hij fabriceert twee wandelstokken voor ons van de stelen van een uitgebloeide plant. Weet niet zeker wat voor plant precies, een schermbloemige, die nu in het voorjaar net begint uit te lopen en er uitziet als een mengeling van venkel en berenklauw.  Wel handig deze stok tijdens het wandelen moet ik toegeven.
















Na ca 1,5 uur komen we bij de rand van een kloof aan. Nabil zegt dat hij wat tijm gaat zoeken. Dat is goed voor mijn verkoudheid. Ik ben sinds een dag of twee stevig verkouden (en zal er de rest van de vakantie ook niet helemaal van afkomen, blijf maar snotteren ) en loop als een oud karrenpaard heuvelopwaarts te hijgen. Nabil komt terug met tijm, en een wilde soort  rucola. Dat laatste is heel gezind zegt hij, en goed voor de seks ( met een knipoog naar Joep). Nabil laat ons op een punt genieten van het uitzicht, echt schitterend. Hij zet ondertussen thee, waar hij wat van de tijm bij ingooit. Er heerst rust in de vallei. In de verte horen we geiten mekkeren, en de geitenhoeder op zijn fluit spelen. Vogels vliegen om ons heen, en de wind strijkt een verkoelend briesje. Hoe rustiek wil je het hebben.

Na de thee koersen we weer naar het dorp. We bedanken Nabil voor de wandeling, krijgen de wandelstokken mee, is handig voor in Petra zegt hij, verwisselen onze wandelschoenen voor sneakers en vertrekken uit Dana richting Little Petra.
Onderweg stoppen we in een dorp om een hapje te eten. Deze keer heeft Hussam geen adresje. Er zit een grote groep toeristen op het terras van een klein eettentje. Ziet er goed uit, dus daar bestellen we alledrie een Jordaanse sandwich. Opgerolde pannenkoekjes met vulling naar keuze. Wij kiezen voor de falafel variant. De man achter de balie vraagt of we pittig willen of niet. Medium zeg ik. Hij lacht een beetje schalks, en zegt volgens mij in het Arabisch tegen zijn collega dat hij er een flinke lepel pepersaus op zal doen, en maakt een gebaar richting de schaal met de rode saus. Ik begin te lachen en zeg, met een gebaar naar mijn ogen, dat ik mee sta te kijken. Gegrinnik aan de andere kant. Grappig hoe je een geintje met elkaar kunt maken terwijl je elkaar niet verstaat, en elkaar toch begrijpt. De broodjes zijn heerlijk. We genieten op de treden van de trap gezeten van de zon en het broodje. De grote groep toeristen lijkt een groep Israëli's en Jordaniërs die in een soort vriendschappelijk uitwisselingsprogramma met elkaar op reis zijn en ervaringen met elkaar uitwisselen.















We reizen verder naar Little Petra. Een stoffige bende zo op het eerste gezicht. We stoppen eerst bij een deur in een rots. Hussam maant ons naar binnen. Dit is de watervoorziening van Petra zegt hij. Zoals te verwachten, plastic flessen en zakken en ander vuil drijft in het water. Het blijkt dat het van vroeger tijden was, dat het water nu eerst gezuiverd moet worden en waarschijnlijk dus niet meer in gebruik.  Dan door naar het 'centrale plein' van Little Petra. Met een aantal bedoeienententen met daarin souvenirs, een jonge man die ons aanbied als gids op te treden. We slaan het allemaal af en lopen door een kloof Little Petra in. Hier maar een paar uitgehouwen bouwwerken in de rotsen. Maar wel een met nog prachtig bewaarde fresco's met bloem motieven. Terwijl ik die loop te bewonderen wordt Joep aangesproken door een bedoeïen. Die heeft een paar oude munten, een oud nog volledig intact olielampje en half Romeins terracotta hoofdje. Hij probeert ze aan Joep te verkopen. Die is vol bewondering, erg mooi, maar ook heel duidelijk.  Nee, dank u, ik heb genoeg dingen thuis... en zulke oude dingen meenemende land uit mag volgens mij niet, is strafbaar. Dat denkt de bedoeïen ook, dus hij snapt het antwoord wel. We lopen verder, omhoog de smalle kloof in. Aan het eind wordt de kloof weer iets wijder en vinden we een jonge bedoeïen die ons een kopje thee aanbied. Een mooie jongen, die de hele dag niet veel anders te doen lijkt te hebben als thee drinken en roken. We besluiten dat kopje thee te nuttigen, delen onze dadels met hem en vragen hem naar zijn bestaan. Dan volgt er toch best een bijzonder verhaal. Hij is getrouwd met een Deense vrouw, is eenendertig jaar oud en heeft een zoontje van anderhalf. Hoe of wat met zijn vrouw, waar ontmoet etc wordt niet duidelijk. Wij betalen een klein bedrag voor de thee, pidoen zucker , zonder suiker, en lopen weer naar beneden.
Dan gaan we met Hussam op zoek naar ons bedoeïenen kamp Seven Wonders. Opnieuw weet Hussam niet precies waar het is. Twee keer mis rijden, en dan bij het juiste bord toch afslaan en op weg naar het kamp. Een verzameling tenten onder en tegen een rots gesitueerd. Of er plaats is voor Hussam weet de jongen die ons ontvangt niet. We krijgen eerst thee, en dan wordt onze bagage naar de tent gebracht. Een soort kleine bungalowtent, met twee gammele bedjes er in, een nachtkastje met een peertje er op en een extra stopcontact. Dat is ons onderkomen voor de nacht.















Voor het avondeten beklimmen we de heuvel achter het tentenkamp. Vanaf daar kunnen we de zonsondergang prachtig bekijken. Zonsondergang in de woestijn…. daar zijn geen woorden voor.  Na het avondeten gaan we bij het kampvuur zitten waar de gebruikelijke thee wordt geserveerd. Naast ons zit een Joods-Amerikaans echtpaar met hun dochter.  De dochter heeft een bezoek aan Israël gebracht en de ouders zijn haar nagereisd. Ze vertellen ons dat ieder Joods kind tot zijn 27ste een gratis reis naar Israël kan maken, op kosten van een Amerikaanse filantroop. Het geeft me toch een beetje dubbel gevoel. De Israëlische overheid lijkt bezig om de Palestijnse inwoners er uit te drukken, door middel van een strak immigratieprogramma. De gedachte is blijkbaar dat als ze maar met voldoende Israëli’s zijn ze de overmacht kunnen houden.   Het vraagstuk is natuurlijk zeer ingewikkeld, en vol nuancering. Maar het lijkt mij een strategie die niet houdbaar is.  Als we naar ons bed gaan is het aardedonker. De mensen van het kamp hebben de berg verlicht met allemaal lampionnetjes, waardoor die er zeer feeëriek uitziet.

zaterdag 20 mei 2017

Jordanië dag 4, Wadi Mujib, Karak, Dana

3 april
Hussam staat ons al weer op tijd op te wachten. Vanaf nu reist hij met ons mee, en slaapt dan op de plek waar wij ook zijn. Voordat we vertrekken worden we aangesproken door de manager van het hotel. Of alles in orde was, en ja dat was het zeker. Aan de muur hangen oude foto's van bedoeïenen met tenten. Hij legt uit dat het Madaba was zoals het was voordat de christenen kwamen. Toen werd Madaba alleen af en toe bezocht door rondtrekkende bedoeïenen, er was niet zoiets als een echt dorp, meer de resten van de oude plaats uit het begin van de jaartelling. In Madaba wonen christenen en moslims vreedzaam naast elkaar meldt hij ons. Geen probleem. En Jordanië is echt een super veilig land. Of we dat maar veel willen vertellen in Nederland. Jordanië heeft veel te lijden onder de oorlog in buurland Syrië. Niet alleen door de 2,5 miljoen vluchtelingen die het land op vangt, maar vooral doordat de toeristenindustrie in elkaar gezakt is. Men denkt dat het hele Midden-Oosten niet veilig is, en wij kunnen getuigen dat Jordanië echt een heel erg veilig en bovendien gastvrij land is, met prachtige landschappen en zeer veel oude historische sites. Waarvan acte dus. NB: na onze vakantie vragen meerdere mensen mij of het niet gevaarlijk was in Jordanië, of we niet spanning voelden op straat. Dan vertel ik dat ik  twee weken na de vakantie in Brussel ben geweest en dat ik daar meer politie en leger in paraatheid heb gezien dan in Jordanië! Dus dat het maar net is hoe je er tegen aan wilt kijken. Ja zeker zijn we roadblocks tegen gekomen onderweg met controlepunten, loopt er politie en bewaking bij de grote toeristische trekpleisters, maar niet meer dan in Europa, en soms gewoon minder.

We vertrekken richting Wadi Mujib. De Jordaanse Grand canyon.  Door prachtig berglandschap, wat al ruiger wordt. En dan zien we op een gegeven moment de canyon! We hebben een paar jaar geleden ook de Grand Canyon in de verenigde staten gezien, maar deze mag er zeker ook zijn. Echt zeer fraai. Weids en ruig, diep en breed. Met veel verschillende kleurschakeringen. Heel bijzonder. Ik had er geen idee van dat zoiets in Jordanië zou zijn. Maar ja, ik had ook niet gedacht dat hier zoveel goed bewaarde Romeinse opgravingen zouden zijn, of kruisvaarders of Umayidden kastelen......
We hebben zin in koffie, en natuurlijk weet Hussam wel een tentje. Aan de overkant van de wadi, langs de dam, opnieuw omhoog zit een restaurant met een prachtig uitzichtpunt. Het terras zit in de schaduw, en daarvoor is het nu nog te koud buiten. Dus gaan we binnen zitten. Hussam kent de eigenaar. De vader van de man die Hussam de hand komt schudden was ooit gids. Van zijn verdiende centen heeft hij dit restaurant gebouwd. Op een prachtig punt. De Turkse koffie smaakt prima, en we bekijken het geheel. Zeer opvallend een grote poster aan de muur van een of ander Duits mannenkoor. Die hebben hier bij de opening opgetreden wordt ons verteld. Na de koffie door richting Karak.

Daar is een oud kruisvaarders kasteel uit de 11 de eeuw. Een stevig fort, dat uiteindelijk toch door Salahdin overwonnen is. Ook hier worden Joep en ik gevraagd hoe we heten, waar we vandaan komen en of ze met ons op de foto mogen. Braaf antwoorden we en lachen we voor de foto. Het is wel grappig om te merken dat de Jordaanse kinderen allemaal hun Engels willen oefenen, ze willen contact, maar hun Engels gaat vaak niet verder dan de eerder genoemde zinnetjes. 
Je moet in het kasteel je verbeelding het werk laten doen, hier sliepen ooit ridders uit Engeland, Duitsland, Frankrijk, met hun meegebrachte soldaten, voetknechten. Alles voor de heilige oorlog, het beloofde land en de heilige stad Jeruzalem moest ontzet worden van de 'heidenen'. Wat moeten die mannen zich klein gevoeld hebben, in een land waar ze de taal niet spraken, een volledig andere cultuur, waar ze waarschijnlijk ook niet welkom waren. Heet en warm en stoffig, ver van huis.
Hoe is het nu? Fris windje langs de muren, voorjaarsbloemen in bloei. Prachtig uitzicht over de omringende bergen en tussen gelegen groene valleien. Wel met een stevige bewaking van de Jordaanse politie. Vorig najaar is in dit fort een aanslag gepleegd door een moslimextremist en lieten een paar toeristen tussen de muren van dit oude kruisvaarderskasteel hun leven.
Als we uitgekeken zijn wacht Hussam ons weer op.  Of we willen lunchen. Dat kan dan in het naast gelegen restaurant. Ook dit trekt ons weer niet erg, maar goed, we laten ons mee tronen. Echt een groot toeristenrestaurant, waar geen kip te bekennen is. Met buffetopstelling. We worden er niet heel vrolijk van. Als het eten klaar is lopen we langs het saladebuffet, het warme gedeelte laten we aan ons voorbij gaan. De salades zijn heerlijk, dat moet gezegd. Hussam eet hier weer gratis, maar onze rekening valt niet mee. 18 JOD voor twee flinke borden salade en een fles water en een cola light.Tja.... (is omgerekend ongeveer €22,-)


We rijden door naar Dana. Een oud dorpje, gelegen aan de rand van een natuurreservaat. Het dorpje is pas sinds een aantal jaren weer bewoond. Er wonen een aantal families die hier de verschillende hotels runnen. Ons hotel heeft een aantal kleine slaapzalen met gedeeld toilet, geen douche voor de heren. Daar moet Hussam tot zijn verdriet slapen. Wij krijgen een opgeknapt huisje, waarin een bed, en een douche en toilet. Hele dikke muren, en gelukkig ook hele dikke dekens. Het is ijskoud in het huis.  We zetten onze spullen neer en lopen terug naar het hotel voor de ontvangst met thee. Onze gastheer is net even te glad. Heel aardig, maar je voelt dat het net niet klopt. Wij vragen hoe het morgen zit met onze wandeling. Hij antwoord:' alles in het dorp gaat via mij, dus ook jullie gids. Alles start hier, zeg maar hoe laat je wilt gaan wandelen. Hoe lang ga je? Drie uur? Zeg maar hoe laat, ik regel het'. Juist... of het is ook echt zo, of hij is arrogant. Ik vind het in ieder geval niet een echt plezierige manier van doen, er spreek ook een bepaalde 'zekerheid' of verveeldheid uit. Alsof je in een goedlopende toeristenplaats komt aan het eind van het seizoen, en de mensen in het hotel eigenlijk geen toerist meer kunnen zien. En dus bij elke vraag vermoeid gaan kijken, denken...daar heb je die toeristen weer.














Na de thee lopen we even door het dorp, bewonderen het piepkleine moskeetje midden in het dorp, lopen naar het eind van het dorp met zicht op de vallei waar we morgen gaan lopen. De lokale hangouderen vragen ons waar we vandaan komen, en ik word iets te enthousiast omhelst door een klein manneke die een lange Nederlandse dame wel erg leuk vind. Daarna lopen we terug naar ons huisje. Boek lezen op het terras, voor zolang de temperatuur het toe laat. We kijken uit op een vervallen schuurtje en braak liggend terrein. Achter ons een huis met een veld met verwaarloosde fruitbomen. Tussen de bomen scharrelen drie opgewonden puppies. Af en toe een schel blafje, en even lekker stoeien met elkaar. Dichtbij durven ze niet te komen. Het zijn wel snoepjes van hondjes... worden vast geitenhoeders of waakhonden. Op het veld onder ons komen ineens twee ezeltjes aan met een klein drafje. Achter hen aan een de oudere man, het kleine manneke van eerder met keffiyah. De ezeltjes nemen een loopje met hem. Hij zegt dat hij ze wil vangen. Ze spelen verstoppertje met hem. Staan eerst aan de ene kant van de schuur te loeren waar hij is, als hij dan van achteren aan komt gelopen spurten ze snel de andere kant op. Ze zijn hem duidelijk te slim af.

Rond zeven uur lopen we naar het eind van het dorp. De zonsondergang bewonderen, maar we zijn iets aan de late kant. Dan wachten op het avondeten. En daarna naar bed.