maandag 24 juli 2017

Delen maakt je rijker!

De afgelopen jaren heeft de Innovatieraad inmiddels meer dan 20 projecten subsidie toegekend om daarmee innovatie in onze branche een extra duwtje in de rug te geven.  Het is mooi dat die gelden er zijn, gelukkig zien we ook voorbeelden van innovaties bij bibliotheken zonder dat er subsidie van de Innovatieraad aan te pas komt. De initiatieven zoals die in Route 2020 van de VOB worden opgehaald en gedeeld geven aan dat in heel onze prachtige branche veel wordt ontwikkeld. Inspiratie is er genoeg in het bibliotheekwerk ;-)


Binnen bieb-to-bieb en op www.innovatiebieb.nl worden op onderwerpen nieuwe ideeën en projecten gedeeld. Wat de Innovatieraad opvalt is dat er met graagte wordt gedeeld. Af en toe een vraag wordt er  gesteld door een bibliothecaris die met een specifiek probleem zit, maar dat komt veel minder voor. Er wordt echt heel wat af gedeeld, iedereen presenteert met trots zijn of haar mooie ‘kind’. Wat de Innovatieraad niet ziet (maar misschien kijken wij niet goed), is de koppeling van initiatieven, om daarna samen door te ontwikkelen. En dat is jammer. Want er liggen heel veel kansen op dit terrein. Niets voor niets luidt het adagium: “alleen ga je sneller, samen kom je verder.” Dit principe wordt naar ons oordeel te weinig in de praktijk gebracht.

Waarom ontwikkelen we niet samen producten en diensten? Natuurlijk zijn er voorbeelden, zoals de Bibliotheek op School, waar nu een PO, VVE en VO doorgaande leeslijn in zit. Mooi! En toch zien we ook hier dat er nieuwe projecten  zijn op het gebied van leesbevordering. Die zouden naar het oordeel van de Innovatieraad na bewezen effect in een toolbox van een doorgaande leeslijn moeten worden opgenomen.  En wat voor de leeslijn geldt, zou wat ons betreft ook moeten gelden voor de programmalijnen 21ste eeuwse vaardigheden op het gebied van de digitale skills, op het gebied van de informatievaardigheden. En ik zou me ook heel goed  kunnen voorstellen dat er een mooie programmalijn komt voor de ontwikkeling van medewerkers en voor vrijwilligers. En een toolbox met activiteiten en effectmeeting voor de dienstverlening aan zorgcentra, en op het gebied van bestrijding laaggeletterdheid. Er wordt heel veel ontwikkeld in het land, maar de samenhang ontbreekt in veel gevallen. En dat is jammer.


De innovatieraad ziet in het samenbrengen van initiatieven, het koppelen er van en het gezamenlijk doorontwikkelen een mooie rol voor de POI’s.  Zij hebben immers in de bibliotheekwet de rol gekregen voor het ondersteunen van de innovatie van de fysieke bibliotheek. De Koninklijke Bibliotheek heeft met het in de lucht brengen van het platform Innovatiebieb de mogelijkheid geschapen om initiatieven te delen, de Innovatieraad helpt sommige projecten verder met een beetje geldelijke steun. POI’s wij dagen jullie uit om samen met de bibliotheken die deze mooie projecten gestart zijn de verbinding te zoeken en gezamenlijk door te ontwikkelen tot samenhangende programmalijnen.  Een eerste begin is er al, door de samenwerking tussen de KB en SPN (Samenwerkende  POI’s Nederland)  die een rechtstreekse verbinding hebben gelegd  met de innovatieagenda rond de ‘communities of practices’. Delen maakt je rijker zegt men, en dat is ook zo. Delen en het vervolgens vermeerderen is pas echte winst. Daar ligt nog een wereld te winnen in onze branche!

dinsdag 4 juli 2017

Jordanië, dag 11 en 12

11 april 

Na het ontbijt gaan we een stadswandeling maken. Eerst nog een keer naar het oude Romeinse theater in de stad. Het is opnieuw prachtig. Dan al slingerend langs oude stadswijken, met een mooie oude moskee, oude opgravingen en door de soek. Ik word altijd blij als ik over een markt loop. En zeker in dit soort landen, waar men het stapelen van groente en fruit tot kunst heeft verheven. Het lijkt wel of ze hun waren oppoetsen tot ze glimmen, en een kleine cursus architectuur of bouwkunde hebben gedaan, zo kunstig zien de uitstallingen er soms uit. Joep kan zich niet bedwingen bij een stalletje met baklava. Hij koopt een flink stuk gevuld met spijs en doordrenkt met honing. Zoetekauw!  We lopen verder richting kleding soek, waar onder andere prachtige Palestijnse jurken in de etalage hangen. Schitterend rood borduurwerk op zwart.

Na de oude wijk klimmen we een flink stuk naar boven.  Er is boven een straat met daarin oa een hip t-shirtenwinkeltje dat ik wil zien, en een winkel van de stichting van de koningin. Het t-shirtwinkeltje valt tegen. In de winkel ‘van’ de koningin koopt Joep twee sjaals voor Jasper en Jeroen, Arafatsjaals, al weten we nu dat we dat zo niet mogen zeggen. Het zijn Arabische (rood) of Palestijnse (zwart) sjaals, afhankelijk van de kleur. We drinken thee op een terras, en op weg naar beneden komen we een tentje tegen waar ze bier verkopen. Dan pakken we daar ook nog maar een pintje. We lopen weer naar beneden en besluiten dat we nog twee dingen uit de gids moeten doen. We moeten nog falafel eten bij Hashem, de beste van de stad volgens Lonely Planet. En inderdaad ze zijn lekker. We sluiten af met kanufa bij Habibah, een heel zoet gebak. Dan naar onze kamer, de koffers pakken en op tijd naar bed. Morgen staat Zyad om vier uur klaar bij het hotel om ons op tijd naar het vliegveld te brengen.




















12 april

Oef, het is vroeg als we om vier uur naar beneden stommelen. Zyad staat al voor ons klaar. We bedanken hem eerst zeer uitvoerig voor het terugbrengen van mijn boek. Dat was echt heel erg aardig. Hij zegt dat hij dacht dat het een heel belangrijk boek was, en dat ik er vast in door wilde lezen. We rijden door een donkere stad op weg naar het vliegveld. Daar aangekomen bedanken we Zyad nogmaals, geven hem een flinke tip en zeggen hem vaarwel.

In de rij voor het inchecken en het afleveren van de bagage. Het eerste stuk gaat prima. Maar dan moeten we nog met onze handbagage door de security. Joep heeft zijn verrekijker nog in zijn schoudertas zitten, en daar ontstaat onrust over. Wat is dit?  De douanier weet er duidelijk geen raad mee. Er moet een collega bij komen, hoger in rang. Die komt op zijn dooie gemak aanlopen, in burger, met de handen in zijn zakken. Joep raakt gelijk geïrriteerd.  En dat merkt de man ook. Dus tergend langzaam kijkt hij naar de verrekijker, vraagt Joep wat het is, of hij hem er nog eens uit wil halen etc. Joep steeds wat geïrriteerder. De man duidelijk in zijn macht. Ik zeg tegen Joep dat hij rustig moet doen, dat we er niks mee opschieten als de man ook geïrriteerd raakt. Dus rust bewaren, beleefd blijven en meewerken. “Ja maar” zegt Joep “hij loopt met zijn handen in zijn zakken hier naar toe”. “Laat gaan, schat, laat gaan”.  Dan wordt de verrekijker goed bevonden en kunnen we door . De douanier loopt terug naar een andere balie, met de handen uit de zakken…. Dat wel. Heeft hij het misschien toch begrepen ;-)



 Voor de rest verloopt onze terugreis prima. Terug in Nederland krijgen we alleen een stevige temperatuurshock te verwerken: van 29 graden in Amman, naar 10 in Alkmaar. Brrrr. Gelukkig hebben we een hoofd en hart vol warme herinneringen aan dit prachtige land.

vrijdag 30 juni 2017

Vrijwilligers in de bibliotheek, een do of een don't?

Afgelopen ledenvergadering van de Vereniging van Openbare Bibliotheken hield Jouke Bethlehem van de Noord-Fryslan bibliotheken een stevig pleidooi om een discussie te starten over de inzet van vrijwilligers in de openbare bibliotheek. Zijn pleidooi vind je hier, Omdat ik vind dat de oproep van Jouke op onderdelen terecht is, namelijk dat het goed is er een discussie over te voeren, en omdat ik vind dat er op zijn pleidooi wel nuanceringen of overdenkingen bij te plaatsen zijn reageer ik niet via zijn post op LinkedIn maar via dit blog.

Jouke zegt in zijn pleidooi impliciet dat de inzet van vrijwilligers een negatieve betekenis heeft voor je dienstverlening, Dat gaat mij te ver, daarmee diskwalificeer je een groep vrijwilligers die heel goed werk doen in de bibliotheek.
Ik ben opgeleid als bibliothecaris, en ik denk dat ik niet de enige ben die aan de balie de vraag kreeg of ik er voor betaald kreeg, en of er een opleiding voor was. Het beeld dat veel van onze bezoekers jarenlang hebben gehad bij het werk dat de bibliotheek deed, en welk niveau dat dus ook had (terecht of onterecht laat ik dan in het midden) was dat het een vrijwilligersbaan was. Die vraag heb ik overigens altijd gekregen wanneer ik in een bibliotheek werkte waarin alleen betaalde krachten werkten! Ik heb ook enkele jaren gewerkt in bibliotheken waar er een mix van betaalde  en vrijwillige medewerkers waren. Daar kwam die vraag veel minder vaak voor, omdat voor diepgaande vragen of problemen altijd het betaald personeel de oplossing bood. Waarmee dan ineens het beeld van de toegevoegde waarde van de professional duidelijk was ;-)

Ik ben het met Jouke eens dat de inzet van vrijwilligers een strategische keuze zou moeten zijn. Daarbij vergeet ik niet die bibliotheken in Nederland die al jaar en dag werken met vrijwilligers, en vaak met een enorme inzet qua uren en betrokkenheid van vrijwilligers. Dit zijn bibliotheken waar de situatie historisch al zo gegroeid is. Voor die bibliotheken valt er niet veel te kiezen, geen vrijwilligers meer betekent geen bibliotheek meer. Ik wil het hebben over bibliotheken die van oudsher werken met betaalde krachten, of grotendeels met betaalde krachten. Daar zou die inzet van vrijwilligers een strategische keuze moeten zijn met een bijbehorende visie en beleid.

In Kennemerwaard hebben we bij ons meerjarenbeleidsplan 2014-2018 gezien dat onze ambities verder reiken dan wat we met onze beschikbare formatie kunnen realiseren. Dan kun je er voor kiezen om je ambities naar beneden bij te stellen, dat is niet hoe wij in elkaar zitten in Kennemerwaard. We kijken naar manieren hoe we onze ambities toch kunnen waarmaken. Wij kiezen er voor in Kennemerwaard om onze betaalde medewerkers de kans te bieden zich verder te professionaliseren, dan wel op de klassieke bibliotheek dan wel op onze andere programmalijnen. In alle gevallen geldt dat we ook van vrijwilligers gebruik maken.  Ook aan de vrijwillige medewerkers stellen we kwaliteitseisen. We hebben vrijwilligers die in de klassieke bibliotheek gastheer- of vrouw zijn en zo het betaalde personeel ondersteunen, we hebben taalvrijwilligers die taalcafé's voor inburgeraars draaien, er zijn bij ons vrijwilligers die met professionele ondersteuning culturele programma's samenstellen voor en door senioren, er zijn vrijwilligers die samen met onze professionals coderdojo's geven, cursussen Linux geven. Het beeld is dus nogal divers als je kijkt naar het werk dat vrijwilligers doen binnen Kennemerwaard.  We kijken ook hoe we onze vrijwilligers de kans kunnen bieden om zich verder te ontwikkelen. Dat verschilt dan ook weer per 'type' vrijwilliger. Sommigen willen graag meer kennis op doen op het gebied van privacy en internet, anderen willen zich verder ontwikkelen als taalmaatje of als gastdocent bij coderdojo's. Voor iedereen proberen we een passend scholingspakket te bieden (zoals natuurlijk ook voor ons betaald personeel). En in een klein aantal gevallen komt het voor dat een vrijwilliger doorstroomt naar een betaalde baan bij ons.

Nu moet ik zeggen dat ik vanuit een iets bevoorrechte positie spreek. In de afgelopen crisis- en bezuinigingsjaren zijn wij niet zo hard getroffen als sommige collega's in het land. Wij hebben het weliswaar ook niet zonder gedwongen ontslagen kunnen redden, die hebben bij ons plaatsgevonden in de backoffice. Bij de medewerkers in de vestigingen en de directe dienstverlening zijn er geen ontslagen gevallen. De inzet van vrijwilligers in de publieksdiensten levert ook bij ons wel vragen op bij medewerkers, natuurlijk! Tot nu toe kunnen we duidelijk maken dat het ter ondersteuning is, en dat er geen banen komen te vervallen. Het gaat om een verschuiving van werkzaamheden, waar mogelijk. Hoe dat gaat, waar je de scheidslijn trekt moet je met elkaar lokaal bediscussiëren. Betaald personeel in de vestigingen zal nodig zijn, niet alleen voor de klassieke bibliotheek, ook voor de programma's laaggeletterdheid, taal- en leesbevordering, leven lang leren, en participatie en zelfredzaamheid. In onze visie investeer je als bibliotheek in je professionals én in je vrijwilligers. Met de gezamenlijke inzet van betaald en vrijwillig personeel bereik je meer, daar ben ik van overtuigd. Ik vind het afwijzen van vrijwilligers in de klassieke bibliotheek vreemd, als je ze wel in wilt zetten op andere onderdelen in je bibliotheek, Het gaat om de strategische keuze, waar maakt het betaalde personeel het (maatschappelijk) verschil, en welke kennis en know-how heb je binnen, en wat wil je op de langere termijn binnen hebben. Daar moet je het vooral lokaal over hebben, en dan zou je op landelijk niveau de discussie moeten voeren hoe je zorgt dat je een goed personeels- en vrijwilligersbeleid op zet.

Jordanië, dag 11, 10 april

Vanochtend zal Hussam ons komen halen. Maar bij de balie zit een andere man op ons te wachten Zyad is zijn naam. Hussam is ziek vertelt hij ons. Hij weet niet goed wat Hussam mankeert. Zyad is wat plezieriger in de omgang dan Hussam. Hij is wat mededeelzamer. De tocht naar Amman zal ca. 4-5 uur duren. We rijden ter hoogte van Wadi Rum als de auto ineens als een gek begint te piepen en Zyad heel snel de auto aan de kant van de snelweg zet. Het is een hybride auto, en de boordcomputer geeft aan dat het systeem herstart moet worden. Zyad doet verschillende pogingen, maar de auto wil niet meer starten.

Daar staan we dan, midden in de woestijn. Zyad belt een bevriende chauffeur en binnen 10 minuten staat die naast ons. Zijn collega, met passagier op de achterbank komt kijken wat er aan de hand is. Hij probeert ook enkele malen de boel te herstarten. Motorkap omhoog en turen. Beide heren komen er niet uit. De passagier is inmiddels uitgestapt en naast ons op de vangrail komen zitten. We raken aan de praat. Het is een Noord-Ier, Paul heet hij. Even later stopt er nog een auto, nog een helper. Die komt ons eerst allemaal een flesje water overhandigen, en een flesje Sprite. Dat is wel heel attent hier midden in de woestijn. We kletsen een beetje met elkaar en met Paul. Het boek over Mohammed dat ik aan het lezen ben ligt naast me op de vangrail. Geen tijd om er in te lezen.

Dan komt de chauffeur van  Paul naar ons toe. Hij vraagt aan Paul of wij een beetje oké zijn.  Dat is blijkbaar het geval. En dan vraagt hij of het oké is… en ja dat is ook het geval. Voor we het weten worden onze spullen over geladen. De auto van Zyad kan niet verder…. Hij put zich in duizend excuses uit. Dat hoeft niet, hij kan er niks aan doen. Hij gaat wachten op de garage uit Amman, die komen hem en de auto ophalen. Wij kunnen mee met Paul en zijn chauffeur. Dus alles over geladen en we gaan weer op weg. Dat is wel echt heel bijzonder. Kom er eens om in Nederland of Europa, het is zeker nog 350 kilometer naar Amman.  En om dan zomaar vreemde mensen met je mee te nemen… heel bijzonder. We zijn ongeveer een half uur onderweg als ik ineens mijn boek over Mohammed mis. Shit! Op de vangrail laten liggen. Wat stom zeg! De chauffeur belt Zyad, die er blijkbaar nog staat. En even later krijgen we bericht dat het boek gevonden is… Zyad zal het meenemen als hij ons naar het vliegveld brengt overmorgen.

Na ca. 1,5 uur rijden stoppen we bij een wegrestaurant voor een kop koffie en een sanitaire stop. We zijn inmiddels een beetje bijgepraat met Paul. Hij werkt in Dubai, waar de salarissen hoog zijn. Zo kan hij door zuinig te leven tijdens vakanties verre reizen maken. Hij is oa in Zuid-Amerika geweest, en nu reist hij na Jordanië door naar Iran. Hij wil eigenlijk weer terug naar Noord-Ierland om opnieuw te gaan studeren. Maar hij weet nog niet zo goed wat. Het leven in Dubai bevalt hem maar matig, het is niet ‘echt’ zegt hij. Teveel mensen met hoge salarissen die van gekkigheid niet weten wat ze met hun geld moeten doen. En de inwoners van Dubai zelf kijken neer op mensen uit andere landen, en werken zelf niet of nauwelijks.





In Amman worden we keurig afgezet bij ons hotel door de chauffeur van Paul. Het is een beetje aan het eind van de middag. We besluiten in de buurt een hapje te gaan eten, maar eerst even lekker lezen op het balkon van onze kamer. We willen daarna in de buurt op zoek naar een bar waar we een biertje kunnen drinken. Volgens de reisgids zitten er een paar vlakbij maar we kunnen ze niet vinden. We besluiten uiteindelijk maar bij een restaurant zonder alcohol, maar wel vlakbij ons hotel een hapje te eten. Met natuurlijk de onvermijdelijke citroensap met munt. Lekker! We zijn redelijk op tijd terug in het hotel en gaan op bed zitten lezen. We zijn best moe en het licht gaat op tijd uit. Rond elf uur, half twaalf gaat ineens de telefoon. Het is de receptie. Er is een boek voor mij bezorgd. Of ze het moeten komen brengen? Nou nee, dat hoeft niet, we komen het morgenochtend wel halen. Is Zyad het dus komen brengen! Wat ontzettend lief en aardig.

donderdag 29 juni 2017

Jordanië, dag 10, 9 april

We staan ontspannen op, maar wel op tijd. We willen voordat we met de bus naar Berenice gaan bij de Grieks-Katholieke kerk langs. De dienst begint om 10 uur. Als we bij de kerk aankomen staan er maar liefst drie politieauto’s voor de deur. Het vreedzaam naast en met elkaar leven heeft ook heir blijkbaar wel een prijs. Net zoals in Nederland er steeds vaker bewaking bij Joodse gebouwen staan, of bij moskeeën is dat hier dus het geval bij de christelijke gebouwen.

Binnen de muren van de kerk is het een drukte van belang. De dienst is al begonnen. We gaan achterin de kerk staan, maar dat is niet de bedoeling. Men ziet ons staan en wenkt ons in de banken. Er wordt ingeschoven en opgestaan.  We schuiven in.  Het is een levendige dienst. Een voorgeschreven liturgie (schat ik in met mijn protestante kennis ;-). Men weet precies wanneer er welke tekst gezongen moet worden, wanneer men moet staan, of gaan zitten.  De dienst is in een mengsel van Latijn en Arabisch.  Kinderen en volwassenen lopen in en uit. Heel anders dan in een Nederlandse kerkdienst. Iedereen wel op zijn paasbest gekleed. Een aantal kinderen zit met een paasstok, met een ei of een kip er op.  Er zit een jongetje op één van de eerste rijen, die sjans wil met een meisje ergens achterin. Hij staat regelmatig in het middenpad, te wenken naar het meisje achterin de kerk. Maar zij lacht alleen maar en schudt nee,  Hij moet naar haar komen. Dat doet hij, en hij wil haar aan de hand meenemen naar zijn bank voorin.  Ze gaat heel even met hem mee, maar blijkbaar bevalt haar niet zo  goed, dus ze loopt weer naar achteren.  Het jongetje blijft af en toe wenken, zij lacht lief maar komt niet meer naar voren. Kleuterflirts… leuk om te zien. De priester komt met een kelk de kerk door, iedereen wordt zegenend met de kelk op het hoofd aangeraakt.

We kunnen niet tot het eind van de dienst blijven en vertrekken dus na ca. 3 kwartier. Het is zoals de priester ons heeft gezegd. Niemand kijkt er van op als je vertrekt. Iedereen loopt hier in en  uit. We vertrekken naar de bus naar Berenice.  Daar zoeken we een plek aan het strand, in de schaduw. Flippers aan, snorkel op en het water in.  Het is prachtig onder water. Mooie koralen (goed voor uitkijken weten we inmiddels sinds gisteren) en kleurrijke vissen. Na een tijdje wordt het water toch te koud en gaan we het water uit om even op te warmen in de zon. Het gezelschap aan het strand is divers, van westerse dames in bikini of badpak, tot dames in lange bedekkende kleding. Rond een uur of vijf vertrekken we weer naar Aqaba.






We douchen en besluiten opnieuw in het visrestaurant naast het hotel.  Aan de tafel achter ons zitten twee jonge dames, zeer bloot gekleed. We raken aan de praat, het zijn twee zussen die uit Amman komen. Duidelijk uit de betere klasse. Ze vertellen het één en ander over hun leven, de oudste werkt op een kantoor. Ze heeft een studie in luchtvaart gedaan, ze wil graag internationaal gaan werken. Dan zal ze toch echt iets aan haar Engels moeten doen wat dat is zeer beroerd. Haar zusje spreekt nog slechter Engels, en is ook nog een beetje een giechelige puber. Beide meiden zeggen dat het prima leven is in Jordanië, en dat er heel veel vrijheid is. En dat de koning geweldig is. Hun vader werkt in de kring dichtbij de koning, en dus is het duidelijk wat ze vanuit een bevoorrechte positie spreken.  Ze willen graag naar Amsterdam, dat lijkt hun echt geweldig. Maar wat er te zien zou zijn, ik heb de indruk dat ze niet veel verder zullen komen dan een rondvaart door de grachten en shoppen, shoppen, shoppen….

We breken op en gaan terug naar ons hotel. Morgen terug naar Amman.

dinsdag 27 juni 2017

Jordanië, dag 9, 8 april

Vandaag gaan we met een boottocht mee, naar de koraalriffen en daarna snorkelen. We gaan eerst op zoek naar de kerk. We hebben nog wat tijd en willen dan wel gebruik maken van de uitnodiging van de priester. Het blijkt al snel dat een kerk hier niet dezelfde statuur heeft als in Nederland, of als een moskee hier.  Nu heeft de priester ook een wat vage bewegwijzering gegeven, hij zwaaide wat met zijn hand en zei dat de kerk in de straat achter het café zat. Nu lopen we die straat in, maar een kerk is er niet. We vragen het een paar mensen op straat. Het levert ons in de meeste gevallen wat vage blikken op. Een kerk? Nee dat kennen ze niet. Uiteindelijk komt iemand ons achterna hollen als we al een beetje ter onverrichte zake terug zullen lopen naar het hotel. Hij weet waar het is. Nog een straat verder, plein over en dan in die straat daar naar rechts. Daar is een kerk.  En ja, daar is inderdaad de kerk. Maar niet open. Het had ons al verrast dat de kerk op zaterdag open zou zijn…. Morgen pas is de kerk open. Maar goed, nu weten waar hij is. Het verrast ons wel dat zo weinig mensen weten waar de kerk is, terwijl hij echt nog geen 300-500 meter verderop ligt. En het is wel een apart staand gebouw met een kruis er op. Niet alsof het een vergaderzaal is in een groot gebouw dat als kerk in dienst is. Zou dat bij ons ook zo zijn als mensen vragen waar de moskee is? Dat ze het niet weten als ze zelf niet moslim zijn? Ik ga bij me zelf na, ik weet er in Alkmaar in ieder geval twee te zitten, en wij wonen er verder dan 500 meter vandaan. Maar dat zegt natuurlijk ook niks, ben misschien niet de gemiddelde burger ;-)



Nu we weten waar de kerk zit kunnen we in ieder geval op pad. Met een boottocht mee de Rode Zee op.  Het publiek is wisselend. Een grote groep Vlamingen met een Jordaanse gids die perfect Nederlands spreekt, Jordaniërs, Finnen en vast nog wat meer nationaliteiten waar we niet achter komen.  De boot is er één met een glazen bodem, niet zo’n klein toeristisch bootje als aan het strand liggen met mooie schilderingen er op. Dit is een grote boot. We varen eerst een stevig stuk naar het zuiden. Onder andere langs de terminal voor de ferry naar Egypte. Joep wil graag weten waar het precies is, want daar nam hij ongeveer veertig jaar geleden de boot met zijn vriend Mark na de lange fietstocht van Amsterdam naar Caïro. De boot voert ons naar de koralen en over een wrak dat speciaal voor duikers is afgezonken in opdracht van koning Abdullah. De koralen zijn prachtig. Even later mogen we ook zelf het water in. Wij met onze eigen snorkelspullen, de anderen met huurspullen. Onder de andere mensen ook wat moslimvrouwen die in strakke burkini’s het water in gaan. Soort duikpakken/wetsuits maar dan wel weer een losse tuniek er over heen. Het is niet de bedoeling dat je veel van het lichaam ziet. Dat een natte tuniek ook behoorlijk onthullend is…. Dat mag dan blijkbaar wel. Bij het snorkelen moeten we wel uitkijken voor het koraal komen we hardhandig achter. De begeleider meldt ons wel dat we dicht bij hem moeten blijven, maar niet dat het niet slim is om met het koraal in aanraking te komen. Ik raak met mijn dij het koraal en voel later dat die begint te branden. Joep komt met zijn kuit tegen het koraal en loopt ook soort brandplekken op.

De boot brengt ons vervolgens naar de strandtent Berenice waar we kunnen lunchen. Daarna brengt de boot ons weer terug naar Aqaba. We lopen terug naar het hotel en brengen de rest van de dag relaxed door.

zondag 25 juni 2017

Jordanie, dag 8, 7 april

Vanochtend gaan we eerst met een kameel terug naar Wadi Rum. Boven op een kameel dus om precies te zijn. Er staan er drie klaar. Twee voor Joep en mij, en één voor de ‘drijver’.  We nemen afscheid van onze kampgenoten, van de kok en van de Australische dame. We bestijgen de kamelen, nou ja, je klimt er op terwijl het dier nog gehurkt op de grond ligt. En dan komt hij in de benen op een teken van de drijver…. Maak je eerst een soort duik naar voren als hij eerst zijn achterpoten  strekt, en dan een duik naar achteren als ook hij de voorpoten onder zich trekt. En dan zit je dus ineens bijna twee meter boven de grond. Op het schip van de woestijn. Waarom het dier zo heet kom je vlot genoeg achter. Een kameel is een telganger, wat betekent dat voor- en achterpoten van dezelfde kant min of meer tegelijkertijd naar voren bewegen. Dus eerst  de rechterpoten (voor en achter) en daarna de linker (voor en achter). Dat veroorzaakt een soort schommelgang waarop je heen en weer deint.  Het zadel op een kameel is zonder stijgbeugels, dus je benen bungelen maar een beetje naar beneden. Je even afzetten om anders te gaan zitten is er niet bij, of je moet je omhoog drukken met je armen op de voorste knop op het zadel. Dat valt niet mee ;-) Onze drijver heeft er zin in, af en toe ‘zingt’ hij een soort bedoeïenenlied  dat eindigt in een hoog ‘gejammer’ zoals Arabische vrouwen doen. Wij vallen af en toe in met een Europees lied, waarvan we zelf ‘Brandend zand’ wel het meest toepasselijk vinden ;-)

Na ca. twee uur zijn we weer in Wadi Rum, waar Hussam al op ons wacht om ons naar Aqaba te rijden. Hij heeft slecht geslapen meldt hij ons, want er was geen slaapplaats in een hotel geregeld. Hij heeft in de auto geslapen. We vinden dat allemaal toch wel een beetje vreemd, krijgen niet goed hoogte van de regelingen die er lokaal zijn gemaakt door de agent. We zijn netjes op tijd in Aqaba bij ons hotel. Hussam vertelt ons dat hij terug gaat naar Amman, dat hij ons over twee dagen weer op komt halen (denkt hij, maar hij weet het niet zeker).  We wensen hem een goede reis en tot ziens.
We stallen de spullen want de kamer is nog niet klaar en gaan Aqaba verkennen. We willen in ieder geval onderzoeken waar we kunnen snorkelen, we hebben onze snorkelspullen mee genomen en willen de wonderen van de Rode Zee natuurlijk wel bekijken. Bij de toeristeninformatie krijgen we te horen dat we met een boottocht mee kunnen, of naar de beachclub Berenice aan de zuidkant van de stad kunnen gaan om daar te zwemmen en te snorkelen. We besluiten dat we beide zullen gaan doen. We gaan een boottocht doen, en de dag er op dan met een bus naar Berenice om daar te snorkelen.
We lopen door de stad, langs de grote moskee, langs het strand. Op het strand is het een drukte van belang. Mannen, vrouwen, kinderen…alle leeftijden. De mannen en jongens over het algemeen in luchtige kledij of zwembroek. De vrouwen in vol ornaat en ook meisjes met burkini-achtige tenues. Maar wel het water in, dat dan weer wel. Binnen de beperkingen die de islam hen geeft is er wel de mogelijkheid om te gaan zwemmen. We zien ook oudere dames, duidelijk traditioneel of orthodox gekleed in zwarte kleding toch het water in gaan op zoek naar verkoeling.  Verder zitten er hele families te picknicken, er worden hele maaltijden genuttigd daar. Met thee erbij, of met citroensap met munt.  Een biertje is er natuurlijk niet bij!

We lopen verder richting de souk. En o wonder… ineens lopen we daar Hussam tegen het lijf! Wij dachten dat hij terug zou gaan naar Amman, maar nee, hij moest nog even blijven meldt hij ons. Het is een beetje een onduidelijk verhaal wat hij afsteekt. We snappen het niet helemaal. Hij zegt dat hij naar ons heeft gezocht. En dan…. ‘Between you and me…. Could you give me 20 dinar? I have no money for a meal.’ We kijken hem wat bevreemd aan, maar willen hem die 20 dinar wel geven. Dat trekken we dan later wel af van zijn fooi denken we. Hij bedankt ons uitvoerig voor de 20 dinar en loopt verder. Heel typisch vinden we het.

We hebben inmiddels trek gekregen en willen een hapje eten. We hebben al wel een leuk tentje op de rand van de souk gezien op de heenweg, maar toen was het er heel erg druk met locals. We lopen er nog maar eens langs, en warempel er is plaats. We gaan zitten en bestellen hummus en falafel met natuurlijk citroensap met munt. Daar zijn we wel licht verslaafd aangeraakt bij gebrek aan een wijntje of biertje. Heel verfrissend. Om ons heen alleen Jordaniërs.  Aan de tafel achter ons zit een grote groep Jordaanse vrouwen. Een oma met haar dochters/schoondochters wel een stuk of zes en één heel klein meisje van een paar maanden. Ze willen het kindje in een plastic campingstoeltje rechtop laten zitten maar dat kan het meisje helemaal nog niet. Ik zit het allemaal te bekijken, licht vertederd. Oma ziet me kijken en gebaart naar mij. De jongste dochter wordt gemaand om mij het kindje in de armen te geven. En dus sta ik ineens met een hele kleine hummel in mijn armen. Wat een droppie! Kindje helemaal verschrikt dat ze zomaar bij een grote vreemde mevrouw in de armen wordt gedrukt. Maar zo leuk en hartverwarmend. Dat zal je in Nederland toch niet snel overkomen, dat je als wildvreemde een klein kindje in je armen gestopt krijgt. Mooi! Kinderen zijn hier duidelijk geliefd en men besteedt er ook veel aandacht aan, maar wel anders dan in Nederland. Ik kan het verschil niet gelijk aangeven, maar het voelt anders.  Ik geef het kindje terug aan de familie en bedank hen uitvoerig met buigingen en ‘sjoekran’.






Na de lunch lopen we verder door de souk en langs wat andere bezienswaardigheden. Op weg naar het hotel komen we langs een waterpijpenshop. 








Buiten zit een Arabische man met naast hem een oudere man in priesterkleding met een groot kruis op zijn borst. Ik vind het een mooi beeld en als de heren ons vriendelijk toeknikken zeg ik dat ik hen er mooi uit vindt zien. Het compliment wordt geretourneerd. We raken aan de praat. De ene man blijkt de patriarch te zijn van de Grieks-Katholieke kerk in Aqaba. De man naast hem moslim. Maar ze kunnen prima samen door een deur melden ze. De patriarch nodigt ons uit om naar de Palmpasen dienst te komen de dag er op. We zeggen dat we niet zoveel tijd hebben want dat we op tijd bij de boot moeten zijn. ‘Dat is geen punt’ zegt hij, ‘je kunt op elk moment ook weer weglopen. Het is niet zo formeel’. Als we vragen waar de kerk is wijst hij naar de straat achter hem. ‘Het is hier vlakbij’ zegt hij.’ In de straat hier achter’. We beloven hem dat we er zeker over na zullen denken.

We trekken ons terug in onze kamer, frissen ons op en gaan dan in het restaurant naast het hotel eten. Lekker vis met een wijntje. Want dat kan blijkbaar hier weer in de ietwat wereldser stad Aqaba met ook een christelijke bevolkingsgroep.