donderdag 16 juni 2016

Een democratischer VOB

Vanochtend sprak ik bij de VOB ledenvergadering de wens uit dat de VOB na de aanpassing van de statuten ook haar huishoudelijk reglement aanpast op het punt van de gewogen stemmen. Nu is het zo dat grote bibliotheken meer stempunten hebben dan kleine bibliotheken. Een ondemocratisch en archaïsch systeem wat mij betreft. Dit was wat ik zei, ongeveer... want ik was stikzenuwachtig omdat ik heel graag een goed punt wilde maken, en heb daardoor sommige dingen daar ter plekke niet gezegd.
Pixabay

Voorzitter, collega's, 
in 2000 werd ik voor het eerst directeur, van de bibliotheek Zeewolde. Een kleine bibliotheek met een werkgebied van ongeveer 20.000 inwoners. Vanaf dat moment stelde ik vragen in de VOB vergadering over zaken die ik wilde weten, waar ik verandering in wilde voorstellen. Heel vaak werden mijn vragen of opmerkingen niet beantwoord. In 2006 werd ik directeur van bibliotheek Alkmaar en in 2009 directeur van bibliotheek Kennemerwaard. Telkens een iets grotere bibliotheek. En altijd bleef ik vragen stellen. Waren de zaken waarover ik vragen stelde anders geworden? Nee. Was mijn betrokkenheid groter geworden? Nee. Werd ik vaker beantwoord? Ja!

Ik heb overwogen om een motie in te dienen, maar dat heb ik niet gedaan. Omdat ik dan mee doe aan het systeem waarvan ik vind dat we dat moeten veranderen. We spelen met z'n allen parlement. Dat zijn we niet. We zijn een ledenvergadering, maar de leden zijn niet gelijkwaardig. We werken met gewogen stemmen. Is het niet raar dat een vereniging van bibliotheken, het instituut dat per definitie staat voor democratische waarden, gelijke kansen voor iedereen, er zelf een ondemocratisch stemsysteem op na houdt? We zijn een soort aandeelhoudersvergadering, wie meer stempunten heeft heeft meer macht en het meer voor het zeggen. 

Dat is raar. Wij zijn samen het netwerk, groot en klein. Wij samen bepalen onze uitstraling, ons beleid. Ik gun ons dan ook een systeem waarbij argumenten de doorslag geven, niet de hoeveelheid stempunten die je hebt verzameld. Ik roep ons op om voor een volgende vergadering een voorstel te maken om af te stappen van gewogen stemmen. We moeten naar een systeem van one man/woman, one vote. De oude systemen werken niet meer, laten we met elkaar een vereniging zijn die voor, door en met elkaar werkt. Die oog heeft voor ieders belangen en niet in macht denkt.

Ik was blij met het applaus en ben blij met de toezegging van het bestuur dat ze hier mee aan de slag zullen gaan. 

vrijdag 20 mei 2016

Griekse les: waar een arm land rijk in kan zijn

10 mei was ik bij de EBLIDA/NAPLE conferentie in Den Haag. Jammer dat er niet zoveel collega's uit Nederland waren. Er werd namelijk een inspirerend verhaal gehouden door Dimitris Protopsaltou.

impressie van  nieuwbouw Nationale Bibliotheek Griekenland
Griekenland, ik moet zeggen niet het land dat ik als eerste zou noemen om eens op bezoek te gaan voor inspiratie. Dat blijkt een verkeerd vooroordeel. Dimitri vertelt het verhaal van Veriapublic Library,  Zij ontvingen een subsidie voor lokaal bibliotheekwerk van de Bill and Melinda Gates Foundation. De ervaring die deze kleine bibliotheek voor ca. 20.000 inwoners heeft opgedaan in vernieuwing wordt gebruikt voor de nieuwbouwplannen voor de nationale bibliotheek en openbare bibliotheek van Griekenland. Het gaat om een investering van €600 miljoen. Natuurlijk is er veel discussie over deze investering omdat over het algemeen bibliotheken niet gewaardeerd worden en niet gebruikt in Griekenland. Het gemiddelde gebruikerspercentage onder de Griekse bevolking ligt rond de 10%!!!

Behalve in Veria waar meer dan 50% van de bevolking gebruik maakt van bibliotheek. Dat was niet zo voordat ze besloten dat het anders moest. En voordat ze de prijs van Bill en Melinda wonnen. Men besloot midden in de crisis dat de bibliotheek juist dan iets voor burgers kan betekenen. Men ging in gesprek met de bewoners van Veria. Waar hadden zij behoefte aan, wat wilden ze leren, hoe kon de bibliotheek hen helpen de crisis het hoofd te bieden. Door goed naar de burgers te luisteren, met de financiële injectie van de Gates Foundation ligt het gebruikspercentage van de bibliotheek in Veria nu boven de 50%!

Kan het voorbeeld van een  kleine bibliotheek dienen als best practice for andere bibliotheken en als voorbeeld waaraan de nationale bibliotheek zou moeten voldoen. Die vraag stelde men zichzelf in Griekenland. Met behulp van de Stavros Niarchos Foundation, die de financier is van de nieuwe nationale bibliotheek (samen met het operahuis) van Griekenland werd er een onderzoek gestart. Dat onderzoek beoogt uit te vinden welke diensten belangrijk zijn lokaal en hoe de bibliotheek die zou moeten aanbieden. Het voorbeeld van Veria werd in vier andere bibliotheken uitgeprobeerd, Kilkis, Serres, Kalamaria, Thessaloniki.  Het idee daarachter is dat je niet gelijk groots moet uitpakken, maar proef moet draaien om te testen en draagvlak te creëren. En innovaties moeten ook lokaal doorleefd en doorvoeld worden. Achter dat denkbeeld kan ik mij van harte schalen. "Uitrollen" van ideeën werkt naar mijn idee niet, uitrollen is voor tapijtleggers zegt één van mijn collega's dan ;-)

In de pilots ligt de focus op creativiteit. En op leiderschap. Wat ik verrassend vond om te horen is dat het eerste geen enkel probleem was. Iedere Griekse bibliothecaris vindt het leuk om met creativiteit op zoek te gaan naar nieuwe manieren. Het leiderschapsprogramma lag heel wat lastiger. Niemand wilde de leiding in verband met de verantwoordelijkheid voor de crisis. Leiders worden in Griekenland blijkbaar gezien als de verantwoordelijken voor de crisis. Of dit oordeel dan ook zomaar op leidende bibliothecarissen los gelaten moet worden waag ik te betwijfelen, daarvoor ken ik de Griekse situatie en cultuur onvoldoende. In ieder geval bleek tijdens het traject dat er wel behoefte was aan leiderschap, maar dan van het dienende soort. Als leider op zoek gaan naar wat jouw gemeenschap wil, en dan zorgen dat je samen met je team van bibliothecarissen en je gemeenschap het voor elkaar gaat krijgen.
zomerlezen in Veria Public Library

Inmiddels draaien er in heel Griekenland diverse pilots. Ik doe een greep uit wat er ontwikkeld is: een zomerleesprogramma, zeer succesvol na de eerste weerstand te hebben overwonnen waarom je zou willen lezen terwijl je op het strand kan liggen ;-). Inrichting van 10 medialabs, Niet technologisch onderlegd personeel, weerstand onder bibliothecarissen. Toch doorgevoerd, veel meer jongeren in de bibliotheek die ook samen met het personeel optrekken in de programmering. Samenwerking gezocht met CERN om wetenschap toegankelijk te maken. Belangrijk voor Griekse jeugd om geïnspireerd te worden. Door crisis dreigt een braindrain, en zo geven ze jongeren een blik op de toekomst. 

Het programma wordt uitgebreid naar de Balkan, INELI netwerk van bibliotheken wordt uitgebouwd om de regio sterker maken. 
En de investering in Nationale bibliotheek in Griekenland gaat door! Door het succes van de programma's en opzet van Veria is men overtuigd geraakt van het nut van de bibliotheek. Tijdens de crisis moet je juist investeren in educatie en cultuur. Werkbezoek voor wethouders, ministers, beleidsambtenaren, bibliotheekdirecteuren naar Griekenland?

vrijdag 6 mei 2016

Maakbare meetbaarheid?! Nut en noodzaak van 'harde' cijfers

Ik vond op mijn bureau het nieuwste nummer van Bibliotheekblad, met daarin een artikel van Peter van Eijk, Hans Veen en Bart Nieuwenhuis. Voor de duidelijkheid, ik ben voor het meten van resultaten, en ik ben ook voor 'harde' data. Ik ben tegen het optuigen van allerlei meetinstrumenten terwijl nut en noodzaak wat mij betreft het doel voorbij schieten.
www.evenman.nl

Ik zal een voorbeeld geven. In het artikel wordt door de drie heren terecht het model van de Bibliotheek op School aangehaald, als een voorbeeld waarin de resultaten goed zichtbaar zijn te maken. En zelfs daar kun je nog een discussie over starten, omdat er vooral gemeten wordt op leesplezier. Een zeer kritisch controlerend ambtenaar kan zeggen dat plezier in lezen helemaal nog niet wil zeggen dat een kind ook beter gaat lezen. Een slimme directeur zal dan natuurlijk altijd antwoorden dat aardigheid en vaardigheid over het algemeen hand in hand gaan.

Wij startten in Kennemerwaard iets meer dan vier jaar geleden met de Bibliotheek op School, op 4 basisscholen. Nu anno 2016 hebben meer dan 40 basisscholen in ons werkgebied een leesconsulent van de bibliotheek. We zetten heel bewust in op goede leesconsulenten, per 200 leerlingen 4 uur per week ondersteuning van een vakkracht van de bibliotheek. En dat het werkt weten we doordat scholen ons terug melden dat hun citoscores van lezen omhoog gaan. Scholen benaderen ons nu ook zelf of zij ook niet een leesconsulent van de bibliotheek kunnen krijgen. Mooi! Wij nemen bij de meeste van onze scholen de leesmonitor af. Inmiddels overwegen we om de frequentie waarop de leesmonitor afgenomen wordt, omlaag te brengen. Scholen vinden het teveel werk, omdat ze na een paar jaar wel weten dat de inzet van de leesconsulent werkt. Ze weten hoe ze samen met hun onderwijsteam, de ouders en de bibliotheek het leesplezier en daarmee het leesonderwijs naar een hoger plan kunnen brengen. En dus bekijken wij of we de leesmonitor misschien wat minder vaak bij die scholen zullen inzetten. Omdat we de school willen ontzorgen en hen willen helpen.

Het jaarlijks aanleveren van de resultaten van de leesmonitor staat niet in onze prestatiegegevens, wel het aantal scholen dat van ons de leesconsulent afneemt. Dan zullen Hans, Peter en Bart misschien zeggen dat dit kwantitatief meten is in plaats van het gewenste kwalitatief meten. En dat is ook zo. Ik ben blij met de leesmonitor, laat dat duidelijk zijn. Maar ik wil hem in zetten om de school te helpen. En als het nodig is zet ik de resultaten van de leesmonitor in om de gemeente te overtuigen dat de inzet van de onze middelen op taal- en leesbevordering effectief is, maar dat doe ik liever incidenteel. De school vertelt zelf het succesverhaal wel aan de wethouder/ambtenaar/raadsleden als het nodig is.

Een ander voorbeeld: we hebben in diverse vestigingen taalhuizen, taalpunten, taaltafels, taalcafé's. Overal worden mensen met taalachterstanden opgevangen, hun vraag/behoefte wordt geïnventariseerd. Op basis van de inventarisatie worden mensen dan doorgestuurd naar een formele taalaanbieder voor taallessen, waarmee ook een certificaat kan worden verkregen, of naar een informeel leertraject zoals een taalcafé of oefensessies op de pc met begeleiders. Het taalcafé is een activiteit die bibliotheek Kennemerwaard zelf organiseert, met de inzet van vrijwilligers van onszelf of partners zoals stichting Welzijn, Humanitas en Inova. In de discussie over de opzet van ons taalhuis is meerdere malen de wens van de gemeente voorbij gekomen om een taaltoets af te nemen bij mensen die deel nemen aan een taalcafé of taalgroep. Wij hebben dat altijd afgehouden. Reden hiervoor is dat gesprekken met de doelgroep ons leerden dat deze mensen komen om hun Nederlands te oefenen, om een grotere groep mensen te leren kennen, om dit in een ongedwongen sfeer te kunnen doen. Toen wij hen vroegen of ze een taaltoets aan het begin van een seizoen te willen doen, en aan het eind van een seizoen gaven zij aan dat zij daar niets voor voelden. Het informele karakter van een taalcafé wordt dan doorkruist, en dan voelt het dus alsof ze examen moeten doen. We hebben uiteindelijk de gemeente er van weten te overtuigen dat het willen meten van de voortgang van de taalontwikkeling het doel voorbij schiet. De deelnemers aan de taalcafë's bezoeken deze eigenlijk om een andere reden. Ze willen hun Nederlands blijven oefenen, ze willen hun sociale kring uitbreiden, maar ze willen geen toetsen maken. De gemeente heeft aangegeven dat het aantal bezoekers dat we op jaarbasis met de taalcafé's bereiken voldoende graadmeter is. Dat zijn geen harde kwalitatieve resultaten, maar ook hier vind ik dat wat de doelgroep zelf aangeeft serieus genomen moet worden. En gelukkig vindt de gemeente dat ook.

Natuurlijk meten we in Kennemerwaard van alles. Kwantitatief en kwalitatief. Via biebpanels, via interviews, door per kwartaal prestatiegegevens te verzamelen en aan onze gemeenten aan te leveren over wat er in onze vier programmalijnen is georganiseerd. Dat alles koppelen we dan zoveel mogelijk aan de collegeprogramma's van onze gemeenten. Aan het eind van het jaar natuurlijk een mooi jaarverslag dat we kort presenteren aan raadsleden, zodat ze weten wat we allemaal doen voor het toegekende subsidiegeld. Weten wat we doen (bekendheid van onze activiteiten onder raadsleden en ambtenaren) is misschien nog wel belangrijker dan kunnen meten wat we doen ;-)

Zoals gezegd, ik heb niks tegen meten. We hebben bij Kennemerwaard een uitgebreid aantal prestatiegegevens die wij bij houden, en daar hamer ik ook op intern dat het belangrijk is dat we onze activiteiten in kaart brengen. Maar daar waar de drang om iets te meten de boventoon gaat voeren, zonder dat er naar nut en noodzaak wordt gekeken, zal ik proberen om te komen met een alternatief dat aansluit bij de wensen van de doelgroep, voor ons haalbaar is qua inzet van mensen en middelen en voor de gemeente volstaat als verantwoording.

maandag 25 april 2016

Netwerken en strategische allianties

Ik vertelde al eerder iets over mijn opgedane kennis over Netwerken en strategische allianties in de masterclass van Tias. Nu wil ik delen wat ik leerde over hoe je je netwerk moet samenstellen. Voortbordurend op de stelling dat oplossingen en innovaties vaak niet uit de bekende hoek komen, kijkt men ook bij het samenstellen van allianties of netwerken te vaak binnen de organisaties waarmee je toch al sterke banden hebt. Wil je een bepaald probleem aanpakken/oplossen dan is het slimme om ook organisaties uit te nodigen met wie je 'zwakke' banden hebt. Mocht dat moeilijk zijn om die er bij te betrekken, kun je ook besluiten om op pad te gaan met de 'coalition of the willing'. Als je het proces om tot een alliantie te komen goed doorloopt dan sluiten de 'zwakke' connecties vanzelf aan, of krijg je ideeën aangereikt van je partners of mensen die je er over vertelt, over wie je er nog bij zou moeten betrekken om een bepaalde groep alsnog te bereiken.

Klein beginnen is vaak een goed idee. Een voorbeeld uit eigen praktijk waarbij er niet klein is ingestoken, maar gelijk wel een breed gezelschap is gekozen is het Bondgenootschap Geletterdheid van Kennemerwaard. De ondertekenaars van het eerste uur, uit de hoek van de 'sterke banden' zijn: gemeente Alkmaar, Heerhugowaard, Castricum; collega bibliotheek Heiloo en Langedijk; Vluchtelingenwerk NoordWestHolland; Humanitas NKL; J@r; Leger des Heils. Minder voor de hand liggend, maar ook gelijk betrokken zijn onder andere: Lions; Uitgeverij Kluitman; MCA-Gemini ziekenhuis (nu NoordWest ziekenhuis); De Wering; DNO Doen (De nachtopvang daklozen); Ergotherapie Noord-Holland; Levensverhalen; Stichting ABC; VrouwKracht, GGD Hollands Noorden.

En nog steeds breidt het Bondgenootschap uit, vorig jaar sloten onder andere gemeente Langedijk, Bergen; Stichting Welzijn Castricum; Met Welzijn Heerhugowaard; de Kopgroep Bibliotheken en ROC Kop van Noord-Holland zich aan.

In de praktijk blijkt dat onze taalconsulenten en specialisten op het gebied van bestrijding en voorkoming laaggeletterdheid het meest bereiken door met instellingen aan de slag te gaan die zelf ideeën hebben over hoe ze een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van het probleem. Dat is wat ik onze medewerkers dan ook mee geef. Ga zoveel mogelijk aan de slag met wie willen. De rest kost je energie, en als het niet hoeft, niet aan trekken. Informeer ze wel over waar je mee bezig bent. Als je zorgt voor succes dan haken ze alsnog aan, omdat ze er dan bij willen horen.  En dat werkt negen van de tien keer ;-) Succes heeft vele vaders!

dinsdag 19 april 2016

Weak ties, strong ties: hoe bevorder je innovatieve ideeën?

Vorige week volgde ik een masterclass Netwerken en allianties bij Tias Tilburg. Een leerzame ervaring, waarbij ik in een paar blogs met jullie een aantal geleerde inzichten wil delen.  Een van de eerste dingen die ik leerde bij professor Patrick Kenis was welke netwerken je het best kunt aanspreken als je wilt innoveren of vernieuwen. Ideeën voor vernieuwing haal je het best uit je 'zwakke' verbanden. Onder zwakke verbanden wordt verstaan de mensen die je bv. toevallig op reis tegen komt, via opleidingen met medecursisten van diverse achtergronden of door naar congressen e.d. te gaan buiten je branche.

Waarom kom je makkelijker met nieuwe ideeën in aanraking buiten je gebruikelijke netwerk? Dat heeft te maken met het feit dat die groep mensen andere dingen 'weet' dan je eigen netwerk. Die weten hetzelfde, of bijna hetzelfde als jij. Dus voor nieuwe ideeën moet je ongebruikelijke verbindingen op zoeken.
afbeelding raspberry pi, wikipedia

Een mooi voorbeeld uit eigen ervaring: ca. twee jaar geleden kwam een toenmalig medewerker vragen of hij naar een hackersfesitval mocht, op kosten van de bibliotheek. Ik fronste eerst mijn wenkbrauwen, maar ik hou wel van maffe ideeën. 'Deal', zei ik, 'maar wel in je eigen tijd. Ik betaal de entree, en ik wil na afloop wel weten of je een goed idee hebt gekregen waar we iets mee kunnen.' Op maandag stond hij voor me, superenthousiast. Raspberry Pi, dat was het helemaal. Na twee zinnen was ik kwijt waar het over ging, maar ik heb hem gezegd dat hij het idee maar verder moest uitwerken. Nu hebben we mede door zijn bezoek aan het hackersfestival, (nogal een 'weak tie' ;-) een stevig programma voor scholen en individuele geïnteresseerden om te leren programmeren, van kleuters tot volwassenen, en een community op facebook waarop kennis rondom mediawijsheid, makersbeweging en meer wordt gedeeld. Dus het klopt: voor innovatie moet je buiten je eigen wereldje kijken. Leve de creatieve geesten!

Voor bevestiging, troost en uitwisseling van dezelfde ideeën kun je heel goed binnen je eigen sterke netwerk terecht ;-)

maandag 29 februari 2016

Blij van een training

Onze consulenten van de Bibliotheek op School PO en VO gingen kort geleden met elkaar op training. Begeleid door Huub Purmer van DOCK20 en Stephan de Vilder van Van Nieuwe Waarde gingen ze twee dagen de duinen in om met elkaar te leren, elkaar te enthousiasmeren (voor zover nog nodig ;-), en nieuwe dingen zoals een community op te zetten.

Zie hier hoe die training er ongeveer uit zag. Mooi toch, hoe onze medewerkers elkaar inspireren. Ik word er blij van ;-)

woensdag 24 februari 2016

Trendrede 2016 vertaald naar de bibliotheek

In 2012 waagde ik mij al eens aan het vertalen van de Trendrede naar de bibliotheek. Nu heb ik de afgelopen jaren niet altijd de Trendrede gelezen, dit jaar werd ik door de voordracht van Tom Kniesmeijer aan de VOB leden vergadering toch weer getriggerd. Want er zitten mooie observaties in waar wij als bibliotheek iets mee kunnen of moeten. Hier mijn overpeinzingen bij Trendrede 2016.

De maatschappij in verzet
Uit dit hoofdstuk citeer ik: "Grip is het woord voor 2016. We zijn hem kwijt. We hebben betere toegang dan ooit tevoren tot informatie, mogelijkheden, diensten en producten, maar voelen ons ook betekenisloos en niet ‘in control’" en "Deze zekerheid dragen we mee: het individu, met al zijn dwarsverbindingen en gelegenheidscoalities, is de nieuwe fundamentele bouwsteen van de maatschappij."
Ik zie hier een rol voor de bibliotheek, één die van oudsher bij ons hoort. Duiding geven aan de veelheid van informatie die op ons afkomt. Ik denk dat het hierbij niet alleen maar gaat om het selecteren van (de juiste) informatie, hoewel dat voor bepaalde mensen ook heel waardevol blijft. Het gaat ook om mensen te leren de goede vraag voor zichzelf te leren formuleren. Nieuwsgierigheid aan te wakkeren, nieuwsgierigheid naar anderen, naar andere denkbeelden. En nieuwsgierigheid naar onszelf. Waarom zijn we zoals we zijn, waarom denken we zoals we denken. En zo kunnen we 'het' individu zijn dwarsverbindingen te laten leggen. Want ja, het individu is dan misschien wel de nieuwe fundamentele bouwsteen van de maatschappij, het individu wil ook verbinding leggen en waarde toevoegen aan de samenleving. Daar kan en wil de bibliotheek een platform voor zijn, en de bibliothecaris onderdeel van die dwarsverbinding.

De zoektocht naar grip
"Nu ik de bouwsteen van de samenleving ben, wat is mijn bouwende vermogen? Dat is de vraag die bij deze tijd hoort. We willen gehoord worden, gezien worden en ons een deel voelen van iets gezamenlijks. Wat is mijn betekenis en welke verbinding zoek ik, waaraan kan ik mijn steentje bijdragen? Er gloort begrip voor het andere, de ander. Omdat we inzien dat ons ik niets betekent zonder de ander. Alleen samen krijgen we grip op onze nieuwe wereld. En bouwen we aan onderling vertrouwen."
Zoals ik hierboven al zei, de bibliotheek kan en wil het platform zijn voor de verbinding. Ik hoorde een mooi voorbeeld vorige week van Bibliotheek Het Groene Hart. Een groep studenten vroeg of ze de bibliotheek buiten openingstijden mochten gebruiken als studieplek. De bibliotheek stemde daar graag mee in, blij dat zij gezien werden als goede plek om te studeren. En legde ook een vraag neer bij de studenten: "Wat zouden jullie kunnen doen voor deze gemeenschap, welke kennis of ideeën hebben jullie te delen." Verbinding leggen met je omgeving. Hier in Kennemerwaard die ik dat bij de community Duurzaam Doen. Gestart als aanbodgerichte lezingencyclus rondom duurzaamheid. Nu langzamerhand omgevormd tot een groep betrokken burgers, medewerkers bibliotheek en ondernemers die bereid zijn tijd te investeren om elkaar en hun omgeving te inspireren tot meer duurzaam leven. Wederom de verbinding leggen en met elkaar iets bijdragen aan dat gedeelde ideaal.

Bouwgesprek voor een samenleving
"In 2016 gaan we vanuit persoonlijke betekenis het gesprek aan. Niet om te winnen, maar om het nieuwe in onze samenleving te interpreteren en implementeren. We krijgen grip door begrip. 2016 wordt het jaar van het Bouwgesprek."
In dit hoofdstuk wordt oa gesproken over zelfsturende teams, over hoe je medewerkers eigen verantwoordelijkheid kunt geven. Daar heb ik wel een vraagteken bij. Niet omdat ik onze medewerkers te dom acht, zeker niet. Ik zie wel dat nu wij als bibliotheek in een transitie zitten, het voor veel medewerkers moeilijk is om te vertalen wat dit dan van hen vraagt. De opstellers van de Trendrede stellen dat de comfortzone niet meer veilig is. En dat klopt. Wij als bibliotheek kunnen niet achterover leunen, wachten tot de mensen naar ons toe komen, en alleen maar boeken uitlenen. Toch zie ik dat in discussies met medewerkers dit is wat ze kennen, en de comfortzone nog veilig lijkt.

Binnen Kennemerwaard hebben we gekozen voor meer inzet op onze vier programmalijnen.  Hoe we daar invulling aan moeten geven, dat vinden een aantal medewerkers erg lastig om voor zichzelf te vertalen. De crux in het citaat hierboven zit hem denk ik in het regeltje "We krijgen grip door begrip." Als directeur en leidinggevenden heb je het verhaal al vaak door gedacht, besproken, gepresenteerd. Voor medewerkers in de uitvoering wordt het misschien twee of drie keer besproken en dan wordt er verwacht dat 'ze' het wel even gaan doen. Dus wordt het tijd voor bouwgesprekken, ook binnen ons team. Die zijn gedeeltelijk al bezig binnen de teams en de groepjes medewerkers die bezig zijn met het 'neuzenproject'. Daarnaast gaan donderdag beginnen met een inspiratiesessie voor de leidinggevenden. Hoe snappen we zelf waar we naar toe willen, en kunnen we dat gezamenlijk begrip delen met het hele team, en samen grip krijgen op ons bouwproces voor een veranderde en veranderende bibliotheek? En kunnen we dat daarna dan ook bespreken met de mensen waarvoor we al dat goede werk doen? Ik voorzie heel veel bouwgesprekken......

NB: De cursieve gedeelten zijn citaten uit Trendrede 2016