Posts tonen met het label behoeftepiramide. Alle posts tonen
Posts tonen met het label behoeftepiramide. Alle posts tonen

woensdag 31 juli 2013

Terug naar af?

Vandaag had ik in deze rustige periode voorgenomen iets af te strepen van mijn 'things to do' lijstje. Daar stond op het vertalen van de kernfunctie/kerndienst met producten uit het Handboek Bibliotheekvernieuwing, verdieping 2006 op oorspronkelijk voorstel 2003. (voor degene die het wil nazoeken, map 2 vanaf pagina 97 ;-) Waarom stond dat op mijn lijstje? Want een goed lezer van mijn blog weet dat wij de behoeftepiramide gebruiken als wij praten over onze dienstverlening. Uitgaande van de behoefte, de reden waarom een burger naar de bibliotheek komt (zonder dat die persoon dat zelf persé zo zou verwoorden), en welk maatschappelijk belang daarmee is gediend. Reden was dat een ambtenaar van een ons subsidiërende gemeente mij gevraagd had of ik toch niet veel duidelijker kon maken wat wij nou precies doen. En toen kwam ze dus met dit lijstje. Deze ambtenaar was destijds heel nauw betrokken geweest bij het hele proces van bibliotheekvernieuwing maar later meer op afstand van het 'dossier bibliotheek' komen te staan. Ze had de hele discussie met wethouders en raad gemist, en voor haar was dit nieuw.

 Dus ben ik er mee aan de slag gegaan. Alle kernfuncties en diensten terug vertaald naar de behoeftepiramide. En als je dan naar zo'n document kijkt uit 2006 zie je dat de wereld niet heeft stil gestaan, en op een aantal vlakken heel erg stil heeft gestaan. Want Al@din wat genoemd wordt als een product is allang ter ziele en wordt hopelijk nu opgevolgd door @Bibliotheek. Landelijk lenen, lokaal leveren.... we doen het natuurlijk allemaal, maar zitten we niet ongelooflijk te wachten op de NBC?

 Verder valt het me erg op dat het model zoals het er staat vervolgens echt een soort productbegroting wordt, met toerekenen van uren, vierkante meters, collectie, netwerk, kosten en baten. Samenhang van zaken wordt niet genoemd. Dat het nogal lastig is om aan leesbevorderingsprojecten te doen zonder dat je een collectie hebt, dat raadplegen van een collectie niet gaat als je niet ook een collectie hebt om uit te lenen, of media-educatie te doen zonder pc's, dat staat er niet in. Als ik naar de kernfuncties kijk: Kennis en informatie, Ontwikkeling en Educatie, Kunst en Cultuur, Lezen en Literatuur en Ontmoeting en Debat zie ik er een aanbodgericht denken in terug, en vanuit de gemeenten de wens om een boodschappenlijst aan te kunnen vinken, dit wel dit niet. Weinig ruimte voor nieuwe zaken. Lastig. Ik merk dat ik zelfs een beetje geïrriteerd raak als ik het lijstje bekijk. Want welke maatschappelijke taak ligt er achter verscholen? Welke visie hadden de opstellers nou voor ogen, en zouden ze het nu ook nog zo opschrijven? We zijn tenslotte ook 10 jaar verder na de bibliotheekvernieuwing, en 7 jaar na de update van het Handboek.

Per functie zou je als gemeente dan ook nog voor speerpunten kunnen kiezen. Bij Ontwikkeling en Educatie wordt daar o.a. genoemd een structureel programma voor bestrijding onderwijsachterstanden. Daarvan zeggen wij als bibliotheek dat dat één van je basistaken is en moet zijn! Niks keuzemogelijkheid. Dat moet je doen, en dat moet je wat mij betreft ook als gemeente willen.

 Zo kan ik nog wel meer voorbeelden opnoemen, waar wij er inmiddels anders naar kijken. Bij Ontmoeting en Debat wordt bijvoorbeeld genoemd het beschikbaar stellen van ruimte voor activiteiten van andere organisaties en het bieden van een platform voor maatschappelijk debat. Wij scharen beide 'producten' bij ons onder het kopje "Bijdragen". We zien de bibliotheek als podium voor mensen die iets willen bijdragen aan de maatschappij. Om hun kennis over te dragen. De bibliotheek faciliteert dat, zoekt het op en biedt actief dat podium aan. We organiseren in ons eentje zelden meer iets. Zoeken altijd naar samenwerkingspartners, co-creërders van kennis en wijsheid (om in de termen van David Lankes te praten). Wat ik als een groot voordeel van ons model ervaar is dat met name de medewerkers die bezig zijn met producten te (door)ontwikkelen een focus te geven. Welke maatschappelijke, burgerbehoefte beantwoord ik hiermee. Wij hebben als Kennemerwaard gezegd dat wij ons met name willen richten op mensen helpen zelfredzaam te zijn, en mensen het podium willen bieden om iets aan de maatschappij bij te kunnen dragen. En bij dat laatste zoeken we naar de mogelijkheid dat die bijdrage dan weer in onze behoeftepiramide valt van zelfredzaamheid, deelnemen of ontwikkelen. Dat geeft richting, en je merkt dat medewerkers gaande weg het proces meer kijk krijgen op de maatschappelijke taak die we hebben. Natuurlijk hoor ik hier ook wel eens dat het fijn is als we meer uitleningen hebben gedraaid, maar steeds vaker hoor ik het aantal bezoekers bij een lezing, een activiteit, hoe veel zekerder cursisten zich voelen op internet en sociale media na het volgen van 7Dingen. Dan heb je een beter argument waarom er belastingsgeld naar de bibliotheek gaat.

Ik hoop dat de exercitie die ik heb gedaan door de kerndiensten in onze behoeftepiramide te plaatsen onze ambtenaar helpt ons denk proces te begrijpen. Ik voelde het als een stap terug in denken. Overigens zij zei tegen mij in dat gesprek: "Jullie zijn toch de enige die er mee werken? Zijn jullie zo eigenwijs?" Waarop ik volmondig JA! zei en trots ook! Wij denken verder. Overigens is dit een ambtenaar die mij ook vroeg of ik kon aangeven hoe wij het doen ten opzichte van andere bibliotheken, of wij voorop lopen of niet. Ze had namelijk de indruk dat we goed bezig zijn met vernieuwing en ze wil die trots die ze daar zelf bij voelt (onze bieb!) ook graag kunnen overbrengen aan de wethouder en raadsleden. Voor zo'n ambtenaar doe ik graag zo'n 'terug naar af' en dan weer moedig voorwaarts exercitie!

dinsdag 30 juli 2013

Masterclass New Librarianship David Lankes, deel 2

Ik ben nog steeds met module 1 bezig, ik heb nu de lessen bekeken over Knowledge Creation. Ook weer veel om over na te denken. Lankes zegt dat je naar informatie op vier niveau's kunt kijken, in een soort piramide. Ik denk dat het verschil tussen de lagen duidelijk is, bij elke trede wordt er iets toegevoegd aan de eerdere trap. Bij de trede van 'wijsheid' geeft Lankes nog als toevoeging dat het ook als 'actie' kan worden omschreven. Wat doe je met de kennis die je hebt, hoe kun je die inzetten om iets aan een situatie te veranderen.

Lankes vertelt vervolgens nogmaals dat kennis ontstaat door conversatie. Ook daarin vier elementen: de converseerders/gesprekspartners, de taal die je gebruikt, de overeenstemming (of niet) (of je het er mee eens bent), en de herinnering (aan wat je hebt geleerd, welke overeenstemming heb je daar voor je zelf in gevonden).

En Lankes komt ook nog met een verklaring over de reden waarom je wilt leren, hoe dat gedreven is: intrinsiek of extrinsiek.  Volgens Lankes is de reden waarom mensen naar de bibliotheek gaan, vaak extrinsiek gedreven. Je krijgt een opdracht van een leerkracht, van school, van een werkgever of van de overheid (denk dan aan taalcursussen voor inburgeraars). Ik denk zelf dat met name in openbare bibliotheken mensen ook vaak komen omdat ze intrinsiek gemotiveerd zijn. Vanuit een eigen behoefte om te willen leren. En ik denk dat veel mensen het vaak niet eens zo omschrijven. Als je de gemiddelde bibliotheekklant vraagt waarom hij/zij komt dan is het antwoord vaak: om een boek te lenen om te kunnen lezen voor mijn plezier. En dan weg kunnen dromen naar een andere wereld. Dat zo iemand ondertussen zijn/haar leesvaardigheid op peil houdt, aan zelfontwikkeling doet zal in hem/haar niet opkomen. Dat noem ik dan maar gelukkige bijvangst ;-) Overigens denk ik dat de strikte scheiding tussen extrintriek en intrinsiek gedreven als het om leren gaat vaak niet zo strikt is te maken. Ik kan mij uit mijn middelbare schooltijd, bibliotheekacademietijd en MBA herinneren dat het een mix was. Je kon foeteren op een leerkracht of docent als je iets moeilijk vond, en dan voelde het alsof je het voor de leraar moest doen. Als je dan de stof onder de knie had, en je er mee aan de slag kon dan voelde het als een overwinning. Aardigheid en vaardigheid gaan vaak hand in hand. Als je iets leuk vindt ben je er vaak ook goed in en vice versa.

Lankes zegt vervolgens in zijn lessen dat een bibliothecaris er niet is om mensen te helpen informatie te vinden, hij is er om mensen te leren leren. Het gaat er niet om de data en informatie op de juiste manier op te slaan en te ontsluiten (overigens ook belangrijk), maar om te zorgen dat hij wordt gebruikt, en dat het de passende informatie is voor die persoon. Dus moet je checken of de persoon ook daadwerkelijk geholpen is met datgene dat je hem/haar hebt aangereikt. Of heeft deze persoon daar hulp bij nodig, en kun jij die dan geven als bibliothecaris of moet je hem/haar in contact brengen met iemand uit jouw netwerk die dat wel kan. De vraag die dat bij mij oproept is of je niet eerst met elkaar naar de 'juiste' vraag op zoek moet gaan. Wat wil je leren? Wat wil je met elkaar bereiken? En hoe ga je dat doen? Daarvoor is het hebben van een (licht) filosofische blik, een goede vraagtechniek essentieel. Leer mensen, de gemeenschap waarvoor je werkt, hun leervraag te formuleren.

De manier van kijken van Lankes gaat veel verder dan het adagium dat voor zover ik weet in veel Nederlandse bibliotheken opgeld doet. Namelijk, wij gaan uit van een zekere mate van zelfredzaamheid van de klant/burger. Natuurlijk zijn we bereid om mensen die hun weg niet kunnen vinden te helpen, maar we gaan mensen niet aan de hand nemen van a tot z. Ik denk in alle eerlijkheid dat we in veel gevallen ook niet in staat zijn om die hulp te bieden. Niet zelf, maar misschien wel via ons netwerk. Daar zijn we wel sterk in, al maken we daar denk ik veel te weinig gebruik van.

Lankes zegt dus dat je als bibliotheek de gemeenschap waarvoor en waarin je werkt moet helpen zichzelf te verbeteren. Dat is nogal een missie. Ik vraag me af of je die rol zou moeten willen, en of je hem gegund zou worden. Wat ik me kan voorstellen is dat je op zoek gaat naar het faciliteren van kennisoverdracht. Dat gebeurt volgens mij al wel. Zeker in andere bibliotheken en ook in onze eigen bibliotheek . Daar hanteren we onze onvolprezen behoeftepiramide voor, waarbij we in de bovenste trede van de piramide heel erg op zoek zijn naar mensen die hun kennis willen inzetten ten behoeve van de drie andere tredes. Ik noem uit onze eigen praktijk: Transition Town in Castricum, ontstaan uit het Groen Informatie Platform maakt een groep inwoners gebruik van het platform dat de bibliotheek hen biedt om maandelijks een informatie- en discussieavond te organiseren rondom het thema duurzaamheid; de Canon van Akersloot waar de leden van de Historische Vereniging samen met de bibliotheek een canon hebben ontwikkeld onder andere voor het basisonderwijs over de plaatselijke geschiedenis; De Ochtenden ontstaan in Egmond, waar lokale ondernemers of anderszins opvallende personen hun kennis en ervaring over hun vakgebied delen met andere inwoners van het dorp. En zo kan ik nog wel meer voorbeelden noemen. Het is in sommige gevallen ontstaan doordat er een vraag vanuit de gemeenschap kwam, en in andere gevallen doordat een bibliothecaris een lumineus idee kreeg en met lokale partijen in gesprek ging, wetende dat er een publiek voor zou zijn. Dat is niet echt in gesprek gaan zoals Lankes voor ogen heeft, maar wel goed luisteren naar wat er in je gemeenschap leeft.

Als je naar de Nieuwe Bibliothecaris van Lankes toe wilt groeien, naar die rol, dan kan ik mij voorstellen dat je dat stapsgewijs doet. Want het vergt nogal wat van jou als bibliothecaris, als organisatie. Je moet je zelf echt anders gaan positioneren. En lukt je dat in één keer, of moet je vingeroefeningen doen op de manier waarop we daar in Kennemerwaard mee werken in de behoeftepiramide? Is de stap naar een leren leren organisatie (iets anders dan een lerende organisatie) niet veel te groot om in één keer te maken?

vrijdag 22 februari 2013

Een (on)zekere toekomst

De afgelopen tijd hoor ik om mij heen heel veel berichten over bezuinigingen, sluitende bibliotheken, ontslagen. Ook wij in Kennemerwaard zijn geconfronteerd met bezuinigingen en er komen er nog meer aan. Vooralsnog hebben wij gelukkig nog geen vestigingen hoeven te sluiten.

Ik maak me wel zorgen. Zo las ik in het NRC deze week het bericht over sluitende bibliotheken in Waterland. En hoor ik van West-Friesland ook alarmerende berichten over sluiting van vestigingen, Hollands Kroon waar het zelfde dreigt. Wat ik iedere keer hoor als er een ambtenaar of een wethouder aan het woord komt is dat de bibliotheek niet meer van deze tijd is, dat alles digitaal kan, of dat er met onbemenste uren prima in de uitleenfunctie kan worden voorzien. De bibliotheek wordt als een dubbeltje plat geslagen, en we worden neergezet als iets dat uit de tijd is.

Terwijl: 15% van de bevolking laaggeletterd is
25% van de leerlingen met 2 jaar leesachterstand van de basissschool komt
jongeren moeite hebben met het vinden van de juiste informatie en het beoordelen van informatie op juistheid
ouderen baat hebben bij het stimuleren van de geest door bijvoorbeeld boeken te lezen, of in lees- of discussiegroepen te gaan; en zich zo ook nog eens minder eenzaam voelen.

www.piazzadelarte.be
Nu ken ik de situatie van mijn collega bibliotheken niet in de finesses. Ik heb een aantal voorbeelden gezien waarin steeds meer aan de openingstijden werd geknabbeld, aan extra activiteiten, cursussen en lezingen, aan ondersteuning voor het onderwijs. Alles wat juist niet uitlening was is weggesneden. Vaak omdat de gemeente zei dat ze er niet meer voor wilden betalen, of dat ze het geen taak van de bibliotheek vonden. En nu volgt daarop in enkele gevallen de rederening van gemeenten dat lezen voor je plezier is, dat het een hobby is en dat je dat als gemeente voor volwassenen niet hoeft te subsidieren. Omdat dit ook is wat is overgebleven na al eerdere bezuinigingsacties. Alleen de uitleenfunctie staat nog overeind.

Ook in Kennemerwaard worden wij met enige regelmaat geconfronteerd met dezelfde denkbeelden als in de tweede en vierde alinea hierboven genoemd. In de discussie met wethouders en ambtenaren hameren wij telkens op de reden waarom mensen naar de bibliotheek komen. Onze onvolprezen behoeftepiramide. Dat de reden waarom bibliotheken ooit zijn opgericht is mensen de mogelijkheid te geven zichzelf te ontwikkelen. En dat die reden nog steeds overeind staat. Omdat de maatschappij ontwikkelde mensen nodig heeft, zelfredzame mensen.  Mensen moeten kunnen lezen om volwaardig mee te kunnen doen in de maatschappij, en mensen moeten in staat zijn om hun eigen mening te vormen door informatie te vinden en te beoordelen op juistheid. Die kunnen dat niet vanzelf, daar moet je ze bij helpen. In samenwerking met die mensen, met het onderwijs, met welzijnsinstellingen, met de gemeente.

Tot nu toe blijkt telkens in discussies met wethouders, met ambtenaren, met raadsleden dat we met succes kunnen verdedigen waarom de bibliotheek zo belangrijk is. Dat we best bereid zijn om te kijken naar slimme oplossingen, maar dan juist vanuit welke taak de gemeente vindt dat de bibliotheek zou moeten vervullen in de samenleving. En dan blijkt dat de onderste laag van de behoeftepiramide, om mensen zelfredzaam te maken door elke gemeente als een wezenlijke taak wordt gezien. En het grappige is dan, dat je het om kunt draaien. Want dan is de uitlening niet meer leidend, maar juist ondersteunend geworden. Dan is het hebben van een goed netwerk van bibliotheekvoorzieningen in de gemeente van groot belang. Dan hoeft dat niet persé een eigen vestiging te zijn, maar gaat het er wel om hoe je de kwetsbare groepen het best kunt bereiken. Dan reik je als bibliotheek buiten je muren, en ga je samen met de gemeente op zoek naar hoe je het best je gezamenlijk doel kunt bereiken. En zet je in op ondersteuning van onderwijs, het maken van cursussen om mensen wegwijs te maken op internet en in sociale media, organiseer je spreekuren van advocaten, notarissen, patientenverenigingen etc. Dan zijn juist ineens de 'extra's' de basis geworden. Dan gaan daar uren van medewerkers in zitten.

We hebben het pleit zeker nog niet beslecht, maar we zijn op de goede weg. Ik heb vertrouwen in een zekere toekomst!

zondag 9 december 2012

Wie heeft het juiste recept?

Afgelopen dagen heeft zich, wederom, een felle discussie afgespeeld over het retaildenken in het openbare bibliotheekwerk in Nederland. Aanleiding was een interview in Bibliotheekblad met Hanneke Kunst, aanhanger en aanjager van retaildenken van het eerste uur. En daarop kwamen de reacties van vermaarde tegenstanders van dit denken en ook voorstanders van dit concept. Ook op twitter barstte de discussie weer los.

Ik moet zeggen dat ik er inmiddels heel erg moe van word. Want wie heeft nou het juiste recept om de bibliotheek van de toekomst neer te zetten? Je kunt heel veel van retail vinden, je kunt het prachtig vinden, want meer leden en meer uitleningen. Je kunt het afschuwelijk vinden want het gaat in de toekomst niet meer over uitleningen en leden, het gaat om zingeving en het gaat om maatschappelijke waarde. In ieder geval denk ik dat je het niet als een doel moet zien, maar als een middel. En zo gebruiken wij het dus ook. Een middel om vernieuwing in te zetten. Eén die voor veel medewerkers nog behapbaar is, en dat zelfs nog niet altijd. Wij zetten het in om onze huidige lezers beter te kunnen bedienen, en om het beeld dat zij van de bibliotheek hebben positief te beïnvloeden. Daar zijn vast ook andere manieren voor... wij gebruiken retail.

Er zijn collega's in het land die geloven dat het e-book onze redding is, mits we de rechten eindelijk voor elkaar krijgen. Er zijn collega's die daar absoluut niet in  geloven. Ook hiervoor geldt dat het geen doel op zich is, het is een middel. En het is goed om te kijken hoe je dit in je dienstverlening kunt opnemen. Want ons publiek heeft op dat gebied wel een verwachtingspatroon, ze willen het graag via de bibliotheek kunnen lenen. Zo niet, hebben ze nog wel een vriend, vriendin, kennis die voor hen 5.000 titels op een stickje zet. Dat lid zie je nooit meer terug en die schrijft zich uit. In Kennemerwaard bieden we dat wat er is op landelijk niveau, uitgezonderd het e-portal van de NBD,  via onze website aan. Dus zijn wij blij met Lees meer, al kan het allemaal nog veel beter.

Er zijn collega's die vinden dat het om zingeving moet gaan, om de informatiefunctie, om content curation. Er zijn er  die dat een heilloze weg vinden. Wij zijn die positie in hun ogen al jaren kwijt en gaan die achterstand nooit meer inlopen. In Kennemerwaard zetten we wel met hernieuwde krachten in op de informatiefunctie. Door mee te doen met Biebsearch, door met combinatiefunctionarissen op scholen het onderwijs te ondersteunen in leesbevordering en informatievaardigheden. Dat vraagt andere medewerkers met andere competenties. Daar moeten we ruimte voor vinden, soms in eigen begroting, soms door co-financiering. Met een krimpend budget en bulten ambities is dat niet eenvoudig.

Je zou kunnen zeggen dat bibliotheek Kennemerwaard een opportunist is. of dat we geen visie hebben op het bibliotheekwerk. Ik denk dat we al werkend aan verbetering op zoek zijn, naar hoe we de waarde van de bibliotheek voor de toekomst nieuwe invulling kunnen geven. Wij hangen alles wat we doen op aan de behoeftepiramide die ons richting geeft. Want we doen veel, proberen het goede te behouden en tegelijkertijd te vernieuwen en te innoveren. Ik weet zeker dat heel veel collega's in het land op dezelfde manier bezig zijn, ieder vanuit zijn of haar idee van wat goed is nu en in de toekomst. Laten we vooral open staan voor elkaars ideeën  en van elkaar leren. Want al wil je niets met retail, dat wil niet zeggen dat de gedachte die er in ieder geval voor mij achter zit, kijken en luisteren naar je klant, een heel belangrijke is. En dat moet zich niet beperken tot je fysieke vestiging, ook in het educatieve en digitale terrein gaat dit op. Het gaat er om dat besef bij je medewerkers tussen de oren te krijgen, voor zover ze dat niet hadden. En dat het bibliotheekwerk van de toekomst er één is waarin je je plek in de maatschappij moet bevechten op maatschappelijke waarde. Door je burgers verdieping te bieden, door ze ter verleiden iets te ontdekken wat ze daarvoor nog niet wisten, om ze het beste uit zichzelf te laten halen, ze de mogelijkheid te geven zich te ontwikkelen.

Ik vind de Overijsselse bibliotheken een mooi voorbeeld. Zij voeren de retail door, en zetten daarnaast ook met hun Innovatielab goed in op vernieuwing, digitale ontwikkelingen en zingeving. Het één kan prima naast het ander bestaan, en waarschijnlijk bevruchten ze elkaar ook nog. En natuurlijk lukt het bij de ene bibliotheek beter dan bij de ander. De een richt zich meer op digitalisering, de ander is heel blij met het uitmelken van de uitleenfunctie.

Ik ken collega's die roepen dat we één koers moeten varen. Ik ken collega's die zeggen dat we lokaal gefinancierd worden en dat het dus een mission impossible is om één nationale bibliotheekorganisatie met franchisehouders na te streven. Beide hebben vast gelijk. Vooralsnog is het zo dat we met onder andere het bekvechten over wel of niet retail geen stap verder komen.

Ik leer heel graag van mijn collega's, van mensen binnen en buiten de branche. Ik ben geïnteresseerd in hun ideeën  En ik doe er mijn voordeel mee. En als ik iets hoor of zie dat ik toepasbaar en kansrijk acht voor Kennemerwaard ga ik er mee aan de slag. Van die zaken die ik minder kansrijk acht, of wat kritische kanttekeningen bij heb, probeer ik (geheel tegen mijn karakter in ;-) mij toch te onthouden van veroordeling. Dat helpt namelijk niets. Het mooie is dat zolang we allemaal nog lokaal gefinancierd worden we tot op zekere hoogte de ruimte hebben tot lokaal ondernemerschap. En daaronder versta ik ook goed kijken wat je buren, je collega's doen, en daar van te leren. Want daar was de bibliotheek toch van? Een ieder de kans te geven via vrije toegang tot informatie, cultuur en educatie om het beste uit zich zelf te halen? En laat dat nou voor iedereen iets anders kunnen zijn.

vrijdag 7 december 2012

Behoedzaam voorwaarts

Het is zo tegengesteld aan mijn karakter, maar in het zoeken naar oplossingen als je met bezuinigingen wordt geconfronteerd gaat het er vaak om dat je behoedzaam voorwaarts gaat. Wie vertel je wat en wanneer. En hoe duidelijk maak je je boodschap, en waar hang je hem aan op.

Begin dit jaar kregen we te horen dat de gemeente Bergen, waarvan de bibliotheek net dit jaar met ons is gefuseerd, vanaf 2014 in vier jaar tijd € 150.000,-- op de subsidie wil gaan korten. Dat is ongeveer 20% van het subsidiebedrag, en voor dat geld moeten dan drie vestigingen in de lucht worden gehouden.

We hadden met de wethouder overlegd hoe we dit het best zouden kunnen aanpakken. Zij wilde graag een co-creatieve aanpak, en daar voelen wij ook wel voor. Dus hebben we eerst een sessie belegd met belangengroeperingen in de kernen. Dat hebben we  in oktober gedaan.

Gisteravond hadden we een voorlichting voor leden van de raadscommissie. De opkomst was helaas niet zo groot, er was een parallelsessie over een nieuw te bouwen gemeentehuis. Politiek gezien natuurlijk veel interessanter dan de toekomst van de bibliotheek ;-) Voor degenen die er wel waren heeft eerst de ambtenaar verteld wat de visie is van de gemeente. Zij hanteren een aantal uitgangspunten voor de toekomst wanneer er bezuinigd moet worden:
• Vertrouwen op de eigen kracht (van burgers)
  Samenwerken met andere instellingen
  Behoud en vernieuw
  Cultureel ondernemerschap
  Doelgroepen van de toekomst

Met de bezuinigingsopdracht in het achterhoofd is de gemeente inmiddels tot de conclusie gekomen dat drie volwaardige vestigingen niet meer haalbaar is. Maar ze willen wel dat de bibliotheek zich blijft inspannen ten behoeve van leesvaardigheid, informatievaardigheid en mediawijsheid van alle burgers van Bergen. Voor de overige diensten willen ze graag zien dat die kostendekkend zijn en dat er maatwerk wordt geleverd. Dus bijvoorbeeld een strandbibliotheek, lezingen, activiteiten voor zelfontplooiing... dat moet kostendekkend. Dat zal nog een hele klus blijken.


Nu zijn we er nog niet, maar ik ben wel heel erg blij met de uitspraak van de gemeente dat ze de drie belangrijkste elementen van het bibliotheekwerk, de belangrijkste toegevoegde waarden hebben overgenomen. Waarbij ze ook ontvankelijk lijken te zijn voor ons argument dat als wij echt een verschil willen maken op deze terreinen dat we dan structurele aandacht in scholen aan deze onderwerpen moeten geven. En dat de kracht om dat te doen bij de bibliotheek ligt in de ondersteuning van het onderwijs.



Tijdens zo'n presentatie hanteren we binnen Kennemerwaard altijd weer onze behoeftepiramide. 
Die maakt zo duidelijk waar de belangrijkste taken van de bibliotheek liggen, en waarvan we ook nooit in discussie hoeven of er subsidie heen moet. De onderste trede van de piramide staat nooit ter discussie. De bibliotheek heeft absoluut een rol in het mensen mogelijk maken zich staande te kunnen houden in de maatschappij door hen het plezier in lezen bij te brengen, door hen te leren informatie te zoeken en die te beoordelen op betrouwbaarheid. 

Aan het eind van ons verhaal maakten we een financieel overzicht. Wat hadden wij al gedaan om de tekorten op te vangen, welke mogelijkheden liggen er nog. En we hebben het plaatje rond gekregen. Maar we hadden alleen geen geld voor de huisvesting meer over voor twee van de drie vestigingen. Behoedzaam voorwaarts want een oplossing willen we en één die ons in staat stelt het verschil te maken in juist die drie belangrijke vaardigheden die je nodig hebt om als volwaardig burger mee te kunnen doen.




donderdag 16 augustus 2012

Waar zit de innovatiekracht?

Op twitter word ik 'uitgedaagd' door Joost Heessels dat het erg makkelijk is om als directeur van een bibliotheek te zeggen dat innovatie van onderaf moet komen. Hij vindt dat innovatie van boven en van onder af moet komen. En dat ben ik van harte met hem eens. Ik zal aan de hand van hoe het in Kennemerwaard gaat proberen duidelijk te maken hoe ik er naar kijk.

In Kennemerwaard hanteren we een behoeftepiramide als we kijken naar onze producten en diensten. Dat model hebben we samen met een externe begeleider ontwikkeld, Ferd van den Eerenbeemt. Daarna zijn we er zelf mee verder gegaan. We hebben het voorgelegd aan al onze medewerkers. En dat leverde heel veel herkenning op, maar ook veel onrust. Want wij, het managementteam van Kennemerwaard, vinden dat de bibliotheek vooral haar toegevoegde waarde heeft in de onderste trede van de piramide (handhaven), en dat de uitdaging ligt in de bovenste trede (bijdragen). Precies die twee treden waar we onvoldoende aandacht aan hadden besteed de afgelopen jaren.

We merken de twee jaren na de introductie van dit denkmodel dat het voor veel medewerkers, met name die zich met productontwikkeling bezig houden, een meetlat is waarlangs ze hun werk, hun activiteiten leggen om te kijken of ze met de goede dingen bezig zijn. Ik vind dat winst, en ik vind dat ook echt iets wat een directie moet doen. Handvatten geven aan medewerkers, waarom doe je het, waar is de bibliotheek voor bedoeld. Als directeur, als managementteam ben je verantwoordelijk voor de strategie en voor de keuzes die je maakt als bibliotheek.

We hebben bij het schrijven van ons meerjarenbeleidsplan meerdere sessies gehad met onze medewerkers, waarin we lieten zien als managementteam wat wij denken dat belangrijke ontwikkelingen zijn. Vervolgens hebben we de medewerkers gevraagd om met elkaar na te denken over wat de bibliotheek de komende jaren niet meer zou moeten doen, en wat wel. Ik kan daarbij melden dat een aantal denkbeelden die het managementteam zo'n twee, drie jaar geleden op boze blikken en hoon kwam te staan in de afgelopen update ronde van dit voorjaar door medewerkers zelf werden genoemd. Dat is winst. Het kost (soms) tijd om medewerkers mee te krijgen in veranderingen.

Ik zie in onze bibliotheek veel medewerkers die bol staan van de ideeën. Die door elke dag met klanten bezig te zijn zien hoe het anders kan, hoe het beter kan. Die soms met hele 'wilde' ideeën komen. Zolang het idee binnen het huidige of toekomstige beleid past is het kijken of we het gelijk kunnen aanpakken, of dat er eerst tijd en geld vrij gemaakt moet worden. Niet alles kan, niet alles hoeft via het managementteam. (Kleine) veranderingen die het werk op de vloer makkelijker of beter maken die binnen het mandaat van een team liggen moet je wat mij betreft ook zelf oppakken, mits niet strijdig met afspraken die voor het groter geheel gelden.

Met mijn opmerking dat innovatie van onderaf moet komen bedoel ik vooral te zeggen: wacht niet op je directeur tot hij/zij je een opdracht geeft. En als directeur heb je de opdracht om niet op je medewerkers te mopperen als ze niet gelijk met je meegaan, maar na te denken hoe je ze mee kunt krijgen. In een ideale situatie kom je elkaar ergens halverwege tegen. Meer reëel is dat je aan beide kanten, directie en medewerker, zo je momenten van frustratie hebt, en je onbegrepen voelt ;-)  De kunst is aan beide kanten een open geest te houden, en te kijken naar elkaars kwaliteiten.

maandag 23 april 2012

Toekomstperspectief, deel 4, Ontwikkelen


De volgende trede
In het uitwerken van de brainstorm flappen kom ik weer een trede hoger op de piramide. Vandaag wil ik met jullie delen wat het managementteam bedacht heeft als het gaat om ‘ontwikkelen’, of ‘ontplooien’. Bij het bedenken van de behoeftepiramide, en het invullen van de taken van de bibliotheek, denken we hier echt aan de oude waarden van de bibliotheek. De volksverheffing! Mensen, burgers de kans geven om zich te ontwikkelen. Door zelfstudie, door te komen luisteren naar een lezing, naar een tentoonstelling te komen, een interessant boek te lezen, een boeiende film te kijken over een onderwerp wat je aanspreekt.

Kenniscentrum
Als we dan naar de toekomst kijken denken wij dat de bibliotheek zich zou moeten ontwikkelen tot een kenniscentrum. Nu zijn we meer een informatiecentrum, alle informatie is gevat in onze collectie: in boeken, tijdschriften, kranten, databanken etc. In het nieuwe tijdperk zullen we meer een gidsfunctie moeten gaan vervullen, ten behoeve van de ‘education permanente’. De bibliotheek levert de faciliteiten om te kunnen leren en we zijn een platform om kennis over te dragen van mens tot mens. De ontvanger kan zich met die kennis verder ontwikkelen.

Gemaksdiensten
Op het gebied van ontwikkelen zullen we voor onze klanten onder andere gemaksdiensten moeten gaan aanbieden. Die kunnen dan inkomsten opleveren. Een gedeelte van wat we aanbieden zal gesubsidieerd zijn, een gedeelte niet.

Programmering
De programmering, cultureel en informatief zal moeten aansluiten bij de ontwikkelingswensen van onze klanten. Zo zien wij kansen voor onder andere trainingen rondom internet (mediawijsheid) en het gebruik van internet, en kennismakingscursussen voor apparatuur en software (medialab). Met 7dingen hebben we daar een mooie start meegemaakt, maar de techniek en de software schrijdt voort. Als het ons lukt om bij de early adapters te horen dan kunnen we een stevige gidsrol daar in spelen voor heel veel mensen in de maatschappij, en ook voor bedrijven. Verder zal de programmering ook lezingen en debatten omvatten. Aansluiten bij actuele en lokale thema’s.

B2B
We zien hier ook kansen voor business to business dienstverlening. Samen met of voor bedrijven zouden wij heel goed debatten kunnen gaan organiseren. Wij kunnen ons heel goed voorstellen dat we bjvoorbeeld samen met de AZ-businessclub lezingen rondom managementvraagstukken gaan organiseren. Wij regelen de sprekers, en zorgen voor achtergrondmateriaal. We kunnen cursussen organiseren hoe je informatie vindt, of lezingen over onderwerpen die spelen voor ondernemers. Nu doet o.a. een Kamer van Koophandel dat , maar waarom zou de bibliotheek dat niet op kunnen pakken? Wij zouden op die manier heel anders in de aandacht van bedrijven komen te staan, en het zou ons extra inkomsten kunnen opleveren. Op die manier kunnen we onze professionaliteit op een heel andere manier gaan uitbaten. We zijn daarin vaak veel te bescheiden.

Excelleren
Als we dit allemaal willen gaan moeten we ook durven te benoemen waarop we willen gaan uitblinken.
-          Media-educatie voor gevorderden: 7dingen en het leren zoeken en beoordelen van informatie.
-          Lezen en verhalen inzetten, film en muziek inzetten als ondersteuning en uitdaging om maatschappelijk vraagstukken aan te vliegen, bespreekbaar te maken. De bibliotheek als kritische bevlogen partij in de stad, die zich toch neutraal opstelt.
-          Spin in het web van maatschappelijk organisaties: culturele , educatieve, gezondheidszorg partners rondom thema’s als welzijn, groen, duurzaam. Het moet zo worden dat als er iets gebeuren moet in stad of dorp het rendement hoger is als het samen met de bibliotheek gebeurt.

Verbinden
groei van mais
De bibliotheek doet dit alles natuurlijk met goed uitgezochte medewerkers die op de hoogte zijn van alles wat er lokaal en landelijk speelt. Hij/zij heeft een brede interesse en is breed geïnformeerd. Hij/zij kent de maatschappelijke ontwikkelingen en maakt net zo gemakkelijk via digitale middelen contact met de doelgroep, als in het dagelijks contact met de klanten in de bibliotheek of ‘in het veld’.  Het begrip toegevoegde waarde ligt bij een ieder voor in de mond als het om de bibliotheek gaat ;-) Wat zullen we groeien met z'n allen.

donderdag 12 april 2012

Toekomstperspectief, deel 3


Toen wij met ons MT bezig gingen met de toekomstvisie hebben we de behoeftepiramide ook bekeken vanuit het perspectief over 10 jaar. In de vorige blog gaf ik onze bespiegelingen over de onderste tree van de piramide weer. Nu gaat het over de trede deelnemen. De trede waar nu nog veel van onze formatie en middelen in zit. Het uitlenen ten behoeve van recreatief lezen. De groep klanten die zich in generalistische termen laat vatten als ANWB-leden, TROS en SBS, maar ook Kassa en Radar, Disney, Libelle, Volendam, C1000 (geen fratsen) en Samsung. Dit is de groep klanten die gebruik maken van Facebook en Hyves.
 
In deze groep klanten, leden, zit ook een risicovolle groep van afhakers. Zij komen nu nog graag naar de bibliotheek, zeggen dat ze nooit zonder bibliotheek zullen kunnen, maar op termijn de overstap zullen maken naar een e-reader en zullen gaan voor het gemak van de nationale digitale bibliotheek. Nu is downloaden iets dat ze  nog als ver van mijn bed zien, maar zich snel eigen zullen maken omdat het gemak de mens dient.
Als bibliotheek zul je dus nu al moeten inspelen op de latente behoefte van deze groep. Zij willen een dynamisch aanbod, ze willen het gevoel hebben dat ze via de bibliotheek voeling houden met de maatschappij, en zij willen het gevoel hebben dat de bibliotheek voeling houdt met hen. Hoe erg het misschien ook klinkt, voor deze mensen moet het 'leuk' zijn om naar de bibliotheek te komen.
De bibliotheek zal ze voorkeuze pakketten moeten bieden. Dit is de groep die erg hecht aan de lokale verankering, aan hun eigen vestiging van de bibliotheek. Die in het verweer komen als 'hun' bibliotheek gesloten dreigt te worden. 'We worden gepakt door politici, door managers, door de gemeente'  is een uitspraak die uit deze groep  gehoord kan worden. Voor ons als bibliotheek is het belangrijk om te zorgen dat we met deze groep klanten in contact blijven, en ze mee nemen in onze ontwikkelingen.
 
Marketing voor deze groep is op basis van het gebruik dat ze van de bibliotheek maken. We moeten deze groep interesseren voor wat de bibliotheek te bieden heeft en ze meerwaarde bieden. Door een laagdrempelige programmering weten we deze groep te boeien en naar de bibliotheek te trekken.
Deze groep is geïnteresseerd in gemaksdiensten. Ze zijn ook blij te maken met acties als 'Voordeel met je biebpas'. Deze leners  gaan naar de bibliotheek omdat lenen goedkoper is dan kopen. Als de bibliotheek onvoldoende 'levert' dan zullen deze leners gaan kopen. Onze verwachting is dat deze groep met invoering van retail, de winkelformule nog een tijd te behouden zijn als klant, maar dat de groep leners op termijn zal krimpen. Het is dus zaak om voor de langere termijn dienstverlening voor deze groep slim te combineren met dienstverlening voor de groep handhavers of de groep ontplooiers.  Als echte idealist is het de uitdaging van de bibliotheek om deze mensen zo te raken dat ze zich geprikkeld voelen door de bibliotheek om te blijven leren, om zich te ontplooien en te ontwikkelen.
 
Het personeel dat ingezet zal worden op de 'deelnemers' zal in ieder geval thuis moeten zijn op het gebied van marketing. Ze zullen goed moeten kunnen monitoren wat de beoogde resultaten zijn, focus op het rendement van de collectie. Verder zullen ze op de hoogte moeten zijn van wat er speelt in de gemeente, in de kern, in het dorp of wijk qua lezingen, activiteiten zodat ze de connectie kunnen maken tussen de interesses van de klant en wat er aan aanbod intern en extern is. Dus de meerwaarde creëren voor de klant, weten wat ze willen en de verbinding voor de klant weten te maken met wat hen interesseert en wat de bibliotheek te bieden heeft (en niet alleen de bieb zelf, maar dus ook in het netwerk van de bibliotheek te vinden is).

vrijdag 6 april 2012

toekomstperspectief, deel 2

De behoeftepiramide, Handhaven

Als we naar de behoeftepiramide kijken dan begint de reden waarom mensen naar een bibliotheek komen als eerste behoefte, heel basaal. Je komt omdat je beter wilt leren lezen, je wilt leren hoe informatie te vinden, je wilt je kunnen handhaven in de maatschappij. Daar heb je ondersteuning bij nodig om je zelfredzaam te maken.


In de brainstorm van ons managementteam hebben we het volgende over die eerste balk in de piramide gezegd. De bibliotheek heeft hier een niet altijd even makkelijke positie. Er zijn meer kapers op de kust voor de groep die hiervoor naar de bibliotheek zou kunnen komen. Als het om het onderwijs gaat merken wij bijvoorbeeld dat een onderwijsbegeleidingsdienst producten verkoopt ten behoeve van leesbevordering aan scholen. Producten waarvan wij denken dat we het beter kunnen, en waarvan we vinden dat een school er structureel in zou moeten investeren in plaats van éénmalig. Wat duidelijk is in het gesprek wat we met die school hebben gehad is dat de school geen goed beeld heeft van wat de bibliotheek kan bieden. We weten onvoldoende duidelijk te maken wat de toegevoegde waarde is van een bibliothecaris bij het lees- en leeronderwijs.

Voor de dienstverlening aan het onderwijs geldt ook dat een aantal politici vindt dat de school maar moet gaan betalen voor de producten van de bibliotheek. Dat is een discussie die we overigens omgekeerd natuurlijk ook voeren met scholen. Ze zijn jaren gewend geweest niet of nauwelijks te betalen voor de dienstverlening van de bibliotheek, zien ons vaak nog als ‘uitleencentrum’. In plaats daarvan zien wij onszelf als een instelling waar je gedegen advies kunt krijgen over hoe je het lezen kunt bevorderen en hoe je kinderen wegwijs kunt maken op internet en ze daar kritisch in te laten worden. Wij vinden dat een speerpunt ,waarop we ook stevig inzetten qua formatie. Bij het onderwijs geldt dus heel sterk een discussie vanuit verschillende kanten dat niet duidelijk is wie wat gaat betalen. Ik zelf hang er eerlijk gezegd ook wat ambivalent in. Aan één kant vind ik dat onze kwaliteiten absoluut geld waard zijn, waar voor betaald moet worden. Maar of dat nou door de school gedaan moet worden, of door de gemeente? Het is in beide gevallen uiteindelijk overheidsgeld, en ik denk dat je daar lokaal goede afspraken over moet maken. Niet onnodig gemeenschapsgeld rond pompen omdat het voor de bühne zo marktgericht lijkt.

Verder hebben we ons ten aanzien van de dienstverlening voor het onderwijs afgevraagd hoe het zit met het gemak wat we bieden. Ziet het onderwijs ons wel als een organisatie waar ze op hun wenken bediend worden? Of zien ze ons als iets wat er jaarlijks bij hoort, iets wat afgevinkt moet worden op een jaarlijks activiteitenprogramma. Dit is duidelijk iets wat we het komend jaar op moeten gaan pakken. Gesprekken gaan voeren met schooldirecties, met schoolbesturen. Waar is behoefte aan, en naar wat voor financieringsconstructies willen we toe?

Toen stelden we onszelf de vraag, want het ging tenslotte om de toekomstvisie, waarvoor komen de mensen die vanuit de behoefte om zich te handhaven over 10 jaar nog naar de bibliotheek. Welke sterkte, welke kracht hebben wij dan?

Als het gaat om de mensen die echt aan de ‘onderkant’ zitten dan vinden wij dat de taken van leesbevordering, media-educatie, burgerschap, juridische vragenuren dat die dicht bij de mensen beschikbaar moet zijn. Deze basis moet ‘so to speak’ om de hoek zitten. Dit hoeft niet in een eigen gebouw, het kan in samenwerking met andere partijen. Die bibliotheek is faciliterend en levert het platform en de connectie. Onze deskundigheid zit in de uitvoerende programma’s van leesbevordering en mediawijsheid en in het feit dat we dan een kenniscentrum zijn geworden. Voor de groep ‘handhavers’ zullen we ook een zomerprogramma moeten gaan ontwikkelen, en er zal een programma komen voor kwetsbare ouderen. Natuurlijk in samenwerking met andere partijen.

Naast de groep ‘handhavers’ is er ook een groep die de bibliotheek gebruikt om zich te ontplooien. Die qua leesniveau de bibliotheek niet nodig hebben, maar die als beginnend ondernemer de bibliotheek wel kunnen gebruiken om hun zelfredzaamheid te vergroten. Men ontmoet gelijkgestemden in de bibliotheek, om kennis en informatie uit te wisselen en te delen. Voor zakelijke ontmoetingen is de bibliotheek een goed ontmoetingspunt om af te spreken. De bibliotheek zorgt er voor dat mensen participeren, hun burgerschap invullen en bij de verschillende spreekuren die de bibliotheek ‘host’ kan men terecht voor advies.

Onze unieke verkoopkracht voor de behoefte handhaven en ontplooien is dat we veel open zijn en dat we veel mensen over de vloer krijgen. We hebben een aantrekkelijk gebouw waar het goed toeven is.

(ill. Ton de Bree)

dinsdag 3 april 2012

toekomstperspectief bibliotheek, vingeroefening deel 1

Vorige week hebben we met het managementteam van onze bibliotheek gebrainstormd over hoe de bibliotheek voor de komende 5 tot 20 jaar verder kan. Een eerste schot voor de boeg deed ik al op 28 maart. In de komende weken zullen jullie tussen andere blogs door hier de uitwerking vinden van al dat denkwerk van ons managementteam. En ik nodig natuurlijk een ieder die ze leest om er op te reageren, want daar worden ideeen meestal beter van;-)

De bibliotheek van de toekomst moet zich ontwikkelen van informatie- naar kenniscentrum. Om een toegevoegde waarde te hebben voor de maatschappij, voor burgers, zal de bibliotheek op 4 pijlers moeten excelleren: lezen, leren, informeren en interesseren. Deze vier pijlers vallen ook onder te brengen in de behoeftepiramide van Kennemerwaard. Iets wat we intern samen met Ferd van den Eerenbeemt hebben ontwikkeld, en wat we gebruiken om onze activiteiten aan te spiegelen.

In de onderste balk van de piramide, Handhaven, vinden we vooral de ondersteuning van lezen voor onderwijs, en ook in het ondersteunen van leren. In het ondersteunen van zoeken, zoekvaardigheden aan leren en het aanleren van kritisch consumeren van informatie. De basis zou je kunnen zeggen die ieder mens nodig heeft om mee te kunnen doen in de maatschappij. We gebruiken hierbij leesbevorderingsprogramma's die landelijk ontwikkeld zijn, waarbij we vinden dat er betere meetgegevens gegenereerd zouden moeten worden. Dus met smart wachten we op een manier om dat meetbaar te maken en vinden we de leesmonitor een mooie start. We hebben graag aangehaakt bij 23dingen, en we hebben gebaseerd op lokale behoefte en in samenwerking met lokale partners onze 'eigen' 7dingen ontwikkeld.


Bij de balk Deelnemen gaat het om interesseren, om lezen voor je plezier, ten behoeve van je vrije tijdsbesteding. De bibliotheek maakt een voorkeuze, zoals we altijd al deden. In de toekomst gaan dat beter laten aansluiten op de behoefte, met een actuele collectie die breed is, met diepte daar waar nodig voor de bevolking. Dus in een stadsvestiging zit er meer diepte in de collectie, omdat daar meer hoger opgeleiden gebruik maken van de bibliotheek dan in de plattelandskern. In de villakernen in ons werkgebied wordt ook een collectie op maat neergezet. Wij gebruiken daarvoor de modellen van het formulebureau, want wij maken graag gebruik van modellen die elders succesvol zijn, en gaan geen eigen wielen uitvinden als het nodig is.

In de volgende trede van de piramide Ontwikkelen, vinden we dienstverlening terug die aansluit bij de behoefte om te leren. Daar heeft de bibliotheek de rol van informeren, de klant laten zien wat er te koop is. Ook hier interesseert de bibliotheek, maar de belangrijkste taak van de bibliotheek is die van platform voor kennisdeling. Het gaat niet alleen om aan klanten, burgers te laten zien wat er in de collectie aanwezig is, het gaat ook om het organiseren van kennisdeling. Informatie wordt pas kennis als je er iets mee doet, als het iets met je doet.

Daarmee grijpt de bovenstaande rol ook gelijk naar de top van de piramide, namelijk naar die van Bijdragen. De bibliotheek faciliteert het leren, in het beschikbaar stellen van ruimte en collectie. Tegelijkertijd organiseert de bibliotheek, zorgt zij voor connectie tussen vrager en antwoorder. Om het prikkelend te zeggen ontwikkelt de bibliotheek zich van god naar gids. In plaats van pasklare antwoorden helpen we je om de weg te vinden naar jouw bestemming. Dat alles in een wereld waarin de hiërarchie is verdwenen. Leraar wordt leerling en andersom. Er zijn geen erkende autoriteiten meer, en tegelijkertijd zijn veel mensen op zoek naar autoriteiten die ze kunnen vertrouwen.

Al deze veranderingen vraagt nogal wat van ons personeel. Om te beginnen een inhoudelijke vakkennis, kennis van de collectie, kennis van het lokale netwerk, kennis van de maatschappij. De performance van de bibliotheek wordt mede afgemeten aan hoe onze medewerkers het doen. Dat betekent dat we beter nog dan nu de talenten van onze medewerkers moeten gaan benutten. HRM is cruciaal om te komen tot een andere bibliotheek.

En verder zullen we de toegevoegde waarde van de bibliotheek in kwalitatief en kwantatief opzicht moeten gaan meten, welk maatschappelijk rendement heeft de bibliotheek.

woensdag 4 augustus 2010

piramide van Maslow voor de bibliotheekgebruikers


Als tweede spreker op de donderdag van de summerschool van de Universiteit van Tilburg of digitale bibliotheken sprak Adam Blackwood, E-adviser Teaching % Learning bij de University of Kent. Hij begon zijn verhaal erg grappig door 2 android phones omhoog te houden en vervolgens alle 'ouderwetse' apparatuur omhoog te houden die in die telefoon verwerkt zat. Een fototoestel, een opnameapparaatje, een rekenmachine, een projector, een boek, een walkman en nog wat meer. De tafel lag vol.
Zijn presentatie was op een aantal fronten wat rommelig, van de hak op de tak, tegelijkertijd heel interactief want de toehoorders konden zelf aangeven welk onderdeel van zijn presentatie, die hij in een soort animatiefilmpje met Lego had gevat, zou worden behandeld.

de behoeftepiramide
Hij sprak vervolgens over waar je als bibliotheek op het web aan zou moeten voldoen in het aanspreken van je klanten, als je mee wilt tellen in hun netwerk.
De piramide bestaat uit vijf behoeften, oplopend in volgorde van basis tot dan doe je echt mee ;-) als je dat voor je klanten weet te regelen. Jullie moeten me maar vergeven dat ik het niet in een priamide heb getekend, daar mis ik nu de puf voor om dat uit te priegelen.
komen ze:
5. zelf realisatie: dwz dat je de technologie begrijpt, dat je aan e-learning doet, second life e.d.
4. erkenning: hoeveel vrienden heb je op de sociale media, hoeveel volgers op Twitter, heb je het laatste model van de mobiele telefoon
3. relaties: zit je op Twitter en op Facebook, chat je met klanten
2. communicatie comfort: heb je je inernet goed beveiligd, hoe zit het met de digitale omgeving, is er goed toegang tot e-mail en hoe werkt de webbrowser
1. verbinding: is er stroom, kun je wireless in je bibliotheek, hoe zit het met de internetverbinding, is die snel genoeg?

Blackwood stelt dat als je aan al deze voorwaarden voldoet dat je dan mee telt op het web. Dus daar ligt nog een wereld te winnen op een flink aantal fronten.
Wat ik in ieder geval wel grappig vond was dat hij gebruik maakte van de piramide van Maslow, deze hebben wij als inspiratie gebruikt voor hoe wij tegen onze eigen dienstverlening aan kijken. Waar ligt de maatschappelijke relevantie van de bibliotheek.

Wij hanteren deze piramide om onze dienstverlening verder aan te scherpen op maatschappelijke impact. Waar doen we het allemaal voor, en kunnen we ook een focus kiezen. Wij in Kennemerwaard hebben er voor gekozen om ons de komende vier jaar vooral te richten op klanten die de bibliotheek nodig hebben om zich te kunnen handhaven in deze maatschappij, dus op het gebied van laaggeletterdheid en mediawijsheid, en op bijdragen. Dat zit erg op het gebied van co-creatie met je klanten, hoe zorg je dat je klanten hun kennis aan die van jou willen koppelen. En dat gaan we dus onder andere doen door ons op het gebied van de sociale media te begeven. Dat zal wel struikelend worden ;-) we gaan het doen!

Bluetooth
Hij kwam overigens ook met het idee om veel meer te doen met Bluetooth. De enige bibliotheek die daar nu iets mee doet is DOK. Volgens Blackwood is er veel meer mee te doen, het verzenden van kleine welkomsberichten, van informatie op maat, kleine tips van wat er te doen is etc.

Verder had hij nog een geweldig cool filmpje waar de bibliotheek als de place to be wordt neergezet.