Posts tonen met het label vrije toegang tot informatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vrije toegang tot informatie. Alle posts tonen

maandag 13 april 2020

Over de zoektocht naar onze rol in het maatschappelijk debat: of hoever strekt onze neutraliteit


Jaarlijks organiseert bibliotheek Kennemerwaard zo'n kleine 1000 lezingen, debatten, informatieavonden etc. Meestal levert dat weinig sterk positieve of negatieve reacties op. De afgelopen twee maanden is bibliotheek Kennemerwaard een aantal keren 'geroosterd' op social media. Eerst naar aanleiding van een lezing door Extinction Rebellion in onze bibliotheek in Castricum. Er werd schande van gesproken dat met publiek geld een groep als Extinction Rebellion een podium werd geboden. Een groep waarvan zelfs sommige criticasters beweerden dat ze op de lijst van extremistische en terroristische organisaties staan van de Britse politie. Dat dit overigens onjuist en onterecht is, zoals bericht door oa The Guardian, werd alleen door Extinction Rebellion in de discussies benoemd. Sommige reacties op social media suggereerden dat de bibliotheek dan maar gekort moest worden op haar subsidies.
Pixabay


We hebben als bibliotheek gereageerd op social media en ikzelf in een brief aan de fractievoorzitters van de politieke partijen in Castricum, dat het organiseren van lezingen en debatten over maatschappelijke vraagstukken een taak is die in de Bibliotheekwet bij de bibliotheek hoort. Dat we de lezing oa in het kader van het thema van de Boekenweek "Rebellen en Dwarsdenkers" hadden georganiseerd. Dat we ook graag de andere kant van het spectrum aan het woord wilden laten, zoals bv. LTO of Farmers Defence Force. Van dat laatste is het overigens (nog) niet gekomen, corona heeft daar een stokje voor gestoken.

Bij het organiseren van lezingen kijken we, naast wat er actueel en relevant is aan maatschappelijke onderwerpen ook goed naar de bevolkingsgroepen in ons werkgebied. In Bergen en Castricum wonen relatief veel mensen met een alternatieve kijk op het leven, op de maatschappij en de wereld. Om die groep te bedienen organiseren we de zogenaamde 'spirituele lezingen', met onderwerpen die passen bij de belangstelling onder die groep inwoners. Dat deden we altijd samen met een inwoner uit ons werkgebied, die ons adviseerde welke spreker en welk onderwerp. Er was een goede vertrouwensband ontstaan tussen onze medewerker en de adviseur. De lezingen konden rekenen op een vast publiek dat de onderwerpen zeer waardeerden. 

Onze adviseur hield er mee op, maar raadde ons een andere persoon aan. Daar is onze medewerker mee in zee gegaan. En toen ging het mis. Er werd een lezing georganiseerd over 5G en kabouters. Op verschillende plekken in onze organisatie zijn geen alarmbellen gaan rinkelen, in ieder geval was er niemand die een kritische vraag stelde of we wel zo'n onderwerp als bibliotheek wilden aankaarten. En als we dat al wilden doen, of dan een lezing, wat behoorlijk éénrichtingsverkeer is, de juiste vorm is. Pas toen er veel rumoer op social media ontstond waren er collega's die zeiden dat ze het wel gezien hadden, maar niets hadden gezegd tegen de collega of tegen de leidingggevende of tegen mij.

Een geluk bij een ongeluk was dat we de lezing moesten afgelasten in verband met corona. Maar op social media werden we opnieuw geroosterd, dat we een podium boden aan dit soort nepnieuws was volstrekt idioot. En ja, hier moet ik het mee eens zijn. We hadden eerder intern besproken dat we vaker met elkaar, als medewerkers van de bibliotheek, met elkaar moeten bediscussiëren welke waarden en normen wij hoog houden. Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van informatiegaring. Maar ook kritisch burgerschap en informatievaardigheden bijbrengen aan mensen. We willen als bibliotheek bijdragen aan het tegen gaan van nepnieuws.

Op onderwerpen waar veel debat en discussie over gaande is, is het belangrijk dat wij als bibliotheek goed nadenken over de vorm waarin we informatieoverdracht willen gieten. Een lezing is zenden van je boodschap, in een debat kun je voor- en tegenstanders aan het woord laten. En welke onderwerpen wil je ver van blijven, welke vind je juist wel heel relevant? We willen als bibliotheek Kennemerwaard bijdragen aan het publieke debat, en we willen bijdragen aan kritisch burgerschap. Hoe we dat doen is onderwerp van gesprek, intern en zoals de discussies op social media aantonen ook extern. 

Baal ik ervan dat deze lezing over 5G en kabouters bij ons georganiseerd werd? Ja en nee. Ja, omdat ik er van geschrokken ben dat er te weinig kritisch is gekeken naar de inhoud van de lezing en of dat het past binnen onze normen en waarden. Nee, omdat het ons helpt om scherper te worden in hoe we onze rol binnen de democratie kunnen vorm geven. Die discussie intern vind ik essentieel om te voeren, zodat iedereen binnen bibliotheek Kennemerwaard weet waar we voor staan, en dat ook kan toepassen in zijn/haar dagelijkse werk.


vrijdag 2 mei 2014

Vechten voor burgerrechten

Vorige week was de aftrap van de campagne "The Right to e-read" van de EBLIDA. Het is een campagne waarbij we proberen zoveel mogelijk handtekeningen op te halen. We willen een verandering van het leenrecht bewerkstelligen in Brussel.Waarom is deze campagne nou nodig vraag je je misschien af? Iedereen kan toch e-lezen? E-boeken verschijnen, bibliotheken lenen ze, weliswaar mondjesmaat, uit. En als je dat allemaal te ingewikkeld vindt dat is er vast wel iemand in je vriendenkring die je van een usb-stick of cd-schijfje kan voorzien met daarop een duizendvoud van meestal niet legaal verkregen titels.

De reden voor deze campagne is tweeledig. Enerzijds willen we een bewustwording op gang brengen bij het algemeen publiek dat bibliotheken graag e-boeken zouden uitlenen. Dat dit lastig te realiseren is omdat wij afhankelijk zijn van de wil van uitgevers om ze via de bibliotheken uit te lenen. E-boeken vallen niet onder het auteursrecht en worden niet als een geprint boek beschouwd, maar als een dienst die je via een licentie moet inkopen. Dat is voor het algemeen publiek vaak helemaal niet duidelijk. Een e-boek is voor hen het zelfde als een gedrukt boek, er staat hetzelfde in en je doet er hetzelfde mee, namelijk lezen. Voor een gemiddelde lezer is het niet te verklaren waarom bibliotheken maar mondjesmaat e-boeken uit lenen.

Daarnaast willen we een bewustwording bij het algemeen publiek en bij de politiek dat de machtsbalans onevenredig is binnen het speelveld van e-boeken. Uitgevers bepalen welke titels zij beschikbaar stellen tegen welke prijs aan bibliotheken. Dat kan variëren van niet beschikbaar stellen tot een drie-vier of vijfvoudig tarief voor het uitlenen van een e-boek, en dan ook nog via de "one reader one copy" regeling. Er is geen sprake van een marktwerking hier, dit is echt marktfalen. De prijzen worden opgedreven in sommige Europese landen of er wordt domweg geweigerd om aan bibliotheken te leveren. Er is geen sprake meer van vrije toegang tot informatie, alleen wanneer over voldoende middelen beschikt om dat te kopen wat je nodig hebt, of wat je wilt lezen kun je over alles beschikken. Maar onze maatschappij kent meer burgers dan alleen degene die het zich kunnen veroorloven!

Even voor de duidelijkheid, want er wordt her en der aan zwartmakerij gedaan, als zouden bibliotheken eigenlijk piraterij bevorderen, juist het illegaal lezen bevorderen. Niets van dat alles is waar! In alle onderhandelingen die bibliotheken voeren, en ook in de petitie die we in Brussel willen gaan aanbieden, pleiten we heel sterk voor een billijke vergoeding voor de makers. Net zoals we bij de geprinte media doen, voor dvd's en cd's, voor alles waar auteursrecht op geheven kan worden, willen bibliotheken leenrecht betalen voor iedere uitlening. Dat hebben we altijd gedaan, en dat willen we blijven doen. Daar zijn we een betrouwbare partner in. En ook voor de duidelijkheid, ik weet dat niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen er onderhandelingen gaande zijn tussen bibliotheken en uitgevers om te komen tot uitleenmodellen voor e-boeken. En daar zijn we heel erg blij mee. Want hopelijk is het zo dat als er één
schaap over de dam is.... er meer volgen.

Er moet echt een goede regeling komen binnen het auteursrecht om burgers het recht op vrije toegang tot informatie te kunnen blijven bieden. Wat mij betreft kun je het er nog over hebben of dat via openbare bibliotheken zou moeten, maar waarom niet? Want deze instituten bestaan al eeuwen en hebben zich altijd ingespannen om te zorgen dat burgers de informatie konden vinden die ze nodig hadden, zich ingespannen om die burgers mondig te maken, ze te prikkelen van nieuwe ideeën kennis te nemen, ze te verleiden andere werelden te ontdekken. Bibliotheken zijn leesmotoren en om Keith Richards nog maar eens vrij te citeren "bibliotheken zijn de equalizers van deze tijd". Gelijke kansen voor iedereen. Daarom is het noodzakelijk dat er een herziening komt van het auteursrecht. Het moet mogelijk worden om e-boeken uit te gaan lenen, van peer-to-peer of via bibliotheken in een eerlijke verhouding tussen verkoper en koper. Dus kom, heb je nog niet getekend? Doe dat dan hier. Heb je het al wel gedaan, roep dan je vrienden, familie, kennissen, collega's op om ook te tekenen. We gaan voor 10.000 handtekeningen in Nederland!

maandag 7 april 2014

Een Turks avontuur

In februari ontving ik een bericht via LinkedIn van een Turkse bibliothecaris. Of ik wilde spreken op het 50ste bibliotheekcongres in Ankara begin april. Of ik iets over de toekomst van bibliotheken wilde vertellen en iets over de bibliotheken van de toekomst. Ik was verrast en voelde me ook vereerd. Dat overkomt je toch niet dagelijks dat je gevraagd wordt om in het buitenland te spreken. Ik heb het wel eens eerder gedaan, daar niet van. Maar dat was vanuit de EBLIDA, omdat onze vergadering samenviel met een congres in dat land. Dat is toch anders dan rechtstreeks benaderd te worden.

Ik checkte mijn agenda, ja ik kon, en ik antwoordde dat ik graag kwam en me vereerd voelde. En ik stelde nog wat praktische vragen over de vliegreis, visum, hotel etc. Daarna..........stilte..........
Geen antwoord op mijn bericht op LinkedIn. Zou het niet meer hoeven, hadden ze een andere spreker gevonden? Inmiddels was het maart en nam de druk op de eerste dagen van april qua agenda toe. Nog maar eens een mail gestuurd via LinkedIn. Weer geen bericht.

Toen na een week, vanuit Turkije een bericht. Of ik nou kwam of niet, ze hadden nog steeds niets gehoord. Vreemd. Dus weer geantwoord dat ik graag kwam. Daarna weer stilte........
Na nog een paar dagen kreeg ik ineens een rechtstreekse mail van mijn Turkse collega. Niet via zijn werkadres, niet via LinkedIn maar via gmail. En mijn antwoorden kwamen toen ineens aan.  

Ik heb toen voorgesteld elkaar maar even te bellen, en dat gebeurde. Kortgesloten wat de bedoeling was, dat het hotel geregeld zou worden, dat ik zelf mijn ticket moest boeken (of ik dat dan wel via Turkish Airlines wilde doen, goed voor de Turkse economie ;-), ik zou op het vliegveld opgehaald worden als ik mijn vluchtgegevens doorgaf, en een link naar een website om mijn visum te regelen. Fijn, even een stem te horen zodat je van gedachten kunt wisselen, en gelijk het telefoonnummer opgeslagen in mijn mobiel.

Afgelopen dinsdag, ja 1 april, reisde ik af naar Ankara. Met een overstap in Istanbul zou ik rond een uur of half elf 's avonds aankomen in Ankara. Presentatie mee op een USB stick, en op het laatste moment ook nog even het adres van het hotel op een briefje geschreven. Je weet tenslotte maar nooit. De reis verliep voorspoedig. Ach ja, het gebruikelijke gedoe met de veiligheidscontrole waarbij ik me altijd in moet prenten dat het voor ons aller veiligheid is. En dan op het vliegveld in Ankara.....drie keer de aankomsthal doorgelopen. Heel veel mannetjes met een bordje voor zich, maar niemand met een bordje met mijn naam. Geen mannetje met een bordje 'kutuphane', niets. Buiten bij de taxi's ook genoeg mannetjes met een bordje, maar mijn naam staat er niet bij. Ik bel het telefoonnummer van mij contactpersoon en krijg het geluid van een piepende fax aan de andere kant. Hm, zou ik in een dure 1 april grap beland zijn?  Zo blij dat ik wel het adres van het hotel heb opgeschreven. Ik pak een taxi. 

In het hotel wordt mij gelijk gemeld dat ik verwacht word. Er is een kamer op mijn naam geboekt. Gelukkig! Ik vraag waar de volgende dag het congres plaats zal vinden. De jongeman van het hotel weet het niet. Ik vraag of er iemand van de organisatie is, hij zegt van niet. Ik vraag of hij weet hoe laat ik morgen ergens moet zijn.... Ja gelukkig gaat er een lampje branden. Er zal morgen een busje klaar staan om 9.00 uur die me naar de congreslocatie zal brengen. Enigszins gerustgesteld zoek ik mij kamer op en ga naar bed.

De volgende ochtend aan het ontbijt hoor ik ineens 'Ha Erna'. Ingrid Bon, collega uit Gelderland blijkt ook uitgenodigd te zijn, als lid van IFLA.  Er blijken toch nog wat meer Europeanen uitgenodigd te zijn. 

Het congres die ochtend gaat verder prima.  Professioneel met simultaan tolken. Alle deelnemers aan het congres krijgen een headset zodat wat er op het podium gezegd wordt ook gelijk wordt vertaald. Mijn presentatie over onze visie op bibliotheekwerk en praktijkvoorbeelden van Kennemerwaard worden met interesse gevolgd. En naderhand volgen een aantal positief kritische vragen.  Over hoe wij omgaan met collecties voor immigranten, of laaggeletterde immigranten het grootste probleem is in Nederland, of we speciale opleidingen hebben voor jeugdbibliothecarissen voor bijvoorbeeld ons project 100 talenten.


Tussen de middag werd er een leesevenement georganiseerd. Overal in de stad werd in het openbaar gelezen. Ingrid Bon en ik werden meegevraagd, dus daar zaten we even later. In een park, in de zon, met allemaal lezende mensen om ons heen. Ingrid met haar IPad, ik met mijn taalgidsje "Hoe en wat in het Turks" ;-)




Naderhand krijg ik de nodige complimenten van een aantal Turkse collega's, en als kers op de taart natuurlijk de gegraveerde glazen plaquette namens de Turkse minister van cultuur en toerisme. Kom daar maar eens om in Nederland ;-) 

In de korte gesprekken die ik daarna met de Turkse collega's heb valt me op dat zij minstens zo bevlogen zijn als veel van ons in Nederland. Dat ze op sommige punten een grote stap voorwaarts willen maken door gelijk over te gaan op digitaal lezen. Dit terwijl de beschikbaarheid van gedrukte boeken lang niet overal geregeld is. Hier is toch nog vaak schaarste op het gebied van de mogelijkheid om te kunnen lezen, omdat de collecties van boeken in bibliotheken vaak klein zijn en mensen thuis lang niet altijd boeken hebben. Turkije heeft procentueel veel meer laaggeletterden dan Nederland. En het land kent niet een volledige toegang tot informatie, geen volledige persvrijheid, afgelopen weken had de overheid toegang tot Twitter en YouTube geblokkeerd. Er werd overigens wel gegrinnikt toen ik in mijn presentatie iets zei over Twitter. Er werd driftig op instagram gedeeld met de wereld over wat er op het congres gebeurde.  Het is een land waarvan een gedeelte Koerdistan is, en waar af en toe geweld oplaait. Daar voert de Turkse overheid een beleid van Turkificering, of op zijn minst wordt het Koerden niet gemakkelijk gemaakt hun eigen taal en cultuur te beleven en te spreken. Dat roept geweld op in die regio. Over die situatie spraken Ingrid Bon en ik met een Turkse collega, een heel erg moeilijke situatie. Hoe blijf je dan trouw aan de principes van de doelstellingen van de bibliotheek? 

Wij in Nederland vergeten wel eens te gemakkelijk welke verworvenheden we hebben. Relatieve rijkdom, waardoor ook veel politici denken dat alles er voor iedereen is, al dan niet via internet. Vrije toegang tot informatie, cultuur en educatie. En dat laatste, de educatie is meer en meer de rol van de bibliotheek aan het worden. Mensen, burgers ondersteunen en uitdagen om zichzelf te ontwikkelen en het beste uit zichzelf te halen om daarmee bij te kunnen dragen aan de maatschappij. Een bezoek aan een land waarin dat een stuk minder makkelijk is zet je met beide benen op de grond. Onze democratische verworvenheden mogen we niet zomaar verkwanselen. Dat zouden (lokale) politici zich ook moeten realiseren.

dinsdag 13 augustus 2013

Marktfalen of Marktwerking

Ik wilde vandaag een volgend blog schrijven over de Masterclass van David Lankes. Maar toen viel mijn oog op dit bericht op Twitter van Edwin Mijnsbergen. En daar schrok ik van, al had iedereen in bibliotheekland wel het idee dat uitgevers zelf met een soort leenservice zouden gaan komen. Als er dan ineens in landelijke pers zo een bericht staat is dat confronterend.

Een paar jaar geleden hadden we met het Netwerk van Directeuren in de branche een studiedag onder leiding van Frank Kalshoven, van de Argumentenfabriek. Hij bevroeg ons scherp op nut en noodzaak van bibliotheken. We hadden naar zijn zin daar niet een goed antwoord op. Hij vond ons echt een achterhaald instituut (even kort door de bocht). Hij drukte ons met de neus op zijn feiten. Wat me altijd heeft gestoken in zijn opstelling is het gemak waarmee hij oordeelde over 'de onderkant' van de maatschappij.
www.Loesje.nl

Hij begon met een lesje economie, dat een overheid eigenlijk alleen maar ingrijpt in 'de markt' als er sprake is van marktfalen. Dus als bijvoorbeeld onderwijs, zorg, nutsvoorzieningen e.d. niet voor de gehele bevolking beschikbaar en bereikbaar is, en als je dat als overheid wel zou willen. Dan grijp je in door of het zelf te gaan doen als overheid, of door instituten in het leven te roepen of financieren die bepaalde voorzieningen bereikbaar maakt voor groepen (meestal kansarme) in de maatschappij. Frank Kalshoven vond dat met het economisch en maatschappelijk tijdsgewricht waarin we zitten de rol van de bibliotheek als volksverheffingsinstituut was uitgespeeld. Ik weet niet meer of wij toen ook al geroepen hebben dat er 15% laaggeletterden in Nederland zijn, dat er veel mensen zijn die hun weg niet weten te vinden op internet, dat bibliotheken een belangrijke rol spelen in mensen informatievaardig te maken door ze te leren gevonden informatie kritisch te beoordelen op betrouwbaarheid.

Het feit dat Kalshoven dit zo scherp bediscussieerde met ons, vond ik prikkelend en heeft mij vanaf dat moment meer en meer doen inzien dat het verhaal scherper moet. Ik merk in veel discussies met lokale politici, net als in die discussie met Kalshoven dat hoogopgeleide, vaak blanke, mannen en vrouwen geen idee hebben tegen welke barricaden mensen met een klein inkomen oplopen. Ik ben zelf hoogopgeleid en heb een goed salaris. Ik prijs me gelukkig dat ik heb kunnen studeren in de tijd dat dit nog kon op een studiebeurs zonder rente, als kind uit een arbeidersgezin met vier kinderen. Ik weet dat elke cent bij ons thuis werd omgekeerd. En ik weet dat het nu als kind uit een arbeidersgezin veel moeilijker is om een kans te krijgen op een goede loopbaan.

Het zal mijn opvoeding wel zijn ;-) Ik vind dat ieder kind en iedere burger de kans moet krijgen om zichzelf te ontwikkelen en te ontplooien. Dat iedereen ook de plicht heeft om een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Dat laatste kan alleen als je daartoe ook bent uitgerust. Dus kun je lezen, informatie zoeken en vinden en beoordelen op betrouwbaarheid. Dan kun je aan vrije meningsvorming doen, die zo belangrijk is om ook je vrije mening te kunnen uiten. Onderzoek alles en behoudt het goede. En dan kan het niet zo zijn dat je als je geen ruime middelen hebt je verstoken bent van bepaalde informatie die weliswaar wel op internet te vinden zal zijn, maar achter een betaalhekje à €20,-- per maand.

Ik hoop maar dat de € 20 miljoen uitname uit het gemeentefonds voor de inkoop van e-content voor bibliotheken ingezet wordt om juist dit marktfalen te ondervangen.

dinsdag 6 maart 2012

vrije toegang tot informatie?


Jeroen de Boer en Edwin Mijnsbergen zijn een petitie gestart. Ze willen dat de VOB een voorbeeld stelt, een voortrekkersrol speelt in de discussie over vrije toegang tot informatie, ook op via internet.
Mark Deckers besteedde er op zijn blog ook aandacht aan, en maakte een mooie vergelijking waardoor de kwestie nog wat duidelijker werd.
Niet dat ik denk dat ik nou echt nieuw licht op de zaak kan werpen, maar naar aanleiding van het artikel van Jeroen en Edwin en de blog van Mark heb ik nog wel wat vragen en opmerkingen. En ik zal pogen ze zo geordend mogelijk te berde te brengen.

Vrije toegang tot informatie
Bibliotheken hebben altijd geclaimd er te zijn voor vrije toegang tot informatie, cultuur en educatie. Deze ‘claim on fame’ werd nooit volledig waargemaakt. We zijn de toegangspoort tot informatie, en tegelijkertijd geven we in onze catalogi, databases etc. een selectie van wat er te krijgen is. Dat wat we niet hebben proberen we voor klanten te achterhalen. Tegelijkertijd is heel veel informatie niet of nauwelijks te achterhalen, maatschappelijk belangrijke informatie. Soms met maatschappelijke redenen (veiligheid, privacy), soms omdat er economische motieven achter zitten. Veel informatie zit achter een hekje waar je alleen wordt toegelaten als je betaalt, of als je bij de ‘happy few’ hoort die iets mogen weten. Zo is veel informatie van de éne universiteit niet beschikbaar voor de andere universiteit. Marktwerking in het onderwijs, wie heeft de beste/meeste publicaties. Terwijl we met z’n allen meebetalen aan het onderwijs, en onderzoeken er vaak beter van worden als er van meerdere kanten naar gekeken wordt.

Vrije marktdenken
In deze tijd van toenemend aanbod op het gebied van e-content denken veel overheden dat de markt (lees internet) prima de functie van de bibliotheek kan over nemen. In gesprekken met politici, (lokaal, landelijk en Europees) blijkt dat het gemeen gedachtengoed is dat via internet alles beschikbaar is. En als je als bibliotheeklobbyorganisatie (EBLIDA) probeert aan te geven dat het niet waar is (zie boven) en dat hiermee een informatiekloof groeit in de maatschappij, krijg je vaak een meewarige blik te verwerken. Er wordt echt gedacht dat de vrije markt prima werkt als het gaat om informatie. Dat is net zo iets als denken dat de markt uiteindelijk binnen de bankensector uiteindelijk ook wel gaat ingrijpen. “If it sounds too good to be true, than it probably stinks.”  De vraag die je politici misschien zou moeten stellen is of zij ook een vrije toegang tot informatie willen, om zo goed geïnformeerde burgers te krijgen. En wat ze dat waard is. Want dat de makers betaald moeten worden lijkt me ook duidelijk.

Uitgevers/rechthebbenden
In dit tijdsgewricht zitten we op een omslagpunt. Veel openbare bibliotheken (ook de onze) steekt nog heel veel energie in het uitleenproces, terwijl we ook op zoek moeten naar nieuwe manieren om die vrije toegang tot informatie te kunnen waarborgen voor de toekomst. Dan moet je, zoals Mark Deckers terecht meldt in zijn blog, in gesprek met de uitgevers en andere rechthebbenden. Dan voer je het woord namens een grote groep consumenten die vooral een simpel businessmodel willen. Dan voer je het woord namens die mensen die zelf misschien niet eens weten dat ze bedreigd worden door een informatiekloof. En ja, daar moet je principieel in zijn. In Brussel wordt in de onderhandelingen met de belangenvertegenwoordigers van rechthebbenden door de EBLIDA namens de bibliotheken altijd gezegd dat bibliotheken natuurlijk bereid zijn om een billijke vergoeding te betalen voor het beschikbaar stellen of uitlenen van materialen. Nu de inkomsten teruglopen bij uitgevers ten aanzien van hun oude businessmodel met verkoop, met inkomsten via leenvergoedingen blijken veel uitgevers inderdaad in dezelfde valkuil als de muziek- en filmindustrie te trappen. En daarmee neemt de roep om repressie toe, terwijl daarmee de deur voor piraterij alleen maar verder opengaat.

Welk antwoord?
De vraag of bibliotheken nu nog steeds vrije toegang tot informatie zouden moeten bieden lijkt me eerlijk gezegd een non issue. Maar gezien het antwoord van de VOB toch wel goed om die vraag nog maar eens hard op te stellen. Dat de manier waarop we dat als bibliotheken gaan waarborgen lastig is lijkt me ook helder. Want terwijl de VOB namens de bibliotheken onderhandelingen voert over leenrechtvergoedingen voor de uitleningen in de openbare bibliotheken, over vergoedingen voor het beschikbaar stellen van databanken, krantenbanken e.d. zal ze naar mijn idee ook op het andere front een sterkere positie moeten innemen. Dat is in de discussie met rechthebbenden die tot in de rechtszaal voert op eieren lopen. Want de rechthebbenden lijken steeds meer middelen te vinden om die vrije toegang tot informatie te blokkeren. Waarbij bibliotheken als vertegenwoordigers van consumenten vrij makkelijk te vinden zijn, en van nature misschien wel plichtsgetrouw? En terwijl ik niet wil tornen aan het feit dat makers recht hebben op een billijke vergoeding vind ik ook dat burgers recht hebben op vrije toegang tot informatie. Dat zou de VOB moeten bepleiten: op landelijk niveau, bij de politiek, voortdurend voor het voetlicht brengen wat de rol van de bibliotheek is, hoe belangrijk vrije toegang tot informatie is. En dat dit door repressieve maatregelen op internet, met beperkende maatregelen rondom beschikbaar stellen van e-content vanuit ‘de markt’ bedreigd wordt. Met elkaar, met directeuren, met bibliothecarissen (met de NVB samen?)zullen we in discussie moeten gaan over hoe we invulling gaan geven aan die rol in een veranderende wereld. En dat moet principieel!

dinsdag 9 augustus 2011

Censuur, van alle tijden

Ik ben net terug van drie weken Verenigde Staten. Eerst een week New York, en daarna twee weken in Utah, Arizona en Colorado rondtoeren. Indianengebied, cowboygebied en vooral ook Mormonengebied. Of zoals ze zichzelf noemen : The Church of Jesus Christ of the Latter Day Saints. LDS in het kort. En daar is een groep vanaf gesplitst, zo'n honderd jaar geleden toen de Amerikaanse overheid ingreep op het idee van Brigham Young en Jospeh Smith om een eigen mormonenstaat binnen Amerika te stichten waarin de Mormoonse leer en dus ook polygamie de leidraad zou zijn. Dat vonden de machthebbers in Washington niet zo'n goed idee, en die stuurden dus het leger er op af. Na wat stevig machtsvertoon kozen de meeste mormonen eieren voor hun geld en zwoeren de polygamie af. Maar zoals dat dan gaat hou je de 'echte' gelovigen, en die splitsten zich af: The Fundamentalist Church of the Latter Day Saints, FLDS.

De leider van deze groep, Warren Jeffs stond terwijl wij in de States waren terecht in Texas op een aanklacht van seksueel misbruik van kinderen. Dus dagelijks in het nieuws, in meer of mindere mate opgeklopt en hijgerig gebracht door rechtschapen Amerikanen. Ergens in die brij van berichten kwam het volgende item voorbij. Het bestaat dus nog steeds, censuur!

Ook in dit land waar vrijheid met grote letter hoog in het vaandel staat, en wat mij betreft vaak ook misbruikt wordt. Want die vrijheid die zo hoog wordt geacht brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee, nl. dat je hem niet misbruikt om anderen te kwetsen, om met elkaar proberen er pratend uit te komen en ieder ook recht op zijn mening te laten hebben, en dat plekje op de aarde. Dat laatste is dus niet overal het geval. De ALA maakt ook vaker mee dat bibliothecarissen gevraagd worden om bepaalde titels niet op te nemen in de collectie. Iets wat bij ons wel eens gebeurt, maar veel minder vaak en wij realiseren ons binnen ons vakgebied vaak onvoldoende welke verworvenheden wij hebben, en hoe we daar mee om moeten gaan, hoe we ze moeten verdedigen.

De uitzending die daar in augustus nog eens herhaald werd, terwijl het nieuws al van mei was, geeft aan dat de bibliotheek daar als een waardevol, betrouwbaar instituut wordt gezien, waar je met je vingers van af moet blijven. Vrije toegang tot informatie voor iedereen en geen boekverbrandingen!