woensdag 26 maart 2014

Waar is lobbyen in Europa goed voor?

Soms vragen mensen mij wel eens wat de EBLIDA precies doet, en of het niet vooral een leuk baantje voor erbij is. Bij het eerste hoop ik zo een voorbeeld te geven van wat EBLIDA doet, vaak in samenwerking met andere internationale organisaties, en welk een monnikenwerk dat is. En op het tweede, ik ben er gemiddeld een halve dag per week mee bezig om mee te denken, zaken voor te bereiden, op de mail met ander Europese collega's van gedachten te wisselen over de te volgen koers. Allemaal werk achter de schermen. En ja, drie keer per jaar vergaderen op locatie die als je er een paar dagen aan vast kunt plakken na de vergadering niet misstaan op je reis cv. Dat is dan een leuke beloning voor al dat harde werk ;-)

Maar nu het voorbeeld: een meeting die op 20 maart van dit jaar plaats vond. IFLA en Copyright 4 Creativity coalitie organiseerden een ontbijtdebat met EU parlementariërs. Hiervoor was ook de directeur van de EBLIDA, Vincent Bonnet uitgenodigd. Onderwerp van de discussie was of er voldoende balans zit in de bestaande internationale en EU copyright regels en wetgeving in relatie tot de toegang tot informatie, research en innovatie, en de noodzaak om makers, rechthebbenden  te beschermen.

Dit debat werd mede voorgezeten door onder andere Europarlementariers uit Zweden en Nederland. Er waren sprekers uit diverse hoeken onder andere de directeur Intellectual Property Directorate, van de European Commission DG MARKT, Digital Projects & Policy. Een zware afvaardiging dus van diverse belanghebbenden.

Het debat kwam op een opportuun tijdstip, want de Europese commissie is bezig de 11.000 reacties op de internetconsultatie over het Europees Copyright te verwerken en te beoordelen. Eén van de EU parlementariërs startte het debat door vragen te stellen over hoe de huidige (regionale en internationale) regelgeving op het gebied van copyright bibliotheken hinderen in de brede context van een gezonde en digitale economie. Er was besef dat met de huidige regelgeving het lastig is om vrij verkeer van informatie over EU grenzen heen te realiseren. Dit is in strijd met de EU waarden en ambities, en het staat op gespannen voet met de sterke EU traditie van het initiëren van nieuwe technologieën en activiteiten om vrije stroom van informatie mogelijk te maken.  Er werd gesproken over de uitdagingen voor met name de universiteits- en onderzoeksbibliotheken om hun internationale wetenschappers over grenzen heen van de juiste informatie te kunnen voorzien. Dit is hoogstnoodzakelijk om als kenniseconomie een toppositie in de wereld in te kunnen nemen.

De directeur van de EBLIDA heeft in dat overleg uitgelegd met welke uitdagingen bibliotheken te maken hebben, met name op het gebied van digitale content en e-books. De lastige onderhandelingen over licenties. waarbij uitgevers kunnen bepalen hoe de collectie van bibliotheken er uit zien. Dat het voor openbare bibliotheken steeds moeilijker wordt om hun missie waar te maken, want hoe kunnen zij vrije toegang tot informatie bieden als zij niet meer alles kunnen verkrijgen, of tegen een hoge prijs. Er werd een stevig beroep op de Europarlementariërs gedaan om niet alleen vanuit een 'marktgedachte' naar informatie te kijken, maar ook vanuit een democratisch burgerrecht dat noodzakelijk is om aan de democratische burgerplicht van participatie te kunnen voldoen.

Al met al heeft er een levendige discussie plaats gevonden over de uitdagingen waar bibliotheken, openbaar en wetenschappelijk, en culturele erfgoed organisaties voor staan in de digitale wereld, en welke tekortkomingen er zijn van een puur op de markt gerichte beleidsaanpak als het gaat om wijzigingen in de copyright wetgevingen.

Natuurlijk zijn we er nog lang niet, er moet veel gepraat worden, veel gelobbyd. Ondertussen moeten er in de landen van Europa modellen uitgeprobeerd worden waarbij er licenties van uitgevers worden gekocht voor het uitlenen van e-books. Bibliotheken moeten hun verhaal nationaal, Europees en internationaal voor het voetlicht brengen, vanuit het belang van de burger. Uitgevers doen dat net zo goed, vanuit hun belang. Het zou mooi zijn als we tot een goed model komen in Europa dat recht doet aan de belangen van burgers (en daarmee dat van bibliotheken), voor de kenniseconomie, voor uitgevers, voor makers en rechthebbenden. Dat is hard werken, met name voor de directeur van de EBLIDA.

Op 23 april is de start van de campagne "The right to eread", je kunt er in je lokale bibliotheek ook aandacht aan besteden. Check de website van de EBLIDA, en let op de website en nieuwsbrief van de VOB.

vrijdag 7 maart 2014

Verbouwen met de winkel open

Vorige maand zijn we begonnen met de contouren voor ons nieuwe beleidsplan. In een sessie met onze accountmanagers, beleidsmedewerkers, leden van het managementteam, teamleiders hebben we de eerste stappen gemaakt naar nieuw beleid. We hebben ons eerst door Jaap Peters mee laten nemen in hoe ontwikkelingen in de maatschappij gaan. Er is altijd sprake van een bovenstroom en onderstroom. Dingen die je misschien al wel aan ziet komen, maar die nog niet heel erg opvallend zijn, dat is de onderstroom. Early adapters en innovators zien die ontwikkelingen al wel, maar de meerderheid heeft er een sceptische houding over. De bovenstroom daarvan denkt de meerderheid dat het allemaal wel zal blijven, dat het doemdenkers zijn die zeggen dat bijvoorbeeld de bibliotheek op zal houden te bestaan. Jaap schreef daar een interessant artikel over samen met Rob Wetzels, over hoe de verandering er eerder is dan de strategie. Het is de kunst om de verandering te zien en daar dan een strategie of scenario op te bedenken die past bij je organisatie.

Vervolgens hebben we ons door Mark Deckers laten meenemen in de ontwikkelingen in bibliotheekland soms ontzettend demotiverend ;-) en  vaak heel motiverend en in de maatschappij om ons heen, heel inspirerend. Met die mentale bagage zijn we aan de slag gegaan. We hebben twee scenario's uitgewerkt van de bovenstroom en twee van de onderstroom. Dat gaf resultaten in kwadranten rond de assen  van oud doen, oud denken, nieuw doen en nieuw denken. De werkgroep die met de resultaten van die middag aan de slag ging hebben eerst de assen van nieuwe aanduidingen voorzien. Vervolgens is de lijst met associaties per kwadrant die in de bijeenkomst tot stand kwam bestudeerd. De werkgroep is met een kernwoord per kwadrant gekomen, alsmede  met  een verbeelding die moet verduidelijken waar het in het betreffende kwadrant om gaat. Onderstaand is de uitkomst schematisch weergegeven en per kwadrant uitgewerkt.

































Kwadrant 1. oud doen/oud denken
verbeelding:  ‘oude wijn in oude zakken’
kernwoord: consolideren
associaties uit de workshop: Bijbel/boeken/old fashion/folders/kennis uitlenen/oude stempel/aanbod

Kwadrant 2. oud denken/nieuw doen
verbeelding: ‘oude wijn in nieuwe zakken’
kernwoord: verbeteren
associaties uit de workshop: Wie heeft mijn kaas gegeten?/e-reader/ nieuw jasje/mensenbibliotheek/social media/verbinding/kennis verdelen/inspiratie

Kwadrant 3. oud doen/nieuw denken
verbeelding:  ‘nieuwe wijn in oude zakken’
kernwoord: inspireren
associaties uit de workshop: Game of Thrones/ Little Free Library /vintage/kennismaken/ ?/uniform

Kwadrant 4. nieuw  doen/nieuw denken
verbeelding:  ‘nieuwe wijn in nieuwe zakken’
kernwoord: transformeren
associaties uit de workshop: Utopia/connectie/couture/faciliteren/kennis maken/co-creatie

Op 8 april gaan we verder met de ideeën. Maar voor die tijd ligt er eerst huiswerk voor vier groepen, die elk een scenario moeten uitwerken. Iedere groep schets in een verhaal van ongeveer 500 woorden met bijbehorende plaatjes/beelden hoe dat kwadrant er voor de bibliotheek in 2020 uit ziet. Het verhaal moet zo geschreven zijn dat je het gelijk gelooft en dat je er enthousiast van wordt. Er komen dus voor 8 april vier verhalen (met plaatjes en beelden) de de input vormen voor die volgende bijeenkomst.
Tijdens die bijeenkomst gaan we aan de slag om de consequenties per scenario te bespreken en in kaart te brengen. Lekker, werken aan de winkel van de toekomst terwijl de winkel van nu open blijft. En ik mag met nieuwe wijn in nieuwe zakken aan de gang. Ik zie een nieuw soort Beaujolais al flonkeren in het glas ;-)

maandag 24 februari 2014

Haantjesdrift ;-)

In de ronden die we afgelopen jaar met jaar langs diverse raadsfracties hebben gemaakt valt me keer op keer op dat bijna niemand zich realiseert hoe groot het bereik van de bibliotheek is. Politici , beleidsambtenaren, vrienden, familie, op verjaardagen, feesten, partijen, heel vaak krijg je te horen dat de bibliotheek toch niet meer van deze tijd is. Dat het een aflopende zaak is, dat niemand toch meer de bibliotheek bezoekt? Alles kan toch digitaal en meer van dat soort platitudes. Vorig jaar nog, toen we hier in Alkmaar aan het Cultuurplein bezig waren met een gezamenlijk marketingplan en we onze bedrijfsgegevens moesten doorgeven. De marketingmedewerker van één van de andere instellingen viel ongeveer van haar stoel van verbazing. Echt waar? meer dan 300.000 bezoekers in de vestiging hier aan het Canadaplein? Ja echt waar!
Elke keer verwonder ik me er over hoe het toch kan dat niemand weet hoe groot de bibliotheek is, en hoeveel mensen zij bereikt, en wat zij allemaal voor mensen betekent. Het moet onze bescheidenheid zijn, onze instelling dat we gewoon ons ding doen, dat we dat ook vanzelfsprekend vinden. En zo kan het voorkomen dat je over het hoofd wordt gezien:

Op 14 februari stond er onderstaand bericht in het Noord-Hollands Dagblad over de cultuurmakelaar.


Daar stond het weer eens: de drie grootste culturele instellingen in de regio. Het theater, stedelijk museum Alkmaar en Kranenburgh in Bergen. Alle drie instellingen van naam en faam, met een eigen bereik. Maar geen van allen de grootste in de regio. En toen ben ik in de pen geklommen en heb de krant de volgende brief gestuurd, die vandaag geplaatst is in het Noord-Hollands Dagblad.

Bibliotheek geen culturele instelling? Of: Wie is de grootste?

Afgelopen vrijdag stond in de krant een interview met Karin Geelink, de cultuuraanjager voor de regio Alkmaar. Daarin stond een prikkelende uitspraak, waarin zij meldde dat ze werkt voor de drie grootste culturele instellingen van de regio: Theater de Vest, Stedelijk Museum Alkmaar en Kranenburgh. Nu ben ik benieuwd waaraan Karin Geelink dat afmeet. Aantal vestigingen, begroting, bereik onder de bevolking, aantal bezoekers? Bibliotheek Kennemerwaard heeft 12 vestigingen, werkt voor 4 gemeenten in de regio (Alkmaar, Heerhugowaard, Castricum en Bergen), bereikt ca. 50-60 % van de bevolking, ongeveer 25% van de bevolking heeft een lidmaatschap, trekt in al haar vestigingen meer dan 900.000 bezoekers per jaar. Ter vergelijking voor de genoemde collega-instellingen: De Vest: 150.000 bezoekers, Stedelijk museum: 50.000 bezoekers, en Kranenburgh, net heropenend, haalde in hun beginjaar 20.000 bezoekers en streeft naar 47.000 bezoekers in 2017. Ik wil ook onze collega-instelling Artiance met 42.000 bezoekers en 28.000 bereikte leerlingen in het onderwijs hier niet onvermeld laten. Met deze culturele instellingen en met nog veel meer in de regio werkt de bibliotheek gelukkig goed samen, en ook met de cultuuraanjager is de eerste afspraak al gemaakt voor samenwerking. Het kan zijn dat Karin Geelink de bibliotheek geen culturele instelling vindt, of dat ze niet goed is voorgelicht. Maar ik durf de stelling wel aan dat de bibliotheek de grootste culturele en/of publieke instelling is in de regio!

Vanaf vandaag ben ik klaar met bescheidenheid, een mooie deugd, maar niet als het gaat om de bibliotheek. Groots zijn we, met een heel groot bereik, van jong tot oud, van rijk tot arm, tot leringh ende vermaak, we geven ze een mooie vrijetijdsbesteding, we maken mensen wijzer, en daar zijn we vreselijk trots op! Vanaf vandaag zal ik van de daken roepen tot het tegendeel bewezen wordt: Wij zijn de grootste! 

vrijdag 21 februari 2014

Medicijn of placebo, de bibliotheekwet

Er is al veel geschreven over het wetsvoorstel openbare bibliotheken. Zelf heb ik de tekst en de memorie van toelichting meerdere keren gelezen. En elke keer vraag ik mij af waar nou precies de zere plek zit. Want het wringt en het schuurt. Er staan veel mooie woorden in de wet, en toch... ik voel me er niet helemaal lekker bij. En waar zit dat nou in?

Ik ben tot de volgende conclusie gekomen: het zit hem in het taalgebruik. Het door elkaar gebruiken van woorden als taak en functie. En het ontbreken van het woord Doel of doelstelling in de zin van waarvoor de bibliotheek nu precies voor opgericht is, en waarvoor de bibliotheek in de toekomst zal dienen.

Het woord 'taak' wordt vaak gebruikt. Eerst maar Van Dale geraadpleegd: taak (de; v(m); meervoud: taken): werk dat iemand is opgelegd.  
De belangrijkste plek waar we dit woord terugvinden is in artikel 4. 
"Artikel 4. Publieke waarden
Een openbare bibliotheekvoorziening heeft een publieke taak die zij voor het algemene publiek vervult op basis van de waarden onafhankelijkheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid, pluriformiteit en authenticiteit."

Wat die publieke taak is wordt verder uitgewerkt in de functies, in artikel 5.

Opnieuw Van Dale geraadpleegd:
func·tie (de; v; meervoud: functies): werking: (zoals de werking van de maag). Het woord functie komt op verschillende plekken terug in de tekst (en ook in de kamervragen nav van de wettekst). De belangrijkste plek waarop dit woord wordt gebruikt is in het onderstaande artikel.

"Artikel 5. Bibliotheekfuncties
Een voor een ieder toegankelijke openbare bibliotheekvoorziening omvat in ieder geval de volgende functies:
a. ter beschikking stellen van kennis en informatie;
b. bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie;
c. bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur;
d. organiseren van ontmoeting en debat; en
e. laten kennis maken met kunst en cultuur."

Als ik dit analyseer dan zou je kunnen zeggen dat het woord 'functie' hier niet helemaal juist gebruikt wordt. B en C van het artikel kun je uitleggen als de (uit)werking van een activiteit die de bibliotheek ontplooit. Maar a, d en e straalt passiviteit uit, is aanbodgericht. Er wordt niet gesproken over wat de werking hiervan zou kunnen zijn. Bij het ter beschikking stellen van kennis en informatie wil je als overheid volgens mij bereiken dat je goed geïnformeerde burgers krijgt, die bij kunnen dragen aan de maatschappij, die weloverwogen keuzes kunnen maken, die mee doen aan de democratie. Bij D wil je dat mensen kennis delen, leren zich een mening te vormen en die te uiten (weer die democratie en goed geïnformeerde burgers). Bij E wil je als overheid dat mensen zich cultureel kunnen verbreden, dat ze een gelukkig kunnen worden van kunst en cultuur, de vreugde beleven van een mooi muziekstuk, een prachtig gedicht, zich vragen gaan stellen bij een beeldhouwwerk of schilderij.

En dan het ontbreken van het woord 'doel' in relatie tot de openbare bibliotheek. Het woord staat wel in de tekst, maar niet in relatie tot die lokale openbare bibliotheek, of ik heb er over heen gelezen.

Ook voor dit woord citeer ik eerst weer Van Dale:
doel (het; o; meervoud: doelen): datgene wat je wilt bereiken: zich iets ten doel stellen

Iets over doel en doelstelling kun je terugvinden in het stuk dat gaat over de publieke waarden van de bibliotheek. 
"De publieke waarden van de openbare bibliotheek
De openbare bibliotheek is begin 20e eeuw ontstaan in een tijd van informatieschaarste. Als maatschappelijk antwoord daarop hebben openbare bibliotheken brede collecties van fysieke informatiedragers opgebouwd, die tijdelijk ter beschikking kunnen worden gesteld aan leden. Met hun brede publieksbereik en algemene toegankelijkheid spelen de openbare bibliotheken een belangrijke rol bij de verspreiding van informatie, kennis en cultuur. De overheidsbemoeienis bij het openbare bibliotheekwerk heeft zijn basis in algemene zin in artikel 7 van de Grondwet, in samenhang met artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM). Deze artikelen waarborgen de vrijheid van meningsuiting en impliceren daarbij de mogelijkheid voor iedere burger kennis te kunnen nemen van informatie. In het Manifest over de openbare bibliotheek heeft de Unesco deze algemene principes vertaald naar opdrachten aan de overheden en aan de bibliotheeksector.6 Deze algemene beginselen hebben hun neerslag gekregen in de bestaande bibliotheekbepalingen. In de wetsgeschiedenis van deze bepalingen wordt de openbare bibliotheek gepositioneerd als publieke toegangspoort tot informatie, educatie en cultuur. De openbare bibliotheek onderscheidt zich daarbij fundamenteel van andere aanbieders van informatie door te functioneren vanuit een aantal publieke waarden: betrouwbaarheid, onafhankelijkheid, authenticiteit, pluriformiteit en toegankelijkheid. Deze publieke waarden zijn zowel op het fysieke als op het digitale domein van toepassing."

Deze toelichting op de waarden van de bibliotheek zijn er onder andere op aanraden van de Raad van Cultuur in gekomen. Er wordt verwezen naar de grondwet en het recht op vrije meningsuiting. De implicatie dat hierbij ook vrije toegang tot informatie wordt nog eens genoemd. En daar wringt volgens mij de schoen. Er is nergens in de tekst van de wet of de memorie van toelichting een uitleg waarom het zo belangrijk is om die vrije toegang tot informatie te behouden. Er wordt nog wel ergens gewaarschuwd dat als de digitalisering verder gaat er het gevaar bestaat dat bepaalde groepen in de maatschappij verstoken zullen blijven van goede informatie. Wat het gevaar daarvan is, democratisch en economisch, wordt nergens uitgelegd.
www.studiodegarnaal.nl

In deze tijden waarin aan bibliotheken, terecht, steeds meer wordt gevraagd om het maatschappelijk nut en de waarde aan te tonen zou het mooi zijn als de wetgever daar vanuit een diepgevoelde democratische en economische visie,  het voortouw zou nemen. En mooie voorzet wordt gegeven in het rapport Cohen. Misschien hoort een visie niet in een wettekst, geen idee of er een visie op onderwijs in diverse onderwijswetten staat. Een visie op de samenleving zit volgens mij wel verwoord in de Participatiewet,  het kan dus wel. Ik vraag me af of als je als overheid onvoldoende scherp formuleert wat je beoogt te bereiken aan maatschappelijke opbrengst via de bibliotheek of je dan niet een placebo toedient in plaats van een geneesmiddel. En ja natuurlijk, als je hard genoeg gelooft dat je een medicijn hebt gekregen in plaats van een 'verguld' pilletje, dan voel je je in sommige gevallen misschien toch beter. Ik wil de Tweede Kamer en het ministerie en VNG oproepen om toch vooral in te zetten op een goed stelsel, met daaraan gekoppeld een maatschappelijke opdracht en opbrengst. Want goed bibliotheekwerk kan de maatschappij echt beter maken!


vrijdag 7 februari 2014

Persoonlijke impact van de bibliotheek op de levens van mensen

De afgelopen tijd is er veel aandacht voor de maatschappelijke meerwaarde van de bibliotheek. We moeten een goed verhaal hebben naar de politiek, waarom geld steken in de bibliotheek. Wat kan de bibliotheek bijdragen aan het oplossen of voorkomen van allerlei maatschappelijke problemen. Kansen liggen er op het gebied van de 3D, de decentralisaties vanuit het rijk Jeugdzorg, WMO zorg en Participatiewet.

Het rapport Cohen biedt een flinke steun in de rug aan bibliotheekdirecteuren die zich moeten oriënteren op de toekomst van bibliotheken. De wet op het bibliotheekwerk, en met name de memorie van toelichting bieden ook handvatten. Er staat iets in over de maatschappelijke functie van de bibliotheek, over haar taken en functie in deze tijd. Lezen, leren en informeren in combinatie met ontmoeting en debat en kunst en cultuur. De rol van de bibliotheek als het gaat om de vrije toegang tot informatie, en daarmee bijdragend aan de kenniseconomie wordt onderschreven. Er liggen ook hier genoeg aanknopingspunten om mee aan de slag te gaan, al staat er niet voldoende in om de VNG er van te overtuigen dat een bibliotheek een noodzakelijke voorziening is in je gemeente.

Dat legt de bal van het overtuigen van die gemeente bij de lokale bibliotheekdirecteur. Je kunt mooie berekeningen maken van Social Return on Investment. Gemeenten worden helemaal blij als je kunt uitrekenen dat voor elke euro die in de bibliotheek wordt gestoken, je er op termijn misschien wel 3 of 4 bespaart. Welke bijdrage levert de bibliotheek aan het bestrijden van laaggeletterdheid, het SIOB heeft daar al een mooie monitor voor gemaakt. Wij hebben voor onze gemeenten een mooi overzicht aan prestaties die we relateren aan onze behoeftepiramide. Daarin maken we inzichtelijk wat we leveren, maar veelal in kwantitatieve zin. Pas dit jaar hebben we ook een kwalitatief element opgenomen, waarin we meten hoe de tevredenheid is onder onze deelnemers aan activiteiten. Dat zegt al iets meer. Maar ja, wat is nou het effect. Wat is nou de waarde van wat wij doen? Het beste werkt naar mijn idee een mix van kwantitatief en kwalitatief. Cijfers met mooie, persoonlijke verhalen erbij.

Als je nou wilt weten hoe de maatschappelijke waarde wordt ervaren onder je gebruikers, dan moest je dat maar gewoon eens vragen dachten we toen hier in Kennemerwaard. In ons laatste klanttevredenheidsonderzoek hebben we die vraag dus aan onze leden gesteld. Wat vinden zij de maatschappelijke meerwaarde van de bibliotheek, wat doet de bibliotheek (voor) hen?

Door het lidmaatschap van de bibliotheek    ZMO                  MO                 ME          ZME *
kan ik mezelf beter vermaken                        9,0%                 17,4%          55,2%     18,3%
kan ik gebruik maken van computer, mail      33,1%                42,6%          21,2%      3,1%
kan ik gebruik maken van sociale media        34,3%                45,3%          17,6%      2,7%
ben ik weer gaan leren / studeren                  33,3%                49,7%          15,1%      1,9%
ben ik wijzer geworden                                 12,7%                17,8%          58,7%     10,9%
ben ik met andere mensen in contact gekomen 31,1%             50,1%        17,0%      1,8%
ben ik me minder alleen gaan voelen                37,3%             52,3%            9,0%       1,4%
kan ik beter zelfstandig voor mezelf zorgen      38,2%              51,3%           8,9%       1,6%
heb ik informatie gekregen over activiteiten
binnen de gemeente                                        28,9%              43,7%           25,5%       2,0%
ben ik meer activiteiten binnen de gemeente
gaan bezoeken                                               32,9%              52,2%          13,4%       1,5%
bezoek ik meer andere organisaties als museum,
theater, etc                                                     32,1%             50,4%            15,5%       2,0%
ben ik sneller op de hoogte van specifieke
informatie van de omgeving                             30,3%            46,1%           21,7%       2,0%
ben ik lid geworden van andere organisaties    36,8%            57,3%            4,9%        1,1%
voel ik me meer betrokken bij de omgeving     31,4%            46,6%             20,3%      1,8%
voel ik me meer opgenomen binnen de
omgeving                                                        33,7%            51,5%             13,2%     1,6%
ervaar ik meer saamhorigheid binnen de
omgeving                                                        33,4%            51,9%             13,1%     1,6%
ben ik actiever binnen de omgeving                  34,5%           54,4%             9,6%      1,5%
heb ik snel de juiste weg binnen de gemeente
weten te vinden                                               33,8%            52,6%            12,0%        1,5%

*ZMO=Zeer mee oneens, MO= Mee oneens, ME= Mee Eens, ZME= Zeer mee eens

Ik word van bovenstaande antwoorden heel erg blij! Dat de bibliotheek hoog scoort als het gaat om vrijetijdsbesteding, het recreatieve lezen, dat wisten we natuurlijk al. Maar dat bijna 70% van onze leners vindt dat ze wijzer worden van de bibliotheek! Dat noem ik nou maatschappelijk rendement!

We gaan de komende tijd bezig met ons nieuwe beleidsplan voor 2015-2018. Interessant zal zijn om te zien of de keuzes die wij maken ook invloed gaan hebben op de antwoorden die mensen gaan geven op bovenstaande vragen. Als wij meer aandacht gaan geven aan informatie delen, ook van mens tot mens, als we meer activiteiten gaan doen op het gebied van taalvaardigheden en informatievaardigheden dan moet dat een verschuiving in de scores tot stand gaan brengen. Ik vind veel van de  bovenstaande scores al heel erg mooi, maar we gaan voor hoger!

dinsdag 7 januari 2014

Nieuwjaarstoespraak bij personeelsbijeenkomst

Ik wil beginnen te zeggen dat ik ongelooflijk trots ben op jullie, op de medewerkers van bibliotheek Kennemerwaard.

2014 wordt een spannend jaar, vol uitdagingen en kansen. De afgelopen jaren zijn we volop in beweging geweest en de veranderingen hebben zich op een aantal vlakken ook uitbetaald in successen. Ik noem uit 2013 de tweede prijs in de verkiezing van de beste bibliotheek van Nederland, diverse projectsubsidies die we hebben binnen gehaald, zoals voor Lezen in de keuken, voor de Taaltafel in Alkmaar, voor Groen en Duurzaam in Heerhugowaard. De goede score die we haalden bij het onderzoek onder het Biebpanel als het ging om de tevredenheid over jullie, het personeel. Kennemerwaard scoorde bovengemiddeld ten opzichte van andere bibliotheken. Natuurlijk het mooie succes van de herinrichting van Alkmaar Centrum en van Schoorl met elk fors stijgende bezoekersaantallen. (gemiddeld 5.000 en 50 meer per openingsdag, in beide gevallen een derde tot de helft meer bezoekers!). En het kerstcadeau van de gemeenteraad van Alkmaar die voor de periode van een jaar geld beschikbaar stelt om op zondag open te kunnen gaan. Morgen voor de eerste keer.

Het zal een jaar worden waarin landelijke ontwikkelingen eindelijk beschikbaar komen zoals de lancering van het e-book platform op 24 januari. Er komen 5.000 titels beschikbaar voor onze leden. Dat is een behoorlijke stap voorwaarts, omdat het uitlenen van e-books niet zomaar mag en kan volgens de Auteurswet. Het is mooi dat dit onderhandelingsresultaat er nu ligt en dat wij onze lezers op deze manier ook aan ons kunnen binden. Verder staat er voor dit jaar dan toch echt eindelijk de oplevering van de NBC, de nationale bibliotheek catalogus op stapel. Een catalogus waarin alle titels van alle openbare en bibliotheken zitten, zodat leners kunnen zien waar een boek is en het overal kunnen reserveren. Dit staat gepland voor maart van dit jaar.

Lokaal in onze eigen bibliotheek en gemeenten speelt er ook heel veel. We krijgen vanaf 2015 een groter werkgebied, want de gemeente Schermer en Graft-De Rijp fuseren dan met Alkmaar. We zijn al druk in gesprek met die gemeenten en met Alkmaar over hoe we de dienstverlening van de bibliotheek daar vorm zullen gaan geven.
Ik verwacht dat we dit jaar helderheid krijgen over hoe we de bezuinigingstaakstelling in de gemeente Bergen zullen gaan oplossen. Dat komt waarschijnlijk in januari al in de raad. Ik hoop dat we de kans krijgen om een goede oplossing uit te voeren voor de Egmonden, en dat we daar dan iets in de lijn van Schoorl neer kunnen gaan zetten.


Dan hoop ik dat we ook in de loop van dit jaar een beslissing kunnen nemen over ons pand in Castricum waarmee we dan vooruit kunnen kijken naar de toekomst. Verder gaan we volgende week al feestelijk aftrappen voor de plannen van Oudorp. De gemeente, de bouwondernemer en de woningcorporatie zijn het met elkaar eens geworden en er lijkt nu toch na al die jaren schot in te komen. Ook in Overdie wordt gesproken over herhuisvesting van de bibliotheek op de begane grond en een eigen ruimte.

In Heerhugowaard verwacht ik in de loop van 2014 dat De Noord geherhuisvest gaat worden in de Jozefschool. De laatste eindjes moeten nog worden afgehecht, maar dat ziet er hoopvol uit. En met de gemeente zijn we in gesprek over de herinrichting van de hal. We trekken ondertussen al wel ons eigen plan, wij willen voor de zomer aan de slag om het daar net zo levendig te kunnen maken als in Alkmaar Centrum.

Als je zo naar mijn opsomming luistert zou je kunnen denken dat het om de gebouwen gaat. De stenen zijn slechts het omhulsel voor onze dienstverlening. Ik heb het over onze gebouwen gehad, maar meer en meer zoeken we onze klanten, onze lezers, de burgers op buiten de bibliotheek. Het doet mij ontzettend veel plezier om te zien dat we als organisatie steeds meer naar buiten gericht worden. We staan met onze voeten midden in de maatschappij en dat hoort ook zo. Wij werken met zijn allen met publieke middelen, we werken voor de samenleving en door hen gefinancierd.  Dat maakt dat we ons telkens bewust moeten zijn over wat wij voor toegevoegde waarde kunnen bieden aan die maatschappij. We richten ons er gelukkig meer en meer op om mensen de mogelijkheid te bieden mee te kunnen doen. Door mensen taalvaardig te maken zijn ze beter in staat zich zelf te redden, contacten te leggen en een baan te vinden. Door mensen mediawijs te maken zijn ze beter in staat hun mening te vormen en hun stem te laten horen in het democratisch proces. Mensen kunnen zich daardoor ook beter redden in de steeds verder digitaliserende samenleving en kunnen daarmee kansen grijpen.  Mensen gebruiken de bibliotheek ook steeds meer als platform om informatie te delen. Dat gebeurt nu nog vooral via het podium, maar ik hoop dat we de komende jaren ook de slag kunnen maken om dit digitaal mogelijk te maken.

Dit jaar gaan wij, Jan, Hanneke, Frank en ik met jullie allemaal in gesprek over alle ontwikkelingen die er gaande zijn. In de bibliotheek en in de samenleving om ons heen. Voor 2015 moet er een nieuw beleidskader liggen van de koers die we de komende jaren willen gaan varen. Dat worden weer leuke gesprekken, want ik denk met heel veel plezier terug aan de roadshows van de afgelopen keren. Samen weten we namelijk veel meer dan het managementteam in zijn eentje. We gaan ook in gesprek met onze klanten, met burgers,  instellingen, gemeenten over wat hun ideeën zijn over de toekomst en de rol van de bibliotheek. Bij die sessies wil ik jullie ook van harte uitnodigen, het is belangrijk dat we in gesprek gaan met onze omgeving om met hen te bepalen wat zij nodig hebben van de bibliotheek om tot ontwikkeling te komen. Waar daar staat een bibliotheek voor: voor ontwikkeling van mensen, de ouderwetse volksverheffing. Mensen de kans geven het beste uit zichzelf te halen.

Tot slot zoals gebruikelijk een gedicht. Deze keer van Martin Bril… aansluitend bij de zoektocht naar een nieuw beleidsplan, naar een koers voor de komende vier jaar, en hopelijk niet te onbegrijpelijk ;-)


KUNST

Wat we willen:
Momenten
Van Helderheid
Of beter nog: van grote
Klaarheid

Schaars zijn die momenten
En ook nog goed verborgen

Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel

De kunst is zo te leven
Dat het je overkomt

Die klaarheid, af en toe


Ik wens ons allemaal een prachtig 2014 toe!


donderdag 2 januari 2014

Laatste deel van New Librarianship; de community

Ik doe niet aan goed voornemens ;-) Ik had me voorgenomen om zo snel mogelijk de interessante online cursus van David Lankes over New Librarianship af te maken. En dat is nu gelukt. Hier mijn laatste bevindingen en overdenkingen over zijn lessen. De laatste module gaat over de gemeenschap, de community, de maatschappij waarvoor en waarin je werkt als bibliotheek.

Lankes begint met een trend die in Nederland ook opgang doet. Delen is het nieuwe lenen. Hij zegt het mooi: Sharing: the more you share the more you have, en Lending: the more you lend, the less you have.
Bibliotheken waren van huis uit (lang geleden in de leeszaaltijd) van het delen, niet van (uit)lenen. Nu zegt Lankes niet dat we terug moeten naar de leeszaal gedachte. Hij zegt wel dat we na moeten denken over hoe we het netwerk van burgers kunnen inzetten. Vertaald naar praktische zaken: zouden we in Nederland als bibliotheken aan moeten haken bij de initiatieven van Free Little Libraries, of ze zelf beginnen?

Wij hebben het er wel eens over gehad in ons managementteam. Je kunt als bibliotheek nooit voldoen aan de enorme vraag die er is naar bestsellers. Maar zou je niet je leners, je burgers kunnen vragen om hun exemplaar te delen met andere burgers. Volgens mij heeft DOK Delft daar al een systeem voor klaar liggen en hebben ze er proef mee gedraaid (een applicatie gemaakt, ik dacht gebaseerd op Librarything). En je kunt beginnen met boeken, maar waarom doe je dat ook niet met kennis van mensen? Waarom stel je die vraag niet aan je bezoekers. (Wij doen dat al schoorvoetend door mensen die posters of folders bij ons willen plaatsen over workshops of cursussen te vragen of ze daar als tegenprestatie ook een uur iets over willen komen vertellen in de bibliotheek.)

De bibliotheek is een platform stelt Lankes en een 'makers space'. De gemeenschap bestaat volgens hem uit de collectie van de bibliotheek en de leners leren ermee en zijn mede-eigenaar. Ze maken er nieuwe kennis mee.

Vervolgens heeft Lankes een onderdeel in dit hoofdstuk dat "Kill the user" heet. Hij zegt dat het gevaarlijk is om onze gebruikers als consument of klant te benaderen. Hij vindt dat je meer toe zou moeten naar het kijken naar participanten en co-creatoren. Medeverantwoordelijken zo je wilt.

Het begrip van gebruiker is ontstaan in de tijd van de grote zoeksystemen. De gebruiker was toen niet relevant omdat er een supergebruiker was (lees de bibliothecaris) die jouw poort tot informatie was. Die kon jouw vraag zodanig vertalen in een zoekopdracht dat het systeem de relevante informatie ophoestte. Met de opkomst van het internet en sociale media is de gebruiker onderdeel geworden van het systeem en de algoritmes. Je bouwt je eigen bibliotheek met het beschikbare materiaal. De vraag voor de toekomst volgens Lankes is hoe we een platform van burgers kunnen bouwen die samen willen delen. Die samen iets willen creëren dat de maatschappij vooruit helpt. Hij zegt dat als je dromen van een betere maatschappij, samenleving wilt realiseren je niet kunt spreken over gebruikers. Je moet co-eigenaren hebben die betrokken zijn.
slide van David Lankes

In de volgende video zegt Lankes dat je niet naar de maatschappij moet kijken als iets met tekorten en problemen. Vertel niet het verhaal dat je alles doet omdat je daarmee de zwakkeren in de maatschappij helpt. Daarmee maak je van je burgers ongelijkwaardige partners. Je moet dus niet wijzen op wat er allemaal mis is. Het gaat er om de kracht van mensen aan te spreken en ze aan te spreken op hun mogelijkheden om bij te dragen. Het gaat er om dat je als bibliotheek met je burgers samen kans kunt creëren, je kunt mogelijkheden bieden om problemen op te lossen. Het gaat er niet om dat je de problemen ontkent, want natuurlijk zijn die er. Je moet naar oplossingen zoeken. Je kunt alleen je gemeenschap in beweging krijgen als je samen werkt aan oplossingen en ambities, niet door te wijzen op tekortkomingen en mislukkingen. Hij legt in de slide hierboven uit wat onder 'remediation' valt, het oplossen van problemen; of wat er gebeurt als je op kansen gaat zitten, op promotie en ontwikkelingen.

Nu raakt het betoog van Lankes voor mijn gevoel heel erg aan de 'participatiemaatschappij'. Een hellend vlak vind ik waarin de overheid heel veel taken naar burgers schuift omdat de middelen (of de wil) ontbreken om ze vanuit het collectief te financieren. En aan de andere kant spreekt het idee me erg aan. Mensen betrekken bij het bibliotheekwerk door ze de kans te geven het beste uit zichzelf te halen en dat ook met anderen te delen. Samen verder komen (was dat niet een bankslogan???). Juist ook omdat er zoveel in mensen zit, wat ze zelf soms niet weten, en waar ze blij van worden als ze merken dat ze meer kunnen dan ze dachten. En dan is het helemaal mooi als ze dat kunnen delen.

In de zoektocht naar een nieuw beleidskader voor 2015-2018 zal ik zeker met het gedachtengoed van Lankes in mijn hoofd bezig gaan. En dus in gesprek gaan met allerlei partijen, waaronder de burgers die onze vestigingen bezoeken. Het zal denk ik een pad zijn met vele hobbels, gaten, kuilen en naar verwachting ook met prachtige vergezichten.