vrijdag 3 mei 2013

De Brand van Jörg Friedrich

De afgelopen weken las ik 'De Brand' van Jörg Friedrich. Het boek is een beschrijving van en een aanklacht tegen de geallieerde bombardementen op Nazi-Duitsland. Friedrichwas één van de wetenschappers die ook in de serie 'In Europa' van Geert Mak werd geinterviewd, omdat hij ook de andere kant van het verhaal van WO II wil laten zien. Na de vakantie van vorig jaar door Duitsland, onder andere in de hersteld steden Dresden, Neurenberg, Frankfurt, en het lezen van Geert Mak ben ik geinteresseerd geraakt in hoe 'het ' Duitse verhaal in elkaar steekt.

Het boek van Friedrich is een dikke pil. Het ligt zwaar in de hand, het leest ook zwaar. Volle bladzijden, lange lappen tekst, geen tussenkopjes of hoofdstukkken. Het is een boek dat je het liefst in één keer uit zo moeten lezen. Maar daarvoor is het te zwaar... vind ik. Toch, ook als je het leest zoals ik met tussenpozen, is het een boek dat je bij de strot grijpt. Friedrich geeft een duiding hoe beslissingen in Nazi-Duitsland werden genomen, om de burgers te beschermen, of juist niet. Hele psychiatrische klinieken werden 'ontruimd' (dat wil zeggen de patiënten werden vermoord) om ruimte te kunnen bieden aan soldaten van het front. Gezinnen werden uit elkaar getrokken om ze verdeeld over het land onder te kunnen brengen. Er werden schuilbunkers aangelegd, maar daar werden de buitenlandse dwangarbeiders geweerd. Mensen die tijdens de oorlog, en zeker na de invasie van de geallieerden op Sicilie en later Normandie, twijfel uitspraken of Duitsland de oorlog wel kon winnen werden aangegeven en standrechtelijk geexecuteerd. Friedrich spaart zijn eigen landgenoten niet. Hij brengt ook de andere 'overwinnaarskant' in beeld.

Hij klaagt op niet mis te verstane wijze de tactiek van 'moral bombing' van de Amerikanen en de Britten aan. Duitsland moest branden, het moreel van de bevolking moest gebroken worden zodat ze zich tegen Hitler zouden keren. Er werd begonnen met steden van meer dan 100.000 inwoners systematisch, en voortdurend te bombarderen. Er lag een heel plan aan ten grondslag, een soort wetenschap, hoe je het best kon bombarderen om een vuurstorm op te wekken. Als dat lukte kreeg je een zo hoog mogelijk aantal slachtoffers. Na de eerste bommenregen kwam een volgende of brandbommen met een ontstekingsmechanisme dat dan later pas afging. En na die eerste lading was dan de zuurstof op in de schuilkelders en stikten mensen. Of de temperatuur liep door de vuurstorm zo hoog op dat mensen werden gekookt of gebraden in hun schuilplaatsen. En dit gebeurde dus op woongebieden, niet persé op industriele of militaire doelen, doelbewust. Dat mag je gerust misdadig noemen.

In het boek wordt duidelijk dat nadat de grote steden al plat waren gegooid, en de geallieerden al duidelijk aan de winnende hand waren, gewoon werd door gebombardeerd op kleinere steden, vaak zonder enige strategische waarde. Vernietigen om het vernietigen. Duitsland moest kapot, de burgers moesten boeten.

Er zijn met al die bombardementen relatief weinig slachtoffers gevallen, dat is wel bijzonder. Dat heeft te maken met de uitstekende Duitse interne hulpverlening. Het Derde Rijk zorgde juist gedurende de oorlogsjaren voor zoveel mogelijk schuilplaatsen voor de burgerbevolking. Er was een heel ambtelijk apparaat waar je kon aangeven wat je verloren had en daar kreeg je zelfs tegoedbonnen voor. Wat wel grotendeels verloren ging waren de oude binnensteden, kunstschatten, prachtige kerken, cultureel erfgoed. Juist de oude binnensteden met gebouwen met houten balken en gebinten, met het vakwerk, in een fijnmazig stratenpatroon was uiterst geschikt om een vuurstorm op te wekken.

Dit boek laat de andere kant van de oorlog zien. Het leven voor de gewone Duitser, hoe die gebukt ging onder enerzijds het nazi-regime en anderzijds onder een bommenregen die niet van ophouden wist. Het is een zeer lezenswaardig boek, een echte aanrader. Voor een ieder die wil weten hoe het voor de gewone burger was onder de terreur van het 'moral bombing'. Het verhaal niet van het overwinnaarsperspectief geschreven, maar van de verliezers.







woensdag 1 mei 2013

De nieuwe krant = de nieuwe bibliotheek?

Ernst-Jan Pfauth was een van de sprekers op Bibliotheekplaza dit jaar. Zijn bijdrage vond ik één van de meest interessantste, omdat zijn punten waaraan de krant van morgen zou moeten voldoen ook grote herkenbaarheid hebben voor de bibliotheek van morgen. Hieronder licht ik het toe, aan de hand dus van zijn punten voor de krant, maar dan voor de bibliotheek.


Volgens Ernst-Jan is bloggen beter dan Twitter, Facebook, instagram etc. Omdat je kennis deelt en het langer 'blijft' dan de andere media. Dat maakte dat ik me gelijk een beetje schuldig voelde want mijn blogs schieten er wel eens bij in, terwijl ik erg voor delen ben van ideeën.

http://www.flickr.com/photos/13761086@N05/with/4078580356/

Wat willen we van een nieuwe krant, maar hier dus wat willen we van een nieuwe bibliotheek?

1. Minder nieuws.
Hier is al veel over gezegd in het verleden. Juist in de tijd van informatieovervloed kan de bibliotheek het verschil maken door te selecteren. Net als we altijd hebben gedaan, met onze traditionele media zouden we dat ook veel meer dan nu moeten doen, en dan in combinatie van digitaal, multimediaal, geschreven en in hoofden van mensen. Daarbij is het slim om alleen van actuele onderwerpen dossiers te maken, en die dan wel weer goed te bewaren en ontsluiten.

2. Een shot om de wereld beter te begrijpen
Door middel van die goed samengestelde dossiers op actuele onderwerpen een duiding te kunnen geven op waarom iets zo is, hoe geschiedenissen ontstaan, waar dingen in elkaar grijpen of elkaar bestrijden. En daarnaast ook lezingen, debatten om uitgelegd te krijgen hoe de wereld in elkaar steekt, in ieder geval volgens toonaagevende denkers.

3. Twijfel veroorzaken of delen
Om aan te sluiten bij het essay van bibliotheek Maasland, de betrokken bibliotheek geeft misschien niet de antwoorden maar leert juist mensen om vragen te stellen. Zoek niet naar het antwoord, maar naar de goede vraag zodat je open kunt staan voor ervaringen van anderen. En ja, ook het delen, de bibliotheek als kennisplatform.

4. Expliciet in haar doelen
Daar kunnen we nog wel iets aan winnen ;-) maar wat mij betreft is de volksverheffing nog steeds actueel. Mensen de mogelijkheid bieden, op actieve wijze, om zich zelf te ontwikkelen (door leesbevordering en mediawijsheid, informatievaardigheden, kritisch burgerschap)

5. Open met data (maak delen mogelijk!)
Hear, hear. Alle informatie die we hebben vrij toegankelijk maken en houden. Als je zelf als bibliotheek content maakt, deel die met de hele wereld. Van delen word je rijker, wordt de samenleving rijker. En wat wij zelf maken is al betaald met gemeenschapsgeld. Waarom moet je er dan nog weer opnieuw voor laten betalen?

6. Clubgevoel, zorg dat leden zich thuis voelen en gekend.
Daar hebben we een schat in huis, 4 miljoen leden. Waar we beter in moeten worden is in ze zich (weer) thuis laten voelen, en hun wensen te kennen voordat zij ze kennen.

7. Bijdragen, laat je leden hun kennis delen
Helemaal in lijn met wat de bibliotheek ( in ieder geval Kennemerwaard) voor ogen heeft, en al mondjesmaat praktiseert. Mensen hun kennis laten delen. Zoals bv de Historische Vereniging die een canon maakt voor schooljeugd, vrijwilligers die computercursussen ondersteunen, mensen die presentaties geven over hun expertise. Maar ook dat debat tussen bewoners, met belangrijke sprekers en belanghebbenden in de stad/het dorp.

8. Lever context, en pas je aan op het kennisniveau van je klant/lezer
Die dossiers die ik al eerder noemde in variant voor jeugd en volwassenen, in moeilijk en in makkelijk. Basis, gemiddeld en voor gevorderden. Om het ouderwetse 'hinauflesen' er maar bij te halen, het zou mooi zijn als je je leden, je lezers, je burgers wijzer kunt maken door in verschillende moeilijksheidgraden informatie aan te bieden en dat ze zich kunnen ontwikkelen van 'laag' naar 'hoog'.

9. Gids! Ga niet achter hypes aan en begin met de wereld te duiden vanuit een breder perspectief.
Nouuuu, we zijn soms wel goed in het volgen van hypes. Je moet ze denk ik wel spotten, ze uitproberen en ze dan vervolgens ook weer duiden voor je publiek. Wat is het, wat kun je ermee, en wat zijn de toekomstverwachtingen? Zo'n initiatief als FabLabs, maak er kennis mee, en laat vooral ook je publiek er kennis mee maken.

10. Durf van het oude pad af te treden
Daar ligt om het populair te zeggen een mooie uitdaging. Nou, om eens een schot voor de boeg te doen en een nieuw pad in te slaan, het zou natuurlijk geweldig zijn als Ernst-Jan Pfauth samen met een aantal bibliotheken aan de slag zou willen gaan om samen zijn nieuwe krant op te zetten in combinatie met de nieuwe bibliotheek. Want er zijn veel overeenkomsten tussen de twee ;-)

11. Blijf trouw aan waar je goed in bent, en kijk vervolgens waar je slim op kunt vernieuwen op trends.
Voor mij is dit GBV: gezond boeren verstand. We zijn goed in het selecteren van informatie, goed in leesbevordering, groot draagvlak in de maatschappij, betrouwbaar, groot bereik. Daar moeten we gebruik van maken.

dinsdag 16 april 2013

Inspiratie met Denen

Een tijdje geleden (eind februari) was er een gesprek over de bibliotheek van de toekomst in Bibliotheek Amsterdam met een aantal collega's uit Nederland (Hans van Velzen, Karen Bertrams, Gemma Wiegant, Huub Leenen, Marian Koren, Chris Wiersma en ondergetekende) en een delegatie Denen. Deense bibliotheekdirecteuren, waaronder Rolf Hapel van Aarhus, mensen van het ministerie van cultuur, architecten en wat adviseurs. Zij hadden al een aantal bibliotheken in Nederland bezocht, en gingen er nog een paar bezoeken. Een verslag (in het Deens) van die studiereis staat op de website rondom het project van de bibliotheek van de toekomst.

Wat ze met ons wilden bespreken was hoe een fysieke bibliotheek er in de toekomst uit moet zien. Zij redeneren vanuit een model dat met vier 'kamers' werkt. Meer er over kun je vinden op de speciale website die ze hebben gemaakt, waar ter zijner tijd ook een Engelse versie van komt. Nu is het nog in het Deens.
Ik heb vorig jaar in Denemarken al een A4tje gekregen waarin het model wordt uitgewerkt.
De bibliotheek als ruimte in de kennis en belevenissamenleving. Ze hanteren een model waarin vier ruimten elkaar als een Venndiagram overlappen.

De ruimten die je in een bibliotheek zou moeten hebben zijn:
Inspiratieruimte: waar je dingen kunt beleven, waar er plaats is voor innovatie, en waar het spannend is, waar je iets te beleven valt.
De Denen werken dat verder uit door te zeggen dat het een plek is je dingen kunt beleven die je opvattingen en meningen ter discussie stellen. Het moet een plek zijn voor het irrationele, emotionele en chaotische door een overvloed aan estetische belevenissen. Dat kan door verhalen vertellen en door allerlei andere artistieke expressies van media, culturele patronen en genres. Kernwoorden: beleving en innovatie
Leerruimte: waar je dingen kunt beleven, waar je je kunt ontwikkelen (empowerment), en waar je dingen kunt ontdekken.
Verder toegelicht bedoelen ze hier mee dat die een ruimte is waar burgers de wereld kunnen verkennen en ontdekken en daardoor hun competenties en mogelijkheden kunnen verruimen. Daarbij is vrije toegang tot informatie en kennis een noodzakelijke randvoorwaarde. Het leerproces wordt gezien als een tweerichtingsverkeer, waarbij de gebruiker zelf vanuit zijn ervaring zijn eigen leerdoelen en leerwensen onder worden kan brengen en waarop de bibliotheek pro-actief anticipeert. Kernwoorden: beleving en empowerment
Ontmoetingsruimte: waar je je kunt ontwikkelen (door met anderen in contact te komen), waar je betrokken raakt en bent en waar je kunt participeren in de maatschappij.
Dit is een open publieke ruimte, de "third place", waar burgers samen kunnen komen, elkaar kunnen ontmoeten tussen werk en thuis. Je hebt platforms nodig waar je mensen tegen kunt komen met andere interesses en andere waarden dan die van je zelf. Dan wordt je uitgedaagd om in discussie te gaan en een debat te voeren. De ontmoetingsruimte biedt ruimte zowel aan de toevallige ontmoeting aan de leestafel met kranten en andere opiniebladen als aan de meer georganiseerde ontmoeting zoals debatten en lezingen over actuele onderwerpen. Ontmoetingen kunnen plaats vinden in de fysieke bibliotheek en via chatgroepen, blogs of andere sociale media. Kernwoorden: empowerment en betrokkenheid(participatie)
Performanceruimte (het podium): waar je betrokken kunt zijn en waar er ruimte is voor innovatie, en waar je dus dingen kunt maken en laten zien. In de performanceruimte, de podiumfunctie, kunnen gebruikers in interactie met anderen geinspireerd raken om tot nieuwe artistieke expressie te komen door in aanraking te komen met kunst en cultuur. Ze hebben de mogelijkheid om hiermee aan de slag te gaan doordat ze de beschikking hebben over interactieve spellen, schrijf-, geluid- en video workshops en ze kunnen ondersteuning krijgen door professionals op de diverse kunstuitingen. Verder kan het podium ook dienen als een platform en bemiddeling door het uitgeven van en verspreiden van het werk van de gebruikers, en door ze het podium te bieden om hun activiteiten te delen met het publiek. Kernwoorden: betrokkenheid en innovatie.

Het is een interessant model voor de bibliotheek van de toekomst. Waarbij het begrip 'ruimte' in een overdrachtelijke manier moet worden gezien, niet als een kamer met muren er om heen, maar meer als mogelijkheden die zich in de fysieke dan wel digitale wereld voordoen als je de bibliotheek bezoekt. In het gesprek dat we hadden met de Denen ging het wel heel erg om de ruimte, omdat het een project is rondom architectuur en dus de fysieke ruimte. Het is naast een idee voor wat je allemaal in de bibliotheek aan mogelijkheden zou moeten scheppen, en hoe je dat vorm gaat geven in de fysieke ruimte, ook een mooie kapstok voor discussies over de toekomst van de bibliotheek.
In het gesprek is natuurlijk ook nog de behoeftepiramide ter sprake gekomen, en net zoals hun idee van de vier ruimten veel herkenning opleverde bij de Nederlandse collega's, deed ons model dat bij de Deense collega's. Het is ook maar net met welk idee je intern en extern het best uit de voeten kunt.

Overigens: het model van de Denen is door het Ministerie van Cultuur ontwikkelt en is overal over genomen als 'blauwdruk' voor het bibliotheekwerk. Iets zegt mij dat er niet zoiets moois in de Bibliotheekwet van Nederland terecht gaat komen ;-)


vrijdag 5 april 2013

Ondernemen in de bibliotheek

Vandaag had ik een gesprek met twee heren van de GO-opleidingen. Zij gaan een korte cursus verzorgen over ondernemen in de bibliotheek, gericht op management (zijnde niet de directeur) en/of specialisten. En ze wilden graag met mij sparren over wat ik daar onder versta.

Nu is een gesprek met anderen altijd goed om je te helpen je geest te scherpen over bepaalde onderwerpen. Dus dacht ik na afloop van het gesprek dat ik er wel een blogje aan kon wijden, over wat ik nou versta onder ondernemen in de bibliotheek.

Allereerst, het betekent voor mij niet commercieel of semi-commercieel bezig gaan in de bibliotheek. Het betekent ook niet dat je er een strikte kosten-baten analyse op los moet laten. Ondernemen is niet jezelf als een 'u vraagt, wij draaien' instelling presenteren.

Voor mij is ondernemen in de bibliotheek je eigen doelstellingen zo goed mogelijk weten te realiseren. Weten waar je voor staat, met een brede blik op de maatschappij om je heen. Met een goed oog en oor voor wat er in jouw gemeente(n) speelt. Voor mij betekent het netwerken en strategische allianties sluiten. Voor mij is het goed luisteren naar de partij met wie je wilt samenwerken. Wat is diens(maatschappelijke) opdracht en hoe kun je elkaar helpen. Wat wil de ander en wat heeft deze er voor over? Om met Toine Simons te spreken,"de baby in de tas houden". Niet tijdens een eerste gesprek in oplossingen denken, maar open vragen stellen, samenvatten en doorvragen. Waar zit de "pijn" bij je beoogde samenwerkingspartner, en wat is  deze bereid zelf bij te dragen aan een oplossing. Je als bibliotheek niet in een leverancierspositie laten drukken, maar een structurele gelijkwaardige samenwerkingspartner. Het betekent ook goed luisteren naar je gemeente(n), én het betekent ook je als een professionele partij opstellen die weet waar zijn krachten liggen. En die zijn van de bibliotheek bekend: betrouwbaar, groot bereik, kennis op het gebied van leesbevordering en -plezier, kennis op het gebied van informatievaardigheden en mediawijsheid.

Voor mij is ondernemen op die manier essentieel voor het overbrengen van het maatschappelijk belang van de bibliotheek. Aan samenwerkingspartners en aan lokale politici.Als je het bovenstaande namelijk goed doet, dan kun je ook de subsidieerde overheid meenemen in je verhaal. Dan heb je het niet over uitlenen, dan heb je het over leesbevordering, over burgers zelfredzaam maken, over digitaal vaardige burgers, over goed geïnformeerde burgers of wat er maar actueel is in je gemeente. En daarna heb je het pas over de randvoorwaarden die noodzakelijk zijn om die taken goed te kunnen vervullen (lees een gebouw met ruime openstelling, een collectie, goed opgeleide medewerkers, pc's etc.)  En zo 'verkoop' je dan de bibliotheek, en heb je het over een heel ander soort marktwaarde dan die in commerciële cijfers te vatten is. De bibliotheek is als onderneming namelijk onbetaalbaar!

dinsdag 2 april 2013

Het Alfabethuis van Jussi Adler-Olsen

Adler-Olsen is één van de Scandinavische thrillerschrijvers die de laatste jaren furore maken in Nederland met zijn goed geschreven boeken. Ik had nog nooit iets van hem gelezen, maar mijn lief pakte een dubbeldikke (twee titels) mee van de stapel bij de boekhandel als voer voor de vakantie. Tijdens de vakantie vorig jaar kwam het er niet van. Dit had prima gepast, want we waren vorig jaar in Duitsland op vakantie. Het boek speelt namelijk gedeeltelijk in WO II, in een Duits oorlogsziekenhuis voor krankzinnigen.

Dit boek ‘Het Alfabethuis’ gaat over twee vrienden, over vriendschap, over vertrouwen, over overleven in gruwelijke omstandigheden. James en Bryan zijn vliegeniers tijdens de Tweede Wereldoorlog, bij de RAF. Hun vliegtuig wordt tijdens een missie neergeschoten en ze redden zich het vege lijf met hun parachutes. Diep in vijandig Duitsland zijn ze op zichzelf aangewezen, op hun vindingrijkheid en hun meedogenloosheid.
cover Het Alfabethuis

Ze weten zich met kunst- en vliegwerk tussen een ziekentransport te werken waarna ze in een oorlogshospitaal terecht blijken te komen. Wat ze zich gaande weg realiseren is dat ze tussen hoge ss-officieren terecht zijn gekomen, dat zij zichzelf dus ook uitgeven voor ss-officieren, en dat een aantal van hun medepatiënten net als zij simuleren. Dan begint de strijd om het overleven, het niet ontdekt worden, en het doorstaan van de behandelingen met pillen en elektro-therapie. Beide mannen vinden hun eigen weg er in, beloven stellig aan zichzelf dat ze de ander nooit in de steek zullen laten, maar zoeken ook afzondering om niet aan de andere simulanten te laten merken dat zij elkaar kennen (en Brits zijn!). James geeft op een gegeven moment de strijd op tegen de pillen en de elektroshocks om maar te overleven, Bryan faket dat hij de pillen slikt om alert te blijven. En ondertussen worden ze door een kleine groep patienten in de gaten gehouden. Hoge ss-officieren die er alles aan gelegen is om in de ziekenhuis de oorlog door te komen en er dan vandoor te gaan met een schat waarover ze het steeds hebben. Uiteindelijk weet Bryan te ontkomen, en ontsnapt hij aan de kwelgeesten, met achterlaten van James die volstrekt inert geworden is door alle afbeulingen van de ss-ers en de behandelingen.

Twintig jaar later gaat Bryan terug naar Duitsland. Hij heeft vaker geprobeerd om James te vinden. Om te weten te komen wat er van hem geworden is. Dat is nooit gelukt, niet onder de naam van de ss-er wiens naam hij had aangenomen, niet als een onbekende RAF vliegenier. Toch wil Bryan nog eenmaal een poging wagen. Hij rakelt onverwacht een verleden op dat hem zelf uit zijn evenwicht brengt, maar ook de overlevenden van het ziekenhuis, de simulanten, die een nieuw, vals leven voor zichzelf hebben opgebouwd met de schatten waar over ze destijds in het Alfabethuis al spraken. Natuurlijk willen deze ss-officieren niet ontmaskerd worden, en dus proberen zij met hand en tand hun belangen, hun alibi’s te verdedigen. Dat eindigt in een dramatische ontknoping.

Een prachtig, spannend en beklemmend verhaal, dat goed in elkaar steekt. Hoewel er wel stukken ongeloofwaardig over komen, het verwisselen van identiteit van de twee hoofdpersonen met die van ss-officieren, de ontsnapping van Bryan, heeft het genoeg zeggingskracht om dat voor lief te nemen. En het is bekend dat veel hoge ss-officieren en medici die meededen aan de gruwelijke nazi-praktijken na WO II niet of nauwelijks berecht werden, onderdoken en daarna onder een andere naam of in een andere stad met hun oude loopbaan verder gingen. Hun slachtoffers dood of getekend voor het leven, dat deerde hen niet. Zij gingen verder met een nieuw bestaan. Dat beschrijft Jussi Adler-Olsen zeer goed. Wat hij ook goed weet te schrijven is de wroeging die iemand moet voelen na het achterlaten van een vriend in een situatie waarvan hij weet dat die dodelijk kan zijn. Dat hij ook weet dat het niet anders kan, omdat de ander te zwak is om op dat moment gered te worden. Dat beschrijft Alder-Olsen met enige distantie, maar daardoor komt het wel binnen. Al met al een echte aanrader voor mensen die van een spannend oorlogsboek houden, of van een niet alledaagse detective. Het boek kent elementen van beide genres.


dinsdag 19 maart 2013

Op het verkeerde been gezet worden

Afgelopen vrijdag was ik op uitnodiging bij een workshop van Satori Organisational Services in samenwerking met Knowmads van Huib Kraaijeveld. Huib ken ik sinds mijn MBA studie aan Nyenrode, waar hij een workshop Aikido verzorgde. Met zijn Satori richt hij zich 'supporting mavericks', wat deelnemers aan het Goudklompjes traject van de VOB wellicht een lampje doet op gaan. Huib doet altijd bijzondere dingen, en ik vind het leuk om er af en toe aan te proeven.

Wat was het:
Workshop waarin een groep van ca. 18 mensen, van diverse nationaliteiten, die elkaar niet kennen van diverse 'statuur' samen een organisatiespel gaan spelen. Sommigen spelen de cliënt, sommige spelen topmanagement, anderen middelmanagement en anderen de werkvloer. Iedereen kreeg een papier waarin je rol en probleem werd toegelicht, en waarin je van elkaar niet weet wat er speelt. Ik was cliënt.

Mijn rol: hoofd van de afdeling pr en communicatie van de KNVB. Mijn opdracht: krijg heel het volk als één supporter achter Oranje met een nationale pr campagne. En indien nodig een campagne om het imago van Oranje beter te maken. Ik moest gaan onderhandelen met het bedrijf Head Quarters (HQ) dat een prima reputatie heeft op het gebied van baandoorbrekende pr- en communicatiecampagnes.
Na het lezen van je rol ga je naar binnen in de andere ruimte waar Headquarters "gevestigd" is. Met mij zijn er nog drie andere spelers die een cliënt gaan spelen.

Dan rolt het volgende spel zich uit:


HQ: Het bedrijf van een creatief bedrijf dat ideeën, campagnes, pr strategieën etc. bedenkt. Het bedrijf loopt niet lekker. Alle medewerkers van de werkvloer moeten hun schoenen inleveren. Dat geeft natuurlijk gelijk al een gevoel van ongelijkheid weer. Het staat symbool voor hoe er met ongelijkheid in veel bedrijven wordt gewerkt, met bonussen, leaseauto's, parkeerplaatsen voor de baas etc.

Op het moment dat de cliënten (wij dus) binnenkomen, allemaal tegelijk, is onduidelijk wie de opdracht voor de klant gaat vervullen. Topmanagement zoekt naar oplossing, en stuurt mensen mee zonder te kijken naar kwaliteit, ervaring en gevraagde competenties passend bij de opdracht. Als cliënt wordt je in het diepe gegooid. Ik grijp in en vraag: 'hè wat gebeurt hier, Idols? Ik wil mensen die goed zijn, die passen bij mijn opdracht.' Dus heb ik zelf een oproep gedaan aan hele team En toen twee consultants (uitvoerders) aangetrokken.

Elke 12 minuten speelde je een dag. In de eerste dag probeer ik de opdracht helder over te brengen. Dat lukte maar gedeeltelijk. Consultants zouden er mee aan de slag , en ik zou eind 2de dag teruggebeld worden.

Dag 2: ik ga toch naar kantoor van HQ, want niet gerust op of ze het wel begrepen hebben, en loop binnen bij een meeting van 2 consultants die in gesprek zijn met iemand van het middelmanagement. Ik geef aan dat ik nog over offerte wil praten. De consultants schuiven dat in de schoenen van middelmanagement. Ik ga in gesprek. Aan eind gesprek valt ineens het topmanagement binnen en vraagt middelmanagement om aan te schuiven voor evaluatie. Mijn gesprek is nog niet afgelopen, dus ik ben volstrekt flabbergasted., en sta er op dat het middelmanagement blijft. Topmanagement geeft toe dat middelmanagement het gesprek met mij afmaakt.

Dag 3: Ik vraag om een voorstel hoe we verder gaan. De consultants willen tot vrijdag door kunnen werken. Ik wil ondertussen op de hoogte gehouden worden, om mee genomen te worden in creatieve proces. Dat proberen ze eerst af te houden, maar na mijn suggestie dat een foto van hun worksheets zou volstaan waren ze daartoe wel bereid.

Dag 4: kort contact met consultants blijft uit. Ik heb er maar vertrouwen in. Het blijkt dat er in het bedrijf inmiddels overleg gestart van onderaf om het bedrijf beter te laten werken, en om beter te overleggen, beter resultaat op te leveren voor de client.

Dag 5, halverwege: oplevering van het idee. Beantwoord aan de vraag. Consultants en middelmanager zitten erbij. Ik spreek mijn waardering uit, en middelmanager geeft de credits aan de consultants.

Tussen elke 'dag' zaten er 2 minuten om op een formulier aan te geven met welke vraag je zat, hoe voelde je je, waar zat je leervraag.

Er gebeurde nog veel meer dan ik hierboven heb beschreven, maar dit is in grote lijnen wat je 'speelt'. Je bedenkt zelf hoe je met situaties om gaat, er is geen uitgeschreven rol.


En dan volgt de review met de hele groep. Wat gebeurde er? Samenvatten van je persoonlijke ervaringen. Een stevige discussie waarin blijkt dat iedereen met een ander startbeeld is begonnen. Er was een medewerker die compassie verwachtte van de klant om mee te denken in de problematiek van het bedrijf. Daar was ik niet toe bereid, want degene die het vroeg zat niet in mijn 'team'. Ik vond t naïef om te verwachten dat een klant mee wil denken als je sores wilt oplossen, als dat niet door iemand wordt gevraagd met wie je een band hebt. Zij vond mij daar onmenselijk in. En dat vond ik dan weer confronterend om te horen. Overigens werden meer 'cliënten' als onmenselijk ervaren. Heel bijzonder hoe in dit spel de rol van de klant in een heel ander daglicht als gewoonlijk werd gezet.

Wat werd er zoal gedeeld aan ervaringen en denkbeelden:
Gesprek met jongere mensen: als je maar het beste met je medewerkers voor hebt, dan gaat iedereen het beste uit zich zelf halen. Tevreden medewerkers moet je streven zijn als directeur. Meer ervaren leidinggevenden hadden daar toch kanttekeningen bij.

De medewerkers die je niet hoort, werken meestal het hardst. Neiging management is te focussen op de klagers en hun problemen ipv focus op degene die tevreden zijn en productief.

Als je als directeur het goede voorbeeld geeft en aandacht hebt voor je mensen doen je collega leidinggevenden dat ook vanzelf.

Hierarchische systemen in bedrijven werken vaak contraproductief. En als topmanagement moet je nooit je middelmanagement buiten spel zetten, dat is dodelijk voor hun motivatie. Middelmanagers zijn vaak de beste mensen van de werkvloer geweest, die doorgegroeid zijn. Dus hebben ze de meeste betrokkenheid. Zorg goed voor hen, anders verliezen ze hun passie.

Wat heb ik meegenomen aan het eind van de dag: Je redeneert al heel snel vanuit je eigen denkraam. Wees open en stel vragen. Probeer je in de ander te verplaatsen. Kun je door mee te bewegen een beter resultaat halen? Wees je er van bewust dat jouw rol als leidinggevende, en zeker als directeur niet die is van het regelen van zaken voor de werkvloer. Daar zijn je middelmanagers voor. Als directeur moet je naar buiten, en intern de koers uitzetten die verder uitgewerkt wordt door medewerkers. Maar vooral veel naar buiten, want de tent draait wel door als jij er niet bent. (Dat heb ik overigens aan den lijve ervaren vorig jaar na een zware operatie. De bibliotheek draaide prima door. Het managementteam gaf aan toen ik terug kwam dat het allemaal prima was gegaan. En dat het ook wel fijn was dat ik terug was, want dat met name de externe contacten ernstig in de verdrukking waren gekomen. Juist! Daar was en ben ik dan ook wel goed in ;-)

Omdat het een spel is en je geen idee hebt waar je in bent beland blijf je heel kritisch. Dat vermogen hebben nieuwe medewerkers ook. Als je een tijdje ergens werkt verlies je vaak dat vermogen om kritisch en met verbazing naar bepaalde handelswijzen, protocollen etc te kijken. Deze dag heeft me weer er van bewust gemaakt dat je je altijd moet blijven af vragen waarom je iets doet. Welk nut dient het, en draagt het bij aan de resultaten die je met z'n allen nastreeft. En moet je niet vaker met elkaar afstemmen of je nog wel met het zelfde bezig bent, het zelfde doel voor ogen hebt. Dat doen we toch te weinig met elkaar.

Tussen het verslag door zien jullie tekeningen. Gedurende de dag werd wat er gebeurde, wat er werd gezegd door een tekenaar in soort cartoons vastgelegd. Erg leuk en heel erg herkenbaar.

En o ja, wat kost zo'n dag nou? Huib slaat hoofdelijk de kosten over van wat de dag kost, en dan vraagt hij je na afloop om over te maken wat jij vindt dat de dag waard was. Een heel sympathiek gebaar. Waarbij het overigens best lastig is om te bepalen wat de dag je dan waard was ;-)











dinsdag 12 maart 2013

Duurzaamheid in opbouw

Nadat we vorig jaar tweede zijn geworden bij de verkiezing van de meest duurzame bibliotheek hebben we onszelf voorgenomen om niet stil te gaan zitten. We gaan onze duurzame activiteiten voortzetten en uitbouwen. Dus zijn we een tijdje geleden bij HVC, de huisvuilcentrale in Alkmaar langs  geweest. Om te praten of we iets voor elkaar kunnen betekenen. Dat was een positief gesprek, en wij zijn met huiswerk de deur uitgestuurd om met een voorstel te komen waarop HVC kan aangeven welke mogelijkheden ze zien.

Onze Jan en onze Maria zijn vervolgens langs gegaan bij de winnaars van de prijs, Bibliotheek Groningen. Daar hebben ze veel ervaringen uitgewisseld, en hebben wij aangegeven dat we graag ook aan willen haken op de digitale etalage die zij onder vlag van Bibliotheek.nl hebben gemaakt.

En vandaag waren Maria en ik op bezoek bij ECN. Een groot onderzoeksbedrijf dat business to business innovaties levert. Ze leveren zoals ze zeggen geen zonnecollectoren, maar doen wel onderzoek naar alle technologie die er achter zit. Ze richten zich op vier poten: windenergie, zonenergie, bio-massa energie en energie-efficiency. Het was ook vandaag een interessant gesprek. Uiteindelijk kwamen tot de conclusie dat we op dit moment niets voor elkaar konden betekenen. Wat zij leveren is niet bedoeld voor de consument, het is bedoeld voor producenten.

Het was geen verloren middag. Het was een uur intensief praten over waar zij mee bezig zijn, en waar wij mee bezig zijn. Interesse over en weer. En ik moet eerlijk zeggen, het is toch prachtig als je als bibliotheek opbelt met het verzoek om een afspraak naar zo'n technologisch bedrijf, die geen directe link met de bibliotheek heeft, dat je dan toch uitgenodigd wordt voor een kennismaking. Dan loop ik trots het zwaar beveiligde pand uit en laat met liefde de kofferbak van mijn auto tot tweemaal toe controleren ;-)