Posts tonen met het label WO II. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WO II. Alle posts tonen

vrijdag 3 mei 2013

De Brand van Jörg Friedrich

De afgelopen weken las ik 'De Brand' van Jörg Friedrich. Het boek is een beschrijving van en een aanklacht tegen de geallieerde bombardementen op Nazi-Duitsland. Friedrichwas één van de wetenschappers die ook in de serie 'In Europa' van Geert Mak werd geinterviewd, omdat hij ook de andere kant van het verhaal van WO II wil laten zien. Na de vakantie van vorig jaar door Duitsland, onder andere in de hersteld steden Dresden, Neurenberg, Frankfurt, en het lezen van Geert Mak ben ik geinteresseerd geraakt in hoe 'het ' Duitse verhaal in elkaar steekt.

Het boek van Friedrich is een dikke pil. Het ligt zwaar in de hand, het leest ook zwaar. Volle bladzijden, lange lappen tekst, geen tussenkopjes of hoofdstukkken. Het is een boek dat je het liefst in één keer uit zo moeten lezen. Maar daarvoor is het te zwaar... vind ik. Toch, ook als je het leest zoals ik met tussenpozen, is het een boek dat je bij de strot grijpt. Friedrich geeft een duiding hoe beslissingen in Nazi-Duitsland werden genomen, om de burgers te beschermen, of juist niet. Hele psychiatrische klinieken werden 'ontruimd' (dat wil zeggen de patiënten werden vermoord) om ruimte te kunnen bieden aan soldaten van het front. Gezinnen werden uit elkaar getrokken om ze verdeeld over het land onder te kunnen brengen. Er werden schuilbunkers aangelegd, maar daar werden de buitenlandse dwangarbeiders geweerd. Mensen die tijdens de oorlog, en zeker na de invasie van de geallieerden op Sicilie en later Normandie, twijfel uitspraken of Duitsland de oorlog wel kon winnen werden aangegeven en standrechtelijk geexecuteerd. Friedrich spaart zijn eigen landgenoten niet. Hij brengt ook de andere 'overwinnaarskant' in beeld.

Hij klaagt op niet mis te verstane wijze de tactiek van 'moral bombing' van de Amerikanen en de Britten aan. Duitsland moest branden, het moreel van de bevolking moest gebroken worden zodat ze zich tegen Hitler zouden keren. Er werd begonnen met steden van meer dan 100.000 inwoners systematisch, en voortdurend te bombarderen. Er lag een heel plan aan ten grondslag, een soort wetenschap, hoe je het best kon bombarderen om een vuurstorm op te wekken. Als dat lukte kreeg je een zo hoog mogelijk aantal slachtoffers. Na de eerste bommenregen kwam een volgende of brandbommen met een ontstekingsmechanisme dat dan later pas afging. En na die eerste lading was dan de zuurstof op in de schuilkelders en stikten mensen. Of de temperatuur liep door de vuurstorm zo hoog op dat mensen werden gekookt of gebraden in hun schuilplaatsen. En dit gebeurde dus op woongebieden, niet persé op industriele of militaire doelen, doelbewust. Dat mag je gerust misdadig noemen.

In het boek wordt duidelijk dat nadat de grote steden al plat waren gegooid, en de geallieerden al duidelijk aan de winnende hand waren, gewoon werd door gebombardeerd op kleinere steden, vaak zonder enige strategische waarde. Vernietigen om het vernietigen. Duitsland moest kapot, de burgers moesten boeten.

Er zijn met al die bombardementen relatief weinig slachtoffers gevallen, dat is wel bijzonder. Dat heeft te maken met de uitstekende Duitse interne hulpverlening. Het Derde Rijk zorgde juist gedurende de oorlogsjaren voor zoveel mogelijk schuilplaatsen voor de burgerbevolking. Er was een heel ambtelijk apparaat waar je kon aangeven wat je verloren had en daar kreeg je zelfs tegoedbonnen voor. Wat wel grotendeels verloren ging waren de oude binnensteden, kunstschatten, prachtige kerken, cultureel erfgoed. Juist de oude binnensteden met gebouwen met houten balken en gebinten, met het vakwerk, in een fijnmazig stratenpatroon was uiterst geschikt om een vuurstorm op te wekken.

Dit boek laat de andere kant van de oorlog zien. Het leven voor de gewone Duitser, hoe die gebukt ging onder enerzijds het nazi-regime en anderzijds onder een bommenregen die niet van ophouden wist. Het is een zeer lezenswaardig boek, een echte aanrader. Voor een ieder die wil weten hoe het voor de gewone burger was onder de terreur van het 'moral bombing'. Het verhaal niet van het overwinnaarsperspectief geschreven, maar van de verliezers.







dinsdag 2 april 2013

Het Alfabethuis van Jussi Adler-Olsen

Adler-Olsen is één van de Scandinavische thrillerschrijvers die de laatste jaren furore maken in Nederland met zijn goed geschreven boeken. Ik had nog nooit iets van hem gelezen, maar mijn lief pakte een dubbeldikke (twee titels) mee van de stapel bij de boekhandel als voer voor de vakantie. Tijdens de vakantie vorig jaar kwam het er niet van. Dit had prima gepast, want we waren vorig jaar in Duitsland op vakantie. Het boek speelt namelijk gedeeltelijk in WO II, in een Duits oorlogsziekenhuis voor krankzinnigen.

Dit boek ‘Het Alfabethuis’ gaat over twee vrienden, over vriendschap, over vertrouwen, over overleven in gruwelijke omstandigheden. James en Bryan zijn vliegeniers tijdens de Tweede Wereldoorlog, bij de RAF. Hun vliegtuig wordt tijdens een missie neergeschoten en ze redden zich het vege lijf met hun parachutes. Diep in vijandig Duitsland zijn ze op zichzelf aangewezen, op hun vindingrijkheid en hun meedogenloosheid.
cover Het Alfabethuis

Ze weten zich met kunst- en vliegwerk tussen een ziekentransport te werken waarna ze in een oorlogshospitaal terecht blijken te komen. Wat ze zich gaande weg realiseren is dat ze tussen hoge ss-officieren terecht zijn gekomen, dat zij zichzelf dus ook uitgeven voor ss-officieren, en dat een aantal van hun medepatiënten net als zij simuleren. Dan begint de strijd om het overleven, het niet ontdekt worden, en het doorstaan van de behandelingen met pillen en elektro-therapie. Beide mannen vinden hun eigen weg er in, beloven stellig aan zichzelf dat ze de ander nooit in de steek zullen laten, maar zoeken ook afzondering om niet aan de andere simulanten te laten merken dat zij elkaar kennen (en Brits zijn!). James geeft op een gegeven moment de strijd op tegen de pillen en de elektroshocks om maar te overleven, Bryan faket dat hij de pillen slikt om alert te blijven. En ondertussen worden ze door een kleine groep patienten in de gaten gehouden. Hoge ss-officieren die er alles aan gelegen is om in de ziekenhuis de oorlog door te komen en er dan vandoor te gaan met een schat waarover ze het steeds hebben. Uiteindelijk weet Bryan te ontkomen, en ontsnapt hij aan de kwelgeesten, met achterlaten van James die volstrekt inert geworden is door alle afbeulingen van de ss-ers en de behandelingen.

Twintig jaar later gaat Bryan terug naar Duitsland. Hij heeft vaker geprobeerd om James te vinden. Om te weten te komen wat er van hem geworden is. Dat is nooit gelukt, niet onder de naam van de ss-er wiens naam hij had aangenomen, niet als een onbekende RAF vliegenier. Toch wil Bryan nog eenmaal een poging wagen. Hij rakelt onverwacht een verleden op dat hem zelf uit zijn evenwicht brengt, maar ook de overlevenden van het ziekenhuis, de simulanten, die een nieuw, vals leven voor zichzelf hebben opgebouwd met de schatten waar over ze destijds in het Alfabethuis al spraken. Natuurlijk willen deze ss-officieren niet ontmaskerd worden, en dus proberen zij met hand en tand hun belangen, hun alibi’s te verdedigen. Dat eindigt in een dramatische ontknoping.

Een prachtig, spannend en beklemmend verhaal, dat goed in elkaar steekt. Hoewel er wel stukken ongeloofwaardig over komen, het verwisselen van identiteit van de twee hoofdpersonen met die van ss-officieren, de ontsnapping van Bryan, heeft het genoeg zeggingskracht om dat voor lief te nemen. En het is bekend dat veel hoge ss-officieren en medici die meededen aan de gruwelijke nazi-praktijken na WO II niet of nauwelijks berecht werden, onderdoken en daarna onder een andere naam of in een andere stad met hun oude loopbaan verder gingen. Hun slachtoffers dood of getekend voor het leven, dat deerde hen niet. Zij gingen verder met een nieuw bestaan. Dat beschrijft Jussi Adler-Olsen zeer goed. Wat hij ook goed weet te schrijven is de wroeging die iemand moet voelen na het achterlaten van een vriend in een situatie waarvan hij weet dat die dodelijk kan zijn. Dat hij ook weet dat het niet anders kan, omdat de ander te zwak is om op dat moment gered te worden. Dat beschrijft Alder-Olsen met enige distantie, maar daardoor komt het wel binnen. Al met al een echte aanrader voor mensen die van een spannend oorlogsboek houden, of van een niet alledaagse detective. Het boek kent elementen van beide genres.