Posts tonen met het label Amman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amman. Alle posts tonen

dinsdag 4 juli 2017

Jordanië, dag 11 en 12

11 april 

Na het ontbijt gaan we een stadswandeling maken. Eerst nog een keer naar het oude Romeinse theater in de stad. Het is opnieuw prachtig. Dan al slingerend langs oude stadswijken, met een mooie oude moskee, oude opgravingen en door de soek. Ik word altijd blij als ik over een markt loop. En zeker in dit soort landen, waar men het stapelen van groente en fruit tot kunst heeft verheven. Het lijkt wel of ze hun waren oppoetsen tot ze glimmen, en een kleine cursus architectuur of bouwkunde hebben gedaan, zo kunstig zien de uitstallingen er soms uit. Joep kan zich niet bedwingen bij een stalletje met baklava. Hij koopt een flink stuk gevuld met spijs en doordrenkt met honing. Zoetekauw!  We lopen verder richting kleding soek, waar onder andere prachtige Palestijnse jurken in de etalage hangen. Schitterend rood borduurwerk op zwart.

Na de oude wijk klimmen we een flink stuk naar boven.  Er is boven een straat met daarin oa een hip t-shirtenwinkeltje dat ik wil zien, en een winkel van de stichting van de koningin. Het t-shirtwinkeltje valt tegen. In de winkel ‘van’ de koningin koopt Joep twee sjaals voor Jasper en Jeroen, Arafatsjaals, al weten we nu dat we dat zo niet mogen zeggen. Het zijn Arabische (rood) of Palestijnse (zwart) sjaals, afhankelijk van de kleur. We drinken thee op een terras, en op weg naar beneden komen we een tentje tegen waar ze bier verkopen. Dan pakken we daar ook nog maar een pintje. We lopen weer naar beneden en besluiten dat we nog twee dingen uit de gids moeten doen. We moeten nog falafel eten bij Hashem, de beste van de stad volgens Lonely Planet. En inderdaad ze zijn lekker. We sluiten af met kanufa bij Habibah, een heel zoet gebak. Dan naar onze kamer, de koffers pakken en op tijd naar bed. Morgen staat Zyad om vier uur klaar bij het hotel om ons op tijd naar het vliegveld te brengen.




















12 april

Oef, het is vroeg als we om vier uur naar beneden stommelen. Zyad staat al voor ons klaar. We bedanken hem eerst zeer uitvoerig voor het terugbrengen van mijn boek. Dat was echt heel erg aardig. Hij zegt dat hij dacht dat het een heel belangrijk boek was, en dat ik er vast in door wilde lezen. We rijden door een donkere stad op weg naar het vliegveld. Daar aangekomen bedanken we Zyad nogmaals, geven hem een flinke tip en zeggen hem vaarwel.

In de rij voor het inchecken en het afleveren van de bagage. Het eerste stuk gaat prima. Maar dan moeten we nog met onze handbagage door de security. Joep heeft zijn verrekijker nog in zijn schoudertas zitten, en daar ontstaat onrust over. Wat is dit?  De douanier weet er duidelijk geen raad mee. Er moet een collega bij komen, hoger in rang. Die komt op zijn dooie gemak aanlopen, in burger, met de handen in zijn zakken. Joep raakt gelijk geïrriteerd.  En dat merkt de man ook. Dus tergend langzaam kijkt hij naar de verrekijker, vraagt Joep wat het is, of hij hem er nog eens uit wil halen etc. Joep steeds wat geïrriteerder. De man duidelijk in zijn macht. Ik zeg tegen Joep dat hij rustig moet doen, dat we er niks mee opschieten als de man ook geïrriteerd raakt. Dus rust bewaren, beleefd blijven en meewerken. “Ja maar” zegt Joep “hij loopt met zijn handen in zijn zakken hier naar toe”. “Laat gaan, schat, laat gaan”.  Dan wordt de verrekijker goed bevonden en kunnen we door . De douanier loopt terug naar een andere balie, met de handen uit de zakken…. Dat wel. Heeft hij het misschien toch begrepen ;-)



 Voor de rest verloopt onze terugreis prima. Terug in Nederland krijgen we alleen een stevige temperatuurshock te verwerken: van 29 graden in Amman, naar 10 in Alkmaar. Brrrr. Gelukkig hebben we een hoofd en hart vol warme herinneringen aan dit prachtige land.

vrijdag 30 juni 2017

Jordanië, dag 11, 10 april

Vanochtend zal Hussam ons komen halen. Maar bij de balie zit een andere man op ons te wachten Zyad is zijn naam. Hussam is ziek vertelt hij ons. Hij weet niet goed wat Hussam mankeert. Zyad is wat plezieriger in de omgang dan Hussam. Hij is wat mededeelzamer. De tocht naar Amman zal ca. 4-5 uur duren. We rijden ter hoogte van Wadi Rum als de auto ineens als een gek begint te piepen en Zyad heel snel de auto aan de kant van de snelweg zet. Het is een hybride auto, en de boordcomputer geeft aan dat het systeem herstart moet worden. Zyad doet verschillende pogingen, maar de auto wil niet meer starten.

Daar staan we dan, midden in de woestijn. Zyad belt een bevriende chauffeur en binnen 10 minuten staat die naast ons. Zijn collega, met passagier op de achterbank komt kijken wat er aan de hand is. Hij probeert ook enkele malen de boel te herstarten. Motorkap omhoog en turen. Beide heren komen er niet uit. De passagier is inmiddels uitgestapt en naast ons op de vangrail komen zitten. We raken aan de praat. Het is een Noord-Ier, Paul heet hij. Even later stopt er nog een auto, nog een helper. Die komt ons eerst allemaal een flesje water overhandigen, en een flesje Sprite. Dat is wel heel attent hier midden in de woestijn. We kletsen een beetje met elkaar en met Paul. Het boek over Mohammed dat ik aan het lezen ben ligt naast me op de vangrail. Geen tijd om er in te lezen.

Dan komt de chauffeur van  Paul naar ons toe. Hij vraagt aan Paul of wij een beetje oké zijn.  Dat is blijkbaar het geval. En dan vraagt hij of het oké is… en ja dat is ook het geval. Voor we het weten worden onze spullen over geladen. De auto van Zyad kan niet verder…. Hij put zich in duizend excuses uit. Dat hoeft niet, hij kan er niks aan doen. Hij gaat wachten op de garage uit Amman, die komen hem en de auto ophalen. Wij kunnen mee met Paul en zijn chauffeur. Dus alles over geladen en we gaan weer op weg. Dat is wel echt heel bijzonder. Kom er eens om in Nederland of Europa, het is zeker nog 350 kilometer naar Amman.  En om dan zomaar vreemde mensen met je mee te nemen… heel bijzonder. We zijn ongeveer een half uur onderweg als ik ineens mijn boek over Mohammed mis. Shit! Op de vangrail laten liggen. Wat stom zeg! De chauffeur belt Zyad, die er blijkbaar nog staat. En even later krijgen we bericht dat het boek gevonden is… Zyad zal het meenemen als hij ons naar het vliegveld brengt overmorgen.

Na ca. 1,5 uur rijden stoppen we bij een wegrestaurant voor een kop koffie en een sanitaire stop. We zijn inmiddels een beetje bijgepraat met Paul. Hij werkt in Dubai, waar de salarissen hoog zijn. Zo kan hij door zuinig te leven tijdens vakanties verre reizen maken. Hij is oa in Zuid-Amerika geweest, en nu reist hij na Jordanië door naar Iran. Hij wil eigenlijk weer terug naar Noord-Ierland om opnieuw te gaan studeren. Maar hij weet nog niet zo goed wat. Het leven in Dubai bevalt hem maar matig, het is niet ‘echt’ zegt hij. Teveel mensen met hoge salarissen die van gekkigheid niet weten wat ze met hun geld moeten doen. En de inwoners van Dubai zelf kijken neer op mensen uit andere landen, en werken zelf niet of nauwelijks.





In Amman worden we keurig afgezet bij ons hotel door de chauffeur van Paul. Het is een beetje aan het eind van de middag. We besluiten in de buurt een hapje te gaan eten, maar eerst even lekker lezen op het balkon van onze kamer. We willen daarna in de buurt op zoek naar een bar waar we een biertje kunnen drinken. Volgens de reisgids zitten er een paar vlakbij maar we kunnen ze niet vinden. We besluiten uiteindelijk maar bij een restaurant zonder alcohol, maar wel vlakbij ons hotel een hapje te eten. Met natuurlijk de onvermijdelijke citroensap met munt. Lekker! We zijn redelijk op tijd terug in het hotel en gaan op bed zitten lezen. We zijn best moe en het licht gaat op tijd uit. Rond elf uur, half twaalf gaat ineens de telefoon. Het is de receptie. Er is een boek voor mij bezorgd. Of ze het moeten komen brengen? Nou nee, dat hoeft niet, we komen het morgenochtend wel halen. Is Zyad het dus komen brengen! Wat ontzettend lief en aardig.

dinsdag 16 mei 2017

Jordanië, dag 3 Amman, Dode Zee, Mount Nebo, Madaba

2 april
We vertrekken rond een uur of acht. Eerst met Hussam door de stad. De citadel bezoeken. Al om acht uur ‘s ochtends open. Kom daar eens om bij een toeristische attractie in Nederland. We worden gelijk herkend als Nederlanders door een gids, die ons voor 5 dinar wel wil rondleiden. We slaan zijn aanbod af, dit kunnen we wel zelf. Na Jerash is de citadel een beetje een tegenvaller. Los van het weer, he is fris en regent af en toe, is deze opgraving echt vele malen minder indrukwekkend dan die van Jerash. Door de regen hebben we op een gegeven moment wel een regenboog boven de stad, dat maakt dan wel weel veel goed ;-) Het museum op het terrein is aardig, maar ook niet meer dan dat.

Vanaf de citadel kunnen we wel prachtig het amfitheater lager in de stad zien. Joep hoopt dat we daar ook naar toe gaan. En ja, dat is de volgende stop. Een zeer fraai amfitheater. Wel net zo mooi als dat van Jerash, en groter. Maar niet de spot op het toneel waar je stem versterkt wordt. Als we buiten staan, is Joep ineens verdwenen. Geen idee waar hij is. Ik was net even met Hussam in gesprek, over zijn gezin (vrouw, vier kinderen, oudste 17, jongste 6) en over onze gezinssamenstelling. (2 zoons, waarbij ik dan zeg dat Joep twee zoons heeft, wat ook zo is ;-) Maar in geen velden of wegen is mijn lief te bekennen. Nergens op het grote plein voor het theater, niet terug het theater in...... Als ik probeer te bellen dan krijg ik bericht dat alle 'outgoing calls' geblokt zijn, en dat ik contact op kan nemen met Orange. Ja fijn! Dat wil ik helemaal niet, ik wil Joep. Inmiddels zijn er al wel 5 minuten verstreken, en ik snap er niks van. Sms gestuurd, dat lukt wel. Waar ben je lief? Dan na nog ca 5 minuten, waarbij Hussam steeds ongelukkiger begint te kijken, want moet hij met een blanke vrouw alleen, komt Joep ineens uit een zijgebouw. Daar was het trappenhuis van het theater, en ja, dat wilde hij toch graag wel zien. Ik reageer wat bozig dat hij dat best even had kunnen zeggen, want dat ik geen idee had waar hij was. Sorry, sorry...al goed lief ;-) Klein vakantieleed, snel opgelost.

Dan rijden we door naar de King Abdullah I moskee. De enige moskee in Amman die je als niet gelovige mag betreden. Ze zijn wat dat betreft hier in Jordanië strenger in de leer dan in Turkije, of in ieder geval Istanbul. Daar mochten Joep en ik een paar jaar geleden verschillende moskeeen gewoon in, al dan niet met hoofddoek voor mij als vrouw. In het oude wijkje in Istanbul, vlak bij ons hotel werden we zelfs binnen gevraagd in een van de oudste, en ook heel klein, moskee. Maar goed, dit is geen kleine moskee, het is een reusachtig gebouw. En vooral groot. Wij moeten eerst naar beneden. Want hoewel welkom, mag ik niet binnen als ik in broek gekleed ben. Ik moet dus een leen'jurk' aan, en de capuchon mag niet af. Natuurlijk zijn die kledingstukken niet berekend op een vrouw van 1.86 m dus dat mutsje zakt elke keer naar achteren. Niet getreurd, ik heb in een vlaag van vooruitziende blik een pareo in mijn koffer gestopt, en nu bij me. Die knalroze lap voile wikkel ik om mijn hoofd en capuchon. Zo... klaar om naar binnen te gaan. Zoals gezegd, de moskee is vooral groot. Er gaat weinig sfeer vanuit.  Dus met 10 minuten hebben we het wel bekeken. Beneden onder de moskee worden we nog getrakteerd op Turkse koffie en dan reizen we Amman uit.

We reizen naar de Dode Zee. Bij het Ramada hotel is een arrangement voor ons geboekt. Baden in de zee, en dan lunchen in het hotel. Het weer is nog steeds niet top, beetje miezer af en toe. Het hotel ligt best ver van het water. Er rijdt een pendelbusje, dat net voor onze neus wegrijdt. Dan maar lopen. Over een kale vlakte, te treurig voor woorden. Het terrein is afgezet met prikkeldraad, waarin her en der plastic zakken hangen. Jordaniërs zijn echt idioot met hun vuilnis. Ze gooien het van zich af, niet op zoek naar een vuilnisemmer, ook al staat er een een paar meter verderop, ze laten hun afval zo vallen. Bizar! En dus overal zwerfvuil, alleen op de toeristische plekken wordt het vuil opgeruimd, want toeristen vinden dat niet leuk. Vakantieplaatjes met vuilnis er op. Het strand zelf is dan ook redelijk opgeruimd. 

Wij waren er van uit gegaan dat er kleedhokjes op het strand zouden staan, maar dat is niet het geval. Er staat een soort bar, met een barman of lifeguard er achter. Naast twee dames die in het water poedelen en de barman zijn wij de enige bezoekers. Net als wij ons om willen gaan kleden bedenkt de barman dat het interssant is om ons eens van dichtbij te bekijken.  Die interesse hoeft van mij niet. Ik geloof niet dat hij voor de safety even komt kijken. Eerder een blik op vrouwenvlees. Ondertussen doet hij alsof zijn telefoon interessant is. Ik besluit om me terug trekken achter het douchehokje en me daar om te kleden. Pech voor de jongen ;-) We plaatsen onze spullen onder een van de ligstoelen, het regent nog steeds af en toe. Dan de Dode Zee in. Dat is eigenlijk geen zee, maar een zoutmeer, dat steeds zouter wordt. Joep herinnert zich dat de zee veel breder was 40 jaar geleden. De Israëliërs tappen de Jordaan af voor irrigatie en heeft op eigen grondgebied bij de meer van Tiberias/Galilea een dam gebouwd. Dat geeft spanning in de regio, want het lijkt er op dat daarmee Jordanie minder water krijgt dan ooit afgesproken in de vredesonderhandelingen.

Het water is zo zout dat je blijft drijven. Dat is een bijzondere ervaring. Zwemmen lukt bijna niet, je benen schieten vanzelf naar boven. En daarmee loop je dan het risico dat je water in je gezicht krijgt. En dat wil je niet, het zoute water bijt enorm. Ook kleine wondjes moet je mee uitkijken, je wordt er in alle gidsen en via een bord bij het hotel op gewezen. Elena, onze Jordaanse reisagent heeft ons gisteren ook nog gewaarschuwd. Dus als gewaarschuwd mens het water in ;-)
Als wij het water in gaan, gaan de twee dames het water uit. Ze blijken uit Oekraïne te komen. Porosjenko is goed, Poetin is slecht en verder gaat de conversatie niet. Ze spreken geen woord Engels, en waarschijnlijk alleen maar Oekraïens en wellicht Russisch. Maar voor hetzelfde geld spreken ze vloeiend Arabisch... ;-) dat zullen we nooit weten.
Wij gaan het water in. Water is redelijk van temperatuur. Je blijft inderdaad meer drijven dan in gewoon water. Wel een bijzondere ervaring. Op je rug liggend komen je voeten vanzelf boven drijven. Dat is wel,grappig. Voor de rest... in alle eerlijkheid...iets wat je moet doen als je in Jordanië bent, een bad nemen in de Dode Zee. Maar na 10 minuten heb ik het wel gezien, Joep houdt het nog eens 5 minuten extra uit. Ik ga me douchen, want zodra je het water uitgaat voel je hoe de zoutkristallen opdrogen en je voelt jezelf plakkerig worden. De barman/lifeguard heeft zich teruggetrokken achter de bar. Ik voel me terug in de jaren 70/80 waarbij je ingewikkelde omkleedacts uitvoerde met een handdoek. Joep doet er niet moeilijk over. Die trekt hup zo zijn zwembroek uit, en hup onderbroek aan. Ik ben normaal niet zo preuts maar wil hier ook geen aanstoot geven. Vrouwelijk naakt ligt hier een stuk ingewikkelder dan mannelijk naakt. Dus doe ik een nostalgische slangenmens act voor een persoon met handdoek ;-)

We lopen terug naar het hotel en genieten daar de lunch. Met, omdat het kan, een glas witte wijn. Veel te duur natuurlijk, maar het smaakt toch wel erg lekker.

Hussam rijdt ons daarna naar Mount Nebo. De berg waar volgens de overlevering Mozes het beloofde land mocht zien. Maar niet binnen gaan. Als je er over nadenkt dan was God toch wel een beetje een pestkop. Jarenlang je volk door de woestijn geleid, morrend volk dat ook nog eens aan je leiderschap ging twijfelen. En jij dan maar proberen de moed er in te houden, met niks om te bewijzen dat God tot je sprak en het beste met het volk voor had. En dan uiteindelijk, als je leven er bijna op zit mag je wel het beloofde land zien, waar dat ondankbare volk (en hun kinderen ) wel naar binnen mag, maar jij dus niet.  Maar goed, mooi uitzicht op de bergen om ons heen. We hebben niet zo'n zin om naar de kerk boven te lopen. We verwachten eerlijk gezegd een soort toeristisch opgeklopte plek. Dus we gaan niet. Blijkt later uit de reisgids dat er prachtige mozaïeken te zien zijn. Nou ja, helaas. Je kunt niet alles zien en weten.

We rijden door naar Madaba. Een levendig stadje. Hussam heeft geen idee waar ons hotel is. Hij rijdt een beetje doelloos door het stadje, ook als wij hem het adres laten zien....maar ja bedenk ik later. Dat is in westers schrift. Daar heeft hij niet zoveel aan. Ik vermoed dat hij dat niet of nauwelijks kan lezen. Wel het Arabisch schrift natuurlijk. Hussam houdt er een bijzondere manier van de weg vragen op na. Hij ziet iemand lopen, toetert om de aandacht te trekken en vraagt dan de weg. Tot drie maal toe wordt hij zeer behulpzaam geholpen, en uiteindelijk belanden we dan in het Delilah hotel.














We zetten onze spullen op de kamer, en trekken naar het centrum van de stad. op naar de St. George kerk. Madaba' bevolking is voor 1/3 christelijk. In de jaren '20 van de vorige eeuw trokken drie families hier naar toe uit Kerak toen de spanning tussen moslims en christenen hoog op liep.  Toen zijden kerk gingen bouwen bleek er naast de plek waar ze bezig waren resten van een andere oude kerk te zijn, met restanten van een prachtige mozaïekvloer. De vloer stelt een kaart van het Midden-Oosten voor en is indrukwekkend. De kerk is jong, met moderne iconen. Het geheel heeft wel een rustige sfeer. Zitten op een bankje en de kalmte en rust op je neer laten dalen. Daarna een kaarsje aansteken voor degenen die niet meer onder ons zijn.
 
We verkennen de rest van het stadje en gaan op zoek naar een restaurant. In de Lonely Planet staat Haret Jdoudna aangeprezen. Gevestigd in een oud (jaren twintig) stadshuis. Heel gezellig, met gasten van diverse pluimage. Hele Jordaanse gezinnen, groepjes toeristen, of alleenreizende rugzaktoeristen. Er hangt een goede sfeer. En leuk om te zien dat kinderen hier behoorlijk netjes aan tafel zitten, als ze klaar zijn mogen ze van tafe, spelen. Maar ze worden niet vervelend en de volwassenen gaan op relaxte manier met hun kinderen om. Dat valt ons wel vaker op tijdens deze reis. Ouders, vaders en moeders zijn heel liefdevol naar hun kinderen. Die tonen op hun beurt weer veel respect voor hun ouders. Mannen dragen vaak de kindertjes als ze moe zijn. Vrouwen en meisjes moederen over de kleintjes. Gelijk verdeeld voor zover ik dat kan beoordelen.

Na een heerlijke maaltijd met een glas Jordaanse wijn erbij terug naar ons hotel. Morgen weer op tijd op.











zondag 14 mei 2017

Jordanie, reisverslag dag 1

Welke reden kun je hebben om een land te bezoeken? Interesse is er één..... bij ons was dat zeker het geval, maar ook een rare samenloop van omstandigheden. Van Joep heb ik vorig jaar voor mijn verjaardag een snorkelcursus gekregen. En dan wil je dat ook in de praktijk brengen. Dus vorig najaar al naar Tenerife geweest om daar onder andere te snorkelen. Joep zei:'Dan wil ik ook wel een keer in de Rode Zee snorkelen.' 'Dat is goed', zei ik, 'maar niet in Egypte, want dat vind ik niet stabiel genoeg.' Toen was de keuze niet zo moeilijk. Het zou Jordanië worden, en voor Joep dubbel leuk. Hij fietste 40 jaar geleden met zijn vriend Mark van Amsterdam naar Caïro en bewaart letterlijk en figuurlijk warme herinneringen aan dit land. We hebben onze reis geboekt via de reisorganisatie Better Places. 12 dagen langs de hoogtepunten van Jordanië, met wat meer dagen in Aqaba, om te kunnen snorkelen.

31 maart vertrekken we. We hebben een stressvolle start. Er is 's ochtends iemand voor de trein gesprongen zie ik als ik na het douchen op de NS app kijk. Dat betekent dat we wat door moeten pakken, want we zullen via Hoorn moeten reizen. Dat betekent dat de tijd die we ruim hadden genomen, ca 2,5 uur voor vertrek op Schiphol zijn, al in zal korten tot ca. 2 uur. Want met een trein een kwartier eerder vertrekken dan eerst gepland, en drie kwartier extra reistijd verliezen we dus al een stuk van onze marge.
Op Schiphol melden we ons keurig bij de balie om onze koffers in te checken. Onze boardingpas hebben we thuis al uitgeprint. Het meisje achter de balie raadt ons aan om via de paspoort en veiligheidscontrole van hal 1 en 2 te gaan, want bij hal 3 staat het helemaal vol. We lopen braaf naar de andere kant, waar ook al een flinke rij staat. Het bord zegt dat we vanaf dat punt ca 15-20 minuten onderweg zullen zijn. Dat moet gaan lukken. In het begin loopt het redelijk door, maar als we ongeveer op 2/3 zijn stokt de rij. Iedereen staat stil. Wat er aan de hand is, is niet duidelijk. Er is geen beweging bij de veiligheidscontrole. Niemand meer door de scan, de xray werkt ook niet. En zo tikken de minuten weg. Wij worden wat zenuwachtig. Zo gaan we nog onze vlucht missen.
Als inmiddels de klok zover doorgetikt is dat wij nog maar vijf minuten hebben tot boardingtijd, en er toch weer beweging in de rij zit, besluiten we naar voren te lopen naar een van de beveiligingsbeambten. We leggen uit dat we onze vlucht dreigen te gaan missen. Hij kijkt ons aan, en zegt, ja we gaan stapsgewijs nu mensen door laten, u moet eigenlijk gewoon op uw beurt wachten. Maar ja, ik kan u moeilijk terug sturen nu. Sluit u daar maar aan bij de rij de veiligheidscheck. Opgelucht trekken we onze schoenen uit, riem uit de broek, IPad uit de tas etc etc. Dan blijkt dat mijn rugzak nog een extra controle moet, mijn camera had er ook nog uit gemoeten. Maar voor mij zit een jongedame die wel drie aparte stukken handbagage heeft die allemaal apart gecontroleerd moeten worden. Ik sta op hete kolen. Kan dit niet wat sneller? We gaan zo onze vlucht missen! IK vraag de beambte van de andere balie, die niets te doen heeft of hij dan mijn rugzak niet kan checken. Nee zegt hij, ik kan hier niet weg. Ik snap dat niet, hij kan toch gewoon drie stappen naar achteren doen en dan mijn rugzak mee pakken naar zijn kant en dan de check doen? Ook zijn collega's kijken hem wat meewarig aan.... discussie volgt. Ik begrijp de argumenten iet, maar uiteindelijk neemt een collega uit 'mijn' rij de rugzak alsnog onder handen. Niks aan de hand, behalve dus dat ik mijn camera er uit had moeten halen.

Ik weet het niet. Sinds een jaar of twee vind ik het op Schiphol de spuigaten uitlopen. Vroeger had je aan twee uur echt wel genoeg tijd om door de beveiliging en paspoortcontrole te komen, mits je niet naar de V.S. reisde. Nu... er is meer geautomatiseerd, maar de wachttijden zijn alleen maar opgelopen. Ik vind het geen plezier en geen vooruitgang, reizen via Schiphol. Het aantal vluchten is gestegen, en daarmee ook het aantal reizigers. De luchthaven kan het bijna niet aan heb ik het idee.

Hup, snel alles weer inpakken, en dan naar de paspoortcontrole. Ook daar een rij. Waar slim te gaan staan? De rij van alle paspoorten lijkt sneller te gaan dan die van EU paspoorten. Toch maar die pakken. Dat blijkt slimme keuze. Marechaussee vraagt, waar gaat u heen als we melden dat we dreigen onze vlucht te missen. Amman, Jordanië, zeggen wij. O ja die hadden we hier ca. een uur geleden ook veel. Tja. Dat hadden wij ook in de planning zeggen we, maar helaas een springer voor de trein. Behulpzaam zegt de marechaussee, hier naar beneden, dan naar rechts. Ga maar gauw. We hollen zo snel we kunnen door de drukbevolkte gangen van Schiphol. Iedereen loopt voor je gevoel dan in de weg. Zwetend komen we aan bij de balie...... ze zijn nog niet begonnen met inchecken! Opgelucht zijgen we neer... op tijd, en nog tijd voor een bakje koffie en een toiletbezoek.  Met een dik half uur vertraging stijgen we uiteindelijk op. Op naar Jordanië.

We komen rond een uur of zes aan op het vliegveld van Amman. Een heel modern vliegveld.  We moeten eerst een visum halen. We hebben op aanraden van Elena, onze reisagent, een uitgebreide Jordan Pass gekocht. Daarmee zouden we geen visum hoeven te kopen. En dat blijkt ook het geval. We moeten eerst bij het ene loket ons visum kopen, nou ja, gratis dus want Jordan pass, en dan bij de buurman ons paspoort laten checken. En dan door naar beneden. We zien de eerste niqabs, jalabiyya's, Palestijnse sjaals om mannenhoofden in de hal. We zijn in een ander werelddeel, dat geregeerd wordt door een ander geloof.


In de hal staat onze chauffeur op ons te wachten. Hussam heet hij. We krijgen een hand van hem...een slappe...zoals we vaker zullen krijgen van hem deze reis. Hij rijdt ons naar het hotel in Amman, en zal ons deze reis van A naar B en verder rijden. Hussam is niet erg spraakzaam. Hij redt zich overigens uitstekend in het Jordaanse verkeer. Iedereen rijdt hier vrij zorgeloos, geeft niet of nauwelijks richting aan, toetert als men vindt dat de ander ruimte moet maken of niet snel genoeg optrekt. Dat doet Hussam ook, maar overigens zonder driftige gebaren. Bij het hotel gekomen wil hij ons graag meenemen om een echte lekkernij met ons te delen. We zijn best moe, maar goed, we gaan mee. Twee tentjes van ons hotel sleept hij ons mee om kunafa te proeven bij Habibah. Gebakken kaas, licht gepaneerd en doordrenkt met honing. Wel lekker moet ik zeggen, super machtig. Daarna willen we toch nog wel iets warm eten. Hij raadt ons een ander tentje aan en meldt ons dat hij de volgende ochtend om 8 uur komt ophalen voor onze eerste tocht. In het restaurant nemen we een Jordaanse specialiteit, mansef. Een soort ingedroogde yoghurt, die dan weer dun gemaakt wordt en als saus bij kip of lam wordt gegeven. Mwah. We nemen afscheid van hem, gaan eten, en daarna naar bed. Moe van een bewogen reisdag en de eerste indrukken van dit land en deze stad.