Posts tonen met het label Dana. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dana. Alle posts tonen

woensdag 31 mei 2017

Jordanië dag 5, 4 april

We staan op en gaan ontbijten. Gisteravond hebben we Hussam aangeboden dat hij van onze douche gebruik kan maken omdat die niet bij zijn slaapplek is inbegrepen. We dachten allebei dat hijger geen gebruik van zou willen maken, maar dat blijkt toch niet het geval. Als we aankomen met de ontbijtzaal vraagt hij of hij de sleutel mag en even in ons appartement mag. Natuurlijk mag dat. Uiteindelijk blijkt dat hij blijkbaar het algemeen toilet te vies vond, want hij zegt later dat hij op het gemak gebruik wilde maken van de restroom. Nou ja, maakt ons niks uit. Na het ontbijt zetten we onze koffers in de auto bij Hussam en gaan we een stuk wandelen door de Dana vallei. Onder begeleiding van een gids, Nabil. Uitgedost als een soort van korte, dikkere versie van Johnny Depp in Pirates of the Caribbean. Hij neemt ons mee de vallei in. Eerst door de laatste boomgaarden, verwaarloosd inmiddels, van het dorp. Allemaal oude bomen, waaronder amandelbomen, pistache, abrikozen en olijfbomen. Met name van de laatste staan er er exemplaren van een paar honderd jaar oud. Er staat er zelfs een waarvan Nabil zegt dat hij uit de Romeinse tijd is. Dat zou best kunnen, een oud knoestig exemplaar is het wel ;-) De tocht voert ons over smalle geitenpaadjes en over de flanken van de vallei waar de de tulpen net zijn uitgebloeid. Er ligt een tulpenbol boven de grond, zo..die is een flink stuk groter dan hoe wij ze kennen. Deze heeft het formaat van een stevige rode biet of witte ui. Daar kunnen onze Nederlandse tulpenbollen wel vier of vijf keer in.

Het is een prachtige tocht. Nabil laat ons een oude grot zien, waarin nog de botten liggen van ca. 20 menselijke skeletten. Ga maar naar binnen, zegt hij. Ik vind het wel een beetje vreemd, hij reikt ons schedels aan... hmmm, niet echt respectvol naar de doden. Voor hem zijn het wellicht ongelovigen, want van voor de Islam. Ik heb er wel wat moeite mee. Ik geloof niet dat we in Nederland op zo'n manier met menselijke resten om zouden gaan.  Blijkbaar lopen we naar het idee van Nabil niet zeker genoeg, hij fabriceert twee wandelstokken voor ons van de stelen van een uitgebloeide plant. Weet niet zeker wat voor plant precies, een schermbloemige, die nu in het voorjaar net begint uit te lopen en er uitziet als een mengeling van venkel en berenklauw.  Wel handig deze stok tijdens het wandelen moet ik toegeven.
















Na ca 1,5 uur komen we bij de rand van een kloof aan. Nabil zegt dat hij wat tijm gaat zoeken. Dat is goed voor mijn verkoudheid. Ik ben sinds een dag of twee stevig verkouden (en zal er de rest van de vakantie ook niet helemaal van afkomen, blijf maar snotteren ) en loop als een oud karrenpaard heuvelopwaarts te hijgen. Nabil komt terug met tijm, en een wilde soort  rucola. Dat laatste is heel gezind zegt hij, en goed voor de seks ( met een knipoog naar Joep). Nabil laat ons op een punt genieten van het uitzicht, echt schitterend. Hij zet ondertussen thee, waar hij wat van de tijm bij ingooit. Er heerst rust in de vallei. In de verte horen we geiten mekkeren, en de geitenhoeder op zijn fluit spelen. Vogels vliegen om ons heen, en de wind strijkt een verkoelend briesje. Hoe rustiek wil je het hebben.

Na de thee koersen we weer naar het dorp. We bedanken Nabil voor de wandeling, krijgen de wandelstokken mee, is handig voor in Petra zegt hij, verwisselen onze wandelschoenen voor sneakers en vertrekken uit Dana richting Little Petra.
Onderweg stoppen we in een dorp om een hapje te eten. Deze keer heeft Hussam geen adresje. Er zit een grote groep toeristen op het terras van een klein eettentje. Ziet er goed uit, dus daar bestellen we alledrie een Jordaanse sandwich. Opgerolde pannenkoekjes met vulling naar keuze. Wij kiezen voor de falafel variant. De man achter de balie vraagt of we pittig willen of niet. Medium zeg ik. Hij lacht een beetje schalks, en zegt volgens mij in het Arabisch tegen zijn collega dat hij er een flinke lepel pepersaus op zal doen, en maakt een gebaar richting de schaal met de rode saus. Ik begin te lachen en zeg, met een gebaar naar mijn ogen, dat ik mee sta te kijken. Gegrinnik aan de andere kant. Grappig hoe je een geintje met elkaar kunt maken terwijl je elkaar niet verstaat, en elkaar toch begrijpt. De broodjes zijn heerlijk. We genieten op de treden van de trap gezeten van de zon en het broodje. De grote groep toeristen lijkt een groep Israëli's en Jordaniërs die in een soort vriendschappelijk uitwisselingsprogramma met elkaar op reis zijn en ervaringen met elkaar uitwisselen.















We reizen verder naar Little Petra. Een stoffige bende zo op het eerste gezicht. We stoppen eerst bij een deur in een rots. Hussam maant ons naar binnen. Dit is de watervoorziening van Petra zegt hij. Zoals te verwachten, plastic flessen en zakken en ander vuil drijft in het water. Het blijkt dat het van vroeger tijden was, dat het water nu eerst gezuiverd moet worden en waarschijnlijk dus niet meer in gebruik.  Dan door naar het 'centrale plein' van Little Petra. Met een aantal bedoeienententen met daarin souvenirs, een jonge man die ons aanbied als gids op te treden. We slaan het allemaal af en lopen door een kloof Little Petra in. Hier maar een paar uitgehouwen bouwwerken in de rotsen. Maar wel een met nog prachtig bewaarde fresco's met bloem motieven. Terwijl ik die loop te bewonderen wordt Joep aangesproken door een bedoeïen. Die heeft een paar oude munten, een oud nog volledig intact olielampje en half Romeins terracotta hoofdje. Hij probeert ze aan Joep te verkopen. Die is vol bewondering, erg mooi, maar ook heel duidelijk.  Nee, dank u, ik heb genoeg dingen thuis... en zulke oude dingen meenemende land uit mag volgens mij niet, is strafbaar. Dat denkt de bedoeïen ook, dus hij snapt het antwoord wel. We lopen verder, omhoog de smalle kloof in. Aan het eind wordt de kloof weer iets wijder en vinden we een jonge bedoeïen die ons een kopje thee aanbied. Een mooie jongen, die de hele dag niet veel anders te doen lijkt te hebben als thee drinken en roken. We besluiten dat kopje thee te nuttigen, delen onze dadels met hem en vragen hem naar zijn bestaan. Dan volgt er toch best een bijzonder verhaal. Hij is getrouwd met een Deense vrouw, is eenendertig jaar oud en heeft een zoontje van anderhalf. Hoe of wat met zijn vrouw, waar ontmoet etc wordt niet duidelijk. Wij betalen een klein bedrag voor de thee, pidoen zucker , zonder suiker, en lopen weer naar beneden.
Dan gaan we met Hussam op zoek naar ons bedoeïenen kamp Seven Wonders. Opnieuw weet Hussam niet precies waar het is. Twee keer mis rijden, en dan bij het juiste bord toch afslaan en op weg naar het kamp. Een verzameling tenten onder en tegen een rots gesitueerd. Of er plaats is voor Hussam weet de jongen die ons ontvangt niet. We krijgen eerst thee, en dan wordt onze bagage naar de tent gebracht. Een soort kleine bungalowtent, met twee gammele bedjes er in, een nachtkastje met een peertje er op en een extra stopcontact. Dat is ons onderkomen voor de nacht.















Voor het avondeten beklimmen we de heuvel achter het tentenkamp. Vanaf daar kunnen we de zonsondergang prachtig bekijken. Zonsondergang in de woestijn…. daar zijn geen woorden voor.  Na het avondeten gaan we bij het kampvuur zitten waar de gebruikelijke thee wordt geserveerd. Naast ons zit een Joods-Amerikaans echtpaar met hun dochter.  De dochter heeft een bezoek aan Israël gebracht en de ouders zijn haar nagereisd. Ze vertellen ons dat ieder Joods kind tot zijn 27ste een gratis reis naar Israël kan maken, op kosten van een Amerikaanse filantroop. Het geeft me toch een beetje dubbel gevoel. De Israëlische overheid lijkt bezig om de Palestijnse inwoners er uit te drukken, door middel van een strak immigratieprogramma. De gedachte is blijkbaar dat als ze maar met voldoende Israëli’s zijn ze de overmacht kunnen houden.   Het vraagstuk is natuurlijk zeer ingewikkeld, en vol nuancering. Maar het lijkt mij een strategie die niet houdbaar is.  Als we naar ons bed gaan is het aardedonker. De mensen van het kamp hebben de berg verlicht met allemaal lampionnetjes, waardoor die er zeer feeëriek uitziet.

zaterdag 20 mei 2017

Jordanië dag 4, Wadi Mujib, Karak, Dana

3 april
Hussam staat ons al weer op tijd op te wachten. Vanaf nu reist hij met ons mee, en slaapt dan op de plek waar wij ook zijn. Voordat we vertrekken worden we aangesproken door de manager van het hotel. Of alles in orde was, en ja dat was het zeker. Aan de muur hangen oude foto's van bedoeïenen met tenten. Hij legt uit dat het Madaba was zoals het was voordat de christenen kwamen. Toen werd Madaba alleen af en toe bezocht door rondtrekkende bedoeïenen, er was niet zoiets als een echt dorp, meer de resten van de oude plaats uit het begin van de jaartelling. In Madaba wonen christenen en moslims vreedzaam naast elkaar meldt hij ons. Geen probleem. En Jordanië is echt een super veilig land. Of we dat maar veel willen vertellen in Nederland. Jordanië heeft veel te lijden onder de oorlog in buurland Syrië. Niet alleen door de 2,5 miljoen vluchtelingen die het land op vangt, maar vooral doordat de toeristenindustrie in elkaar gezakt is. Men denkt dat het hele Midden-Oosten niet veilig is, en wij kunnen getuigen dat Jordanië echt een heel erg veilig en bovendien gastvrij land is, met prachtige landschappen en zeer veel oude historische sites. Waarvan acte dus. NB: na onze vakantie vragen meerdere mensen mij of het niet gevaarlijk was in Jordanië, of we niet spanning voelden op straat. Dan vertel ik dat ik  twee weken na de vakantie in Brussel ben geweest en dat ik daar meer politie en leger in paraatheid heb gezien dan in Jordanië! Dus dat het maar net is hoe je er tegen aan wilt kijken. Ja zeker zijn we roadblocks tegen gekomen onderweg met controlepunten, loopt er politie en bewaking bij de grote toeristische trekpleisters, maar niet meer dan in Europa, en soms gewoon minder.

We vertrekken richting Wadi Mujib. De Jordaanse Grand canyon.  Door prachtig berglandschap, wat al ruiger wordt. En dan zien we op een gegeven moment de canyon! We hebben een paar jaar geleden ook de Grand Canyon in de verenigde staten gezien, maar deze mag er zeker ook zijn. Echt zeer fraai. Weids en ruig, diep en breed. Met veel verschillende kleurschakeringen. Heel bijzonder. Ik had er geen idee van dat zoiets in Jordanië zou zijn. Maar ja, ik had ook niet gedacht dat hier zoveel goed bewaarde Romeinse opgravingen zouden zijn, of kruisvaarders of Umayidden kastelen......
We hebben zin in koffie, en natuurlijk weet Hussam wel een tentje. Aan de overkant van de wadi, langs de dam, opnieuw omhoog zit een restaurant met een prachtig uitzichtpunt. Het terras zit in de schaduw, en daarvoor is het nu nog te koud buiten. Dus gaan we binnen zitten. Hussam kent de eigenaar. De vader van de man die Hussam de hand komt schudden was ooit gids. Van zijn verdiende centen heeft hij dit restaurant gebouwd. Op een prachtig punt. De Turkse koffie smaakt prima, en we bekijken het geheel. Zeer opvallend een grote poster aan de muur van een of ander Duits mannenkoor. Die hebben hier bij de opening opgetreden wordt ons verteld. Na de koffie door richting Karak.

Daar is een oud kruisvaarders kasteel uit de 11 de eeuw. Een stevig fort, dat uiteindelijk toch door Salahdin overwonnen is. Ook hier worden Joep en ik gevraagd hoe we heten, waar we vandaan komen en of ze met ons op de foto mogen. Braaf antwoorden we en lachen we voor de foto. Het is wel grappig om te merken dat de Jordaanse kinderen allemaal hun Engels willen oefenen, ze willen contact, maar hun Engels gaat vaak niet verder dan de eerder genoemde zinnetjes. 
Je moet in het kasteel je verbeelding het werk laten doen, hier sliepen ooit ridders uit Engeland, Duitsland, Frankrijk, met hun meegebrachte soldaten, voetknechten. Alles voor de heilige oorlog, het beloofde land en de heilige stad Jeruzalem moest ontzet worden van de 'heidenen'. Wat moeten die mannen zich klein gevoeld hebben, in een land waar ze de taal niet spraken, een volledig andere cultuur, waar ze waarschijnlijk ook niet welkom waren. Heet en warm en stoffig, ver van huis.
Hoe is het nu? Fris windje langs de muren, voorjaarsbloemen in bloei. Prachtig uitzicht over de omringende bergen en tussen gelegen groene valleien. Wel met een stevige bewaking van de Jordaanse politie. Vorig najaar is in dit fort een aanslag gepleegd door een moslimextremist en lieten een paar toeristen tussen de muren van dit oude kruisvaarderskasteel hun leven.
Als we uitgekeken zijn wacht Hussam ons weer op.  Of we willen lunchen. Dat kan dan in het naast gelegen restaurant. Ook dit trekt ons weer niet erg, maar goed, we laten ons mee tronen. Echt een groot toeristenrestaurant, waar geen kip te bekennen is. Met buffetopstelling. We worden er niet heel vrolijk van. Als het eten klaar is lopen we langs het saladebuffet, het warme gedeelte laten we aan ons voorbij gaan. De salades zijn heerlijk, dat moet gezegd. Hussam eet hier weer gratis, maar onze rekening valt niet mee. 18 JOD voor twee flinke borden salade en een fles water en een cola light.Tja.... (is omgerekend ongeveer €22,-)


We rijden door naar Dana. Een oud dorpje, gelegen aan de rand van een natuurreservaat. Het dorpje is pas sinds een aantal jaren weer bewoond. Er wonen een aantal families die hier de verschillende hotels runnen. Ons hotel heeft een aantal kleine slaapzalen met gedeeld toilet, geen douche voor de heren. Daar moet Hussam tot zijn verdriet slapen. Wij krijgen een opgeknapt huisje, waarin een bed, en een douche en toilet. Hele dikke muren, en gelukkig ook hele dikke dekens. Het is ijskoud in het huis.  We zetten onze spullen neer en lopen terug naar het hotel voor de ontvangst met thee. Onze gastheer is net even te glad. Heel aardig, maar je voelt dat het net niet klopt. Wij vragen hoe het morgen zit met onze wandeling. Hij antwoord:' alles in het dorp gaat via mij, dus ook jullie gids. Alles start hier, zeg maar hoe laat je wilt gaan wandelen. Hoe lang ga je? Drie uur? Zeg maar hoe laat, ik regel het'. Juist... of het is ook echt zo, of hij is arrogant. Ik vind het in ieder geval niet een echt plezierige manier van doen, er spreek ook een bepaalde 'zekerheid' of verveeldheid uit. Alsof je in een goedlopende toeristenplaats komt aan het eind van het seizoen, en de mensen in het hotel eigenlijk geen toerist meer kunnen zien. En dus bij elke vraag vermoeid gaan kijken, denken...daar heb je die toeristen weer.














Na de thee lopen we even door het dorp, bewonderen het piepkleine moskeetje midden in het dorp, lopen naar het eind van het dorp met zicht op de vallei waar we morgen gaan lopen. De lokale hangouderen vragen ons waar we vandaan komen, en ik word iets te enthousiast omhelst door een klein manneke die een lange Nederlandse dame wel erg leuk vind. Daarna lopen we terug naar ons huisje. Boek lezen op het terras, voor zolang de temperatuur het toe laat. We kijken uit op een vervallen schuurtje en braak liggend terrein. Achter ons een huis met een veld met verwaarloosde fruitbomen. Tussen de bomen scharrelen drie opgewonden puppies. Af en toe een schel blafje, en even lekker stoeien met elkaar. Dichtbij durven ze niet te komen. Het zijn wel snoepjes van hondjes... worden vast geitenhoeders of waakhonden. Op het veld onder ons komen ineens twee ezeltjes aan met een klein drafje. Achter hen aan een de oudere man, het kleine manneke van eerder met keffiyah. De ezeltjes nemen een loopje met hem. Hij zegt dat hij ze wil vangen. Ze spelen verstoppertje met hem. Staan eerst aan de ene kant van de schuur te loeren waar hij is, als hij dan van achteren aan komt gelopen spurten ze snel de andere kant op. Ze zijn hem duidelijk te slim af.

Rond zeven uur lopen we naar het eind van het dorp. De zonsondergang bewonderen, maar we zijn iets aan de late kant. Dan wachten op het avondeten. En daarna naar bed.