zondag 11 september 2016

Vakantieberichten 4, Etosha 1

Elke ochtend worden we wakker alsof we in een volière staan. Er zijn zo ongelooflijk veel vogels hier, in alle soorten en maten. En iedere vogel zingt zijn eigen lied. Het opvallende herkenbare geluid van de Geelsnaveltok of het gekoer van de Laughing Dove. Sommige zijn redelijk schuw, andere zijn brutaaltjes en hippen ongeveer over je voeren heen. De wevervogels maken de meest prachtige bouwwerken, in Sossusvlei zagen we hoe een kolonie een boom 'overnam'  met hun nesten. Onderweg zagen we bomen die bezweken waren onder de last van de nesten van de wevervogels.

Op naar Etosha.
In Etosha zullen we drie nachten verblijven. Eén nacht in Okaukuejo en twee in Namutoni. Op weg naar Etosha stoppen we nog in Outjo. Even tanken en, zoals we ons inmiddels hebben ‘aangeleerd’ koffie drinken met indien mogelijk carrotcake. Het is verstandig om iedere keer dat je de gelegenheid krijgt te tanken in Namibië. In afgelegen plekken hebben ze niet altijd benzine, ook al staat er op de kaart een tankstation. En kan het echt kilometers duren voordat je een volgende tegenkomt. Daarna rijden we door naar het park. Onderweg zien we ongelooflijk grote termietenheuvels, in typerend rode kleur van de aarde hier. 
Termietenheuvel vlakbij Etosha
Bij de toegangspoort van het park moeten we onze reservering voor de campsites laten zien, en we moeten een formulier invullen of we vlees bij ons hebben. In Namibië en Botswana heerst af en toe mond-en-klauwzeer. Je  mag tussen bepaalde gebieden geen vers vlees vervoeren. Daar controleren ze op, al gebeurt dat niet erg streng.

Naast de poort zit een groep Himbavrouwen, met een stel kleine kinderen erbij. Himba’s komen uit het noordwesten van Namibië. Ze verkopen enkele souvenirs. Himbavrouwen wassen zich niet, ze smeren zich in met een mengsel van geitenvet en rode aarde. Het is een redelijk traditioneel levend volk, de vrouwen lopen met alleen een leren rokje aan, hun borsten zijn bloot. Hun haar is zeer kunstzinnig gevlochten. Het is wel een triestig gezicht vind ik, al lijken de vrouwen zich prima te vermaken daar zo naast de weg. Ze zitten zo half in de schaduw, bij hun koopwaren en hopen zo enige dollars te verdienen aan toeristen die staan te wachten om Etosha in te kunnen. Als één van de kinderen zijn behoefte moet doen neemt zijn moeder hem mee naar de hoek van het veldje. Als hij klaar is pakt ze een blad van een boom of een bosje gras. Hij moet op handen en voeten staan (de neerwaarste hond met yoga;-) en zij veegt zijn billen af. Daarna mag het jongetje weer vrolijk verder spelen in zijn blootje.

In het park zelf zien we al heel snel dieren. Kudu’s en springbokken staan langs de kant van de weg.  In Okaukuejo boeken we bij de receptie een avond gamedrive. Bij de waterhole kijken of er dieren te zien zijn. En ja natuurlijk laten diverse dieren zich zien. Olifanten, spiesbokken, springbokken, jakhalzen, een grote trap. We eten vroeg want om 19.00 uur begint de gamedrive die duurt tot 22.00 uur. 













Onze gids Gabriel vraagt wat onze wensen zijn….. Nou, wij willen graag wel een leeuw zien, een cheetah, een luipaard… och dat is leuk als start plagen we hem. We weten heel goed dat je het zien van wild niet kunt afdwingen. Je bent niet in de dierentuin, de dieren gaan hun eigen gang en laten zich zien als ze er zin in hebben. Gabriel weet ons te melden dat het twee jaar geleden is dat hij een cheetah heeft gezien, en twee weken geleden een luipaard. We zullen zien.
Bij een nightdrive rijd je in het donker en licht de gids de dieren ‘aan’ met rood licht. Dat verstoort de beesten niet, maar maakt foto’s maken wel heel erg lastig. In ieder geval mijn camera pakt het niet, Guido blijkt later wel een paar goede foto’s te hebben.

Bij de eerste waterhole is het al gelijk raak. Er staat een zwarte neushoorn met daaromheen vier hyena’s. De neushoorn is onrustig, die ziet niet zo goed, maar ze ruikt natuurlijk dat er vier hyena’s op hun typerende manier om haar heen sluipen. Je hoort in je oor denkbeeldig de stem van David Attenborough “The rhino fiddles with her ears, restless, cause she feels that hyena’s are closing in on her. Normally a single hyena wouldn’t dream of attacking a sole rhino, but with the four of them they might just give it a go.” Maar de hyena’s horen David niet, en druipen af. Hebben wij toch al weer mooi één van de big five lijst te pakken.


Dan rijden we door naar de volgende waterhole. Gabriel laat de jeep langzaam uitrollen, de motor afgezet. Er is beweging bij de waterpoel. We kunnen het niet goed zien, het is een katachtige. Duidelijk geen leeuw, maar is het nu een luipaard of cheetah…? Het is een cheetah zien we al snel. Gabriel licht het dier zo goed mogelijk uit met de rode lamp. Wauw! Een cheetah… we zijn allemaal opgewonden. We kunnen er geen genoeg van krijgen om naar het dier te kijken. Wat een prachtige souplesse straalt zo’n dier uit. Ineens zwaait Gabriel de lamp naar links. Enigszins geïrriteerd kijk ik opzij, waar is dat nou nodig voor? En weer hoor ik David Attenborough in mijn oor: “Lions are very territorial when it comes to their waterhole. They will allow herbivores at their pool, but not other predators. So the cheetah is in big trouble…” De leeuw sluipt dichterbij en zet op een gegeven moment een sprint in. Wij houden onze adem in… de cheetah springt op en spurt weg. Gabriel gooit de jeep in de achteruit en scheurt weg. Even later zitten we op een pad, in d e vluchtrichting van de cheetah. Die zien we bijna gelijk voor ons de weg over schieten… de leeuw op enige afstand. Die houdt het voor gezien.. hij kan de cheetah toch niet bijhouden. De cheetah kuiert vervolgens verder. Onze avond is goed! 

donderdag 8 september 2016

Vakantieberichten 3

We reizen door naar Damaraland. De tocht voert ons door de woestijn, opnieuw. Dor en droog, kale vlakte. Het eerste stuk langs de Atlantische kust. Fascinerend om de golven te zien kapot slaan op zo'n droge kust. Geen begroeide duinen zoals we die in Nederland kennen. Daarna slaan we landinwaarts, waarin we links en rechts af en toe bergen in het zicht hebben.
Onderweg van Swakopmnnd naar Khorixas
De Brandberg en de Spitzkoppe.  De weg is weer niet best, en wild laat zich niet zien. We worden wel gewaarschuwd voor overstekende koeien, olifanten, paarden, wrattenzwijnen, antilopen. Vol verwachting klopt ons hart ;-) en zo waar steken er op een gegeven moment drie struisvogels in volle galop over.  Voor de rest verschuilt het wild en het vee zich.

We komen rond een uur of drie aan bij Khorixas. De medewerker van NWR (Namibian Wildlife Resorts) meldt me met diepe stem en serieuze blik, nadat ik mijn reserveringsnummer heb doorgegeven, dat ik geen reservering heb voor die dag, maar voor de dag er op. Ik krijg bijna een hartverzakking en stamel dat het echt niet zo op mijn papier staat. Ik wil hem het papier toeschuiven, hij bromt dat zijn systeem niet liegt. Ik wil nogmaals met klem melden dat het echt niet goed in het systeem staat als hij rommelend begint te lachen. Zit hij me voor de gek te houden! Nou ja zeg!
Versteend hout

Welwitschia


We besluiten omdat het vroeg  is op de middag om naar het Petrified Forest te rijden, een kleine vijftig kilometer verderop. Zeer de moeite waard, en daar zien we ook de Welwitschia.... Een bijzondere plant die speciaal in Namibië voor komt. Op de terugweg zien we uit een ooghoek een olifant.... Maar niet zoals we zouden willen. Verderop in het veld, in de buurt van wat bebouwing zien we een grote grijze vorm liggen. Rangersauto's erbij  en aan de kant van de weg mensen uit de buurt. We stoppen niet, dus zeker weten doen we het niet. We vermoeden dat er een stropersslachtoffer ligt.  Namibië en Botswana zijn eigenlijk de enige landen in Afrika waar groot wild ook nog buiten de wildparken voor komt. We hopen dat we dat nog gaan zien, maar dan niet zoals nu met dode exemplaren.

We gaan opnieuw vroeg naar bed. 

Morgen reizen we naar Etosha.

woensdag 7 september 2016

Vakantieberichten 2

Na Sossusvlei reizen we door naar Swakopmund, aan de kust. De reis gaat opnieuw over gravelroads, zo'n 350 km over wasbordwegen. Dwars door de Namib woestijn. Dor en droog, kaal en leeg. In het begin is er nog wel wat wild te zien, maar al gauw is er niks en niets dan kaal land. Indrukwekkend in zijn verlatenheid en trage manier van verschuiven van landschap aan de horizon. Met een tussenstop in Solitaire, bereiken we uiteindelijk volstrekt gaar van alle trillingen rond een uur of vier Swakopmund.
benzinepomp in Solitaire
Daar boeken we via een agent voor de volgende dag een boottocht naar de zeeleeuwenkolonie.  Swakopmund heeft een Duitse uitstraling. Her en der vakwerkhuizen,
Swakopmund
Duitse straatnamen en restaurants met een Duitse kaart. We bezoeken de lokale openbare bibliotheek, enige beroepsdeformatie is ons niet vreemd. Je voelt je bescheiden als je aan onze luxe bibliotheken denkt, de prachtige collecties en het geld dat er ondanks de bezuinigingen in om gaat. Hier heel oude boeken, verouderde collecties en geen computers. Maar wel betrokken bibliothecarissen, best ruime openingstijden, en met goede spreuken om lezen te bevorderen: 'Make reading a family matter.' Of te wel, maak lezen iets wat je als familie/gezin doet.
Bij onze wandeling langs de oceaan worden we aangesproken door een man. Hij verzekert ons dat hij geen dief is, maar een artiest. Hij versiert palmnoten. Hij komt uit Damaraland, waar de werkeloosheid hoog is. Hij geeft drie kinderen, waarvan 1 een meisje van een paar maanden. Trots laat hij een foto van haar zien op zijn mobiel. Al pratend ontfutseld hij ons onze namen en kerft die in vier nootjes. En ja, dan moet er gehandeld worden. We hebben geen van allen echt een idee nog van de koers van de Namibische dollar, dat kost mij altijd een paar dagen. Ook al dingen we voor ons gevoel behoorlijk af, we zijn onvoldoende scherp. En zo lukt het de man om ons een paar, weliswaar leuk bewerkte noten, voor veel te veel geld aan te smeren. Weer een wijze les voor de naïeve toeristen die we zijn.
We koken op de campsite, en het is behoorlijk koud voor Namibische begrippen.
Zonsondergang bij de pier van Swakopmund



De volgende ochtend worden we opgepikt voor de boottocht. Het is mistig als we naar Walvisbaai rijden. Eerst worden we naar een baai gereden waar flamingo's staan.
Flamingo's bij Walvisbaai
Dan naar de haven om op de boot te stappen.

Pelikanen wachten ons op. De gids traint ook af en toe zeeleeuwen, eens per drie of vier jaar voedt hij een zeeleeuwenjong 'op' om op de boot te komen zitten en de toeristen van dichtbij een zeeleeuw te laten zien.  Hij lokt ze met vis. Van nature eet een zeeleeuw alleen verse vis, geen dode. Van mij hoeft dat zo niet, ik vind het toch een soort circus als je dieren zo traint. Maar de gids verzekert ons dat hij de zeeleeuwen kwijt raakt zodra ze geslachtsrijp worden. Dan willen ze niet meer aan boord springen en gaan ze terug naar hun natuurlijke gedrag en achter de andere sekse aan.

We zien door de mist heen een soort vliegende Hollander schip. Een verlaten vissersboot, het is een verwerkingsschip voor oesters. Namibië kweekt oesters in zij wateren, ik geloof een kleine vijf miljoen per jaar. Veel voor de Aziatische markt. Omdat ze niet op bedden groeien, maar aan een draad moeten ze elke zes weken handmatig gedraaid en gepoetst worden. Handwerk! Veelal gedaan door zwarte mensen, die er volgens de gids een goede boterham aan verdienen. Hoeveel deze mensen dan precies verdienen wordt me niet duidelijk. Onze gids legt uit dat het gemiddelde salaris is Namibië op zo'n veertienhonderd Namibische dollars per maand ligt. (NB: volgens Wikipedia ligt dat op N$ 8.600, een andere bron meldt US$ 2.000,-) En dat iedereen dan ook een klein bedrag, zo'n vijftien dollar per maand afdraagt voor sociale zekerheid.  (NB: N$1.400,- is ongeveer € 86,-! Dat is niks voor onze begrippen. Het leven is hier op een aantal vlakken ook goedkoper, maar het toont vooral aan hoe groot de inkomensverschillen hier zijn. Een pompbediende die je helpt met tanken geef je meestal tussen de 5 en 10 dollar fooi.  Om aan een salaris van 1.400 dollar te komen moet hij zo rond de 9 tankende mensen per dag hebben. Dat klinkt als heel weinig, maar ik vraag me af wat het gemiddelde salaris is van een pompbediende..... Het is laagopgeleid werk, je moet er vaak wel bij staan want hier zit ook personeel bij dat niet kan lezen en dus niet altijd de juiste brandstof in je tank gooit).


We varen voorbij de zeeleeuwenkolonie. Prachtig gezicht, en je ruikt de dieren ook al van verre. Zo speels als ze door de golven springen. Zo soepel en glad. Om jaloers op te worden ;-) Als toetje komen we ook nog dolfijnen tegen. Altijd leuk om deze dieren te zien, ze snijden prachtig door de golven.

Dolfijn

Bijschrift toevoegen

maandag 5 september 2016

Vakantieberichten (1)

Normaal blog ik over mijn werk, heel af en toe over een boek... en nu ga ik jullie vermoeien, of verblijden met een paar berichten over onze laatste vakantie.

Vakantieverslag Namibië en Botswana augustus 2016

Reisgezelschap: Jacqueline en Guido, Joep en Erna

We reizen opnieuw door Afrika. Vorig jaar zijn Joep en ik door Zuid-Afrika getrokken. Tijdens de vakantie toen hadden we het gevoel dat we terug moesten. De natuur, de mensen, de dieren, het landschap overweldigde ons.Afrika heeft ons hart gestolen. We moesten terug.  Dat doen we dan dus ook dit jaar. Ander land en uitgebreider gezelschap. Dit keer gaan we met onze vrienden Guido en Jacqueline. Met twee kleine 4x4 Campers die we huren in Windhoek. Geen Zuid-Afrika dit keer, maar Namibië en Botswana.

De reis hebben we grotendeels zelf geregeld vanuit Nederland. Alleen de campers, de tickets en het hotel in Windhoek hebben we via een reisorganisatie gedaan. De campings allemaal vanuit Nederland en via internet geboekt.  In oktober al begonnen, en toch niet alles kunnen boeken wat ik wilde. Met name in de grote parken zoals Chobe en Etosha zijn de campings vroeg vol geboekt, soms al een jaar te voren zoals ons bleek.

De dag na onze aankomst in Windhoek, waar we een nacht in een hotel slapen om van de vliegreis bij te komen halen we onze campers op.
Nederduitse Kerk in Windhoek, peperkoekkerkje 
Alles in de camper installeren, boodschappen doen en tanken (waarom ze de tank maar half vol doen is mij niet duidelijk ) en dan snel door naar Sossusvlei. Dat is op papier zo'n 300 km rijden, best te doen zou je denken in vijf/zes uur rijden. Maar ja, vanaf Rehoboth gaan we de gravelroads op, ook wel bekend als wasbordwegen. De gemiddelde snelheid daalt, je kunt vaak niet harder dan 60-80 km per uur. En dat is dan op de goede stukken ;-) Al je botten worden volstrekt door elkaar gerammeld, als je iets wilt zeggen tegen elkaar gaat dat met een bibberende stem ;-)
Het landschap is fascinerend, droog en uitgestrekt. We moeten een pas over, Semhoogte. De auto van Guido en Jacq wil niet lekker trekken. Bij vertrek moest het brandstoffilter nog vervangen worden, dat lijkt hun auto nu parten te spelen bij krachtsinspanningen. Maar het lukt uiteindelijk wel en we doorsteken zo waar zelfs een rivierbedding met water. We zien ons eerste wild in de buurt van Sossusvlei, zebra's, springbokken, struisvogels en oryxen. Oryxen, of spiesbokken, hebben we vorig jaar in Zuid-Afrika ook gezien. Alleen niet zoveel, en niet van dichtbij. Ze staan in het wapen van Namibië, het zijn bijzondere dieren. Ze kunnen lang zonder water, ze kunnen hun lichaamstemperatuur tot wel 45 graden laten oplopen, en voordat het bloed dan naar hun hersenen gaat koelen ze het toch weer af, ze kunnen lange afstanden op een constant tempo draven. Dat zien we ze overigens niet doen, over het algemeen sjokken ze meer in traag tempo voort. 'En',  zegt een van onze gidsen later in onze reis, 'ze smaken ook nog eens erg goed.' Wij zijn blij dat we deze prachtige dieren nu van dichterbij zien. Sterk en elegant tegelijkertijd.
Oryx in Sossusvlei

Het begint al te schemeren als we uiteindelijk de campsite bereiken. Inchecken voor de campsite kan wel, voor het park zelf moeten we de dag er op maar terugkomen.

De volgende dag heel vroeg op, (kwart over vijf) we willen de zonsopgang beschouwen vanaf een zandduin. We hebben ons enigszins vergist in de aanwijzingen, we zijn zeker een half uur of drie kwartier later dan de echte vroege vogels op pad. Op weg naar Deadvlei en duin 45. Achter ons komt langzamerhand de zon op. We stoppen uiteindelijk te laat om de opkomst vast te leggen op de foto. We zien het vanuit de achteruitkijkspiegel in de auto, achter ons voltrekt zich dat waarvoor heel veel mensen naar Sossusvlei trekken.  Een zonsopgang boven de rode duinen.....

We rijden door naar het eind van het asfalt en nemen daar de 'bus'. Naar het beginpunt van Deadvlei. Daar beklimmen we een zandduin. Prachtig hoe het zand zich in golfen op de vlakte uit laat spreiden door de wind. En schitterend hoe schérp een duinrand zich vormt door de wind. Met de opkomende zon is de ene kant vol in het licht, de andere kant is in de schaduw en lijkt een andere kleur te hebben. Het is ploeteren naar boven en halverwege besluiten we af te dalen naar beneden en de terugtocht te aanvaarden. We zijn nog niet helemaal fit na de vliegreis en het vroege opstaan van deze ochtend. Het moet tenslotte wel vakantie blijven ;-)



woensdag 3 augustus 2016

Regels en actualiteit

Ik hou eerlijk gezegd niet zo van regels. Ik ben meer van GBV (Gezond Boeren Verstand) en doen wat nodig is, in plaats van wat regels. verordeningen etc. vertellen dat moet. (En ja ik weet ook wel dat het soms handig is om regels te hebben ;-) Ik kijk graag naar de bedoeling en het waarom.

We hebben in Nederland onderwijsachterstandenbeleid (OAB). Daar zijn volgens goed gebruik allerlei regels voor. Nu is het zo dat een achterstandsleerling wordt gemeten naar het opleidingsniveau dat de ouders hebben genoten. Die mogen niet meer dan maximaal 2 jaar middelbare school hebben gevolgd. En een school kan pas aanspraak maken op OAB-gelden als ze een bepaald aantal achterstandskinderen hebben. Meten en weten zal ik maar zeggen, maar dan zonder dat er naar het ontwikkelingsniveau van het kind wordt gekeken.

Al jaren is er sprake van een stijgend opleidingsniveau van ouders in Nederland, Toch verlaat nog steeds een kwart van de kinderen het basisonderwijs met twee jaar leesachterstand. Hoe kan dat zou je zeggen? Dat heeft te maken met het feit dat achterstanden niet alleen maar te maken hebben met het opleidingsniveau van ouders. Het heeft ook met andere zaken te maken.

Zo stelt de PO-raad dat achterstand onder andere bepaald wordt door of er maatschappelijke problemen zijn in een gezin, ouders GGZ-problematiek hebben, ouders een laag inkomen hebben, of er sprake is van een vechtscheiding, of het kinderen zijn van migranten uit Midden- en Oost-Europa of van vluchtelingen. Het beeld is dus genuanceerder dan de oude norm. Het aantal kinderen met een leesachterstand neemt toe, terwijl de middelen vanuit het rijk afnemen. In deze infographic legt de PO-raad het heel duidelijk uit.
PO raad

De PO-raad heeft eind vorig jaar in een brief aan het ministerie gepleit voor aanpassing van de normen. Iets dat me hoogstnoodzakelijk lijkt. Zou het nou niet mooi zijn als dat gelijk ook onze VOB pleit voor inzet van de OAB-middelen voor de Bibliotheek op School, om kinderen die goede start mee te geven? En tot die tijd hoop ik dat gemeenten in toekenning van OAB-geld aan scholen of bibliotheken kijkt naar de bedoeling van de regels, niet naar wat de accountant er van vindt! Het zou mooi zijn als regels snel(ler) worden aangepast als de actualiteit daar om vraagt.

woensdag 20 juli 2016

Territoriumdrift

Binnen onze branche vinden we innovatie erg belangrijk.  Niet innoveren om te innoveren, maar nieuwe manieren vinden om de doelstelling van de bibliotheek uit te kunnen voeren. De innovatieraad heeft, naast de verantwoordelijkheid om het bestuur van de Koninklijke Bibliotheek te adviseren hoe het innovatiebudget van €100.000,- te verdelen, ook de taak om innovatie in de bibliotheekbranche te bevorderen. Wij zien als raad dat men vaak min of meer met dezelfde projecten en innovaties op verschillende plekken in het land bezig is. Je zou kunnen zeggen: “Great minds think alike” of dat bij een aantal bibliotheken in ieder geval een goed oog is voor ontwikkelingen in de samenleving. We proberen vaak om de projecten die op elkaar lijken en in elkaars verlengde liggen, of ze nou geld krijgen of niet, met elkaar in contact te brengen. Dit omdat wij geloven dat projecten lokaal beter kunnen worden door ze ook met collega’s uit het land te delen, ook in de projectfase voordat er echt tot uitvoering wordt overgegaan.

Bij de beoordeling van de projecten kijken we ook nadrukkelijk of er een verbinding is met de onderwerpen uit innovatie-agenda. Omdat we denken dat we als branche beter samen op kunnen trekken, in plaats van allemaal ons eigen feestje te vieren. Daarnaast hebben wij overigens ook veel waardering en beleven we veel plezier aan bibliotheken die projecten indienen die niet in een potje passen, ver voor de troepen uitlopen, de afwijkers en andersdenkers. Die weten we dan als we het idee heel goed vinden, er blij van worden, wel ergens een plek te geven.
Tot zover die dingen die we als Innovatieraad doen en waar we direct invloed op uit kunnen oefenen.

Maar dan… Er zijn nog twee echt belangrijke spelers over in onze branche, die iets met onze belangen doen op landelijk niveau. De Koninklijke Bibliotheek en de Vereniging van Openbare Bibliotheken. We kunnen er heel veel woorden aan besteden, over hun rollen in het kader van de WsOB. Dat gaan we niet doen. We merken iets op. De VOB is belangenbehartiger, en de KB regisseur van het veld.  Nu is er het afgelopen anderhalf jaar behoorlijk wat papier geproduceerd over positiebepaling, visies, innovatie-agenda’s etc. Het ene stuk lijk het andere uit te lokken. Een fijn staaltje van territoriumdrift over en weer. Dat baart de Innovatieraad zorgen. Wij willen graag dat initiatieven met elkaar verbonden worden, op basis van een heldere rolafbakening. 


Wij willen graag dat er met Gezond Boeren Verstand (GBV) gekeken wordt naar hoe de belangen van onze branche het best kunnen worden gediend. Wie kan afspraken maken met wie en op welke schaal? Formeel kun je zeggen dat de KB helemaal geen afspraken zou kunnen maken met partijen als het UWV en de Belastingdienst. Want de KB heeft een rol als regisseur, niet als branchevereniging die namens de leden kan spreken. Wij als Innovatieraad houden van rolvastheid, en van GBV. Want de vraag is of de VOB wel met hetzelfde ‘gemak’ aan tafel komt bij zulke landelijke partijen. Op het moment dat ‘ons’ belang er mee gediend is dat de KB aan tafel zit, al dan niet geflankeerd door iemand van de VOB, dan moeten we dat vooral toejuichen. Op het moment dat de VOB iets makkelijker naar de leden kan vertalen en communiceren, al dan niet met behulp van de KB, dan zou dat naar het idee van de Innovatieraad zo moeten. Wat ons betreft is de tijd van territoriumdrift voorbij. VOB en KB hebben samen één groot territorium te verdedigen, namelijk het (openbaar) bibliotheekwerk in Nederland en de innovatie er van. Samen aan de slag dus!

donderdag 16 juni 2016

Een democratischer VOB

Vanochtend sprak ik bij de VOB ledenvergadering de wens uit dat de VOB na de aanpassing van de statuten ook haar huishoudelijk reglement aanpast op het punt van de gewogen stemmen. Nu is het zo dat grote bibliotheken meer stempunten hebben dan kleine bibliotheken. Een ondemocratisch en archaïsch systeem wat mij betreft. Dit was wat ik zei, ongeveer... want ik was stikzenuwachtig omdat ik heel graag een goed punt wilde maken, en heb daardoor sommige dingen daar ter plekke niet gezegd.
Pixabay

Voorzitter, collega's, 
in 2000 werd ik voor het eerst directeur, van de bibliotheek Zeewolde. Een kleine bibliotheek met een werkgebied van ongeveer 20.000 inwoners. Vanaf dat moment stelde ik vragen in de VOB vergadering over zaken die ik wilde weten, waar ik verandering in wilde voorstellen. Heel vaak werden mijn vragen of opmerkingen niet beantwoord. In 2006 werd ik directeur van bibliotheek Alkmaar en in 2009 directeur van bibliotheek Kennemerwaard. Telkens een iets grotere bibliotheek. En altijd bleef ik vragen stellen. Waren de zaken waarover ik vragen stelde anders geworden? Nee. Was mijn betrokkenheid groter geworden? Nee. Werd ik vaker beantwoord? Ja!

Ik heb overwogen om een motie in te dienen, maar dat heb ik niet gedaan. Omdat ik dan mee doe aan het systeem waarvan ik vind dat we dat moeten veranderen. We spelen met z'n allen parlement. Dat zijn we niet. We zijn een ledenvergadering, maar de leden zijn niet gelijkwaardig. We werken met gewogen stemmen. Is het niet raar dat een vereniging van bibliotheken, het instituut dat per definitie staat voor democratische waarden, gelijke kansen voor iedereen, er zelf een ondemocratisch stemsysteem op na houdt? We zijn een soort aandeelhoudersvergadering, wie meer stempunten heeft heeft meer macht en het meer voor het zeggen. 

Dat is raar. Wij zijn samen het netwerk, groot en klein. Wij samen bepalen onze uitstraling, ons beleid. Ik gun ons dan ook een systeem waarbij argumenten de doorslag geven, niet de hoeveelheid stempunten die je hebt verzameld. Ik roep ons op om voor een volgende vergadering een voorstel te maken om af te stappen van gewogen stemmen. We moeten naar een systeem van one man/woman, one vote. De oude systemen werken niet meer, laten we met elkaar een vereniging zijn die voor, door en met elkaar werkt. Die oog heeft voor ieders belangen en niet in macht denkt.

Ik was blij met het applaus en ben blij met de toezegging van het bestuur dat ze hier mee aan de slag zullen gaan.