vrijdag 3 mei 2019

Lokale verborgen schatten ontdekken door samenwerking


Als bibliotheek hebben we altijd een open blik op zoek naar interessante samenwerkingspartners, om onze doelen te bereiken. Zo kom je soms ineens ook op bijzondere plekken.....
In de gemeente Castricum is een aantal zeer actieve historische verenigingen. Met de vereniging in Akersloot werken we al jaren goed samen, we zitten ook onder één dak. Met de vereniging van Castricum was dit nog niet het geval, maar wij dachten dat het mooi zou zijn om te kijken of we ook daar een samenwerking op poten zouden kunnen zetten. Dan is het leuk om te kijken of je zo'n jonge samenwerking gelijk handen en voeten kunt geven met een geslaagd startproject. Dus.....
Op een middag bij de Duynkant in Castricum, thuis voor Werkgroep Oud-Castricum, ontstond het idee om als aftrap van de samenwerking tussen de bibliotheek en de werkgroep gezamenlijk activiteiten te organiseren omtrent het Rembrandtjaar. Dit jaar (2019) is het namelijk 350 jaar geleden dat Rembrandt het leven los liet. Het eerste wat te binnen schoot, was dat het beroemdste werk van Rembrandt, de Nachtwacht, een jaar opgerold opgeslagen heeft gelegen in Castricum, tijdens de Tweede Wereldoorlog. De bunker was speciaal in het leven geroepen om Nederlandse meesterwerken uit handen van de Duitsers te houden. Daar moesten we natuurlijk wat mee!
Na wat onderzoek bleek dat het filmmuseum EYE in Amsterdam de sleutel van de bunker in bezit had, omdat ze het momenteel in gebruik hebben als depot voor gevoelige films. Na contact te hebben gezocht wilde het EYE meewerken en konden we een middag bezoekjes aan de kelder organiseren, met een aantal restricties. Waaronder het aantal mensen dat de bunker mocht betreden, er mochten enkel 5 groepen van 10 mensen naar binnen. De aanmeldingen kwamen ontzettend rap binnen, na een tweetal dagen zaten alle groepen al vol, tot teleurstelling van velen.


De dag brak aan van de excursie middag, en onder een blauwe hemel met vele zonnestralen begaven we ons in de duinen naar de kelder. Castricummer John Heideman (schrijver van Castricum en Bakkum in de Tweede Wereldoorlog) vertelde enthousiast over de fascinerende geschiedenis van de bunker. Een indrukwekkend bezoek aan de kelder volgde, vol met opgestapelde ouderwetse filmrollen en enkele herinneringen aan de Duitse bezetting. Wat een wonder dat de werken de oorlog hebben overleefd. Een gedenkwaardige middag die niet snel uit de gedachtes van de bezoekers (en de organisatoren) zal verdwijnen. Het is mooi dat je door je krachten en expertise te bundelen zoiets voor elkaar kunt krijgen, en je inwoners kunt laten kennis maken met een stukje onbekend lokaal verleden.

De middag bracht veel teweeg, wethouder Ron de Haan vond het een erg mooi initiatief en pleitte ervoor de bunker in de toekomst te openen voor iedereen die het maar wilt zien. Helaas is dit vanwege de huidige functie van de bunker als opslag van films niet direct mogelijk. TV Castricum heeft ter plekke een prachtige film gemaakt over de kelder en er verscheen een artikel van twee pagina in het Noord Hollands Dagblad. Wie weet wat de toekomst ons zal brengen en wat de aandacht voor de kelder zal gaan doen! De samenwerking tussen de Werkgroep Oud-Castricum en Bibliotheek Kennemerwaard kent in ieder geval een vliegende start.


donderdag 14 maart 2019

Een vreemde eend in de bijt zijn biedt soms mooie kansen


Afgelopen week was ik aanwezig bij een regionale conferentie over mensenhandel. "Over wat?" hoor ik je vragen. Over mensenhandel. Geen vrolijk onderwerp, ook geen onderwerp waar je een bibliotheekdirecteur denkt tegen te komen. 

Hoe ik daar kwam? Collega Nonja van Kennemerwaard heeft twee stagiaires die samen met haar het Sociaal Domein in alle breedte verkennen. Via de moeder van één van de stagiaires, die werkt bij de vreemdelingenpolitie was Nonja in contact gekomen met de regiocoördinator van HVO-QUerido, een organisatie die zich inzet voor slachtoffers van mensenhandel. (Als je wilt weten wat er allemaal valt onder mensenhandel, check dan hun website). Nonja is met de regiocoördinator in gesprek over wat wij als bibliotheek zouden kunnen betekenen op dit dossier. Dat zou informatievoorziening kunnen zijn, maar wellicht ook een stuk weerbaarheidstraining ter preventie dat mensen slachtoffer worden.

De coördinator nodigde Nonja uit voor de conferentie, zij vond het meer iets voor bobo's, waarop ze mij naar voren schoof ;-) Dus daar zat ik met mijn beste bobo gezicht tussen vertegenwoordigers van politie, Openbaar Ministerie, gemeenten, zorgverleners, Belangenverenigingen voor prostituees, vakbonden, VNG, etc.

Tijdens één van de deelsessies 'De gemeente aan zet' ging de discussie over wat er allemaal moest gebeuren. Veel ging over handhaving, bewustwording, goede opvang en ketensamenwerking. Ik heb eigenwijs mijn vinger opgestoken en een pleidooi gehouden voor 'preventie voor de preventie'. In de discussie zoals die werd gevoerd bedoelt men met preventie dat ze bv conciërges op scholen een training willen geven hoe ze mogelijke slachtoffers van loverboys kunnen herkennen.Dan is het leed dus al geschied.  Zorgen dat jonge meisjes en jongens weerbaar zijn op social media en internet kan juist voorkomen dat jongeren slachtoffer worden. En laten wij daar als bibliotheek Kennemerwaard nou net een mooi programma voor hebben ontwikkeld, 'Veilig Puberen' , of 'Wijs en Weerbaar' genaamd.

Een beleidsambtenaar van de VNG wilde gelijk weten of meer bibliotheken dit aanbieden, en was zeer geïnteresseerd. Een medewerker van de politie vond het erg mooi dat de toevoeging werd gegeven over proactief beleid, dat miste ze erg in de discussie.
Ik heb inmiddels een mailtje van de beleidsmedewerker van de VNG, ik ben benieuwd of we dit verder kunnen trekken, ook naar collega-bibliotheken. Zou heel mooi zijn.


Als vreemde eend in de bijt kreeg ik de vraag van burgemeesters en wethouders uit de regio die ik ken die ik daar tegen wat ik daar deed. Dat kon ik goed uitleggen aan de hand van ons project. Zo kun je als vreemde eend in de bijt verrassend zijn voor de usual suspects en mooie kansen voor je organisatie aanboren.


donderdag 14 februari 2019

HBO vragen en MBO betalen?

Er woedt al langere tijd een discussie in de branche over of er wel of niet een nieuwe HBO (of WO) opleiding voor de bibliotheekbranche zou moeten komen. Zelf ben ik er een voorstander van. Hoe die opleiding er precies uit zou moeten zien vind ik nog wel lastig. Ik denk zelf met zeer veel plezier terug aan de Bibliotheek en Documentatie Academie terug die ik in de jaren tachtig volgde. De 'echte' bibliotheekvakken zoals catalogiseren, annoteren, theorie van de ontsluiting, UDC, SISO konden mij maar matig boeien. De enorme hoeveelheid van algemene kennis vakken wakkerde mijn nieuwsgierigheid naar de wereld enorm aan en verrijkten mij. De managementvakken vond ik ook leuk en interessant, in terugblik vond ik die wel aan de magere kant. Dat stuk heb ik later gelukkig in kunnen halen met de MBA opleiding die de VOB helaas maar één jaar aangeboden heeft aan 'aanstormende' talenten in ons vak.

De ontwikkelingen die ik zie in ons vak vraagt om medewerkers die in staat zijn om een goede analyse te maken van ontwikkelingen in de samenleving. Die in staat zijn om in contact te treden met diverse bevolkingsgroepen en met hen samen te ontdekken wat de bibliotheek voor hen kan betekenen. En dat dan vervolgens samen te ontwikkelen. We hebben mensen nodig die vanuit hun brede algemene kennis een nieuwsgierigheid hebben en die inwoners van dorpen, wijken, steden kunnen prikkelen om ook nieuwsgierig te zijn. We hebben medewerkers nodig die op hetzelfde niveau met leerkrachten en directeuren uit het onderwijs kunnen praten. Die in kunnen haken op de vraag die daar ligt en er een programma voor kunnen ontwikkelen en/of uitvoeren. We hebben mensen nodig die een project kunnen leiden, die oog hebben voor welke doelen en resultaten er bereikt moeten worden en die daarin met een projectteam invulling aan kunnen geven.

Ik noem zo maar een paar voorbeelden, ze zijn niet uitputtend. Dat vraagt naar mijn idee om een HBO of WO achtergrond van medewerkers. Tegelijkertijd is er de realiteit van de financiën. Gemeenten hebben tijdens de crisisjaren, met een uitloop van een aantal jaren in meer (soms heel veel meer) of mindere mate bezuinigd op het budget van de bibliotheek. Er wordt door diezelfde gemeenten wel vaker een beroep op de bibliotheek gedaan om een rol in maatschappelijke vraagstukken te pakken, zoals bestrijding laaggeletterdheid, eenzaamheidsbestrijding, taal- en leesbevordering, ontmoeting en debat. Het oppakken van die handschoen vraagt juist om het type medewerkers zoals ik ze hierboven beschreef.

En dan sta je dus als directeur voor een duivels dilemma. Want je weet dat uit de waarden van je organisatie je de handschoen op wilt te pakken om een bijdrage te leveren in die maatschappelijke vraagstukken. Je weet ook dat je als je gaat werven voor nieuw personeel je vragen over het salaris gaat krijgen. De zak met geld voor personeel zal waarschijnlijk niet groter worden, de vraagstukken die opgelost moeten worden niet eenvoudiger. Dat betekent dat je meer werk met minder mensen moet gaan doen . Een boodschap die niet makkelijk is voor de medewerkers, met name in de frontoffice) die al een tijd bij je organisatie werken. Zij zien het werk verschuiven, vragen zich af welke kansen er voor hen zijn om door te stromen. Als ze dat willen en bovenal kunnen, liggen die mogelijkheden er binnen onze organisatie zeker. Voor degenen waarvan het hart bij de directe dienstverlening in de vestigingen ligt, ligt er ook een ontwikkelingsvraagstuk. Hoe ben je de spin in het web van je vestiging? Ben jij in staat om wat er leeft in je wijk/dorp/stad te vertalen in een vraag aan je collega die projecten moet uitvoeren? Ben je ambassadeur van je collega's en kun je bezoekers laten weten wat de bibliotheek allemaal te bieden heeft? Ook dat vraagt om een grondige herijking van functie en salaris.

Binnen Kennemerwaard is dit alles een proces van vallen en opstaan om met deze ontwikkeling om te gaan. We bieden voor de HBO-functies in alle eerlijkheid geen topsalarissen. Wat we wel bieden is een werkomgeving die, beetje afhankelijk van de functie, flexibel in te richten is. Die veel vrijheid en ontwikkelingsmogelijkheden biedt. Die de kans biedt om iets te betekenen in de samenleving. Dat levert sollicitanten en medewerkers op die intrinsiek gemotiveerd zijn. Dat zijn medewerkers met een heel andere achtergrond: uit de zorg, museumwereld, onderwijs, grafische vormgevers etc. Het zijn mensen die bewust kiezen voor de bibliotheek, en soms zelfs expliciet voor de onze omdat ze ons kennen, en kiezen voor die maatschappelijke waarde.

Daarnaast bekijken we nu, in samenspraak met die medewerkers die mee willen denken, hoe een nieuw functiehuis er uit zou moeten zien. Welke rollen, welke taken, kennis en vaardigheden zijn nodig op welke plek in de organisatie. En kunnen we met elkaar ook afspreken dat we daar elkaar dan ook (meer) op aan gaan spreken, als collega's binnen teams en minder op de hiërarchie leunen? Een spannend proces. Daarmee hebben we het probleem van de gelijkblijvende zak met geld nog niet opgelost. Dat heb ik al een paar keer aangekaart bij onze gemeenten, en zal dat blijven doen. Inzichtelijk maken wat we zelf hebben gedaan, daarna bij de gemeente duidelijk maken dat er of keuzes gemaakt moeten worden wat niet meer, of geld erbij. Of het ons op korte termijn gaat lukken om meer geld los te praten, of striktere keuzes te maken weet ik niet. De stap naar een ander functiehuis gaan we wel maken, maar dat daar zomaar één of twee salarisschalen in de HBO-functies bij komen kan ik niet beloven.

En ondertussen hoop ik dat er vaart wordt gemaakt met de HBO opleiding. De grote uitstroom begint over een paar jaar bij ons en dan hebben we goed opgeleide mensen nodig.

dinsdag 12 februari 2019

Brave new learning conference, 11-12 februari 2019


De afgelopen twee dagen was ik op de conferentie Brave New Learning, in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Slimme mensen uit onderwijs, bibliotheek en aanverwante sectoren spraken zich uit, wisselden ervaringen uit, inspireerden en discussieerden over wat we kinderen van nu mee moeten geven aan kennis en vaardigheden om toegerust te zijn voor de banen in 2050. Een wenkend perspectief, maar ook nogal een hooggegrepen ambitie. Kunnen we met de kennis van nu voorspellen wat we dan nodig hebben? Er is in ieder geval gepassioneerd over gesproken. Hieronder wat ik aan aantekeningen en bespiegelingen heb opgeschreven.:
Paneldiscussie op maandag over the learning friendly city

Philip Schmidt, MIT medialab kwam met het verhaal over zijn opleidingsinstituut. Studenten voelden geen connectie meer met het instituut. Ze waren te groot geworden, dus studenten hadden geen gevoel meer bij welke community ze nou hoorden. Bij MIT hebben ze dat opgelost door weer kleinere evenementen te organiseren waar mensen elkaar leren kennen, en bibliothecarissen weer contact kunnen leggen met de individuen en hun behoeften. Hij gaf in zijn verhaal ook aan dat hij centrale bibliotheken belangrijk vindt, de flagshipstores waar je echt uit kunt pakken. Belangrijker zijn de vestigingen in de wijken en dorpen in zijn ogen. Daar is meer en makkelijker contact met de inwoners van de wijken te leggen, de impact van programma's is groter door naar buiten te gaan.

Rolf Hapel, Aarhus legde de gedachte achter de vier ruimten van de bibliotheek uit, die zijn digitaal and analoog.
Inspiration space, serendipiteit
Learning space,
Meeting space, democratie, ontmoeting, gesprek 
Performative space, innovatie, uitvoering Bij het ontwikkelen van de nieuwe bibliotheek in Aarhus is in het begin en nog steeds grote groepen van bewoners gevraagd om mee te denken. De input die ze daar ophaalden heeft veel veranderingen veroorzaakt in de opzet van de bibliotheek. Eén van de belangrijkste elementen daar is het principe van Homo ludens: de spelende mens. Als je zorgt dat je het plezier van leren en spelen aan blijft spreken blijf je interessant voor jong en oud. 

Corinne Vigneux, Tom Tom & Codam college
Codam: opleiding voor coding, vanaf 15-16 jaar. Het gaat niet zozeer om het leren van coderen, maar veel meer peer-to-peer leren. Kinderen leren samenwerken, ze moeten elkaar leren beoordelen op hun samenwerking en prestaties. Het initiatief is gedeeltelijk ontstaan door een tekort aan leraren die 21ste eeuwse vaardigheden, en dan vooral op het gebied van computional thinking kunnen over brengen. Leraren hebben het curriculum ontwikkeld, kinderen moeten zelf aan de slag. Er is een toegangstest voorde school maar die is niet doorslaggevend. Kinderen mogen een maand meelopen, en daarin worden ze gevolgd in hun ontwikkeling.  Daarna volgt een beoordeling of ze mogen blijven of niet.
Ik vroeg me daarbij af of zo'n systeem ook zou kunnen werken in onze makerspaces en bv met de programma's van CISCO? Omdat we te weinig personeel hebben om hier vol op in te kunnen zetten, wat zou je dan kunnen doen met peer-to-peer learning?

Martti Raevaara, Aalto University
Studenten zijn zelf onderdeel van het curriculum, cocreatie en peer to peer. De universiteit focust op ondernemerschap, aanmoedigen van eigen initiatief ipv consument of klantgedrag.  Op de campus naast de universiteit ook een kinderdagverblijf en basisschool plus ruimte voor start ups die samenwerken en elkaar voeden en feedback geven op het gehele proces van leren. School als een service, in plaats van als product of als component van een leertraject is de benadering die ze kiezen.

Daarna ontstond er een discussie met de zaal en het panel waarin onder andere dit ter sprake kwam:
Wat is de maximum grootte voor een community, Dunbar, U.K. heeft daar theorie over. 500 ?  De mens is 'geprogrammeerd' om binnen bepaalde groepsgrootte samenwerken. Bibliotheekgebouwen zouden daar ook op ingesteld moeten zijn, en de medewerkers toegerust om dit te ondersteunen. Verschillende ruimten voor verschillende processen.
Hoe maak je de mix tussen formeel en informeel leren. Dat is met name interessant binnen scholen, maar hoe kan de bibliotheek dat goed ondersteunen. Bibliotheek zou kunnen focussen op het leren leren, soft skills, niet de technische vaardigheden want dat verandert steeds.

Daarna volgde ik een workshop van Catalina Catan, een zzp'er die met design thinking bezig is op het gebied van onderwijs.
Future learning, speculative design
Probleem in huidige onderwijs: push aanpak op leren, vanuit schaarste van kennis.
Probleem is niet de schaarsheid van informatie, maar de informatie overload
4 c's zijn belangrijk geworden: communicatie, creativiteit , critical thinking, co-creation (?)
Science richt zich meer op hoe de dingen zijn (verklaring) terwijl design zich richt op hoe de dingen zouden moeten zijn.


Vandaag startte weer met een plenaire discussie: skills or the job markets of the future
Paul Hunter, Digital learning director, IMD, trad op als discussieleider.  
Michiel Dijkman, Samsung CSR (Corporate Social Responsibility) programma gestart 6 jaar geleden. Ze hebben innovatie het onderwijs ingebracht: eerst hardware, maar daarna ook programma's voor leerkrachten. Kennis en vaardigheden zijn nodig om de apparatuur te bedienen, en er innovatieve onderwijsprogramma's mee te ontwikkelen. Het gaat niet alleen om kennisoverdracht maar vooral ook het toepassen van de kennis.  Samsung ontwikkelt een app waarmee leerkrachten hun kennis kunnen beschikbaar stellen en kunnen zoeken naar collega's elders met kennis die zij niet hebben. Ze kunnen een pitch houden van hun ideeën, online en offline contact leggen. Achterliggend idee is dat leerkrachten van elkaar leren, en uiteindelijk door elkaar te inspireren betere lesprogramma's ontwikkelen voor kinderen zodat ze beter toegerust zijn voor toekomstige banen.

Viktor Bos, Amsterdam economic board
Programma's gericht op meer leerkrachten met IT vaardigheden zodat kinderen op school beter les krijgen, met name op gebied van informatica en programmeren. Daarnaast omscholings- en bijscholingsprogramma's zodat meer mensen in de IT kunnen gaan werken.
Manifesto circular education, in elke vorm van onderwijs aandacht voor circulaire industrie.

Stan Majoor,  urban management Hogeschool van Amsterdam (University of applied Science ) Nadenken over wat voor educatieve programma's je nodig hebt om informeel, cross sectoraal leren en vaardigheden ontwikkelen te stimuleren en te valideren.

Lucian Cosinschi, Minerva Schools
Ontwikkelen van een nieuw soort universiteit. Waarbij de competenties van afgestudeerden beter aansluiten bij de vraag van het bedrijfsleven.
Vier kerncompetenties
Persoonlijke vaardigheden, interpersoonlijke vaardigheden Critical thinking, creative thinking, effectieve communicatie en interactieve communicatie.
Deze vaardigheden worden meegenomen in het curriculum, naast de normale vakken. De universiteit biedt veel praktijkonderwijs gedurende de vier jaar, met ook colleges op verschillende werelddelen. Global citizenship vinden zij een belangrijk onderdeel van de educatie.

Martin Diepeveen, Microsoft NL
Kennis wordt minder belangrijk om op te testen, want veel kennis raakt achterhaald binnen een jaar of vijf. Het gaat er om dat je de juiste kennis op het juiste moment hebt. Dus meer je vaardigheid om dit te leren, je leerattitude is van belang. Dat zit meer in de softskills, leervaardigheid, houding en ook creativiteit, sociale en emotionele vaardigheden.
Social-emotional skills, growth mindset, ethics.

Tijdens het vragenkwartier met de zaal werd er één belangrijke kwestie aan de orde gesteld. Het panel was een 'all-white, all-male' panel. De mannen hadden er niet over nagedacht dat ze hier zelf een rol in kunnen spelen. Als je gevraagd wordt in een panel, vraag je dan wie er nog meer in dat panel zitten? En ben je bereid om de naam van een collega aan te dragen die kan zorgen voor een diverser samengesteld panel. In alle eerlijkheid moet ik zeggen dat ik zelf die vraag ook nog nooit heb gesteld als ik voor een spreekbeurt of panel wordt uitgenodigd. Zette mij wel aan het denken. De mannen gaven aan dat ze blij waren met de feedback en het zich aan trokken dat ze hier niet over na hadden gedacht. 

Als laatste ben ik naar een workshop geweest van Noah Schöppl die betrokken is bij Project Together - how to transformative social innovation. In een sneltreinvaart trok hij ons door het proces om van een (sociaal) idee naar uitvoering te gaan. Hieronder nog wat aantekeningen over wat hij aan informatie vooraf gaf:
Vijf uitdagingen voor sociale ondernemers 
1. Mainstreaming vs greenwashing (grote bedrijven nemen bv duurzaamheid over maar niet echt, marketing ) 2. Diversiteit 
3. Heropreneurship va system practice.. wat wil je bereiken, voor wie en hoe ga je het echt bereiken.
4. Well being vs performance
5. Technology.. je moet ook veranderen binnen de technologie, mede vormgeven

Wat is belangrijk
1. Luister naar je doelgroep
2. Denk groot, ga niet voor kleine wijzigingen maar voor grote impact.
3. Begin klein
4. Ga snel, snel, goedkoop en dirty... veel prototypen.
5. Vind de juiste partners maar blijf onafhankelijk 
6. Cut the bullshit... zet je zelf niet op een voetstuk, je bent zo sterk als je netwerk waarmee je iets in beweging hebt gezet.
7. Verander het systeem, zoek voor indirecte impact.
En daarna moesten we met elkaar aan de slag en een idee uit werken.

Al met al veel opgestoken deze twee dagen. Veel gepraat met mensen van binnen en buiten de bibliotheek. Aantal goede ideeën gehoord waarmee we in Kennemerwaard verder kunnen.

maandag 7 januari 2019

Nieuwjaarstoespraak


En al weer is er een jaar voorbij! Het lijkt wel gisteren dat we boven in stadskantine met elkaar proostten op 2018, en nu gaan we straks het glas heffen op 2019. Ook dit jaar is onze nieuwjaarsborrel weer uitstekend verzorgd door de personeelscommissie. Dank daarvoor.

De tijd vliegt. Hij vliegt voorbij terwijl wij plannen maken en plannen uitvoeren. Want wat is er het afgelopen jaar weer veel werk verzet!
Ik noem een paar hoogtepunten: Dag en Dauw op vijf plekken, Film en Mediafestival, Boekstart in verschillende kinderopvanglocaties, Een koekje erbij en Aan tafel met op verschillende vestigingen, Biebstart in Castricum en Heerhugowaard, de verschillende coderdojo’s, de uitbreiding van openingsuren met behulp van vrijwilligers, de Joost Zwagermanlezing van internationale allure, de Human Library in verschillende gemeenten, de start van een bovenlokaal inlichtingenteam. Kleine en grote activiteiten die er toe doen. En dan noem ik nog niet eens de geweldige prestatie die er dagelijks voor en achter de schermen wordt neergezet om in de vestigingen onze bezoekers goed van dienst te zijn.

Iedere dag leveren we met elkaar een topprestatie, vaak in stilte. Bibliothecarissen zijn vaak niet zo van de voorgrond. We doen ons werk ten behoeve van de inwoners van onze gemeenten. Dat we hen helpen zichzelf te ontwikkelen vinden we vaak al voldoening genoeg. En er is natuurlijk ook niets mooiers dan te zien hoe een mens groeit en meer in zijn mars blijkt te hebben dan wat hij op het eerste gezicht van zichzelf dacht. Het is ook heerlijk om te zien hoe iemand blij en geïnspireerd is geworden van een prachtig boek of een interessante lezing.

Toch is het vertellen van ons verhaal aan de buitenwereld heel erg belangrijk. Wat doen we voor het gemeenschapsgeld waarmee we werken? Wat bereiken we er mee? Gelukkig bleek tijdens de bezoeken die Jan, Hanneke en ik hebben gemaakt aan de verschillende fracties in de vier gemeenteraden dat we het over het algemeen goed op staan. Maar het blijft opletten geblazen. We hebben vier nieuwe wethouders gekregen, en ieder van hen heeft weer een eigen insteek. De kunst voor ons is om te zorgen dat we trouw blijven aan onze eigen waarden en missie, én aansluiten bij de wensen van de nieuwe gemeenteraad. Dat is de puzzel waar Jan, Hanneke en ik ons mee bezig houden, maar om het verhaal te kunnen blijven vertellen hebben we jullie input nodig.

Het afgelopen jaar is er ook door iedereen die wilde meegedacht en meegepraat met het doorontwikkelteam. Wat is daar hard gewerkt. Met af en toe moeilijke gesprekken, maar vooral met heel veel passie en plezier gesproken over waar de bibliotheek voor staat, en waar we over vier jaar willen staan. Dat het managementteam daarbij een faciliterende rol had viel voor ons niet mee. Het was alsof wij met z’n drieën met onze neus tegen een ruit aanstonden, binnen was het gezellig en warm, hadden ze verhalen over theeceremonies, Masai-wijsheden en stenensoep, werd er druk gepraat en gelachen…. En wij moesten als drie weesjes buiten staan wachten tot we ook mochten aanschuiven. Zielig hè?

Maar het heeft ons als organisatie goed gedaan, wij met elkaar zijn dit proces aangegaan. Ik wil niet in wij/zij denken, maar het was het afgelopen jaar echt jullie verdienste dat er nu een raamwerk ligt waar een nieuw meerjarenbeleidsplan uit kan worden opgeschreven. De hoofdlijnen liggen er, en Jan, Hanneke en ik zijn supertrots en nu we zelf ook weer aan mogen schuiven ook heel erg blij dat wij ook mee mogen ‘spelen’. De rollen van iedereen zijn in beweging en we leren steeds beter om van ieders kwaliteiten gebruik te maken.

Voor het komend jaar staat er zoals altijd ook weer het nodige in de steigers. Natuurlijk zullen er weer allerlei projecten doorgang vinden. Er is over 2018 meer dan 6 ton aan projectgeld binnen gehaald, dus dat geld moet ook opgemaakt worden. Daarnaast gaan we werken aan een nieuw functiehuis, en is het onderzoek over een fusie of nauwere samenwerking met Artiance gaande. Dat besluit zal ergens in mei gaan vallen, voor die tijd moet er nog het nodige uitgezocht worden. We zullen bij de vier gemeenteraden langs gaan, of hen uitnodigen om ze ons nieuwe beleidsplan te presenteren. En natuurlijk maken we dan ook graag gebruik van jullie kennis en kunde om het verhaal uit de praktijk goed voor het voetlicht te krijgen. 2019 is veelbelovend. We bouwen door op wat we al bereikt hebben en zullen niet nalaten om te blijven veranderen. Dat zit inmiddels in onze genen. 

Wij zijn een beetje Toekomstkijkers geworden:

Toekomstkijkers
Zelfs wanneer de sokken al lang en breed uitgetrokken zijn,
Verlangen naar thuiskomen.
We noemen onszelf gewoontedieren,
Maar dat is een grove onderwaardering.
Stiekem zijn we niet meer dan twijfelachtig tevreden met de gewenning.
Om de hoek, achter een deur, achter de volgende pagina van de kalender,
Ligt wat in ieder geval de schijn van een paarsoranje zonsopgang heeft.
Blinde hoop wordt historisch onderschat.
Ja, juist in het onbekende wonen onbegrensde mogelijkheden.
Nieuwe groetjes, nieuwe gezonde blosjes, nieuwe lievelingsvakanties,
Altijd, met de ogen gesloten, turend naar de belofte van nieuw.

Proost! Op een veelbelovend 2019!

(gedicht Nick Felix)

woensdag 2 januari 2019

Bij de buren kijken: lessen uit het onderwijs

Het is inmiddels al weer meer dan een maand geleden, 29 november 2018 hield Dick Bruinzeel, bestuurder van het Jan Arentsz college een praatje voor geïnteresseerde collega's over hoe binnen het onderwijs, en dan specifiek zijn scholen, verandering in zijn werk gaat. Ik zeg 'praatje' omdat hij zijn presentatie die we later toegestuurd kregen ook zo noemde. Het was veel meer dan een praatje. Het was een feest van herkenning,  of misschien moet ik het een doorvoeld meeleven in een zoektocht, dwaaltocht soms, van een leidinggevende in een veranderingsproces noemen.

Ik kan zijn verhaal hier niet helemaal reproduceren, wel de hoofdlijnen aangeven. Het Jan Arentsz is een scholengemeenschap waarin van vmbo tot en met gymnasium-niveau les wordt gegeven. De school was toen hij in 2011 aantrad als nieuwe bestuurder ingeslapen. Er werd onvoldoende vernieuwd in de manier van lesgeven, en dat liet zich ook zien in het aantal leerlingen dat zich inschreef bij de verschillende scholen. Hij wilde hier verandering in aanbrengen. De scholen weer aantrekkelijk maken voor leerlingen, ouders en ook voor leerkrachten.

De verandering startte bij de leerkrachten. Deze professionals hadden last van 'aangeleerde hulpeloosheid', en zo keken ze ook naar de leerlingen. Leerlingen werden niet uitgedaagd om het beste uit zich zelf te halen, dat gold ook voor leerkrachten. Dat moest anders.
Veranderlandschap Jan Arentsz

Ze hebben met elkaar een heel proces ingezet. In plaats van het makkelijk te maken voor leerlingen en lesmateriaal aan te passen, moest er een uitdaging in zitten. Dick noemde het 'grote potten didactiek': op een (basis)school kun je er voor kiezen om de toiletten voor de kinderen laag te maken zodat ze er gelijk op kunnen, of ze een volwassenen wc te laten gebruiken met indien nodig een extra krukje en kleinere bril (zoals je thuis ook doet) en ze zo te leren die te gebruiken. Zo werd er ook stapsgewijs naar het onderwijs gekeken. Hij kwam met het voorbeeld van hun technasium, maar hij had nog wel andere voorbeelden kunnen gebruiken zei hij want overal binnen het Jan Arentsz wordt nu vernieuwd.

In het technasium krijgen de leerlingen een opdracht van een externe partij. Uit de praktijk gehaald dus. Mooie voorbeelden waarin leerlingen een oplossing moeten gaan vinden voor een probleem, achterhalen wat nou precies de bedoeling is. Een voorbeeld van zo'n opdracht:    De stal van veehouder Miedema is aan de voorkant open. Doordat het licht tot ’s avonds 10 uur brandt, wordt het zomergevoel van de koeien gestimuleerd, wat het welzijn en dus de melkproductie aanzienlijk ten goede komt. Omwonenden klagen echter over de grote licht uitstoot, waardoor hij zijn stal zal moeten aanpassen. Miedema is op zoek naar alternatieve, diervriendelijke oplossingen om de melkproductie te stimuleren waar omwonenden geen hinder van ondervinden. (red. De opdrachtgever vraagt een bioloog om advies.)

Dick vertelde dat om leerlingen met zo'n vraag aan de gang te laten gaan je als docent samen met de opdrachtgever in staat moet zijn om een goede opdracht te formuleren. De kinderen moeten wel weten wat er precies van hen verwacht wordt, wanneer het klaar moet zijn etc. De uitgewerkte opdracht wordt beoordeeld door de opdrachtgever en de docent, het moet voldoen aan het 'plan van eisen' en alles wat daaraan voldoet is 'goed'. De kinderen wordt geleerd om te reflecteren op hun leerproces: Hoe hebben we samengewerkt? Wat ging goed, wat kan beter? Wat heb je over jezelf geleerd? Over de ander? Enz. Leerlingen leren heel veel hiervan. Naast kennis en vaardigheden die betrekking hebben op de inhoud van het onderwerp leren ze plannen, samenwerken ook als je elkaar niet of juist heel aardig vindt, fouten maken en opnieuw proberen, eigen en andermans kwaliteiten en bovenal reflecteren. Kwaliteiten waar je als volwassen mens ook heel veel aan hebt in het werkzame en sociale leven.

Tegelijkertijd zit hier natuurlijk een parallel in voor de leerkrachten. Voor hen geldt dit ook, en nog meer: Zij zijn de 'leidinggevende' van de leerlingen en om hen goed te begeleiden in hun persoonlijke groei moeten ze hoge verwachtingen hebben van hun leerlingen, ze moeten op handen kunnen zitten (en mijn toevoeging is 'je mond kunnen houden' ;-). Verder moeten leraren het probleem niet overnemen als ze het zelf kunnen oplossen, leerlingen wel de spiegel voorhouden ‘wat was ook alweer de opdracht?’ de hierboven al genoemde kwaliteit van het kunnen schrijven van een opdracht die voldoende sturend is en die de kwaliteit waaraan het werk moet voldoen duidelijk maakt, en je moet kunnen begrenzen zodat leerlingen niet 'over de kop' gaan.

Zo'n proces begeleiden als bestuurder vraagt nogal wat. Want zij moeten op een andere manier naar leerlingen kijken, dat kan alleen als er ook anders naar hen wordt gekeken. En dat het resultaat dan is dat zij ook anders naar zichzelf gaan kijken en naar de organisatie. De sleutel van het succes volgens Dick is om medewerkers te laten zien wat hun bijdrage aan het totaal is, dat geeft betrokkenheid. Laat zien waar hun deeltaak bijdraagt aan de hele taak. Hij gebruikt in zijn organisatie veel van de denkbeelden van Wouter Hart, ga uit van de 'bedoeling'.
Binnen de verschillende teams werd er met elkaar gesproken over waarom ze ooit voor het onderwijs hadden gekozen, en daar haalden ze de visie uit:
1. Brede vorming: We willen meer dan mooie diploma’s, ook persoonsvorming en socialisatie zijn belangrijk (didactiek én pedagogiek).
2. We streven naar onderwijs dat eigentijds is (onze ouders en leerlingen brengen de buitenwereld naar binnen)
3. We streven naar educatief partnerschap.
1 t/m 3 = ‘Excellent schoolklimaat’

Het had zo een stuk van onze bibliotheek kunnen zijn, geproduceerd door onze mensen in het werken aan het meerjarenleidsplan. Met iets andere woorden, want wij zijn geen school. Maar wel met diezelfde passie en inzet. Deze basis is door het Jan Arentsz uitgewerkt naar wat het betekent voor de individuele scholen, wat heb je er dan voor nodig aan middelen, maar vooral ook aan waarden.

Wat ik heel mooi in zijn verhaal vond is dat hij precies kon aangeven waar het goed gaat, maar ook waar de praktijk weerbarstiger is dan de theorie en de goede bedoelingen. Want er gaat heel veel goed nu bij het Jan Arentsz, maar er zijn ook valkuilen: 'In en out'groep gedrag dat ‘normaal’ is bij teamvorming (nieuwe mensen worden 'blauw' gespoten met 'oud'gedrag), zelfsturing veronderstelt veel professionaliteit, en vraagt dat je ‘help’ durft te zeggen, mensen werken al heel lang op de school en houden elkaar soms gevangen in beelden uit een ver verleden, afleren is moeilijker dan leren/ als het spannend wordt ……De aanpak van het Jan Arentsz vergt veel toelichting bij bijvoorbeeld inspectie en andere partijen en het vraagt veel van het ondersteunend personeel. Allemaal zeer herkenbaar, want ook bij ons veranderingsproces binnen Kennemerwaard merk ik dat we struikelend voorwaarts gaan. Dat het papier gewillig is, maar dat de praktijk heel veel aandacht vraagt om de koers vast te houden. En dat we ons de tijd voor dat soort reflectie vaak niet gunnen. Terwijl dat zo belangrijk is om met elkaar te bediscussiëren.

Wat betekent het dan voor Dick om aan zo'n proces leiding te geven? Want ook hij is mens en als leidinggevende is een goede werkdag er één waarop je oplossingen hebt aangedragen, knopen hebt doorgehakt en als je dat niet hebt gedaan je voor  je gevoel geen richting hebt gegeven en geen blijk hebt gegeven van je visie. Hij gelooft in zijn aanpak, en heeft met zijn team van leidinggevende het volgende afgesproken: als leidinggevenden hebben zij halfjaarlijkse cascade van gesprekken met medewerkers: harde en zachte signalen, geen afrekenen, wel leg uit hoe je met vrijheid bent omgegaan. De teamleiders bespreken  met teamleden/ directie met teamleiders/ bestuur met directie/ Raad van Toezicht met het bestuur, allemaal vanuit diezelfde grondgedachte en cultuur.In die gesprekken wordt begrensd wat buiten de kaders valt/niet in overeenstemming is met cultuurregels. Mooi vind ik het benutten van momenten van de waarheid (maak van plekken der moeite, plekke der luwte) en als leidinggevende vertoon je voorbeeldgedrag en geef je fouten daarin toe.  Sturen uit vertrouwen en weten dat de vrijheid die je geeft beantwoord wordt door genomen verantwoordelijkheid.

Het verhaal van het Jan Arentsz is een bijzonder verhaal, ook een herkenbaar verhaal. Het samen werken aan verandering, je collega's en medewerkers daarbij aanspreken op hun professionaliteit en daarin als leidinggevende de goede dingen doen... zo ongelooflijk lastig en leuk! Ook binnen Kennemerwaard zijn we bezig met de verandering, ik schreef er al vaker over. Het is een struikeltocht waarbij ik als directeur soms  moeite heb mijn rol goed te spelen. Wanneer moet ik op mijn handen zitten en mijn mond houden? Ik ben nogal zeggerig van aard en geef graag mijn mening ;-) Wanneer moet ik wel aan de bel trekken en de vraag stellen over welke koers we ook al weer voor ogen hadden en of we zo wel de goede kant op gaan? Mij is verweten dat ik geen visie had (au!) en dat ik geen sturing gaf. Je kunt het best duiden als directeur omdat die vraag komt op het moment dat het moeilijk wordt, en het dan makkelijker is om naar je directeur/leidinggevende te kijken dan zelf de oplossing te bedenken. En dan voel je je als directeur aangesproken, wil je wel in actie komen, maar is dat niet wat je voor ogen hebt. Want je weet dat de organisatie er beter van wordt als je alleen de hulpstukken aanreikt, de 'grote potten didactiek' toepast, in plaats van in de hulpmodus of 'grote leiderrol' te schieten.

Binnenkort ligt er een concept meerjarenbeleidsplan, volledig ontworpen door een groep van ca. 60 medewerkers van Kennemerwaard. Iedereen die wilde heeft mee kunnen denken. Daar heeft het managementteam van onze bibliotheek een kleine bijdrage aan geleverd, of een hele grote, door ons op de achtergrond te stellen, het is maar hoe je het wilt zien ;-) Medewerkers van verschillende disciplines en vestigingen hebben samen gewerkt aan de missie en visie van onze organisatie, aan de waarden waar we voor willen staan. Die onderschrijven wij volledig, we zijn ongelooflijk trots op onze mensen. En zelfs een beetje jaloers.. in een terugkoppelsessie met het kernteam van het doorontwikkelteam gaven alle drie de managementteamleden (Jan, Hanneke en ik) aan dat we zo enorm trots en blij zijn en dat we er ook allemaal een beetje van baalden dat wij 'niet mee mochten doen'. Dat is niet waar natuurlijk... wij doen mee, we hebben een andere rol gekregen, één van aanmoedigen, stimuleren, begrenzen, mogelijk maken, en extern en intern met elkaar verbinden.
Een prachtige taak!





Nu alleen die valkuil van oud gedrag nog zien te vermijden......