zondag 26 maart 2017

De laatste dagen Namibië en Botswana

We verlaten Botswana en reizen terug naar Namibië. De reis verloopt voorspoedig. Natuurlijk de gebruikelijke schermutselingen aan de grens. Wisselen van onze laatste Pula’s, waar ze aan de grens zoals gebruikelijk een heel voordelig koers voor zichzelf berekenen. De formulieren om met de camper het land uit en daarna weer uit te kunnen. We hebben een camping vlak over de grens geboekt, omdat we niet zeker weten dat de grensovergang soepel zal verlopen. Dat valt uiteindelijk allemaal wel mee, en we zijn dan ook zeer op tijd bij de camping. We kunnen gewoon een plek zoeken zegt de man bij de ingang. We hebben gelezen dat er op het terrein ook nog een flink stuk natuurterrein is, waar een 4x4 track te rijden valt. We gaan de route ophalen bij de receptie. Het is een eenrichtingsroute, en het lijkt af en toe meer een trial route ;-) We hebben de hele vakantie gelukkig nog geen ‘roll-over’ gehad, maar nu zitten er best wat pittige stukken tussen. Langzaam over allerlei rotsen, met een stevige helling er in. Ik ben blij dat Joep rijdt ;-) Op het terrein zijn rotstekeningen van San te bewonderen. Halverwege de route schieten er ineens een paar impala’s in volle vaart dwars over. Duidelijk opgeschrikt van iets… prachtig gezicht. We spotten verder niet heel veel extra wild… maar toch nog weer waterbokken en een paar giraffen.  Er staat tegen het eind een grote uitkijktoren, waarvan af we de zon zien zakken. We rijden terug naar de camping en maken onze laatste voorraad  op voor een avondmaatlijd. En zoals altijd is het ook echt donker als de zon ondergaat. Vlakbij is een waterpoel die verlicht wordt, en we kunnen op afstand genieten van onder andere hartebeesten, kudu’s en impala’s die hun dorst komen lessen. Het blijft fascinerend.

Van Kalahari Bushbreaks naar Windhoek
We beginnen de ochtend met het schoonmaken van de binnen- en buitenkant van de camper. Alles opruimen en zoveel mogelijk al inpakken. Dat is nog best een klus. Alles zit na bijna vier weken door het Afrikaanse land te crossen tot in de kieren onder het stof komen te zitten. Een beetje water en sop doet wonderen om het er toch wat frisser uit te laten zien. We rijden over de Kalahari highway richting Windhoek, waar we dan op tijd afslaan voor Bobocampers. Heilet verwacht ons al. De camper wordt gecheckt op ontbrekende of kapotte onderdelen, serviesgoed, lakens etc. We vertellen dat er een tafel ontbreekt, dat er nieuwe stoelen zijn, dat er een ketel ontbreekt en een paar handdoeken. Wij hebben ook nog wel iets te reclameren. Door de pech met de camper hebben we vier dagen van ons programma niet kunnen uitvoeren. Dus volgens de voorwaarden hebben we dan recht op compensatie. Dat blijkt nog wel een discussie te worden. 

Wat wij redelijk vinden en wat Bobo redelijk vindt….. dat zit wel verschil tussen. Wij vinden we dat we na aftrek van de eerste 48 uur recht hebben op betaling van de extra geboekte campsites en de betaling van de campsites die we van te voren hebben betaald. We hebben zelf niet nagedacht over de camperverhuur, maar daar komt Heilet dan weer mee. Ze gaat in eerste instantie mee met onze redenering, maar zegt wel dat ze toestemming van het hoofdkantoor in Johannesburg nodig heeft. Daar wordt duidelijk tegengesputterd. We krijgen de leidinggevende van Heilet niet rechtstreeks aan de lijn,  maar we krijgen een slikken of stikken deal voorgelegd. We kunnen kiezen, of de camperhuur en extra campingkosten  vergoed, of de campingkosten die we vooraf al betaald hadden. Maar niet allebei, en alleen de kosten van Guido en Jacqueline. Want tja, onze camper deed het toch… en waarom waren wij dan niet doorgereden? Die redenering snap ik wel, maar vind ik niet erg sociaal bedacht. Ze hebben ons tenslotte wel gevraagd om Guido en Jacq een flink stuk verder te slepen, wel 70 km. Als je dan vindt dat we door hadden kunnen rijden (leve de vriendschap zullen we maar zeggen ;-) dan moet je niet vragen om hulp te verlenen. En samen uit, samen thuis. Maar goed,  het is dus een halve compensatie waar we voor moeten kiezen, en we kiezen dan Hollands als we zijn voor het hoogste bedrag. We spreken ons ongenoegen uit naar Heilet, die wel met ons sympathiseert, maar met haar handen gebonden is. Ze heeft maar een mandaat tot een bepaald bedrag. Uiteindelijk nemen we ons verlies maar, we willen onze fijne vakantie ook niet verpesten door hier al te moeilijk over te doen. We worden naar Windhoek gereden en eten ’s avonds in het restaurant dat bij hotel hoort.

Windhoek
De laatste dag brengen we door met het lopen naar de binnenstad. Wat souvenirs scoren, hapje lunchen en dan weer lopend terug naar het hotel. We willen over de heuvel die in de stad ligt lopen, maar worden tegen gehouden door een beveiligingsbeambte van de hortus. We kunnen niet doorlopen meldt ze ons. Joep probeert er achter te komen waarom niet… daar kijkt ze heel ongemakkelijk bij …. Daarom niet. We besluiten toch maar terug te lopen en via de grote weg te lopen. Waarschijnlijk toch niet helemaal veilig in dat gebied. We worden op tijd terug gebracht naar het vliegveld. Bij de balie staat een Amerikaanse meneer met twee hele grote flightcases. Hij wil dat deze eerste klas mee geboekt worden tot aan zijn vlucht naar Dallas. Het meisje doet haar uiterste best om aan hem uit te leggen dat ze maar tot aan London dat kan garanderen, en dat zijn eerste klas van London naar Dallas nog niet bevestigd staat in het systeem. De man is zeer geirriteerd. Wij beschouwen het allemaal met verbazing. De flightcases bevatten geweren. De meneer heeft duidelijk gejaagd en wil zijn geweren mee nemen in de eerste klas. Ik zou zeggen… in het ruim er mee! Gelukkig zit hij op een andere vlucht dan wij.

We vliegen zonder problemen via Frankfurt terug naar Amsterdam. En dan zit het er op. Een laatste omhelzing van Guido en Jacqueline….  Farewell Namibië en Botswana…. We hebben genoten.






vrijdag 24 maart 2017

Een bijzondere ontmoeting

De volgende dag hebben we een ontmoeting via een gids geboekt met San-mensen. Dat zal aan het eind van de middag gebeuren, dus we hebben tijd om op het terrein rond te kijken, een wasje te doen en te lezen. Even weer relaxen na het vele rijden dat we hebben gedaan.  We vragen bij de bar wat een leuke wandeling is, ze raden ons de groene wandeling aan. We krijgen een kaartje mee. Dat is een print van google-earth. En de route zou bewegwijzerd moeten zijn. Nou…. Dat is niet echt het geval.











Het  is zoeken naar de tekens dus we besluiten maar het plaatje min of meer te volgen. Het is zo ongeveer op het heetst van de dag. En dus geen dieren, geen vogels. Voorzichtig uitbottende bomen en een paar vol in bloei staande bomen. We besluiten terug te gaan naar de bar… je moet wat ;-) Daar hebben we vol zicht op de waterpoel, en daar komen af en toe wel dieren voorbij. Een paar elandantilopen, een paar impala’s, struisvogels, een koedoe. En een enorme zwerm wevervogels die bij een kleinere poel aan het drinken en badderen is en in een grote wolk even later opvliegt. Mooi.
Dan komt de gids: Robert.  Hij loopt met ons een stuk het terrein op. We staan op een afstand van een paar schamele hutjes, waar drie San mensen met elkaar staan te praten. Voordat we naar ze toe gaan legt Robert ons uit hoe hun cultuur in elkaar zit. San zijn een nomadenvolk. Er zijn nog een kleine 90.000 san verdeeld voer Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en nog wat plukjes in de andere zuidelijke staten van Afrika. Tot voor een paar jaar konden ze nog wel binnen landsgrenzen hun nomadenbestaan volhouden. Maar sinds een paar jaar vinden de overheden dat zij zich moeten vestigen op één plek, en dat hun kinderen naar school moeten. Ze mogen ook niet meer in de nationale parken wonen of trekken, omdat hun traditionele manier van leven en jagen schadelijk zou zijn voor de wildstand. Of dat zo is valt te betwijfelen, want San jagen zelden op iets groters dan een jonge koedoe. Liever hebben ze impala’s of springbokken, want die kunnen ze makkelijk dragen.  
Als Westerse denk je al snel dat het een goed idee is om de kinderen naar school gaan. En dat vind ik ook, goed om kinderen onderwijs te geven. Maar de vraag is of dat op zo’n manier moet, of de kennis die ze vanuit hun eigen volk en cultuur tot zich kunnen nemen niet minstens zo waardevol is. De kennis van meer dan 300 planten, wat doen ze medicinaal, waar kun je ze vinden, zijn ze eetbaar of niet.

Robert vertelt ons dat de San een egalitaire samenleving hebben. De stam bestaat uit een relatief kleine groep van mensen, ca 20-40 mensen. Er is geen stamleider. De stamoudste is er alleen omdat hij bepaalde rechten, zoals waterrechten kan bezitten en veilig kan stellen voor de stam. Bij beslissingen wordt iedereen geraadpleegd, van jong tot oud, man of vrouw. Als iemand iets heeft gevonden of gejaagd deelt de stam mee. Als er iemand geld heeft verdiend deelt hij dat ook met de stam, wordt er feest gevierd en komt meestal de San man of vrouw een paar dagen niet op het werk. Want er is geld, er is eten en drinken en dus hoef je niet voor morgen te zorgen. Een heel andere manier van leven. De oekaze van de Botswaanse overheid dat de San niet meer mogen trekken, dat ze in dorpen moeten gaan wonen en hun kinderen naar school hebben een zeer ontwrichtende werking op de San. Veel San zijn aan de drank of drugs (lijm) geraakt, ze komen niet of nauwelijks aan het werk. Hun leven is doelloos geworden, en dat is voor geen mens goed. Je zou toch denken dat we inmiddels voldoende ervaring op hebben gedaan met de indianen, de Inuit, welk natuurvolk dan ook. Maar helaas is dat niet het geval.
Na de uitleg lopen we met Robert naar het drietal. Hij spreekt hun taal, het is een taal die net als het Zulu met veel klikgeluiden gepaard gaat. Je kan er echt niks van maken. Het gezelschap is een jonge vrouw, wij schatten haar een jaar of 16 maar volgens Robert is ze waarschijnlijk een jaar of 20-23 en heeft ze al een kind, haar jongere broertje en een neef van haar. Zij heet Kgum, de oudste jongen heet Débé, en van de jongste ben ik de naam vergeten. Ze laten ons hun gereedschappen zien, en ze laten ons vuur maken. Nooit bij de scouting gezeten en dat laat zich merken ;-) We kunnen er niks van. Robert en Kgum brengen redding. Goed draaien met het stokje, een klein beetje plantenpluis erbij en in een handomdraai hebben ze vuur gemaakt.! Kgum wil Jacqueline en mij iets bijzonders laten zien. Een plant met sterke medicinale krachten. Het is een plant speciaal voor vrouwen. Eigenlijk mag Robert het niet weten, want man… maar ja wij verstaan haar niet. Ze graaft een wortel op die van binnen diep roodbruin is. Ze overhandigt de wortel aan Robert, maar voordat ze hem los laat trekt ze eerst aan de wortel en moet Robert dat ook doen. Daarmee geef je aan dat je de kracht van het medicijn erkent. Robert legt uit dat het een anticonceptie middel is. Vrouwen van de San krijgen meestal niet meer dan twee kinderen. Gezien de barre omstandigheden waarin ze in oude tijden moesten overleven is dat ook wel te begrijpen. Veel monden voeden is lastig. Als het tweede kind geboren is zoekt de vrouw deze wortel. Ze kookt er thee van en drinkt een week lang van deze thee. Daarna is ze voor haar leven onvruchtbaar. Dat is nog iets anders dan de pil!

Na ca. 1-1,5 uur nemen we afscheid van de San. We zijn er allemaal een beetje stil van. Het was een bijzondere ontmoeting. 

zondag 19 maart 2017

Vakantieberichten 18; van Maun naar Ghanzi

We verlaten het redelijk groene Maun en trekken de Kalahari in. Op weg naar Ghanzi. De tocht gaat voorspoedig. Halverwege willen we in een plaatsje wat eten kopen, maar de supermarkt die we zien biedt niet veel anders dan blikvoer. Niets vers. Dan maar door en kijken of we iets in Ghanzi kunnen vinden. Dat lukt. In Ghanzi besluiten we omdat we vroeg zijn eerst te lunchen, alvorens boodschappen te doen en de camping op te zoeken. In de supermarkt verbazen we ons  over de meer dan gezinsverpakkingen aan meel, bonen en vooral veel suiker die je hier kunt kopen.


We willen nog even tanken voordat we doorrijden naar de camping die naar ons idee net buiten het dorp moet liggen.  Ik zie kinderen staan bij het tankstation. Ze hebben andere gezichtstrekken dan de meeste kinderen die ik heb gezien. Zouden dit nu San kinderen (bosjesmannen) zijn? Ze zijn wat lichter van kleur, licht Aziatische trekken. Terwijl wij onze camper alvast aan de kant rijden om te wachten op Jacqueline en Guido worden we aangesproken door een blanke man. Waarschijnlijk de eigenaar of manager van het tankstation. Je moet die kinderen geen geld geven hoor, meldt hij ons. Ze horen op school te zitten, maar ze deugen nergens voor. Als ze geld krijgen, geven ze het aan de ouderen. En die gaan er lijm voor kopen, ze zijn allemaal verslaafd. We vragen of het San kinderen zijn. Dat is het geval. De overheid heeft een programma om alle San naar school te sturen, maar ze willen maar niet deugen weet de man ons te melden. We hebben daar wel wat andere ideeën bij, we denken dat het wel wat genuanceerder zal liggen.  We verzekeren de man dat we sowieso geen geld geven, meestal geven we iets te eten. Maar dat zullen ze volgens de man alleen maar weggooien.  Het is duidelijk, de man heeft niets op met de San. 


We rijden door, Ghanzi uit. En vlak er buiten zit inderdaad onze camping Thadaku. We melden ons bij de balie en kunnen een plekje zoeken. Het is een camping met eigen restaurant en bar. Met net als al eerder uitzicht op een waterpoel waar af en toe wat dieren voorbij komen lopen. Leuk! We pakken een biertje, checken onze mail en genieten van het uitzicht.  Voor als het donker wordt vragen we wat hout om te stoken in onze ‘braai’. We denken dat ze het bij de bar zijn vergeten maar ineens zien we iemand uit het duister opdoemen met een grote kruiwagen. Pardoes wordt een behoorlijke lading hout bij ons neergestort. Nou daar kunnen de mannen zich fijn mee vermaken.

woensdag 22 februari 2017

vakantieberichten 17; Okavango

Het is weer een vroegertje vandaag. Bij het ochtendgloren staan we bij de steiger te wachten op de boot die ons de Okavango in zal nemen. De schipper blijkt er niet te zijn, we worden door iemand anders naar een dorp op de rand van de Okavango gevaren, waar de schipper aan boord zal stappen. Zo in de vroege ochtend is het nog best fris en we zijn blij met de paardendekens die in de boot liggen. Er zitten twee Amerikanen ook aan boord. Die-hard vogelaars.

De Okavango is een uitgebreide delta, die een groot gedeelte van het jaar alleen per boot bereikbaar is. We zijn nu in de halfdroge tijd. De hoogste stand van de rivier is voorbij, het water trekt zich alweer terug. De Okavangorivier begint in Angola en stroomt dan richting de oceaan door Botswana en Namibie. Het water bereikt nooit de oceaan. Voor die tijd droogt te rivier op en verdampt in het omliggende land. Vanaf de bron en de aanwas in de regentijd tot uiteindelijk het opdrogen van het water duurt ongeveer een half jaar. Daarna valt het gebied aan het eind ongeveer droog, is het water alleen in poelen te vinden. Tot de hele cyclus weer opnieuw begint. Het hele jaar door is de Okavango een vogelparadijs, maar vooral in de natte tijd.

Onderweg al de nodige vogels, naast ezels, paarden, koeien die aan de rand van het gebied grazen. Het gras is waarschijnlijk niet heel erg voedzaam, want over het algemeen zijn de dieren mager. Bij het dorp liggen talloze mokoro’s, de traditionele kano’s.  Ondiepe platbodems waarmee de bevolking al punterend door het watergebied gaat. Dat hadden we ook kunnen doen, maar het trok ons niet echt om een hele dag in een soort kleermakerszit in een lage kano te moeten zitten, en maar hopen dat je geen nijlpaarden op je weg tegen komt. Dan bevalt ons een gemotoriseerde boot toch beter, en je kunt verder het gebied in.



Het gebied is echt prachtig. Heel veel vogels. Visarenden, Malachiet ijsvogels, verschillende watervogels waaronder de jacarana, zilverreigers, zadelbekooievaars, opnieuw een vechtarend. Maar ook litschi waterbokken, bavianen, nijlpaarden en olifanten. Op een gegeven moment zien we in een wat breder stuk van de rivier een soort booggolf in het water. Vreemd, want alleen wij varen hier, geen andere boot te zien. Dan ineens zien we wat die golf veroorzaakt. Uit het water komt een nijlpaard omhoog. Deze dieren zwemmen niet, maar lopen over de bodem. Dat doet deze blijkbaar me zoveel vaart dat hij een golfbeweging aan de oppervlakte veroorzaakt. De gids geeft even gas, want hij heeft heilig ontzag (en terecht want nijlpaarden veroorzaken de meeste dodelijke ongevallen per jaar met mensen) voor deze dieren. Hij wil de nijlpaarden ruim voorbij om dan het gas weer los te laten. Dat heeft hij net gedaan als ineens vlak achter de boot het gesnuif klinkt van een opduikend nijlpaard. We schrikken allemaal, en die gids geeft schielijk nog een flinke dot met gas om ons uit de gevarenzone te halen.







Verder op treffen we olifanten op ons pas. Een stuk of drie dikhuiden zijn met zichtbaar veel plezier aan het badderen in de rivier. Even rustig aan doen dus. Maar dat is geen probleem. Je krijgt er zelf een goed humeur van (als we dan al niet hadden ;-) , het zichtbare genoegen waarmee ze met z’n drieën aan het spelen zijn in het water. Even later kunnen we toch verder om naar onze lunchplek te gaan “Chief’s Island”. Daar kunnen we even de benen strekken onder begeleiding van onze gids, en daarna onze lunch nuttigen. De gids wijst ons op leeuwensporen. Ongeveer een uur geleden zegt hij. Hmmmm zou natuurlijk best stoer zijn om leeuwen te zien, maar ja, ik ben dan wel zo’n angsthaas dat ik niet zeker weet of ik dat wel zonder de bescherming van een auto wil. We zien nog wel een wrattenzwijn in de verte, een paar koedoe’s en een zebra die verschikt wegrent als hij ons ziet.

Na de lunch varen we weer full speed terug naar de camping. Weer af en toe groepen litischi waterbokken, olifanten, een krokodil,  en veel watervogels. We zien in de verte veel rook. Als we dichterbij komen zien we dat er stukken gras en bos in brand worden gezet. Dan kan soms ook natuurlijk gebeuren, maar dit is door de mens aangestoken. De gids vertelt dat het officieel niet mag, maar dat mensen het doen om nieuw gras te laten groeien voor hun vee.  We eten ’s avonds in het restaurant.



maandag 20 februari 2017

vakantieberichten 16; Van Tiaan's camp naar Maun

We reizen van Tiaan’s camp naar Crocodile camp. Althans, dat is de bedoeling. Miles en Marina hebben ons gemeld dat de camping dicht is, dus het zal nog even spannend worden. Onderweg weer talloze koeien die te pas en te onpas over steken. En we stuiten op een verkeerscontrolepost. Er staat een politieagente op de weg. Er is een stopstreep en ongeveer 20 meter verderop staat een los stopbord met daarnaast de agente. We hebben verhalen van mijn broer Marien gehoord hoe hij in Zimbabwe de signalen van een agente niet goed begreep en vervolgens een boete aan zijn broek kreeg omdat hij volgens haar had moeten stoppen. Ik rijd, en Joep maant me om te stoppen bij de stopstreep. Ik rijd heel langzaam, en de agente gebaart. Ik rijd stapvoets door tot naast de agente. Dan blijkt dat ik haar toch niet goed heb begrepen. U had moeten stoppen bij de stopstreep weet ze me te melden. Ik kan u hiervoor een boete geven van 1.000 pula. Ik zet gelijk mijn zonnebril af en kijk heel onschuldig en schuldbewust de agente in de ogen. “Het spijt me mevrouw,  dat had ik zo niet begrepen, omdat u naar mij gebaarde. Mijn excuses dat ik verkeerd heb begrepen.” “Ik kan u voor 1.000 pula beboeten” herhaalt ze nogmaals. Ik herhaal nogmaals mijn nederige verontschuldiging . Ik moet mijn rijbewijs laten zien. Dan wuift ze met haar hand en zegt ze dat ik beter moet opletten bij stopstrepen en zegt dat ik door kan rijden. Ik dank haar hartelijk en wens haar een fijne dag toe. Guido en Jacqueline die gelijk achter ons zitten krijgen min of meer dezelfde preek, al hoeft Guido zijn rijbewijs niet te laten zien.  Ook hij mag door zonder een boete.


Na nog een uurtje rijden komen we aan in Maun, dat aan de rand van de Okavango ligt. Een druk stadje, waar we eerst boodschappen doen. Dan rijden we door naar Crocodile camp. En zoals Miles en Marina al voorspelden is de camping gesloten. Het hek is wel open, maar geen personeel en een groot plakkaat op het hek dat de camping tot nader orde gesloten is. Een stel mannen in een auto die naar buiten komen rijden vragen ons of ze ons kunnen helpen. We vragen of er meer bekend is van de camping, want we hebben al betaald vanuit Nederland. Hij raadt ons aan om ons bij de politie te melden ‘want Mrs Amanda de Greef is elke week door de politie verhoord”, en wij kunnen een aanklacht tegen haar indienen. Daar hebben we geen zin in. We duiken in de reisgidsen kiezen een andere camping uit. River Island resort heeft gelukkig nog plaats, ze hebben een leuk restaurant, en we boeken een dagtrip met een motorboot de Okavango in voor de volgende dag. ’s Avonds eten we een zelf gekookt maaltje, terwijl de zon net is onder gegaan als een rode bol boven de rivier.

zondag 19 februari 2017

Vakantieberichten 15, dagtrip door de Makgadikgadi pans en de Nxai pan

We staan op tijd op. Vandaag rijden we met een trip naar de Nxai Pan. Onze gids heet Max, een aardige man die voor de campingbeheerder werkt. Met ons mee reizen ook Marina en Miles, een Azerbeidjaans-Australisch stel., over wie later nog meer. 
We nemen eerst de pont over de Bobetirivier. Pont is een groot woord voor het pieremachocheltje bestaand uit een paar planken bovenop een paar olietonnen gebonden, een paar oprijplaten en een buitenboordmotor. Toch wel blij dat we zijn omgereden gisteren, om met onze campers deze ‘pont’ op te moeten rijden vergt behoorlijk wat behendig stuurmansschap.  Nadat we de pont zijn opgereden moet Max eerst een stuk nog naar achteren rijden, omdat anders de boot niet vlot komt te drijven. Dus hup, een stukje achteruit, en dan knijpen wij even onze billen samen in de hoop dat hij niet teveel gas geeft en er van achteren weer afrijdt. Het gaat gelukkig allemaal goed, en met heel veel motorlawaai van het kleine buitenboordmotortje worden we de Boteti rivier over gezet.  Max geeft de veerman nog een tip als we er af rijden. Ook in Botswana geldt blijkbaar “don’t pay the ferryman, until he gets you tot he other side” ;-). De tocht leidt ons door de Magdakgadikgadi pans, één van de droogste gebieden van Botswana en onderdeel van de Kalahari. Veel laag struikgewas, met scherpe doorns. Onderweg zien we steenbokken, struisvogels, een aantal prachtige vale of Kaapse gieren (die echt al een soort figuren uit Lucky Luke op een boomtak ineengedoken loeren), een Cory trap, een paar enorm grote olifanten.


Dan pakken we een stukje asfaltweg en rijden dan de Nxai pan in. Daar rijden we naar Baines baobabs. Prachtig gelegen op een heuveltje, beroemd geworden door de Engelse ontdekkingsreiziger en schilder Thomas Baines. Vlak bij een grote zoutvlakte die blakert in de zon. Wat een prachtige bomen zijn dit. Je voelt je heel klein. Dan rijden we terug en gaan we op zoek naar een plek om te lunchen. Max heeft een plek n gedachten, ook bij een grote baobab. Als we er aan komen en hij de spullen wil uitpakken komen er van rechts een stuk of vier heel grote mannetjesolifanten aan. Max kijkt onrustig opzij, en besluit de spullen weer in te pakken. Deze olifanten hadden hem de week er voor ook al ‘lastig’ gevallen, en met olifanten wil je toch geen ruzie hebben. We zetten de auto iets verder neer en nemen daar onze lunch. We hebben een discussie met Max over de democratie in Botswana. Die is best goed meldt hij, maar de huidige regering en president controleert een aantal kranten en tv-stations, en dat vindt hij zorgelijk. Je zou vrij aan je informatie moeten kunnen komen. Ook meldt hij dat het onderwijs beter kan. De gebouwen zijn er vaak wel, maar lang niet altijd het lesmateriaal of een goede leerkracht.
Op de terugweg zien we nog meer wild, een paar vogels, en we stoppen nog opnieuw bij een waterpunt waar we op de heenweg leeuwensporen hebben gezien. De grote katten laten zich niet zien, wel spurten er twee gevlekte hyena’s weg. We moeten aan het eind stevig doorrijden. De zon begint het landschap en de dieren die we zien al in een gouden gloed te zetten. Fraai. Maar de veerman zal niet eindeloos op ons wachten, dus we moeten door. Gelukkig ligt de pont er nog en kunnen we nog over.

















’s Avonds eten we in het restaurant van de camping. Miles en Marina schuiven bij ons aan. En zo ontstaat er een boeiend gesprek. Ze hebben elkaar leren kennen in Afghanistan, ze hebben beide voor de Verenigde Naties gewerkt. Marina is van Russische komaf, geboren in Azerbeidzjan. Natuurlijk komt het gesprek op Poetin en hoe zij daar naar kijkt. Miles en zij zeggen allebei geen fan van Poetin te zijn, maar ze zeggen ook dat de berichtgeving in het westen vaak niet klopt. Poetin heeft op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs heel veel gedaan op het platteland van Rusland. Daar hoor je niets over in het westen. Ze onderschrijven wel dat ook de berichtgeving in Rusland niet klopt over het westen en over hoe het voor de rest in Rusland gaat. Marina en Miles reizen de wereld rond in een grote truck. Ze reizen gemiddeld drie maanden achter elkaar,  parkeren de truck dan ergens in een opslag of zetten hem op transport. Zij gaan dan naar huis, in de buurt van Brisbane. Daarna komen ze een half jaar later oid de truck weer ophalen en reizen dan weer door. Heel bijzonder. Zo hebben we toch al een paar bijzondere ontmoetingen gehad. We hebben ook nog een bijzonder gesprek met de mede-eigenares van de camping. Een Duitse dame, die de schepen achter zich verbrand heeft en deze camping runt.  Ze leeft de droom van haar man en zijzelf. Alleen haar man is twee jaar geleden overleden. Ze hadden een twee, drie jaar er voor het stuk land gekocht en waren bezig de camping op te zetten toen hij ziek werd. Kanker. En met twee jaar tijd was hij dood. Ze besloot toch te vertrekken naar Afrika en hun droom waar te maken.  Heel bijzonder. De dame in kwestie was er toch wel één met wat vraagtekens moet ik eerlijk zeggen. De volgende ochtend bij het afrekenen zie ik twee schilderijen met daarop een man in nazi legerkleding afgebeeld. Redelijk prominent in beeld. In de publiek toegankelijke ruimte. Ik heb er nog steeds spijt van dat ik daar nit naar heb gevraagd waarom die daar hingen. Was het haar vader of haar grootvader? Had ze goede herinneringen aan hem?  Had ze geen andere afbeeldingen van hem? Onderschreef hij en zij de nazidenkbeelden? En zo ja, wat doe je dan in Afrika?! Allemaal vragen….. geen antwoorden want ik heb de vragen niet gesteld.

zaterdag 18 februari 2017

Vakantieberichten 14, naar de Makgadikgadi pans

We trekken verder van Senyati, Chobe naar Tiaan’s camp net buiten de Makgadikgadi pans… een zoutvlakte en woestijn. Onderweg moeten we het cattlefence passeren. Een hek dat dwars door Botswana loopt om te voorkomen dat mond-en-klauwzeer zich verspreidt onder het vleesvee dat bestemd is voor de Europese markt. Dit hek heeft in de jaren dat het net wat neergezet voor een enorme sterfte onder het wild gezorgd. Honderden duizenden gnoes en andere graseters die op zoek gingen naar groen gras liepen zich stuk tegen het hek. Dit in een jaar dat er toch al veel wild stierf door een grote droogte. Wij mensen grijpen in in oeroude trekroutes, de natuur moet wijken. Dat alles voor de handelsbelangen. Het geeft wel een wrange smaak. Bij het passeren van het hek moeten al onze schoenen ook door een desinfecterend bad en moeten we met de auto door een grote bak met hetzelfde bijtende spul. De vloer van onze camper kunnen we daarna stevig boenen, brr wat een vies spul.


Verderop de route staat er ineens weer een controle post. Deze keer voor de fruitvlieg. We moeten onze koelkast open doen. De courgettes en tomaten die we in Kasane hadden gekocht moeten we afstaan. Bloemkool hoeft weer niet , die vallen blijkbaar niet onder de bevattelijke groenten. De man kijkt nog wat bedremmeld en biedt ons aan dat we het ter plekke kunnen opeten. Nou nee, daar hebben we niet echt trek in. Ik bied het hem aan voor zijn lunch. Geen idee of hij het gaat doen, maar in ieder geval kunnen we onderweg straks weer een keer extra groente in slaan. Bijna aan het eind van een lange, lange weg door halfwoestijn zien we al een bord linksaf naar Tiaan’s camp. Maar dan zouden we dwars door het natuurpark moeten, wat volgens onze verhuurder niet mag. Is wel een stuk korter, al is het door diep zand. We besluiten toch maar over de weg te rijden. Een dik uur later komen we aan bij de camping gelegen aan de Bobeti rivier, een uitloper van de Okavango. De camping zit er nog niet zo lang. Ook hier een prachtig gemaakte veranda zodat je naar de rivier kunt kijken.  De volgende dag zullen we met een dagtrip de Makgadikgadi pans en de Nxai pans bekijken. En we eten morgen dan ook bij het restaurant van de camping om te vieren dat Joep en ik dan 5 jaar getrouwd zijn.

dinsdag 14 februari 2017

Op bezoek bij de Koninklijke Bibliotheek

Vandaag was ik bij de Koninklijke Bibliotheek. Op de KB-OB directeurendag vorig jaar had ik ingevuld dat ik best een dag mee wilde lopen met de directie. Dat resulteerde in een uitnodiging om bij een directievergadering aanwezig te zijn, en daarna met Lily Knibbeler mee te lopen.

Aanschuiven bij het directieteam van onze netwerkpartner, bij de instelling die in de bibliotheekwet de digitale infrastructuur als opdracht heeft gekregen, en die samen met het netwerk de stelseltaken op zich neemt. En die naast dat drukke openbare bibliotheekveld ook nog schaakt op het bord van de universiteitsbibliotheken, wetenschappelijke bibliotheken en met het erfgoedveld. Voorwaar.... op het bord van de KB ligt best veel ;-)

Wat me opviel tijdens de directievergadering was de breedte van onderwerpen. De toegankelijkheid van wetenschappelijke literatuur, de opslag er van, het datawarehouse, de nationale bibliotheek catalogus, de inkoopcommissie. En dan vergeet ik nog vast een paar onderwerpen die ter sprake kwamen. Het is veel, en bij ieder onderwerp ligt er een gedegen advies van één of een aantal medewerkers. Ik heb met respect geluisterd naar hoe er procesmatig beslissingen zijn genomen, risico's afgewogen, verschillende invalshoeken bekeken.  En dat alles met een strakke agendabewaking, zonder oeverloze discussies (daar maken we ons bij Kennemerwaard wel eens schuldig aan ;-).   
Wat ik heel erg mooi vond, de directie van de KB nodigt een klant aan tafel uit, zoals ook een van de directielid Hildelies Balk zei.  Wie durft dat als openbare bibliotheek te doen? Zo transparant en open zijn dat je een klant (en in dit geval naast klant ook netwerkpartner) integraal bij een directievergadering uitnodigt ?

Na de vergadering schoof een medewerker Kirsten aan bij Lily om haar bij te praten over een bijeenkomst a.s. vrijdag in de aula van de KB, over 500 jaar reformatie. Deze discussie en informatieve lezing blijkt zo veel belangstellenden te trekken dat hij nu twee keer op dezelfde dag georganiseerd wordt. Al pratend bedachten we dat hier mogelijkheden lagen om een of twee van de sprekers te strikken om ook 'in het land' op te treden. Er is vast op meer plekken in Nederland interesse voor dit onderwerp is, al dan niet gekoppeld aan een discussie over het ontstaan van onze westerse christelijke cultuur, en waar die uit bestaat. Het lijkt mij de moeite waard als de KB haar netwerk van wetenschappers aan kan spreken, en die met eventuele collectietips erbij voor op de website, kan laten optreden bij die bibliotheken die hier belangstelling voor hebben.

Daarna de lunch, waarin we spreken over het bibliotheekwerk in het land, over hoe je innovatie verspreidt, hoe we als veld elkaar nodig hebben, ieder vanuit zijn of haar rol, over positionering van de bibliotheek (kies de breedte, niet alleen de focus op de zwakkeren in de samenleving!).


Na de lunch overleg over de voorbereiding van de renovatie van de KB, en met twee medewerkers die de KB-OB directeuren dag komen evalueren. Daar kon ik natuurlijk wel iets over zeggen;-)

Om half drie moest Lily naar een stuurgroep waarbij mijn aanwezigheid niet handig was. Dus ben ik door Mireille Kok bijgepraat over de organisatorische veranderingen bij de KB. Dat verandering heel erg af hangt van het leiderschap, dat veranderingen tijd kosten, dat je mensen  mee moet nemen en hoe ze daar binnen de KB vorm aangeven. En dat ze er soms erg mee worstelen, en o, dat is heel herkenbaar. Het lijkt wel of er ook gewone mensen werken bij de KB ;-)

Al met al heb ik een zeer leerzame, en vooral ook leuke dag gehad bij de KB. Ik ben diep onder de indruk van hun manier van vergaderen. To the point, zakelijk, en ook met heel veel onderlinge collegiale betrokkenheid. Met directieteamleden die inhoudelijk genoeg weten van de materie om de voorstellen die ter besluitvorming voor liggen van goed commentaar te kunnen voorzien en een gewogen beslissing te kunnen nemen. Maar ook kunnen besluiten dat iets nog verder uitgezocht of onderzocht moet worden op bepaalde aspecten of risico's. Zo hoort het ook in een directieteam, maar zo gaat het niet altijd ;-) (ook niet altijd bij Kennemerwaard;-)

Ik kan het alle collega's aanraden om jezelf eens uit te nodigen bij de KB. Dat hoeft niet alleen op directieniveau. Ook onze medewerkers kunnen veel leren van de mensen van de KB, en de informatiedeling over waar lokale bibliotheken mee bezig zijn helpt de KB ook in haar denkproces. Dus collega's uit het land, allen op naar Den Haag... en dan komen ze ook vast graag een bakkie terug doen ;-)