Vandaag is het 10 jaar geleden dat de Stichting Bibliotheek Kennemerwaard werd opgericht. Dat was toen de 'werkmaatschappij' waarin het voorwerk werd gedaan voor de daadwerkelijke fusie op 1 januari 2009. Het oprichten van de stichting was de start van onze organisatie, en dus een feestje waard, én een speech ;-) Hieronder in grote lijnen wat ik gisteravond heb gezegd tijdens de zomerborrel tegen de collega's.
10 jaar Kennemerwaard. Alsof het gisteren was. Per 1 juli 2008 werd de stichting opgericht. Het bouwen aan de nieuwe organisatie begon, en de veranderingen werden voorbereid. Er kwam een organisatieplan, een formatieplan, een functiehuis, en een plaatsingsprocedure. Alles werd met zorg en overleg gedaan: met het managementteam, met de OR en met de Raad van Toezicht.
1 januari gingen we echt van start. 3 stichtingen gingen op in Kennemerwaard. Het was wennen aan elkaar en de nieuwe organisatie. 25% van alle collega's kregen een nieuwe werkplek en/of een nieuwe functie. Het was vallen en opstaan. met af en toe harde noten te kraken. Er kwam ook best wel kritiek uit de organisatie, waarop het managementteam een antwoord moest geven. Maar... het gevoel van één organisatie zijn werd steeds sterker. Het bleek dat collega's uit één van de andere bibliotheken ook aardige, leuke en bevlogen mensen waren, en dat je er mee kon lachen.
Samen hebben we deze bibliotheek gebouwd tot wat hij nu is. We hebben hoogte- en dieptepunten gekend. We hebben bezuinigingen gehad, waardoor we vestigingen moesten omvormen, en ook zijn er een paar reorganisaties geweest. Gelukkig waren dat er niet veel. en hebben we niet veel collega's hoeven te ontslaan. Maar voor die medewerkers waar het om ging was het ronduit vervelend om hun baan kwijt te raken, en voor het managementteam en mij als directeur zijn dat geen gemakkelijke beslissingen geweest. Veerkracht en innovatief vermogen zijn de sleutelwoorden geweest waarmee we die vraagstukken hebben aangepakt.
Hoogtepunten waren onder andere de nominaties voor beste bibliotheek, maar liefst drie keer zaten we daarbij; één keer genomineerd voor meest duurzame bibliotheek; een internationale prijs voor het jeugdbibliotheekwerk; en één van onze collega's werd genomineerd voor beste bibliothecaris. We ontvingen bezoekers uit binnen- en buitenland: we hebben onszelf op de kaart gezet en dat is een applaus voor onszelf waard.
Als ik vooruit kijk dan gaan we weer een boeiende tijd tegemoet. we zijn met elkaar bezig met het bepalen van ons beleid voor de komende vier jaar. Leidraad daarbij is: op innovatieve wijze activiteiten in samenwerking, samenspraak, samen met de inwoners van onze gemeenten organiseren, om ze de mogelijkheid te bieden zichzelf te ontwikkelen en hun maatschappelijke kansen te vergroten. Ik heb vertrouwen in ons, dat wij de reputatie van innovatieve bibliotheek waar zullen blijven maken.
10 jaar: als kind kom je dan bijna in de puberleeftijd. De leeftijd waarop je je gaat afvragen of wat je ouders zeggen wel klopt, je gaat rebelleren en je afzetten. Een beetje meer activisme zou ons als bibliotheek niet misstaan. Weten waar we voor staan: de vrije toegang tot informatie, voor iedereen. Welke waarden daarbij horen wordt nu besproken in het doorontwikkelteam. Welke waarden we naar elkaar toe hebben als collega's heb ik het graag met jullie over tijdens de koffietafelgesprekken dit najaar. Voor nu: het is feest!
Ik en jij
is veel
is glaasje voller, volst
is schuilen in het holst
is kleuren van de dag
is wimpel en is vlag
jij en ik
is heus geen twee
jij en ik
is meer
is meest
jij en ik
is
feest!
(Mary Heylema)
PROOST!
Posts tonen met het label innovatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label innovatie. Alle posts tonen
zondag 1 juli 2018
maandag 24 juli 2017
Delen maakt je rijker!
De afgelopen jaren heeft de Innovatieraad inmiddels meer dan
20 projecten subsidie toegekend om daarmee innovatie in onze branche een extra
duwtje in de rug te geven. Het is mooi
dat die gelden er zijn, gelukkig zien we ook voorbeelden van innovaties bij
bibliotheken zonder dat er subsidie van de Innovatieraad aan te pas komt. De
initiatieven zoals die in Route 2020 van de VOB worden opgehaald en gedeeld
geven aan dat in heel onze prachtige branche veel wordt ontwikkeld. Inspiratie is er genoeg in het bibliotheekwerk ;-)
Binnen bieb-to-bieb en op www.innovatiebieb.nl worden op
onderwerpen nieuwe ideeën en projecten gedeeld. Wat de Innovatieraad opvalt is
dat er met graagte wordt gedeeld. Af en toe een vraag wordt er gesteld door een bibliothecaris die met een
specifiek probleem zit, maar dat komt veel minder voor. Er wordt echt heel wat
af gedeeld, iedereen presenteert met trots zijn of haar mooie ‘kind’. Wat de
Innovatieraad niet ziet (maar misschien kijken wij niet goed), is de koppeling
van initiatieven, om daarna samen door te ontwikkelen. En dat is jammer. Want
er liggen heel veel kansen op dit terrein. Niets voor niets luidt het adagium:
“alleen ga je sneller, samen kom je verder.” Dit principe wordt naar ons
oordeel te weinig in de praktijk gebracht.
Waarom ontwikkelen we niet samen producten en diensten?
Natuurlijk zijn er voorbeelden, zoals de Bibliotheek op School, waar nu een PO,
VVE en VO doorgaande leeslijn in zit. Mooi! En toch zien we ook hier dat er
nieuwe projecten zijn op het gebied van
leesbevordering. Die zouden naar het oordeel van de Innovatieraad na bewezen
effect in een toolbox van een doorgaande leeslijn moeten worden opgenomen. En wat voor de leeslijn geldt, zou wat ons
betreft ook moeten gelden voor de programmalijnen 21ste eeuwse
vaardigheden op het gebied van de digitale skills, op het gebied van de
informatievaardigheden. En ik zou me ook heel goed kunnen voorstellen dat er een mooie
programmalijn komt voor de ontwikkeling van medewerkers en voor vrijwilligers.
En een toolbox met activiteiten en effectmeeting voor de dienstverlening aan
zorgcentra, en op het gebied van bestrijding laaggeletterdheid. Er wordt heel
veel ontwikkeld in het land, maar de samenhang ontbreekt in veel gevallen. En
dat is jammer.
De innovatieraad ziet in het samenbrengen van initiatieven,
het koppelen er van en het gezamenlijk doorontwikkelen een mooie rol voor de
POI’s. Zij hebben immers in de
bibliotheekwet de rol gekregen voor het ondersteunen van de innovatie van de
fysieke bibliotheek. De Koninklijke Bibliotheek heeft met het in de lucht
brengen van het platform Innovatiebieb de mogelijkheid geschapen om
initiatieven te delen, de Innovatieraad helpt sommige projecten verder met een
beetje geldelijke steun. POI’s wij dagen jullie uit om samen met de
bibliotheken die deze mooie projecten gestart zijn de verbinding te zoeken en
gezamenlijk door te ontwikkelen tot samenhangende programmalijnen. Een eerste begin is er al, door de samenwerking
tussen de KB en SPN (Samenwerkende POI’s
Nederland) die een rechtstreekse
verbinding hebben gelegd met de
innovatieagenda rond de ‘communities of practices’. Delen maakt je rijker zegt
men, en dat is ook zo. Delen en het vervolgens vermeerderen is pas echte winst.
Daar ligt nog een wereld te winnen in onze branche!
woensdag 20 juli 2016
Territoriumdrift
Binnen onze branche vinden we innovatie erg belangrijk. Niet innoveren om te innoveren, maar nieuwe
manieren vinden om de doelstelling van de bibliotheek uit te kunnen voeren. De
innovatieraad heeft, naast de verantwoordelijkheid om het bestuur van de
Koninklijke Bibliotheek te adviseren hoe het innovatiebudget van €100.000,- te
verdelen, ook de taak om innovatie in de bibliotheekbranche te bevorderen. Wij
zien als raad dat men vaak min of meer met dezelfde projecten en innovaties op
verschillende plekken in het land bezig is. Je zou kunnen zeggen: “Great minds
think alike” of dat bij een aantal bibliotheken in ieder geval een goed oog is
voor ontwikkelingen in de samenleving. We proberen vaak om de projecten die op
elkaar lijken en in elkaars verlengde liggen, of ze nou geld krijgen of niet,
met elkaar in contact te brengen. Dit omdat wij geloven dat projecten lokaal
beter kunnen worden door ze ook met collega’s uit het land te delen, ook in de
projectfase voordat er echt tot uitvoering wordt overgegaan.
Bij de beoordeling van de projecten kijken we ook
nadrukkelijk of er een verbinding is met de onderwerpen uit innovatie-agenda.
Omdat we denken dat we als branche beter samen op kunnen trekken, in plaats van
allemaal ons eigen feestje te vieren. Daarnaast hebben wij overigens ook veel
waardering en beleven we veel plezier aan bibliotheken die projecten indienen
die niet in een potje passen, ver voor de troepen uitlopen, de afwijkers en
andersdenkers. Die weten we dan als we het idee heel goed vinden, er blij van
worden, wel ergens een plek te geven.
Tot zover die dingen die we als Innovatieraad doen en waar
we direct invloed op uit kunnen oefenen.
Maar dan… Er zijn nog twee echt belangrijke spelers over in
onze branche, die iets met onze belangen doen op landelijk niveau. De
Koninklijke Bibliotheek en de Vereniging van Openbare Bibliotheken. We kunnen
er heel veel woorden aan besteden, over hun rollen in het kader van de WsOB. Dat
gaan we niet doen. We merken iets op. De VOB is belangenbehartiger, en de KB
regisseur van het veld. Nu is er het
afgelopen anderhalf jaar behoorlijk wat papier geproduceerd over positiebepaling,
visies, innovatie-agenda’s etc. Het ene stuk lijk het andere uit te lokken. Een
fijn staaltje van territoriumdrift over en weer. Dat baart de Innovatieraad
zorgen. Wij willen graag dat initiatieven met elkaar verbonden worden, op basis
van een heldere rolafbakening.
Wij willen graag dat er met Gezond Boeren Verstand (GBV)
gekeken wordt naar hoe de belangen van onze branche het best kunnen worden
gediend. Wie kan afspraken maken met wie en op welke schaal? Formeel kun je
zeggen dat de KB helemaal geen afspraken zou kunnen maken met partijen als het
UWV en de Belastingdienst. Want de KB heeft een rol als regisseur, niet als
branchevereniging die namens de leden kan spreken. Wij als Innovatieraad houden
van rolvastheid, en van GBV. Want de vraag is of de VOB wel met hetzelfde
‘gemak’ aan tafel komt bij zulke landelijke partijen. Op het moment dat ‘ons’
belang er mee gediend is dat de KB aan tafel zit, al dan niet geflankeerd door
iemand van de VOB, dan moeten we dat vooral toejuichen. Op het moment dat de
VOB iets makkelijker naar de leden kan vertalen en communiceren, al dan niet
met behulp van de KB, dan zou dat naar het idee van de Innovatieraad zo moeten.
Wat ons betreft is de tijd van territoriumdrift voorbij. VOB en KB hebben samen
één groot territorium te verdedigen, namelijk het (openbaar) bibliotheekwerk in
Nederland en de innovatie er van. Samen aan de slag dus!
vrijdag 20 mei 2016
Griekse les: waar een arm land rijk in kan zijn
10 mei was ik bij de EBLIDA/NAPLE conferentie in Den Haag. Jammer dat er niet zoveel collega's uit Nederland waren. Er werd namelijk een inspirerend verhaal gehouden door Dimitris Protopsaltou.
Griekenland, ik moet zeggen niet het land dat ik als eerste zou noemen om eens op bezoek te gaan voor inspiratie. Dat blijkt een verkeerd vooroordeel. Dimitri vertelt het verhaal van Veriapublic Library, Zij ontvingen een subsidie voor lokaal bibliotheekwerk van de Bill and Melinda Gates Foundation. De ervaring die deze kleine bibliotheek voor ca. 20.000 inwoners heeft opgedaan in vernieuwing wordt gebruikt voor de nieuwbouwplannen voor de nationale bibliotheek en openbare bibliotheek van Griekenland. Het gaat om een investering
van €600 miljoen. Natuurlijk is er veel discussie over deze investering omdat over het algemeen
bibliotheken niet gewaardeerd worden en niet gebruikt in Griekenland. Het gemiddelde gebruikerspercentage onder de Griekse bevolking ligt rond de 10%!!!
Behalve in Veria waar meer dan 50% van de bevolking gebruik maakt van bibliotheek. Dat was niet zo voordat ze besloten dat het anders moest. En voordat ze de prijs van Bill en Melinda wonnen. Men besloot midden in de crisis dat de bibliotheek juist dan iets voor burgers kan betekenen. Men ging in gesprek met de bewoners van Veria. Waar hadden zij behoefte aan, wat wilden ze leren, hoe kon de bibliotheek hen helpen de crisis het hoofd te bieden. Door goed naar de burgers te luisteren, met de financiële injectie van de Gates Foundation ligt het gebruikspercentage van de bibliotheek in Veria nu boven de 50%!
Kan het voorbeeld van een kleine bibliotheek dienen als best practice for andere bibliotheken en als voorbeeld waaraan de nationale bibliotheek zou moeten voldoen. Die vraag stelde men zichzelf in Griekenland. Met behulp van de Stavros Niarchos Foundation, die de financier is van de nieuwe nationale bibliotheek (samen met het operahuis) van Griekenland werd er een onderzoek gestart. Dat onderzoek beoogt uit te vinden welke diensten belangrijk zijn lokaal en hoe de bibliotheek die zou moeten aanbieden. Het voorbeeld van Veria werd in vier andere bibliotheken uitgeprobeerd, Kilkis, Serres, Kalamaria, Thessaloniki. Het idee daarachter is dat je niet gelijk groots moet uitpakken, maar proef moet draaien om te testen en draagvlak te creëren. En innovaties moeten ook lokaal doorleefd en doorvoeld worden. Achter dat denkbeeld kan ik mij van harte schalen. "Uitrollen" van ideeën werkt naar mijn idee niet, uitrollen is voor tapijtleggers zegt één van mijn collega's dan ;-)
![]() |
| impressie van nieuwbouw Nationale Bibliotheek Griekenland |
Behalve in Veria waar meer dan 50% van de bevolking gebruik maakt van bibliotheek. Dat was niet zo voordat ze besloten dat het anders moest. En voordat ze de prijs van Bill en Melinda wonnen. Men besloot midden in de crisis dat de bibliotheek juist dan iets voor burgers kan betekenen. Men ging in gesprek met de bewoners van Veria. Waar hadden zij behoefte aan, wat wilden ze leren, hoe kon de bibliotheek hen helpen de crisis het hoofd te bieden. Door goed naar de burgers te luisteren, met de financiële injectie van de Gates Foundation ligt het gebruikspercentage van de bibliotheek in Veria nu boven de 50%!
Kan het voorbeeld van een kleine bibliotheek dienen als best practice for andere bibliotheken en als voorbeeld waaraan de nationale bibliotheek zou moeten voldoen. Die vraag stelde men zichzelf in Griekenland. Met behulp van de Stavros Niarchos Foundation, die de financier is van de nieuwe nationale bibliotheek (samen met het operahuis) van Griekenland werd er een onderzoek gestart. Dat onderzoek beoogt uit te vinden welke diensten belangrijk zijn lokaal en hoe de bibliotheek die zou moeten aanbieden. Het voorbeeld van Veria werd in vier andere bibliotheken uitgeprobeerd, Kilkis, Serres, Kalamaria, Thessaloniki. Het idee daarachter is dat je niet gelijk groots moet uitpakken, maar proef moet draaien om te testen en draagvlak te creëren. En innovaties moeten ook lokaal doorleefd en doorvoeld worden. Achter dat denkbeeld kan ik mij van harte schalen. "Uitrollen" van ideeën werkt naar mijn idee niet, uitrollen is voor tapijtleggers zegt één van mijn collega's dan ;-)
In de pilots ligt de focus
op creativiteit. En op leiderschap. Wat ik verrassend vond om te horen is dat het eerste geen enkel probleem was. Iedere Griekse bibliothecaris vindt het leuk om met creativiteit op zoek te gaan naar nieuwe manieren. Het leiderschapsprogramma lag heel wat lastiger. Niemand wilde de leiding in verband met de verantwoordelijkheid voor de crisis. Leiders worden in Griekenland blijkbaar gezien als de verantwoordelijken voor de crisis. Of dit oordeel dan ook zomaar op leidende bibliothecarissen los gelaten moet worden waag ik te betwijfelen, daarvoor ken ik de Griekse situatie en cultuur onvoldoende. In ieder geval bleek tijdens het traject dat er wel behoefte was aan leiderschap, maar dan van het dienende soort. Als leider op zoek gaan naar wat jouw gemeenschap wil, en dan zorgen dat je samen met je team van bibliothecarissen en je gemeenschap het voor elkaar gaat krijgen.
![]() |
| zomerlezen in Veria Public Library |
Inmiddels draaien er in heel Griekenland diverse pilots. Ik doe een greep uit wat er ontwikkeld is: een zomerleesprogramma, zeer succesvol na de eerste weerstand te hebben overwonnen waarom je zou willen lezen
terwijl je op het strand kan liggen ;-). Inrichting
van 10 medialabs, Niet technologisch
onderlegd personeel, weerstand onder bibliothecarissen. Toch doorgevoerd, veel meer
jongeren in de bibliotheek die ook samen met het personeel optrekken in de programmering. Samenwerking gezocht met CERN om wetenschap
toegankelijk te maken. Belangrijk voor Griekse jeugd om geïnspireerd te worden.
Door crisis dreigt een braindrain, en zo geven ze jongeren een blik op de toekomst.
Het programma wordt uitgebreid naar de Balkan, INELI netwerk van bibliotheken wordt uitgebouwd om de regio sterker maken.
En de investering
in Nationale bibliotheek in Griekenland gaat door! Door het succes van de programma's en opzet van Veria is men overtuigd geraakt van het nut van de bibliotheek. Tijdens de crisis moet je juist
investeren in educatie en cultuur. Werkbezoek voor wethouders, ministers, beleidsambtenaren, bibliotheekdirecteuren naar Griekenland?
dinsdag 19 april 2016
Weak ties, strong ties: hoe bevorder je innovatieve ideeën?
Vorige week volgde ik een masterclass Netwerken en allianties bij Tias Tilburg. Een leerzame ervaring, waarbij ik in een paar blogs met jullie een aantal geleerde inzichten wil delen. Een van de eerste dingen die ik leerde bij professor Patrick Kenis was welke netwerken je het best kunt aanspreken als je wilt innoveren of vernieuwen. Ideeën voor vernieuwing haal je het best uit je 'zwakke' verbanden. Onder zwakke verbanden wordt verstaan de mensen die je bv. toevallig op reis tegen komt, via opleidingen met medecursisten van diverse achtergronden of door naar congressen e.d. te gaan buiten je branche.
Waarom kom je makkelijker met nieuwe ideeën in aanraking buiten je gebruikelijke netwerk? Dat heeft te maken met het feit dat die groep mensen andere dingen 'weet' dan je eigen netwerk. Die weten hetzelfde, of bijna hetzelfde als jij. Dus voor nieuwe ideeën moet je ongebruikelijke verbindingen op zoeken.
Een mooi voorbeeld uit eigen ervaring: ca. twee jaar geleden kwam een toenmalig medewerker vragen of hij naar een hackersfesitval mocht, op kosten van de bibliotheek. Ik fronste eerst mijn wenkbrauwen, maar ik hou wel van maffe ideeën. 'Deal', zei ik, 'maar wel in je eigen tijd. Ik betaal de entree, en ik wil na afloop wel weten of je een goed idee hebt gekregen waar we iets mee kunnen.' Op maandag stond hij voor me, superenthousiast. Raspberry Pi, dat was het helemaal. Na twee zinnen was ik kwijt waar het over ging, maar ik heb hem gezegd dat hij het idee maar verder moest uitwerken. Nu hebben we mede door zijn bezoek aan het hackersfestival, (nogal een 'weak tie' ;-) een stevig programma voor scholen en individuele geïnteresseerden om te leren programmeren, van kleuters tot volwassenen, en een community op facebook waarop kennis rondom mediawijsheid, makersbeweging en meer wordt gedeeld. Dus het klopt: voor innovatie moet je buiten je eigen wereldje kijken. Leve de creatieve geesten!
Voor bevestiging, troost en uitwisseling van dezelfde ideeën kun je heel goed binnen je eigen sterke netwerk terecht ;-)
Waarom kom je makkelijker met nieuwe ideeën in aanraking buiten je gebruikelijke netwerk? Dat heeft te maken met het feit dat die groep mensen andere dingen 'weet' dan je eigen netwerk. Die weten hetzelfde, of bijna hetzelfde als jij. Dus voor nieuwe ideeën moet je ongebruikelijke verbindingen op zoeken.
![]() |
| afbeelding raspberry pi, wikipedia |
Een mooi voorbeeld uit eigen ervaring: ca. twee jaar geleden kwam een toenmalig medewerker vragen of hij naar een hackersfesitval mocht, op kosten van de bibliotheek. Ik fronste eerst mijn wenkbrauwen, maar ik hou wel van maffe ideeën. 'Deal', zei ik, 'maar wel in je eigen tijd. Ik betaal de entree, en ik wil na afloop wel weten of je een goed idee hebt gekregen waar we iets mee kunnen.' Op maandag stond hij voor me, superenthousiast. Raspberry Pi, dat was het helemaal. Na twee zinnen was ik kwijt waar het over ging, maar ik heb hem gezegd dat hij het idee maar verder moest uitwerken. Nu hebben we mede door zijn bezoek aan het hackersfestival, (nogal een 'weak tie' ;-) een stevig programma voor scholen en individuele geïnteresseerden om te leren programmeren, van kleuters tot volwassenen, en een community op facebook waarop kennis rondom mediawijsheid, makersbeweging en meer wordt gedeeld. Dus het klopt: voor innovatie moet je buiten je eigen wereldje kijken. Leve de creatieve geesten!
Voor bevestiging, troost en uitwisseling van dezelfde ideeën kun je heel goed binnen je eigen sterke netwerk terecht ;-)
dinsdag 19 mei 2015
Bijna naast de schoenen ;-)
Vanochtend, 19 mei, hadden wij onze halfjaarlijkse personeelsbijeenkomst bij Bibliotheek Kennemerwaard. Nu vind ik dat onze bibliotheek de beste bibliotheek van Nederland is, en ben ik vaak blij en trots op onze mensen. Overigens verwacht ik dat elke bibliotheekdirecteur vindt dat zijn/haar bibliotheek de beste van Nederland is, omdat je (hopelijk) weet dat je mensen met de beschikbare middelen het beste uit zichzelf halen ten behoeve van de maatschappij. Dus iedere bibliotheek de beste van Nederland, of in ieder geval van hun eigen plaats ;-) Maar dat terzijde.
Vanochtend hadden we eerst de presentatie van ons nieuw meerjarenbeleidsplan. Op dat plan ben ik behoorlijk trots. Het is ambitieus, het gaat ergens over en het is een plan dat is ontstaan voor en door met ons publiek, medewerkers, Raad van Toezicht, gemeenten, samenwerkingspartners. Vanochtend het plan voor alle medewerkers gepresenteerd omdat het een gezamenlijk gedragen plan is en moet blijven. De boodschap waar we voor staan kunnen we niet vaak genoeg herhalen ook voor ons zelf.
Daarna hadden we een presentatie van Inge van Dommelen. Zij vertelde ons over de veranderingen in het sociaal domein. En ze gaf ons voorbeelden van bibliotheken die net als Kennemerwaard zich profileren op het sociaal domein. Ze gaf ons in haar verhaal een groot compliment door te melden dat ze ons meerjarenbeleidsplan had gelezen. Ze raadt het nu bij andere bibliotheken waar ze adviseert graag ter lezing aan. Mooi om te horen, en haar voorbeelden van andere bibliotheken gaven inspiratie.
Na de koffiepauze kwam het grootste 'glimmoment' van de ochtend. 10 medewerkers gaven een korte pitch over waar ze mee bezig zijn. Nieuwe projecten, innovaties, of doorontwikkeling van projecten of producten waar we al langer mee aan de slag zijn. Met grote vreugde zat ik te luisteren naar korte uitleg over de projecten: programmeren voor het (basis)onderwijs (Raspberry pi); veilig puberen samen met het CJG, bedrijfskleding, of te wel herkenbaarheid van het personeel voor het publiek vergroten; Taalhuis maandelijkse ochtenden met cliënten van het Leger des Heils; EDIC (Europe Direct Information Centre); Duurzaam Doen; online wijsheid programma voor het Voortgezet Onderwijs; crowdfunding project voor een multitouchtafel; digisterker. Het plezier en de trots van de medewerkers op hun project straalde er van af. En ik zat te glimmen van trots. Wat een bevlogen mensen, wat zijn ze trots op hun werk, en wat hebben ze er overduidelijk plezier in. En wat fijn dat ze dat willen delen met hun collega's. Volgende personeelsbijeenkomst zijn er weer andere medewerkers aan de beurt. En dan zit ik vast weer te glimmen trots!
Vanochtend hadden we eerst de presentatie van ons nieuw meerjarenbeleidsplan. Op dat plan ben ik behoorlijk trots. Het is ambitieus, het gaat ergens over en het is een plan dat is ontstaan voor en door met ons publiek, medewerkers, Raad van Toezicht, gemeenten, samenwerkingspartners. Vanochtend het plan voor alle medewerkers gepresenteerd omdat het een gezamenlijk gedragen plan is en moet blijven. De boodschap waar we voor staan kunnen we niet vaak genoeg herhalen ook voor ons zelf.Daarna hadden we een presentatie van Inge van Dommelen. Zij vertelde ons over de veranderingen in het sociaal domein. En ze gaf ons voorbeelden van bibliotheken die net als Kennemerwaard zich profileren op het sociaal domein. Ze gaf ons in haar verhaal een groot compliment door te melden dat ze ons meerjarenbeleidsplan had gelezen. Ze raadt het nu bij andere bibliotheken waar ze adviseert graag ter lezing aan. Mooi om te horen, en haar voorbeelden van andere bibliotheken gaven inspiratie.
Na de koffiepauze kwam het grootste 'glimmoment' van de ochtend. 10 medewerkers gaven een korte pitch over waar ze mee bezig zijn. Nieuwe projecten, innovaties, of doorontwikkeling van projecten of producten waar we al langer mee aan de slag zijn. Met grote vreugde zat ik te luisteren naar korte uitleg over de projecten: programmeren voor het (basis)onderwijs (Raspberry pi); veilig puberen samen met het CJG, bedrijfskleding, of te wel herkenbaarheid van het personeel voor het publiek vergroten; Taalhuis maandelijkse ochtenden met cliënten van het Leger des Heils; EDIC (Europe Direct Information Centre); Duurzaam Doen; online wijsheid programma voor het Voortgezet Onderwijs; crowdfunding project voor een multitouchtafel; digisterker. Het plezier en de trots van de medewerkers op hun project straalde er van af. En ik zat te glimmen van trots. Wat een bevlogen mensen, wat zijn ze trots op hun werk, en wat hebben ze er overduidelijk plezier in. En wat fijn dat ze dat willen delen met hun collega's. Volgende personeelsbijeenkomst zijn er weer andere medewerkers aan de beurt. En dan zit ik vast weer te glimmen trots!
maandag 16 maart 2015
Voortgangsbericht van de Innovatieraad
In februari 2015 kwam de Innovatieraad opnieuw bij elkaar. Onderwerpen van de agenda waren onder andere de voortgang van een aantal projecten waaraan we geld hadden toegekend. En verder hebben we gesproken over hoe we het innovatieklimaat in Nederlandse bibliotheken (verder) kunnen bevorderen.
Allereerst een terugkoppeling van de projecten, die binnen de Innovatieraad ook hun eigen peetvaders of -moeders kennen. Wat zoveel wil zeggen dat een lid van de Innovatieraad als het nodig is met raad en daad de uitvoerders bij staat en informeert naar de stand van zaken.
a)
Online cursusplatform van DOKlab. Vorig jaar heeft de innovatieraad een
verkenningsfase gefinancierd, hiervan komt nog een verslag (waarschijnlijk voor
de volgende bijeenkomst in mei).
b)
Verhaal lokaal. DOKlab is dit project eind vorig jaar gestart, na akkoord
van de innovatieraad. De focus is het verkennen en mogelijk maken van aansluiting tussen
verhaal lokaal en de landelijke infrastructuur (en mogelijk daar buiten).
c)
Beleef het in de bieb van bibliotheek Drachten (bibliotheek Smallingerland). Dit project is eveneens eind vorig jaar
gefinancierd. In mei komen ze langs om te presenteren .
d)
Wijsheid in Crisistijd van bibliotheek Oss (Bibliotheek Noord-Oost Brabant). Het project bestaat
uit drie onderdelen. Het onderdeel training is inmiddels in gang gezet en de
aanmeldingen lopen goed. Het tweede onderdeel is de evaluatie van het originele
project, waarvoor een vragenlijst naar de deelnemers wordt gestuurd
(resulterend in rapport). Het derde onderdeel is een community voor kinderen
(groep 5-7), waarvoor een kleine pilot wordt gedaan. Er is veel animo (per
bibliotheek meerdere aanmeldingen) voor de trainingen. Bij voorstellen voor ‘in
house’ training, moet op een gegeven moment een bijdrage worden gevraagd.
e)
Raspberry Pi (Bibliotheek Kennemerwaard). 3 tot 4 Mensen werken momenteel aan dit project. Er is
samenwerking met het fablab in Alkmaar, de "Kaasfabriek". Ook zijn er contacten
met basisonderwijs, voor het ontwikkelen van lesprogramma’s en het ophalen van
de vraag bij onderwijs. Resultaten en ervaringen zullen worden gedeeld met Frysklab en
via biebtobieb met andere geïnteresseerde bibliotheken. Voor individuele klanten zijn tot nu toe vooral ‘teasers’
aangeboden, en er wordt nagedacht hoe dit een vervolg te geven (mogelijke link
met verkenning online cursusplatform).
f) Durf te vragen. Een update aan de Innovatieraad hierover is noodzakelijk gezien de ontwikkelingen tussen november vorig jaar en nu. Eind vorig jaar is Bibliotheek.nl gevraagd om een plan hoe "Durf te vragen" ingepast zou kunnen worden in het landelijk social media team. Daarop is namens de Innovatieraad feedback teruggestuurd, voornamelijk omdat het plan vooralsnog teveel gefocust was op de marketing-kant. Op dat moment was er onvoldoende tijd over om het plan te verbeteren. Omdat verdere uitscherping van het plan naar 2015 werd geschoven kwam er een praktisch probleem bij: in verband met de integratie van zowel SIOB als BNL in de KB werd het lastig om intern binnen de KB geld over te kunnen maken. Het zou dan zijn alsof de KB haar eigen projecten zou financieren door middel van het budget van de Innovatieraad.
De Innovatieraad stond voor een lastige keuze. Wij als leden van de raad blijven van mening dat een dergelijke inhoudelijke invalshoek van "Durf te vragen" (actief vragen opzoeken) waardevol is en moet worden toegevoegd aan het LSMT. De uitvoering van het idee past naar oordeel van de Innovatieraad het best bij een landelijk opererende bibliotheekorganisatie. Uiteindelijk heeft de Innovatieraad besloten om het geld wat was toegezegd niet toe te kennen. Uitvoering van het plan is op dit moment niet mogelijk binnen het team van Landelijk Social Media Team (LSMT).
Verder hebben we het gehad over een aantal ideeën die voort zijn gekomen uit een vorige Innovatie Doe Dag. ‘Semcobieb’ is
gestopt, voornamelijk vanwege gebrek aan inzet van de initiatiefnemers. Zij hadden 'zakgeld' gekregen om te kijken of het idee verder kon worden gebracht. De
redenen waarom een dergelijk idee niet van de grond is gekomen, kunnen
waardevolle lessen bevatten voor anderen. Er is meer nodig dan alleen een goed
idee, zoals partnerschappen en commitment van de directeur van je organisatie.
Er wordt afgesproken dat de raad gaat nadenken over manieren waarop dergelijke
‘mislukkingen’ kunnen worden gedeeld, bijvoorbeeld een boekje zoals vorig jaar,
een blog / column op biebtobieb of elders, of een ‘faal’-bijeenkomst (durf te
falen). Twee leden van de Innovatieraad komen met een plan over hoe we dit kunnen gaan organiseren.
Dat is misschien wel het belangrijkste wat we als Innovatieraad kunnen doen. Goede ideeën ondersteunen, maar ook vooral daar waar nodig informatie delen over hoe je een idee verder brengt. Want alleen een goed idee is niet genoeg. Je hebt medestanders nodig, geld en tijd in sommige gevallen. Soms heb je goed projectmanagement nodig, of juist procesmanagement. Soms gaat het om een cultuurverandering binnen een organisatie om ruimte te krijgen voor innovatie. Binnen de verschillende bibliotheken in Nederland zijn er verschillende stadia van innovatiekracht te herkennen. Elke bibliotheek heeft wel medewerkers met goede ideeën. Maar hoe zorgen we er voor dat ze ook verder komen dan het hebben van een goed idee? Hoe krijg je voor elkaar dat we meer van elkaar gaan leren en informatie delen over vernieuwen en innoveren?
dinsdag 6 januari 2015
Innovatieplein bij de OB Amsterdam
Vanochtend mocht ik in de jury zitten van het innovatieplein van bibliotheek Amsterdam. Samen met Dimitar Ruskov (winnaar vorig jaar) en Martin Berendse, directeur van de OBA. Het innovatieplein wordt ieder jaar gehouden, als start van het nieuwe seizoen van het Amsterdamse communicatieplein. Dat is een maandelijkse bijeenkomst waarin kennis wordt gedeeld, en medewerkers de kans krijgen om zich bij te laten praten over ontwikkelingen in de maatschappij en de bibliotheek. Een initiatief dat al een flink aantal jaren loopt, sinds 2005 heb ik me vanochtend laten vertellen. En de eerste van het jaar is dan een innovatieplein, waarvoor medewerkers ideeën kunnen inzenden. De winnaars krijgen € 5.000,-- en 100 uur om hun idee uit te voeren.

Dit jaar waren er vijf inzenders:
Van de
eerste drie voorstellen is een filmpje gemaakt, deze zijn te zien via: https://www.youtube.com/user/OBAinnovatie en de laatste twee hadden hun voorstel uitgewerkt op papier. De jury had zich dus al kunnen voorbereiden op de voorstellen. Vanochtend kregen alle inzenders de mogelijkheid hun idee nog eens te presenteren voor hun collega's en de jury in een pitch.
Als altijd kan ik zo blij worden van collega's die een idee hebben en daar voor willen gaan. Ook vanochtend zag ik bevlogen mensen die kennis willen delen, de organisatie vooruit willen helpen of die in de maatschappij een verschil willen maken. Inhoudelijk gedreven mensen, die trots zijn op hun vak en hun organisatie. Uiteindelijk heeft Martin als voorzitter van de jury besloten om de prijzenpot wat verder op te rekken, dat is fijn dat je als directeur die 'macht' hebt. Er waren dus vijf winnaars, 2 bronzen, 2 zilveren en 1 gouden winnaar. Brons kreeg € 500,-- voor de op start van het idee, zilver (geloof ik) € 2.000,-- en de winnaar dus € 5.000,--
Natuurlijk heeft het er om gespannen in de jurybesprekingen. Wat vonden we nou het beste, wat had de X-factor, wat sloot aan bij het nieuwe beleidsplan van de OBA? En uiteindelijk kies je dan voor iets waar je een warm gevoel van krijgt, waar je blij van wordt: Andrea van Wely. Met een prachtig voorstel om de bij veel bibliotheken in het verdomhoekje geraakte muziekcollectie een nieuw bestaansrecht te geven, een voorstel dat veel mensen een stukje gelukkiger kan maken. Omdat je dementerende mensen een stuk geheugen terug kunt geven en het contact met hun omgeving weer nieuwe openingen geeft. Inhoud en impact gecombineerd.
Tweede werden Frank Verbeek en Iet Wiersma en brons was voor het team IJburg en Annick Peskens. En voor allen de grote waardering dat ze met nieuwe ideeën zijn gekomen, waar ze eigen tijd in hebben gestoken om het voor te bereiden. Een klein begin van guerrilla-innovatie is er ook in de OBA ;-)

Dit jaar waren er vijf inzenders:
· Andrea van
Wely met het idee 'Muziek op maat'
· Frank Verbeek
met het idee 'StudyShare'
· Het IJburg
team met het idee 'Mediawijsheid4kids'
· Iet Wiersma
met het idee ‘ons OBA-merk zichtbaar maken’
· Annick
Peskens met twee voorstellen:
o ‘filmen van communicatieplein voor
medewerkers die er niet bij kunnen zijn’
o ‘boekenlijsten over bepaalde thema's
maken’
Als altijd kan ik zo blij worden van collega's die een idee hebben en daar voor willen gaan. Ook vanochtend zag ik bevlogen mensen die kennis willen delen, de organisatie vooruit willen helpen of die in de maatschappij een verschil willen maken. Inhoudelijk gedreven mensen, die trots zijn op hun vak en hun organisatie. Uiteindelijk heeft Martin als voorzitter van de jury besloten om de prijzenpot wat verder op te rekken, dat is fijn dat je als directeur die 'macht' hebt. Er waren dus vijf winnaars, 2 bronzen, 2 zilveren en 1 gouden winnaar. Brons kreeg € 500,-- voor de op start van het idee, zilver (geloof ik) € 2.000,-- en de winnaar dus € 5.000,--
Natuurlijk heeft het er om gespannen in de jurybesprekingen. Wat vonden we nou het beste, wat had de X-factor, wat sloot aan bij het nieuwe beleidsplan van de OBA? En uiteindelijk kies je dan voor iets waar je een warm gevoel van krijgt, waar je blij van wordt: Andrea van Wely. Met een prachtig voorstel om de bij veel bibliotheken in het verdomhoekje geraakte muziekcollectie een nieuw bestaansrecht te geven, een voorstel dat veel mensen een stukje gelukkiger kan maken. Omdat je dementerende mensen een stuk geheugen terug kunt geven en het contact met hun omgeving weer nieuwe openingen geeft. Inhoud en impact gecombineerd.
Tweede werden Frank Verbeek en Iet Wiersma en brons was voor het team IJburg en Annick Peskens. En voor allen de grote waardering dat ze met nieuwe ideeën zijn gekomen, waar ze eigen tijd in hebben gestoken om het voor te bereiden. Een klein begin van guerrilla-innovatie is er ook in de OBA ;-)
dinsdag 30 september 2014
Een duwtje in de rug
Op 18 september heeft de Innovatieraad voor het eerst geld toegekend aan de ingediende projecten die door Edwin Mijnsbergen in zijn inventarisatie naar voren waren gekomen. Een stevig aantal projecten vanuit het hele land. Meer dan honderdvijftig projecten, groot en klein, en soms ook rijp en groen door elkaar. De hele lijst overziend moet ik zeggen dat ik als voorzitter van Innovatieraad heel blij ben met het overzicht. Wat gebeurt er veel in bibliotheekland!
Adeline en Johan van het SIOB en B.NL hebben een aantal dagen hard gewerkt om al die projecten in te delen op de velden van Cohen, en om ze te scoren op haalbaarheid, vernieuwend, schaalbaarheid, complexiteit. Een ware heldendaad hebben ze verricht met al dat werk! Want het is niet eenvoudig om die projecten goed te duiden, dat konden we merken bij de bespreking er van. Want wat voor de ene organisatie nieuw is, is voor een ander al gesneden koek. Terwijl op een ander domein misschien diezelfde vooruitstrevende bibliotheek nog een beginneling is. Dat maakt het wegen echt niet eenvoudig, en toont ook aan dat er in het bibliotheekveld in Nederland heel veel bibliotheken in diverse stadia van innovatie bezig zijn in diverse domeinen. Dus alle hulde aan Adeline en Johan en aan alle bibliotheken.
We hebben uiteindelijk besloten om niet zelf als innovatieraad de scores nog eens dunnetjes over te doen. Dat zou tot ellenlange discussies leiden, en wellicht haarkloverij op wanneer iets innovatief was, en wanneer niet. We hebben de projecten met de hoogste scores beoordeeld op basis van ons gevoel. Werden we er warm van, enthousiast. Draagt een project naar ons idee iets bij aan de ontwikkeling van de bibliotheek, aan het toekomstige bibliotheekwerk in al zijn veelvormigheid?
Van te voren hebben we heel duidelijk afgesproken dat leden van de Innovatieraad, waaronder ook ikzelf natuurlijk, zich van stemming zouden onthouden op projecten die door hun eigen organisaties waren ingediend. Dat om belangenverstrengeling te voorkomen. De overige innovatieraadleden zijn wel zo kritisch op projecten dat er geen sprake is van songfestivalstemgedrag ;-) dus er worden geen stemmen gegeven omdat we elkaars buren zijn, of elkaar zo aardig vinden.
Binnen drie groepen van de beleidsvelden van Cohen is er uiteindelijk geld toegekend aan projecten. In de vierde groep bleken alle projecten al geld te hebben gekregen in een eerdere ronde, en dat leek ons dan voldoende. Wat was voor ons nou de overweging om deze projecten uit te kiezen.
Durf te vragen: dit project ziet de Innovatieraad in relatie tot het Landelijk Social Media Team (LSMT). Hiermee wordt al een stevige invulling gegeven aan nieuw bibliotheekwerk, luisteren naar de vraag van burgers op sociale media, en die interactief op de hoogte stellen van wat de bibliotheek allemaal te bieden heeft. En ook webcare zit al in dit project ingebed. Maar wat er nog niet heel erg in zit, is het digitale inlichtingenwerk, Dus bij het luisteren over wat er allemaal rondom lezen, luisteren, films etc op Twitter en Facebook voorbij komt, vragen rondom thema's die voor de bibliotheek relevant zijn beantwoorden. Omdat naar het oordeel van de Innovatieraad daarmee die landelijke dienstverlening een verdere verdieping krijgt hebben we het project van Esther Valent uitgekozen. Het landelijk Social Media Team krijgt de opdracht om samen met Esther haar idee te borgen in het LSMT, en een business case te maken zodat dit project ook geborgd kan worden binnen de dienstverlening van de bibliotheken die hier aan mee (gaan) doen.
Wijsheid in tijden van crisis en Lezers van Stavast: Dit twee projecten geven naar ons idee een nieuwe impuls aan het bibliotheekwerk. De kennis van de bibliothecaris staat weer centraal, maar ook zijn nieuwsgierigheid, zijn reflectie op de maatschappij en de wens om daar met burgers over van gedachten te wisselen. De bibliothecaris als programmeur, begeleider, filosoof, spiegel. Een project waar veel bibliotheken in hun werkgebied ook een spin-off van kunnen maken,
Raspberry Pi: Een project gericht op het leren programmeren, kennis maken met open source programmeertaal en zo jongeren samen laten werken in het vinden van oplossingen voor bepaalde vraagstukken, of gewoon samen leuke of grappige dingen maken. Achterliggend programma van dit project is de bibliotheek van 100 talenten, waarbij de bibliotheek aansluit bij de diverse intelligentie van kinderen en niet alleen op leesvaardigheid of mediawijsheid focust. De Innovatieraad ziet in dit project een mooie kans om samen te werken met de bibliotheken die al met een 'Makerslibrary' bezig zijn, en geeft dat dus ook als opdracht mee.
Al met al een mooie eerste oogst uit een rijk veld van inzendingen. Ik ben benieuwd naar wat er in het najaar nog meer in de prijzen valt.
Adeline en Johan van het SIOB en B.NL hebben een aantal dagen hard gewerkt om al die projecten in te delen op de velden van Cohen, en om ze te scoren op haalbaarheid, vernieuwend, schaalbaarheid, complexiteit. Een ware heldendaad hebben ze verricht met al dat werk! Want het is niet eenvoudig om die projecten goed te duiden, dat konden we merken bij de bespreking er van. Want wat voor de ene organisatie nieuw is, is voor een ander al gesneden koek. Terwijl op een ander domein misschien diezelfde vooruitstrevende bibliotheek nog een beginneling is. Dat maakt het wegen echt niet eenvoudig, en toont ook aan dat er in het bibliotheekveld in Nederland heel veel bibliotheken in diverse stadia van innovatie bezig zijn in diverse domeinen. Dus alle hulde aan Adeline en Johan en aan alle bibliotheken.
We hebben uiteindelijk besloten om niet zelf als innovatieraad de scores nog eens dunnetjes over te doen. Dat zou tot ellenlange discussies leiden, en wellicht haarkloverij op wanneer iets innovatief was, en wanneer niet. We hebben de projecten met de hoogste scores beoordeeld op basis van ons gevoel. Werden we er warm van, enthousiast. Draagt een project naar ons idee iets bij aan de ontwikkeling van de bibliotheek, aan het toekomstige bibliotheekwerk in al zijn veelvormigheid?
Van te voren hebben we heel duidelijk afgesproken dat leden van de Innovatieraad, waaronder ook ikzelf natuurlijk, zich van stemming zouden onthouden op projecten die door hun eigen organisaties waren ingediend. Dat om belangenverstrengeling te voorkomen. De overige innovatieraadleden zijn wel zo kritisch op projecten dat er geen sprake is van songfestivalstemgedrag ;-) dus er worden geen stemmen gegeven omdat we elkaars buren zijn, of elkaar zo aardig vinden.
Binnen drie groepen van de beleidsvelden van Cohen is er uiteindelijk geld toegekend aan projecten. In de vierde groep bleken alle projecten al geld te hebben gekregen in een eerdere ronde, en dat leek ons dan voldoende. Wat was voor ons nou de overweging om deze projecten uit te kiezen.
Durf te vragen: dit project ziet de Innovatieraad in relatie tot het Landelijk Social Media Team (LSMT). Hiermee wordt al een stevige invulling gegeven aan nieuw bibliotheekwerk, luisteren naar de vraag van burgers op sociale media, en die interactief op de hoogte stellen van wat de bibliotheek allemaal te bieden heeft. En ook webcare zit al in dit project ingebed. Maar wat er nog niet heel erg in zit, is het digitale inlichtingenwerk, Dus bij het luisteren over wat er allemaal rondom lezen, luisteren, films etc op Twitter en Facebook voorbij komt, vragen rondom thema's die voor de bibliotheek relevant zijn beantwoorden. Omdat naar het oordeel van de Innovatieraad daarmee die landelijke dienstverlening een verdere verdieping krijgt hebben we het project van Esther Valent uitgekozen. Het landelijk Social Media Team krijgt de opdracht om samen met Esther haar idee te borgen in het LSMT, en een business case te maken zodat dit project ook geborgd kan worden binnen de dienstverlening van de bibliotheken die hier aan mee (gaan) doen.
Wijsheid in tijden van crisis en Lezers van Stavast: Dit twee projecten geven naar ons idee een nieuwe impuls aan het bibliotheekwerk. De kennis van de bibliothecaris staat weer centraal, maar ook zijn nieuwsgierigheid, zijn reflectie op de maatschappij en de wens om daar met burgers over van gedachten te wisselen. De bibliothecaris als programmeur, begeleider, filosoof, spiegel. Een project waar veel bibliotheken in hun werkgebied ook een spin-off van kunnen maken,
Raspberry Pi: Een project gericht op het leren programmeren, kennis maken met open source programmeertaal en zo jongeren samen laten werken in het vinden van oplossingen voor bepaalde vraagstukken, of gewoon samen leuke of grappige dingen maken. Achterliggend programma van dit project is de bibliotheek van 100 talenten, waarbij de bibliotheek aansluit bij de diverse intelligentie van kinderen en niet alleen op leesvaardigheid of mediawijsheid focust. De Innovatieraad ziet in dit project een mooie kans om samen te werken met de bibliotheken die al met een 'Makerslibrary' bezig zijn, en geeft dat dus ook als opdracht mee.
Al met al een mooie eerste oogst uit een rijk veld van inzendingen. Ik ben benieuwd naar wat er in het najaar nog meer in de prijzen valt.
dinsdag 12 augustus 2014
Wat gaat de Innovatieraad het komende half jaar doen?
We
communiceren via onze eigen open groep op biebtobieb, waar onder meer verslag is
gedaan over de eerste bijeenkomst. Daar hebben we ook een oproep gedaan voor ideeën, vraagstukken en thema’s
die de sector bezighouden. De afzonderlijke leden van de innovatieraad reageren
via de open discussie op biebtobieb op ingebrachte ideeën en vragen. Daarnaast hebben
we een eigen twitteraccount, @innovatieraad, waar we zoveel mogelijk
interessante tweets met betrekking tot (bibliotheek)innovatie verspreiden.
Beide kanalen kunnen ook naar hartenlust gebruikt worden om de raad te
benaderen.
Eind 2013 zijn vanuit de Innovatieagenda vier projecten gefinancierd: alle
projectleiders presenteren in de loop van 2014 hun project bij de
innovatieraad. Daarnaast zullen ook andere projecten die in voorgaande jaren
met innovatiegeld van SIOB/BNL zijn ondersteund de revue passeren.
![]() |
| https://innovatiemanagement.wikispaces.com/Model+van+Tidd+voor+het+innovatieproces |
In de twee bijeenkomsten van de innovatieraad is onder andere uitvoerig
gesproken over een visie op innovatie, ofwel een gezamenlijk uitgangspunt,
welke bepalend is voor de activiteiten van en ondersteuning door de raad. Een notitie over dit model is in de zomer gepubliceerd.
Dit model zullen we gebruiken om
te oordelen over de ondersteuning van ideeën, pilots en projecten in de tweede
helft van 2014. We halen ideeën op met behulp van onder meer de inventarisatie
van vorig jaar, uitkomsten van events als de innovatiedoedag en aangedragen ideeën vanuit het veld
(bijvoorbeeld via biebtobieb). En we vragen Edwin Mijnsbergen of hij een update
van de inventarisatie wil maken, zodat we een(zo) actueel (mogelijk) beeld hebben. Wat we
verder nog willen doen is een update van de projectinventarisatie,
uitwerking van kennisdeling en het organiseren van meer events zoals een
innovatiedoedag, om de innovatiewil en –kracht levend te houden in de branche
juist ook bij de doenkers.
Heb je opmerkingen, vragen, ideeën die je met ons wilt delen, schroom dan
niet, voel je uitgenodigd om met één van ons contact op te nemen via biebtobieb
of onze twitteraccount.
maandag 11 augustus 2014
Wat heeft het eerste half jaar van de Innovatieraad opgeleverd?, deel 3
Omdat de
innovatieraad van het SIOB ook nog zakgeld heeft gekregen, € 100.000,--
innovatiegeld hebben we een oproep gedaan via biebtobieb om met
innovatievoorstellen te komen waaruit wij een keuze kunnen maken of we daar
geld voor beschikbaar willen stellen. We kregen tot nu toe zes voorstellen en vragen: google glass, durf te vragen,
denktank, registratiesystemen, lezen en leesplezier en sociotheek die in de
vergadering zijn besproken en waar vervolgens per voorstel op biebtobieb
terugkoppeling op is gegeven. Vooralsnog hebben we voor geen van de ideeën nog
geld beschikbaar gesteld. Of omdat er al iets was wat er op leek, en we de
indieners daarmee in contact konden
brengen; soms nog te weinig onderbouwd, ook niet na doorvragen of omdat voor
ons de koppeling met de doelstelling van de bibliotheek niet helder was.
We zijn er ons van bewust dat het gevaarlijk is om je als
raad een mening aan te meten over innovatie in de branche, en over hoe die vorm
gegeven zou moeten worden. Daarom zijn Adeline van der Berg (SIOB) en Johan
Stapel (B.NL) (begeleiders innovatieraad) nog eens wezen praten met Bert Mulder
(lector aan de Haagse Hogeschool en een
van de inleiders tijdens de eerste innovatiedenkdag najaar 2013). Naar
aanleiding van de terugkoppeling van dat gesprek kwamen wij tot een verdere
aanscherping van onze visie. We hebben als raad maar een beperkt budget, daarmee
moeten we voor een bepaalde focus kiezen. Anders gezegd: aan welke soorten
innovatie draagt de raad bij? Bert Mulder impliceert disruptieve innovatie in
plaats van incrementele – is dat de juiste weg of verdienen verbetertrajecten
en/of het afmaken van bestaande projecten meer aandacht? In gewoon Nederlands
;-) willen we gaan voor groots en meeslepende innovaties die de branche op zijn
kop zet, of willen we gaan voor een groeiproces, waarin verandering in de
branche meer geleidelijk kan gaan. Als innovatie wordt gezien als proces, op
welke fases zou de raad dan moeten focussen? Biedt het rapport van commissie Cohen een kader
voor deze focus? In hoeverre zouden de verschillende fases zoals beschreven in Permanent Innovation van Langdon Morris als
richtlijn kunnen dienen?
Naar aanleiding van uitspraken van Bert Mulder, passeren
een aantal verschillende mogelijke scenario’s voor het besteden van het budget
de revue: een wedstrijd, poll, jaarlijkse bijdrage aan een ‘innovatiecentrum’
die daarmee het vertrouwen van de raad krijgt, onderscheid maken in klein en
groot geld, nieuwe projecten, verbeterprojecten en groeiprojecten.
![]() |
| www.hansklaasse.nl |
We kiezen in eerste instantie dus meer voor de
incrementele projecten, waarbij ik niet uitsluit dat er toch ruimte is voor een
disruptieve besteding van het innovatiegeld. Maar dat zou wel eens kunnen
betekenen dat wij dat als innovatieraad ook zodanig moeten herkennen en daar
vol achter willen gaan staan. Dat we begeesterd raken van een idee en allemaal
vol geloven in het idee van die innovator. Maar ik heb dat soort ideeën nog
niet binnen zien komen, en ik weet ook niet of die zich bij ons zouden melden
;-) We hebben uiteindelijk een driesporenmodel van innovatie
ontwikkeld wat we voor onszelf als
richtlijn gebruiken, aan de hand waarvan we ingediende projecten beoordelen. Als
je dus van plan bent om een project in te dienen bij ons neem dan dit model in
ieder geval even in ogenschouw. Kun je vast wel gebruiken bij het indienen van
je project ;-)
vrijdag 8 augustus 2014
Wat heeft een half jaar Innovatieraad opgeleverd, deel 2
Over zoiets als innovatie ben je natuurlijk niet zomaar uitgepraat, zeker niet met de groep zeer bevlogen mensen in de raad. Dus bij onze tweede meeting hebben we nogmaals onze verbale messen gescherpt en met elkaar gesproken over lacunes en aandachtsgebieden.
We hebben gediscussieerd over borging en evaluatie van resultaten. De lessons learned zijn van groot belang voor de betrokken organisatie, en voor de branche. Je zou wel eens meer kunnen leren van wat er mis is gegaan, dan van de successen.Wij zien het als onze rol het delen van lessons learned na afronding van het project te signaleren en te stimuleren. Bij aanvang van het project moet al nagedacht worden over hoe het product / de dienst kan worden verduurzaamd (‘je begint pas te leren als het project al is afgerond’). Aan de ene kant gaat het daarbij om borging en voortzetting van de resultaten, anderzijds om overdraagbaarheid naar het landelijk niveau. Wanneer hoort een project/dienst/product op welke plek thuis in het gehele stelsel? Moeten wij daar als innovatieraad en rol in spelen en zo ja hoe dan? Of bewijzen goede projecten zichzelf?
Wat natuurlijk ook ter tafel is gekomen is de lokale diversiteit: gezien de aard van de sector (decentraal), lijkt het soms alsof het krioelt van de initiatieven en projecten, hoewel het ook noodzakelijke lokale variaties betreft. Voor ons is het de kunst om hier de uitschieters uit te selecteren. De verbinding op nationaal niveau vindt op dit moment bijvoorbeeld plaats met de nieuwe wetgeving en het rapport van de commissie Cohen. Verder zal Edwin Mijnsbergen weer een nieuwe inventarisatie doen van innovatieve projecten in het land, waardoor er een beter overzicht ontstaat. We hopen als raad dat juist door die inventarisatie bibliotheken die min of meer met hetzelfde bezig zijn ‘de geest’ krijgen om contact met elkaar te leggen en te kijken of er door krachtenbundeling niet een groter effect kan worden bereikt. Daarnaast denken we dat sommige issues de sector als geheel kunnen bedreigen; de raad kan daarin een signalerende rol spelen. Die zullen wij dan aankaarten bij de Koninklijke Bibliotheek en bij de VOB.
![]() |
| Kennismaking van deelnemers IDD, foto door Moqub |
De Innovatiedoedag verdient wel een aparte plek. Min of meer ontstaan uit de bootcamplibrary is in 2012 door een groep bibliothecarissen en betrokken mensen van buiten de branche een eerste IDD georganiseerd in Middelburg. Vooral weinig managers ;-) maar doenkers (denkers en doeners) die samen aan de slag gingen met ideeën. Persoonlijke noot van mij als voorzitter is dat ik hoop dat we met het ondersteunen van IDD bibliothecarissen even net dat extra steuntje in de rug kunnen geven om verder te gaan in hun ideeën. Misschien krijgen ze nog niet de handen op elkaar bij hun eigen directeur, maar door samen met collega’s en bevlogen mensen van buiten de branche aan hun idee te werken wordt hun verhaal sterker en de kans op uitvoering, ergens in het land, groter.
Op woensdag 21 mei de tweede Innovatiedoedag plaats, gedeeltelijk gesponsord vanuit de Innovatieagenda. Veertig deelnemers van bibliotheken, maar ook van daarbuiten, kwamen bijeen in Soest om nieuwe ideeën te bedenken in unconference-vorm. Tijdens de eindpresentatie in Idea passeerden diverse plannen de revue, die uiteenliepen van een culibieb (samen eten, tuinieren, koken en kennisdelen), een taal- en een mediawijsheidspel, tot ‘Gevonden!’, waarin de bibliotheekmedewerker met haar specifieke kennis en ervaring centraal staat. Wij als innovatieraad sloten aan het eind van de dag aan en zeiden toe de gepitchte ideeën – en mogelijke manieren van ondersteuning – te bespreken in de volgende vergadering op 19 juni.
Er zijn diverse (video)verslagen van de dag beschikbaar op de IDD-website. Inmiddels hebben we twee projecten aanmoedigingsgeld beschikbaar gesteld.
donderdag 7 augustus 2014
Wat heeft het eerste half jaar Innovatieraad opgeleverd? deel 1
Eerst maar even
de ontstaansgeschiedenis, ingegeven door de ervaringen en aanbevelingen die het SIOB afgelopen Jaren
had opgedaan met innovatie in de branche kwam zij in 2013 met het idee een
innovatieraad op te richten. De
innovatieraad zou moeten zorgen voor draagvlak, krachtenbundeling en inspraak
op het gebied van bibliotheekinnovatie. Eind 2013 werd de landelijke innovatieraad
opgericht (zie hier voor de doelstelling en de taakomschrijving).
De
raad bestaat uit de volgende personen: Theo Peeters - Theek5, Jos Debeij - de
Bibliotheek Deventer, Jacques Malschaert - Bibliotheekservice Fryslân, Theo
Meereboer - COMMiDEA, Frank Huysmans – WareKennis en ik zelf Erna Winters -
Bibliotheek Kennemerwaard (voorzitter).
We
zijn sinds de startbijeenkomst op 20 februari meerdere keren bij elkaar
geweest, in totaal nu 3 keer. Vooral de eerste twee bijeenkomsten gingen heel
erg over wat wij als raad nu verstaan onder innovatie, wat voor type innovaties
wij belangrijk vinden, en hoe wij als raad een bijdrage kunnen leveren aan
innovaties in de branche. Naast een roadmap van het SIOB, welke prioriteiten en
aandachtsgebieden liggen er voor dit jaar, en hoe gaan we daar mee om, hadden
we het ook vooral over onze visie op innovatie. We kwamen tot onder andere de
volgende overwegingen:
![]() |
| TNS-NIPO |
-
Innovaties zijn niet alleen digitaal: er ligt ook een inhoudelijke nadruk
op het belang van lezen en informatievaardigheden. Technologische ‘snufjes’
moeten wel een goed inhoudelijk verhaal hebben, te linken zijn aan de
doelstelling van de bibliotheek.
-
De link naar de maatschappelijke doelstelling van de bibliotheek is een
belangrijk criterium, waarbij inhoudelijke speerpunten uit het rapport Cohen als
basis gelden.
-
We willen een klimaat van innovatie bewerkstelligen en instrumenten gebruiken
om innovatiekracht te vergroten, zoals een innovatiedoedag. Een innovatieve
organisatiecultuur en veranderingen in benodigde vaardigheden voor medewerkers
spelen daarin een grote rol.
-
Procesmatig willen wij ervoor zorgen dat projecten tot wasdom worden
gebracht en goed worden ingebed in organisaties. Daarnaast willen wij uitgaan
van een bewezen noodzaak van een oplossing; betrokkenen moeten zelf ook bereid
zijn tijd en geld te investeren.
Wij
als leden van de innovatieraad zien een grote kans om het ‘eigenaarschap’ van
innovatie goed te beleggen, innovatie te organiseren en daarmee innovatieve
initiatieven beter tot wasdom te laten komen door het toekennen van
stimuleringsgelden. Als randvoorwaarde aan het toekennen van stimuleringsgeld
vinden we dat resultaten moeten kunnen worden hergebruikt (overdraagbaarheid en
opschaalbaarheid van projecten en ideeën) en vinden we kennisdeling met de
branche uitermate belangrijk.
Dit was de eerste van een aantal blogs, er volgen er nog meer.
Dit was de eerste van een aantal blogs, er volgen er nog meer.
donderdag 8 augustus 2013
New Librarianship, deel 5, verbeter de maatschappij
Een bekend gezegde luidt: verbeter de wereld, begin bij jezelf. Hij had zo maar in de Atlas van David Lankes kunnen staan. In de module over de gemeenschap wijdt hij ook een film aan het verbeteren van de maatschappij.
Lankes begint er mee dat als je de maatschappij, de gemeenschap waarvoor je werkt wilt verbeteren, dat je dan eerst moet bepalen wat die gemeenschap nodig heeft om zichzelf te kunnen verbeteren. Hij grijpt dat naar wat hij de fundamenten van New Librarianship noemt:
Kennis: een intellectuele vrijheid en veiligheid om te kunnen leren
Facilitering: het mogelijk maken (heb ik in eerdere blog al iets over gezegd)
waarden en normen van de bibliothecaris: leren, openheid en transparantie en intellectuele eerlijkheid. Je kunt als bibliothecaris in de 'nieuwe bibliotheek' niet onbevooroordeeld zijn. Dat is een utopie die niet waar te maken valt. Wat je wel kunt en moet doen is eerlijk zijn over wat je hebt gedaan. Als jij als bibliothecaris informatie voor iemand zoekt kun je uitleggen wat je hebt gedaan, waar je hebt gezocht en welke bronnen jij relevant heb geacht. En daarbij stellen dat het naar jouw eer en geweten compleet is, maar dat je dat niet kunt garanderen en dat je je graag laat bijpraten om van te leren als iemand meer en andere relevante informatie op een andere plek heeft gevonden.
Lankes heeft het ook over de verplichtingen van een New Librarian. (Ik ben dol op verplichtingen ;-) Hij zegt dat innovatie en leiderschap voor iedere bibliothecaris noodzakelijk zijn. Het is een fundamentele voorwaarde om Nieuw Bibliotheekwerk te kunnen realiseren. Hij zegt dat ook al werk je in een conservatieve gemeenschap, je toch moet uitdragen hoe belangrijk verandering is. Daag die gemeenschap en jezelf uit om te kijken waar men zichzelf kan verbeteren.
Innovatie gaat gepaard met fouten maken. Dat moet je accepteren en meenemen in je werkwijze. Je moet veel experimenteren, en die experimenten wel monitoren. Want je wilt van je ervaringen leren en jezelf verbeteren. Dat kan niet als je niet van te voren bedenkt wat je doel en beoogd resultaat is, en vervolgens bekijkt op resultaat en proces hoe het gaat.
Lankes vindt ook dat iedereen bij een bibliotheek verantwoordelijk is voor innovatie. Dat betekent niet dat je altijd helemaal andere dingen moet gaan doen of bedenken. Je kunt ook ervaringen van collega's overnemen als je denkt dat die effectief zouden kunnen zijn. Je kunt ook dat wat je doet efficiënter proberen te doen, en kijken wat je met de vrijgekomen tijd zou kunnen doen ten behoeve van je burgers. Lankes vindt dat je nooit een 'werkbij' mag worden als bibliothecaris. Dus alleen hard werken en je huidige werk goed doen is niet goed genoeg. Je moet altijd op zoek zijn naar verbeteringen in je dienstverlening, met een positieve houding. Mijn reactie daarbij was: YES! en ophouden met roepen wat er allemaal niet deugt, maar draag verbeteringen aan, neem je verantwoordelijkheden.
Lankes zegt dat bibliothecarissen radicalen moeten zijn. Verbeteraars van de gemeenschap, 'change agents'. Opkomen voor sociaal recht en sociale verbetering. Onze eigen principes serieus nemen en evangelisten worden voor onze eigen professie. Wij zijn geen leiders in de zin dat we aan de gemeenschap opleggen dat wat wij vinden, maar we pushen en dagen onze burgers uit om een betere samenleving te maken. En dat laatste verschilt dus per gemeenschap.
Dit pleidooi van Lankes is mij op veel vlakken uit het hart gegrepen. Zoals veel van jullie weten ben ik een voorstander van guerrilla innovatie. Aan de slag gaan met een goed idee en dan je teamleider of je directeur overtuigen van nut en noodzaak. Kijken naar wat er in je gemeenschap speelt, en wat er binnen je gemeente speelt. Niet helemaal hetzelfde ;-)
Voor de verantwoording van je subsidie is het laatste erg handig. De gemeenteraadsverkiezingen komen er weer aan, en als de collegeprogramma's er straks liggen is het ongelooflijk belangrijk om te kijken op welke onderwerpen je als bibliotheek een ondersteunende, ontzorgende rol kunt spelen voor de gemeente. Gemeente wil leefbaarheid in kernen?: organiseer ontmoetingsochtenden voor diverse doelgroepen zodat men elkaar leert kennen en met elkaar in gesprek kan. Help die civil society bouwen.
Gemeente vindt duurzaamheid belangrijk?: organiseer informatiebijeenkomsten voor burgers, geef lokale ondernemers een podium om iets te vertellen over hun producten, organiseer 'groen'markten samen met andere partijen, maak een digitaal loket waar je vragen kunt stellen en zorg voor een netwerk van vraagbeantwoorders.
Sluit aan en ga het gesprek aan over wat jij als bibliotheek bij kunt dragen aan het bereiken van doelstellingen van de gemeente.
Voor het verbeteren van je gemeenschap op de manier van Lankes, daarvoor hebben we denk ik nog een hele weg te gaan. Want echt in gesprek met burgers over wat zij als gemeenschap zouden willen zijn, en hoe de bibliotheek ze kan ondersteunen, ik ken geen voorbeeld van een bibliotheek die er op die manier mee omgaat. Bibliotheek Maasland misschien? Ik hou me aanbevolen voor voorbeelden. Ik vind het een mooie ambitie, en ik twijfel tegelijkertijd moet ik eerlijk zeggen. Trek je als bibliotheek niet een te grote broek aan? Kunnen we dat ook echt waar maken? Of moeten we het nastreven, en duidelijk maken, in alle transparantie, dat het voor ons ook een leerproces is. Dat we samen willen leren en samen een verbetering willen nastreven. En moeten we er gewoon mee beginnen....
Lankes begint er mee dat als je de maatschappij, de gemeenschap waarvoor je werkt wilt verbeteren, dat je dan eerst moet bepalen wat die gemeenschap nodig heeft om zichzelf te kunnen verbeteren. Hij grijpt dat naar wat hij de fundamenten van New Librarianship noemt:
Kennis: een intellectuele vrijheid en veiligheid om te kunnen leren
Facilitering: het mogelijk maken (heb ik in eerdere blog al iets over gezegd)
waarden en normen van de bibliothecaris: leren, openheid en transparantie en intellectuele eerlijkheid. Je kunt als bibliothecaris in de 'nieuwe bibliotheek' niet onbevooroordeeld zijn. Dat is een utopie die niet waar te maken valt. Wat je wel kunt en moet doen is eerlijk zijn over wat je hebt gedaan. Als jij als bibliothecaris informatie voor iemand zoekt kun je uitleggen wat je hebt gedaan, waar je hebt gezocht en welke bronnen jij relevant heb geacht. En daarbij stellen dat het naar jouw eer en geweten compleet is, maar dat je dat niet kunt garanderen en dat je je graag laat bijpraten om van te leren als iemand meer en andere relevante informatie op een andere plek heeft gevonden.
![]() |
| www.jeroensteehouwer.nl |
Lankes heeft het ook over de verplichtingen van een New Librarian. (Ik ben dol op verplichtingen ;-) Hij zegt dat innovatie en leiderschap voor iedere bibliothecaris noodzakelijk zijn. Het is een fundamentele voorwaarde om Nieuw Bibliotheekwerk te kunnen realiseren. Hij zegt dat ook al werk je in een conservatieve gemeenschap, je toch moet uitdragen hoe belangrijk verandering is. Daag die gemeenschap en jezelf uit om te kijken waar men zichzelf kan verbeteren.
Innovatie gaat gepaard met fouten maken. Dat moet je accepteren en meenemen in je werkwijze. Je moet veel experimenteren, en die experimenten wel monitoren. Want je wilt van je ervaringen leren en jezelf verbeteren. Dat kan niet als je niet van te voren bedenkt wat je doel en beoogd resultaat is, en vervolgens bekijkt op resultaat en proces hoe het gaat.
Lankes vindt ook dat iedereen bij een bibliotheek verantwoordelijk is voor innovatie. Dat betekent niet dat je altijd helemaal andere dingen moet gaan doen of bedenken. Je kunt ook ervaringen van collega's overnemen als je denkt dat die effectief zouden kunnen zijn. Je kunt ook dat wat je doet efficiënter proberen te doen, en kijken wat je met de vrijgekomen tijd zou kunnen doen ten behoeve van je burgers. Lankes vindt dat je nooit een 'werkbij' mag worden als bibliothecaris. Dus alleen hard werken en je huidige werk goed doen is niet goed genoeg. Je moet altijd op zoek zijn naar verbeteringen in je dienstverlening, met een positieve houding. Mijn reactie daarbij was: YES! en ophouden met roepen wat er allemaal niet deugt, maar draag verbeteringen aan, neem je verantwoordelijkheden.
Lankes zegt dat bibliothecarissen radicalen moeten zijn. Verbeteraars van de gemeenschap, 'change agents'. Opkomen voor sociaal recht en sociale verbetering. Onze eigen principes serieus nemen en evangelisten worden voor onze eigen professie. Wij zijn geen leiders in de zin dat we aan de gemeenschap opleggen dat wat wij vinden, maar we pushen en dagen onze burgers uit om een betere samenleving te maken. En dat laatste verschilt dus per gemeenschap.
Dit pleidooi van Lankes is mij op veel vlakken uit het hart gegrepen. Zoals veel van jullie weten ben ik een voorstander van guerrilla innovatie. Aan de slag gaan met een goed idee en dan je teamleider of je directeur overtuigen van nut en noodzaak. Kijken naar wat er in je gemeenschap speelt, en wat er binnen je gemeente speelt. Niet helemaal hetzelfde ;-)
Voor de verantwoording van je subsidie is het laatste erg handig. De gemeenteraadsverkiezingen komen er weer aan, en als de collegeprogramma's er straks liggen is het ongelooflijk belangrijk om te kijken op welke onderwerpen je als bibliotheek een ondersteunende, ontzorgende rol kunt spelen voor de gemeente. Gemeente wil leefbaarheid in kernen?: organiseer ontmoetingsochtenden voor diverse doelgroepen zodat men elkaar leert kennen en met elkaar in gesprek kan. Help die civil society bouwen.
Gemeente vindt duurzaamheid belangrijk?: organiseer informatiebijeenkomsten voor burgers, geef lokale ondernemers een podium om iets te vertellen over hun producten, organiseer 'groen'markten samen met andere partijen, maak een digitaal loket waar je vragen kunt stellen en zorg voor een netwerk van vraagbeantwoorders.
Sluit aan en ga het gesprek aan over wat jij als bibliotheek bij kunt dragen aan het bereiken van doelstellingen van de gemeente.
Voor het verbeteren van je gemeenschap op de manier van Lankes, daarvoor hebben we denk ik nog een hele weg te gaan. Want echt in gesprek met burgers over wat zij als gemeenschap zouden willen zijn, en hoe de bibliotheek ze kan ondersteunen, ik ken geen voorbeeld van een bibliotheek die er op die manier mee omgaat. Bibliotheek Maasland misschien? Ik hou me aanbevolen voor voorbeelden. Ik vind het een mooie ambitie, en ik twijfel tegelijkertijd moet ik eerlijk zeggen. Trek je als bibliotheek niet een te grote broek aan? Kunnen we dat ook echt waar maken? Of moeten we het nastreven, en duidelijk maken, in alle transparantie, dat het voor ons ook een leerproces is. Dat we samen willen leren en samen een verbetering willen nastreven. En moeten we er gewoon mee beginnen....donderdag 16 augustus 2012
Waar zit de innovatiekracht?
Op twitter word ik 'uitgedaagd' door Joost Heessels dat het erg makkelijk is om als directeur van een bibliotheek te zeggen dat innovatie van onderaf moet komen. Hij vindt dat innovatie van boven en van onder af moet komen. En dat ben ik van harte met hem eens. Ik zal aan de hand van hoe het in Kennemerwaard gaat proberen duidelijk te maken hoe ik er naar kijk.
In Kennemerwaard hanteren we een behoeftepiramide als we kijken naar onze producten en diensten. Dat model hebben we samen met een externe begeleider ontwikkeld, Ferd van den Eerenbeemt. Daarna zijn we er zelf mee verder gegaan. We hebben het voorgelegd aan al onze medewerkers. En dat leverde heel veel herkenning op, maar ook veel onrust. Want wij, het managementteam van Kennemerwaard, vinden dat de bibliotheek vooral haar toegevoegde waarde heeft in de onderste trede van de piramide (handhaven), en dat de uitdaging ligt in de bovenste trede (bijdragen). Precies die twee treden waar we onvoldoende aandacht aan hadden besteed de afgelopen jaren.
We merken de twee jaren na de introductie van dit denkmodel dat het voor veel medewerkers, met name die zich met productontwikkeling bezig houden, een meetlat is waarlangs ze hun werk, hun activiteiten leggen om te kijken of ze met de goede dingen bezig zijn. Ik vind dat winst, en ik vind dat ook echt iets wat een directie moet doen. Handvatten geven aan medewerkers, waarom doe je het, waar is de bibliotheek voor bedoeld. Als directeur, als managementteam ben je verantwoordelijk voor de strategie en voor de keuzes die je maakt als bibliotheek.
We hebben bij het schrijven van ons meerjarenbeleidsplan meerdere sessies gehad met onze medewerkers, waarin we lieten zien als managementteam wat wij denken dat belangrijke ontwikkelingen zijn. Vervolgens hebben we de medewerkers gevraagd om met elkaar na te denken over wat de bibliotheek de komende jaren niet meer zou moeten doen, en wat wel. Ik kan daarbij melden dat een aantal denkbeelden die het managementteam zo'n twee, drie jaar geleden op boze blikken en hoon kwam te staan in de afgelopen update ronde van dit voorjaar door medewerkers zelf werden genoemd. Dat is winst. Het kost (soms) tijd om medewerkers mee te krijgen in veranderingen.
Ik zie in onze bibliotheek veel medewerkers die bol staan van de ideeën. Die door elke dag met klanten bezig te zijn zien hoe het anders kan, hoe het beter kan. Die soms met hele 'wilde' ideeën komen. Zolang het idee binnen het huidige of toekomstige beleid past is het kijken of we het gelijk kunnen aanpakken, of dat er eerst tijd en geld vrij gemaakt moet worden. Niet alles kan, niet alles hoeft via het managementteam. (Kleine) veranderingen die het werk op de vloer makkelijker of beter maken die binnen het mandaat van een team liggen moet je wat mij betreft ook zelf oppakken, mits niet strijdig met afspraken die voor het groter geheel gelden.
Met mijn opmerking dat innovatie van onderaf moet komen bedoel ik vooral te zeggen: wacht niet op je directeur tot hij/zij je een opdracht geeft. En als directeur heb je de opdracht om niet op je medewerkers te mopperen als ze niet gelijk met je meegaan, maar na te denken hoe je ze mee kunt krijgen. In een ideale situatie kom je elkaar ergens halverwege tegen. Meer reëel is dat je aan beide kanten, directie en medewerker, zo je momenten van frustratie hebt, en je onbegrepen voelt ;-) De kunst is aan beide kanten een open geest te houden, en te kijken naar elkaars kwaliteiten.
In Kennemerwaard hanteren we een behoeftepiramide als we kijken naar onze producten en diensten. Dat model hebben we samen met een externe begeleider ontwikkeld, Ferd van den Eerenbeemt. Daarna zijn we er zelf mee verder gegaan. We hebben het voorgelegd aan al onze medewerkers. En dat leverde heel veel herkenning op, maar ook veel onrust. Want wij, het managementteam van Kennemerwaard, vinden dat de bibliotheek vooral haar toegevoegde waarde heeft in de onderste trede van de piramide (handhaven), en dat de uitdaging ligt in de bovenste trede (bijdragen). Precies die twee treden waar we onvoldoende aandacht aan hadden besteed de afgelopen jaren.
We merken de twee jaren na de introductie van dit denkmodel dat het voor veel medewerkers, met name die zich met productontwikkeling bezig houden, een meetlat is waarlangs ze hun werk, hun activiteiten leggen om te kijken of ze met de goede dingen bezig zijn. Ik vind dat winst, en ik vind dat ook echt iets wat een directie moet doen. Handvatten geven aan medewerkers, waarom doe je het, waar is de bibliotheek voor bedoeld. Als directeur, als managementteam ben je verantwoordelijk voor de strategie en voor de keuzes die je maakt als bibliotheek.
We hebben bij het schrijven van ons meerjarenbeleidsplan meerdere sessies gehad met onze medewerkers, waarin we lieten zien als managementteam wat wij denken dat belangrijke ontwikkelingen zijn. Vervolgens hebben we de medewerkers gevraagd om met elkaar na te denken over wat de bibliotheek de komende jaren niet meer zou moeten doen, en wat wel. Ik kan daarbij melden dat een aantal denkbeelden die het managementteam zo'n twee, drie jaar geleden op boze blikken en hoon kwam te staan in de afgelopen update ronde van dit voorjaar door medewerkers zelf werden genoemd. Dat is winst. Het kost (soms) tijd om medewerkers mee te krijgen in veranderingen.
Ik zie in onze bibliotheek veel medewerkers die bol staan van de ideeën. Die door elke dag met klanten bezig te zijn zien hoe het anders kan, hoe het beter kan. Die soms met hele 'wilde' ideeën komen. Zolang het idee binnen het huidige of toekomstige beleid past is het kijken of we het gelijk kunnen aanpakken, of dat er eerst tijd en geld vrij gemaakt moet worden. Niet alles kan, niet alles hoeft via het managementteam. (Kleine) veranderingen die het werk op de vloer makkelijker of beter maken die binnen het mandaat van een team liggen moet je wat mij betreft ook zelf oppakken, mits niet strijdig met afspraken die voor het groter geheel gelden.
Met mijn opmerking dat innovatie van onderaf moet komen bedoel ik vooral te zeggen: wacht niet op je directeur tot hij/zij je een opdracht geeft. En als directeur heb je de opdracht om niet op je medewerkers te mopperen als ze niet gelijk met je meegaan, maar na te denken hoe je ze mee kunt krijgen. In een ideale situatie kom je elkaar ergens halverwege tegen. Meer reëel is dat je aan beide kanten, directie en medewerker, zo je momenten van frustratie hebt, en je onbegrepen voelt ;-) De kunst is aan beide kanten een open geest te houden, en te kijken naar elkaars kwaliteiten.
Een verrassende bibliotheek
Als ik op vakantie ben kan ik het vaak toch niet laten om ergens een bibliotheek binnen te lopen. Deze keer werd ik blij verrast door de bibliotheek van zakformaat in Bad Zwischenahn in Noord-Duitsland. 24 uur per dag open, 7 dagen per week. Een ruilbibliotheek opgezet door de bibliotheek.
Het lijkt me wel wat om zoiets op te zetten als opvolger voor de strandbibliotheek. Zijn er nog meer bibliotheken die dat zien zitten? Dan maken we er een mooie serie van rondom Nederlandse boekenhelden.
Het lijkt me wel wat om zoiets op te zetten als opvolger voor de strandbibliotheek. Zijn er nog meer bibliotheken die dat zien zitten? Dan maken we er een mooie serie van rondom Nederlandse boekenhelden.
zaterdag 5 mei 2012
Innovatie, langs gebaande paden of langs sluipweggetjes?
Vandaag had ik een ‘wandelgang’ gesprek met één van onze
medewerkers, Robert de Jong. We hadden het onder andere over hoe we als
bibliotheek kunnen innoveren. Of je als institutie moet innoveren van boven af,
of dat het van onder af moet gebeuren. Robert vond eigenlijk dat je als
directeur veel kon bereiken dan als medewerker alleen. Ik vind eigenlijk dat je
als medewerker, als je een aantal medestanders vindt, je veel meer kunt bereiken
dan je als directeur af kunt dwingen.
Voorbeeld van innovatie van boven af
Toen we 5 jaar geleden in Alkmaar over gingen tot het
invoeren van RFID en zelfbediening hadden we als managementteam ons als doel
gesteld dat dit tot uitbreiding van openingsuren moest leiden. Ervaringen
elders in het land hadden geleerd dat er één personeelslid kon komen te
vervallen op de bezetting van uitleenuren. Die uren die vrij zouden vallen
wilde het managementteam omzetten ten behoeve van het publiek, om meer
openingsuren te realiseren.
Wij wilden gelijk na invoering van de zelfbediening
de uitbreiding realiseren.
Toen we dat voorstelden kregen we een storm van kritiek over
ons heen. De klanten moesten eerst goed geholpen kunnen worden, die moesten
wennen aan de apparatuur. Daarom konden we niet zo maar de formatie inkorten.
We moesten eerst maar eens een half jaar proef draaien voordat we meer open
konden gaan.
We hebben toen als managementteam geluisterd naar de
kritiek, maar we hebben het omgedraaid. We hebben gelijk de openingstijden
verruimd. We hebben tijdens de drukke tijdstippen een invalmedewerker naast de
zelfbedieningsapparatuur gezet. En na ongeveer 3 tot 4 maanden hebben we de
inval stapsgewijs afgebouwd.
Als wij toen naar de medewerkers hadden geluisterd, waren er
waarschijnlijk nooit meer openingstijden gekomen. De tijd van medewerkers vult
zich namelijk van zelf op met andere werkzaamheden, die ook belangrijk zijn.
Maar wij wilden meer open met gelijkblijvende totale formatie. En dat is
gelukt.
Voorbeeld van innovatie vanaf de werkvloer
Ik noem drie voorbeelden die mooi verbeelden hoe er vanaf de
werkvloer kan worden geïnnoveerd. Collectievissen, openbibliotheken en #dtv.
Bij alle drie de initiatieven zijn het niet directeuren die het op pakken, het
zijn bevlogen bibliothecarissen. Bij collectievissen en bij dtv wordt het
initiatief gedragen door de medewerkers van de bibliotheek. Zij stoppen er zelf
tijd in, zoeken tijd in hun werktijd en er buiten. Zij maken collega’s
enthousiast. Als dit vanuit het management zou gebeuren zou het gelijk geïnstitutionaliseerd
worden. Er zouden uren vrij gespeeld moeten worden, taken en protocollen
beschreven, verantwoordelijken aangewezen etc. Dan slaat een dergelijk initiatief gelijk dood.
Ik ben groot voorstander van guerrilla-innovaties. Medewerkers die ergens voor
gaan en zelf tijd vrij maken, werktijd en eigen tijd om een initiatief waar ze
in geloven van de grond te krijgen. Je komt nergens als je alles altijd
afgemeten wilt doen in de tijd van je arbeidscontract.
![]() |
| Guerrilla knitting |
Bij openbibliotheken denk ik dat het goed is dat de
discussie is gestart op de werkvloer. Dat betekent namelijk dat er
bibliothecarissen zijn die snappen waar we voor staan. Dat de bibliotheek meer
is dan boeken uitlenen. Dat die vrije toegang tot informatie bewaakt moet
worden, en dat daar principiële opvattingen voor nodig zijn. Maar het moet ook
opgepakt worden door directies. Zij moeten er voor gaan staan, voor vrijheid op
internet. Zij moeten de politiek bewust maken wat ACTA, SOPA, PIPA allemaal
voor impact heeft. Dan heb je een sterk
verhaal. De directie draagt het uit daar waar het moet, en aan de balie kunnen
medewerkers klanten, burgers duidelijk maken wat vrije toegang tot informatie
is, en hoe die bedreigd wordt.
vrijdag 27 mei 2011
Copyrights, digitalizering, e-books in Europa
Vanochtend in Malaga werden vier verhalen gehouden over de ervaringen in Europa met copyrights, digitalizering en e-books. Wat duidelijk wordt na het horen van de vier verhalen dat in ieder land de bibliotheken worstelen met dezelfde problematiek.
Jens Thorhauge, uit Denemarken had een stevig verhaal over het belang van het ontwikkelen van nieuwe bibliotheekmodellen. De openbare bibliotheek is er niet met het ontwikkelen van een e-books platform. Het gaat net als bij het oude bibliotheekmodel om het geven van context, extra dienstverlening er om heen, je toegevoegde waarde. Naar mijn mening dreigen we met de e-books discussie in een zelfde kuil te vallen als met de folio boeken, nl. dat we middelen en doel door elkaar halen. Bibliotheken hebben niet als doel om boeken uit te lenen, ze zijn er voor vrije toegang tot informatie. Ze zijn er om context te geven, om mensen kritisch te maken, de mogelijkheid te bieden om zich te ontwikkelen.
Het nieuwe bibliotheekmodel in Denemarken gaat langs de as van innovatie en empowerment van mensen. Wat bibliotheken moeten doen is een podium bieden voor mensen om iets te creëren, te performen, of om uitgedaagd te worden (dit op de as van innovatie); of op de kant van empowerment: elkaar ontmoeten en leren. Het klinkt allemaal zeer bekend, iets wat bibliotheken al lang doen... maar in alle eerlijkheid altijd als een bijproduct van het logistieke proces van uitlenen. We zullen echt in de komende jaren versneld ons moeten omvormen tot bibliotheken waar het uitleenproces ondergeschikt wordt aan het creëren van toegevoegde waarde op de collectie. Een wereld te winnen nog.
Daarna kwamen de verhalen van Johan De Lauré, Maria Antonia Carraro en Barbara Schleihage. Dat waren vooral verhalen over de ervaringen in respectievelijk België, Spanje en Duitsland. Wat opviel in deze verhalen was dat in elk land men in ieder geval in zet op onderhandelen met uitgevers. Dat bibliotheken in zien dat ze uitgevers nodig hebben, dat de uitdaging zit in het vinden van een business model waar beide partijen voordeel aan hebben. Dat valt nog niet mee, vallen en opstaan. Dat struikelend door ploeteren zal nog wel even duren vrees ik. En toch zijn er wel kleine winsten behaald in Duitsland, België en Spanje. Dat geeft de burger moed voor de toekomst. Als er maar genoeg goede voorbeelden komen in Europa komt het wel goed met een Europese richtlijn voor bibliotheken en voor copyrights.
Jens Thorhauge, uit Denemarken had een stevig verhaal over het belang van het ontwikkelen van nieuwe bibliotheekmodellen. De openbare bibliotheek is er niet met het ontwikkelen van een e-books platform. Het gaat net als bij het oude bibliotheekmodel om het geven van context, extra dienstverlening er om heen, je toegevoegde waarde. Naar mijn mening dreigen we met de e-books discussie in een zelfde kuil te vallen als met de folio boeken, nl. dat we middelen en doel door elkaar halen. Bibliotheken hebben niet als doel om boeken uit te lenen, ze zijn er voor vrije toegang tot informatie. Ze zijn er om context te geven, om mensen kritisch te maken, de mogelijkheid te bieden om zich te ontwikkelen.
Het nieuwe bibliotheekmodel in Denemarken gaat langs de as van innovatie en empowerment van mensen. Wat bibliotheken moeten doen is een podium bieden voor mensen om iets te creëren, te performen, of om uitgedaagd te worden (dit op de as van innovatie); of op de kant van empowerment: elkaar ontmoeten en leren. Het klinkt allemaal zeer bekend, iets wat bibliotheken al lang doen... maar in alle eerlijkheid altijd als een bijproduct van het logistieke proces van uitlenen. We zullen echt in de komende jaren versneld ons moeten omvormen tot bibliotheken waar het uitleenproces ondergeschikt wordt aan het creëren van toegevoegde waarde op de collectie. Een wereld te winnen nog.
Daarna kwamen de verhalen van Johan De Lauré, Maria Antonia Carraro en Barbara Schleihage. Dat waren vooral verhalen over de ervaringen in respectievelijk België, Spanje en Duitsland. Wat opviel in deze verhalen was dat in elk land men in ieder geval in zet op onderhandelen met uitgevers. Dat bibliotheken in zien dat ze uitgevers nodig hebben, dat de uitdaging zit in het vinden van een business model waar beide partijen voordeel aan hebben. Dat valt nog niet mee, vallen en opstaan. Dat struikelend door ploeteren zal nog wel even duren vrees ik. En toch zijn er wel kleine winsten behaald in Duitsland, België en Spanje. Dat geeft de burger moed voor de toekomst. Als er maar genoeg goede voorbeelden komen in Europa komt het wel goed met een Europese richtlijn voor bibliotheken en voor copyrights.
Abonneren op:
Posts (Atom)












