Vanavond werd ik gebeld door mijn vader. Mijn tante Gerrie, laatste levende zus van mijn moeder is overleden om half zeven. Ze was al een tijd ziek. Een jaar geleden ongeveer had ze te horen gekregen dat de kanker terug was gekeerd, en dat er geen behandeling meer mogelijk was. Ze kon hooguit voor een nieuwe chemo gaan, die leven verlengend zou zijn. Dat heeft ze niet gewild.
Tante Gerrie, (en oom Marten) waar ik als kind veel kwam op de boerderij. Van het type mens dat hard werkte, geld in de dieren en in de machinerie stak, zichzelf op een lager plan zette. Hartelijk, warm. Het zusje waarmee mijn moeder uren aan de telefoon hing, tot grote ergernis van mijn vader. De tante bij wie ik ging logeren bij mijn één jaar minus twee dagen oudere nicht Greet. Bij wie je 's nachts van de trap, over de deel en de straat naar de poepdoos moest voor de verbouwing. Bij wie er altijd koffie klaar stond. Die op latere leeftijd als giebelende tiener genoot van een jaarlijkse fietstocht met mijn tante Henny, tante Koenie en mijn moeder. En dan gingen er broodjes en koffie mee en trakteerden ze zichzelf lekker op koffie met gebak.
Tante Gerrie bij wie ik vorige week nog op bezoek was. Ze lag in bed in de huiskamer. Ze zei : Hendrika, en ik zei: Garregien... "ja zoals vroeger zei ze". We spraken over mijn moeder, over hoe ze het had gemist de laatste vijf jaar om met mijn moeder te kunnen praten. Dat het moeilijk was deze laatste dagen, weken. Dat ze pijn had en dat het genoeg was. Dat ze mijn lief en mij een mooie trouwdag toe wenste. Ik sprak met haar af dat mijn lief en ik langs zouden komen in onze trouwkleding, om haar mee te laten genieten.
Het heeft niet zo mogen zijn. De laatste zus van mijn moeder is overleden, en een generatie valt weg. Vrijdag gedenken we de liefde voor de levenden en de doden.
Posts tonen met het label Sterven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sterven. Alle posts tonen
woensdag 24 augustus 2011
dinsdag 7 juni 2011
Hoe lang sterft een mens?
Mijn moeder is al een tijd ziek, ziekte van Parkinson. Een rotziekte, een sluipmoordenaar. Mijn moeder zit inmiddels al meer dan vier jaar in een verzorginghuis. Eerst meer dan 17 km bij mijn vader vandaan, waarbij hij trouw bijna elke dag met zijn 80 jaar op de fiets naar toe ging. Sinds anderhalf jaar gelukkig op 500 meter, in een mooi zorgcentrum, in een huiskamerproject vol liefdevolle zorg.
Het gaat dus achteruit met mijn moeder. Al meer dan vijf jaar zijn het telkens nieuwe fasen van wegvallen van vaardigheden. Het laatste jaar valt er steeds meer uit. Ze zal langzaam stikken, verdorsten of verhongeren, of sterven aan een longontsteking. De kracht om te praten heeft ze bijna niet meer. Coherent spreken kost te veel energie, terwijl ze nog veel wil zeggen. Gevangen in een lichaam dat niet meer wil en een tong die je woorden niet meer wil vormen.
Een man, mijn vader, die trouw elke dag haar komt voeden. Die niet meer met haar kan communiceren, doof aan twee oren. Die onbeholpen is in zijn affectie, resultaatgericht. Ze moet eten want anders gaat ze dood. Die haar met haar tere botten te hard knuffelt, die wanhopig is bij het idee dat ze er straks niet meer is.
Vandaag leek die dag te zijn gekomen. Ze had zich verslikt en had geen kracht om te hoesten. Blauw aanlopend, daarna helemaal wit. Verpleging die slijm weghaalt. Zuurstof toe dient, en dan toch die happen naar lucht. Ze is er nog. Hoelang nog?
Het gaat dus achteruit met mijn moeder. Al meer dan vijf jaar zijn het telkens nieuwe fasen van wegvallen van vaardigheden. Het laatste jaar valt er steeds meer uit. Ze zal langzaam stikken, verdorsten of verhongeren, of sterven aan een longontsteking. De kracht om te praten heeft ze bijna niet meer. Coherent spreken kost te veel energie, terwijl ze nog veel wil zeggen. Gevangen in een lichaam dat niet meer wil en een tong die je woorden niet meer wil vormen.
Een man, mijn vader, die trouw elke dag haar komt voeden. Die niet meer met haar kan communiceren, doof aan twee oren. Die onbeholpen is in zijn affectie, resultaatgericht. Ze moet eten want anders gaat ze dood. Die haar met haar tere botten te hard knuffelt, die wanhopig is bij het idee dat ze er straks niet meer is.
Vandaag leek die dag te zijn gekomen. Ze had zich verslikt en had geen kracht om te hoesten. Blauw aanlopend, daarna helemaal wit. Verpleging die slijm weghaalt. Zuurstof toe dient, en dan toch die happen naar lucht. Ze is er nog. Hoelang nog?
Abonneren op:
Posts (Atom)