maandag 11 augustus 2014

Wat heeft het eerste half jaar van de Innovatieraad opgeleverd?, deel 3

Omdat de innovatieraad van het SIOB ook nog zakgeld heeft gekregen, € 100.000,-- innovatiegeld hebben we een oproep gedaan via biebtobieb om met innovatievoorstellen te komen waaruit wij een keuze kunnen maken of we daar geld voor beschikbaar willen stellen. We kregen tot nu toe zes voorstellen  en vragen: google glass, durf te vragen, denktank, registratiesystemen, lezen en leesplezier en sociotheek die in de vergadering zijn besproken en waar vervolgens per voorstel op biebtobieb terugkoppeling op is gegeven. Vooralsnog hebben we voor geen van de ideeën nog geld beschikbaar gesteld. Of omdat er al iets was wat er op leek, en we de indieners daarmee  in contact konden brengen; soms nog te weinig onderbouwd, ook niet na doorvragen of omdat voor ons de koppeling met de doelstelling van de bibliotheek niet helder was.

We zijn er ons van bewust dat het gevaarlijk is om je als raad een mening aan te meten over innovatie in de branche, en over hoe die vorm gegeven zou moeten worden. Daarom zijn Adeline van der Berg (SIOB) en Johan Stapel (B.NL) (begeleiders innovatieraad) nog eens wezen praten met Bert Mulder  (lector aan de Haagse Hogeschool en een van de inleiders tijdens de eerste innovatiedenkdag najaar 2013). Naar aanleiding van de terugkoppeling van dat gesprek kwamen wij tot een verdere aanscherping van onze visie. We hebben als raad maar een beperkt budget, daarmee moeten we voor een bepaalde focus kiezen. Anders gezegd: aan welke soorten innovatie draagt de raad bij? Bert Mulder impliceert disruptieve innovatie in plaats van incrementele – is dat de juiste weg of verdienen verbetertrajecten en/of het afmaken van bestaande projecten meer aandacht? In gewoon Nederlands ;-) willen we gaan voor groots en meeslepende innovaties die de branche op zijn kop zet, of willen we gaan voor een groeiproces, waarin verandering in de branche meer geleidelijk kan gaan. Als innovatie wordt gezien als proces, op welke fases zou de raad dan moeten focussen? Biedt het rapport van commissie Cohen een kader voor deze focus? In hoeverre zouden de verschillende fases zoals beschreven in Permanent Innovation van Langdon Morris als richtlijn kunnen dienen?

Naar aanleiding van uitspraken van Bert Mulder, passeren een aantal verschillende mogelijke scenario’s voor het besteden van het budget de revue: een wedstrijd, poll, jaarlijkse bijdrage aan een ‘innovatiecentrum’ die daarmee het vertrouwen van de raad krijgt, onderscheid maken in klein en groot geld, nieuwe projecten, verbeterprojecten en groeiprojecten.
www.hansklaasse.nl 


We kiezen in eerste instantie dus meer voor de incrementele projecten, waarbij ik niet uitsluit dat er toch ruimte is voor een disruptieve besteding van het innovatiegeld. Maar dat zou wel eens kunnen betekenen dat wij dat als innovatieraad ook zodanig moeten herkennen en daar vol achter willen gaan staan. Dat we begeesterd raken van een idee en allemaal vol geloven in het idee van die innovator. Maar ik heb dat soort ideeën nog niet binnen zien komen, en ik weet ook niet of die zich bij ons zouden melden ;-) We hebben uiteindelijk een driesporenmodel van innovatie ontwikkeld  wat we voor onszelf als richtlijn gebruiken, aan de hand waarvan we ingediende projecten beoordelen. Als je dus van plan bent om een project in te dienen bij ons neem dan dit model in ieder geval even in ogenschouw. Kun je vast wel gebruiken bij het indienen van je project ;-)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen