woensdag 22 februari 2017

vakantieberichten 17; Okavango

Het is weer een vroegertje vandaag. Bij het ochtendgloren staan we bij de steiger te wachten op de boot die ons de Okavango in zal nemen. De schipper blijkt er niet te zijn, we worden door iemand anders naar een dorp op de rand van de Okavango gevaren, waar de schipper aan boord zal stappen. Zo in de vroege ochtend is het nog best fris en we zijn blij met de paardendekens die in de boot liggen. Er zitten twee Amerikanen ook aan boord. Die-hard vogelaars.

De Okavango is een uitgebreide delta, die een groot gedeelte van het jaar alleen per boot bereikbaar is. We zijn nu in de halfdroge tijd. De hoogste stand van de rivier is voorbij, het water trekt zich alweer terug. De Okavangorivier begint in Angola en stroomt dan richting de oceaan door Botswana en Namibie. Het water bereikt nooit de oceaan. Voor die tijd droogt te rivier op en verdampt in het omliggende land. Vanaf de bron en de aanwas in de regentijd tot uiteindelijk het opdrogen van het water duurt ongeveer een half jaar. Daarna valt het gebied aan het eind ongeveer droog, is het water alleen in poelen te vinden. Tot de hele cyclus weer opnieuw begint. Het hele jaar door is de Okavango een vogelparadijs, maar vooral in de natte tijd.

Onderweg al de nodige vogels, naast ezels, paarden, koeien die aan de rand van het gebied grazen. Het gras is waarschijnlijk niet heel erg voedzaam, want over het algemeen zijn de dieren mager. Bij het dorp liggen talloze mokoro’s, de traditionele kano’s.  Ondiepe platbodems waarmee de bevolking al punterend door het watergebied gaat. Dat hadden we ook kunnen doen, maar het trok ons niet echt om een hele dag in een soort kleermakerszit in een lage kano te moeten zitten, en maar hopen dat je geen nijlpaarden op je weg tegen komt. Dan bevalt ons een gemotoriseerde boot toch beter, en je kunt verder het gebied in.



Het gebied is echt prachtig. Heel veel vogels. Visarenden, Malachiet ijsvogels, verschillende watervogels waaronder de jacarana, zilverreigers, zadelbekooievaars, opnieuw een vechtarend. Maar ook litschi waterbokken, bavianen, nijlpaarden en olifanten. Op een gegeven moment zien we in een wat breder stuk van de rivier een soort booggolf in het water. Vreemd, want alleen wij varen hier, geen andere boot te zien. Dan ineens zien we wat die golf veroorzaakt. Uit het water komt een nijlpaard omhoog. Deze dieren zwemmen niet, maar lopen over de bodem. Dat doet deze blijkbaar me zoveel vaart dat hij een golfbeweging aan de oppervlakte veroorzaakt. De gids geeft even gas, want hij heeft heilig ontzag (en terecht want nijlpaarden veroorzaken de meeste dodelijke ongevallen per jaar met mensen) voor deze dieren. Hij wil de nijlpaarden ruim voorbij om dan het gas weer los te laten. Dat heeft hij net gedaan als ineens vlak achter de boot het gesnuif klinkt van een opduikend nijlpaard. We schrikken allemaal, en die gids geeft schielijk nog een flinke dot met gas om ons uit de gevarenzone te halen.







Verder op treffen we olifanten op ons pas. Een stuk of drie dikhuiden zijn met zichtbaar veel plezier aan het badderen in de rivier. Even rustig aan doen dus. Maar dat is geen probleem. Je krijgt er zelf een goed humeur van (als we dan al niet hadden ;-) , het zichtbare genoegen waarmee ze met z’n drieën aan het spelen zijn in het water. Even later kunnen we toch verder om naar onze lunchplek te gaan “Chief’s Island”. Daar kunnen we even de benen strekken onder begeleiding van onze gids, en daarna onze lunch nuttigen. De gids wijst ons op leeuwensporen. Ongeveer een uur geleden zegt hij. Hmmmm zou natuurlijk best stoer zijn om leeuwen te zien, maar ja, ik ben dan wel zo’n angsthaas dat ik niet zeker weet of ik dat wel zonder de bescherming van een auto wil. We zien nog wel een wrattenzwijn in de verte, een paar koedoe’s en een zebra die verschikt wegrent als hij ons ziet.

Na de lunch varen we weer full speed terug naar de camping. Weer af en toe groepen litischi waterbokken, olifanten, een krokodil,  en veel watervogels. We zien in de verte veel rook. Als we dichterbij komen zien we dat er stukken gras en bos in brand worden gezet. Dan kan soms ook natuurlijk gebeuren, maar dit is door de mens aangestoken. De gids vertelt dat het officieel niet mag, maar dat mensen het doen om nieuw gras te laten groeien voor hun vee.  We eten ’s avonds in het restaurant.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen