zondag 19 februari 2017

Vakantieberichten 15, dagtrip door de Makgadikgadi pans en de Nxai pan

We staan op tijd op. Vandaag rijden we met een trip naar de Nxai Pan. Onze gids heet Max, een aardige man die voor de campingbeheerder werkt. Met ons mee reizen ook Marina en Miles, een Azerbeidjaans-Australisch stel., over wie later nog meer. 
We nemen eerst de pont over de Bobetirivier. Pont is een groot woord voor het pieremachocheltje bestaand uit een paar planken bovenop een paar olietonnen gebonden, een paar oprijplaten en een buitenboordmotor. Toch wel blij dat we zijn omgereden gisteren, om met onze campers deze ‘pont’ op te moeten rijden vergt behoorlijk wat behendig stuurmansschap.  Nadat we de pont zijn opgereden moet Max eerst een stuk nog naar achteren rijden, omdat anders de boot niet vlot komt te drijven. Dus hup, een stukje achteruit, en dan knijpen wij even onze billen samen in de hoop dat hij niet teveel gas geeft en er van achteren weer afrijdt. Het gaat gelukkig allemaal goed, en met heel veel motorlawaai van het kleine buitenboordmotortje worden we de Boteti rivier over gezet.  Max geeft de veerman nog een tip als we er af rijden. Ook in Botswana geldt blijkbaar “don’t pay the ferryman, until he gets you tot he other side” ;-). De tocht leidt ons door de Magdakgadikgadi pans, één van de droogste gebieden van Botswana en onderdeel van de Kalahari. Veel laag struikgewas, met scherpe doorns. Onderweg zien we steenbokken, struisvogels, een aantal prachtige vale of Kaapse gieren (die echt al een soort figuren uit Lucky Luke op een boomtak ineengedoken loeren), een Cory trap, een paar enorm grote olifanten.


Dan pakken we een stukje asfaltweg en rijden dan de Nxai pan in. Daar rijden we naar Baines baobabs. Prachtig gelegen op een heuveltje, beroemd geworden door de Engelse ontdekkingsreiziger en schilder Thomas Baines. Vlak bij een grote zoutvlakte die blakert in de zon. Wat een prachtige bomen zijn dit. Je voelt je heel klein. Dan rijden we terug en gaan we op zoek naar een plek om te lunchen. Max heeft een plek n gedachten, ook bij een grote baobab. Als we er aan komen en hij de spullen wil uitpakken komen er van rechts een stuk of vier heel grote mannetjesolifanten aan. Max kijkt onrustig opzij, en besluit de spullen weer in te pakken. Deze olifanten hadden hem de week er voor ook al ‘lastig’ gevallen, en met olifanten wil je toch geen ruzie hebben. We zetten de auto iets verder neer en nemen daar onze lunch. We hebben een discussie met Max over de democratie in Botswana. Die is best goed meldt hij, maar de huidige regering en president controleert een aantal kranten en tv-stations, en dat vindt hij zorgelijk. Je zou vrij aan je informatie moeten kunnen komen. Ook meldt hij dat het onderwijs beter kan. De gebouwen zijn er vaak wel, maar lang niet altijd het lesmateriaal of een goede leerkracht.
Op de terugweg zien we nog meer wild, een paar vogels, en we stoppen nog opnieuw bij een waterpunt waar we op de heenweg leeuwensporen hebben gezien. De grote katten laten zich niet zien, wel spurten er twee gevlekte hyena’s weg. We moeten aan het eind stevig doorrijden. De zon begint het landschap en de dieren die we zien al in een gouden gloed te zetten. Fraai. Maar de veerman zal niet eindeloos op ons wachten, dus we moeten door. Gelukkig ligt de pont er nog en kunnen we nog over.

















’s Avonds eten we in het restaurant van de camping. Miles en Marina schuiven bij ons aan. En zo ontstaat er een boeiend gesprek. Ze hebben elkaar leren kennen in Afghanistan, ze hebben beide voor de Verenigde Naties gewerkt. Marina is van Russische komaf, geboren in Azerbeidzjan. Natuurlijk komt het gesprek op Poetin en hoe zij daar naar kijkt. Miles en zij zeggen allebei geen fan van Poetin te zijn, maar ze zeggen ook dat de berichtgeving in het westen vaak niet klopt. Poetin heeft op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs heel veel gedaan op het platteland van Rusland. Daar hoor je niets over in het westen. Ze onderschrijven wel dat ook de berichtgeving in Rusland niet klopt over het westen en over hoe het voor de rest in Rusland gaat. Marina en Miles reizen de wereld rond in een grote truck. Ze reizen gemiddeld drie maanden achter elkaar,  parkeren de truck dan ergens in een opslag of zetten hem op transport. Zij gaan dan naar huis, in de buurt van Brisbane. Daarna komen ze een half jaar later oid de truck weer ophalen en reizen dan weer door. Heel bijzonder. Zo hebben we toch al een paar bijzondere ontmoetingen gehad. We hebben ook nog een bijzonder gesprek met de mede-eigenares van de camping. Een Duitse dame, die de schepen achter zich verbrand heeft en deze camping runt.  Ze leeft de droom van haar man en zijzelf. Alleen haar man is twee jaar geleden overleden. Ze hadden een twee, drie jaar er voor het stuk land gekocht en waren bezig de camping op te zetten toen hij ziek werd. Kanker. En met twee jaar tijd was hij dood. Ze besloot toch te vertrekken naar Afrika en hun droom waar te maken.  Heel bijzonder. De dame in kwestie was er toch wel één met wat vraagtekens moet ik eerlijk zeggen. De volgende ochtend bij het afrekenen zie ik twee schilderijen met daarop een man in nazi legerkleding afgebeeld. Redelijk prominent in beeld. In de publiek toegankelijke ruimte. Ik heb er nog steeds spijt van dat ik daar nit naar heb gevraagd waarom die daar hingen. Was het haar vader of haar grootvader? Had ze goede herinneringen aan hem?  Had ze geen andere afbeeldingen van hem? Onderschreef hij en zij de nazidenkbeelden? En zo ja, wat doe je dan in Afrika?! Allemaal vragen….. geen antwoorden want ik heb de vragen niet gesteld.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen