donderdag 22 september 2016

Vakantieberichten 9, Van Popa Falls naar Nambwa lodge….. of toch maar Katima Mullilo

We staan niet al te vroeg op. Vandaag is geen lange reisdag. Relaxed. Er komt een meisje, Melanie (?) van de receptie langs. We hadden zelf al ontdekt dat er geen water in het toiletblok is. De toiletten spoelen niet meer door, en er komt geen water meer uit de kraan. De druk is weggevallen meldt ze ons. Ze werken er aan (It has the attention of the management grinniken wij naar elkaar), ze zal ons laten weten wanneer het werkt. Na een half uur meldt ze dat het nog wel even zal gaan duren, ze weet niet precies hoe lang. Ze biedt ons aan om in een chalet bij de rivier te douchen, omdat ze dit blijkbaar slechte service vindt. Nou dat willen we wel, super service vinden we dit! En we vonden al dat de toiletblokken er hier prachtig uitzagen. We vragen haar of er soms pas gerenoveerd is,  zo nieuw ziet het er uit. “Nee, nee”, zegt ze. Deze blokken zijn zo’n vier jaar geleden opgeknapt. Zij is verantwoordelijk voor de schoonmaak. We complimenteren haar met de schoonmaak. Ze glimt van genoegen, en meldt dan ook dat het er misschien wel schoner is dan bij haar thuis. Ze legt er duidelijk eer mee in, met haar werk. Ze komt ons even later ophalen om ons naar het betreffende huisje te brengen. “Ladies first” zegt ze tegen Guido en Joep….en natuurlijk laten Jacqueline en ik ons dat best aanleunen ;-) In een prachtige douche kunnen we vervolgens lekker douchen. Topservice van Melanie en de NWR! We laten een groot compliment achter in het gastenboek. Zulke service hebben we nog nooit op een campsite meegemaakt.

We vertrekken, nadat we bij de poort afscheid hebben genomen van Mr. 90%. We wensen hem aan het eind van de dag 100% toe, en een brede glimlach en duim omhoog is het resultaat.
Tot nu toe hebben Joep en ik voorop gereden. Guido en Jacqueline rijden vandaag voorp. Hun auto trekt wat minder goed dan de onze. Er is iets met hun brandstoffilter. Iedere dag moeten ze hem even oppompen, en dan wil hij wel weer trekken. Maar als Guido dat onvoldoende doet wil de camper niet harder dan 60. Stoppen en oppompen is het devies dan, en dan gaat het beestje alsnog. Maar vandaag rijden zij voorop. En zowaar de camper heeft er zin in. Joep en ik zeggen tegen elkaar dat we ze vaker voorop moeten laten rijden….. en Guido en Jacqueline zeggen tegen elkaar; “Goh, hij trekt goed vandaag zeg…. Zou het het laatste kunstje van de oude man zijn?” “Famous last words blijkt later. Wij zien dat er grote zwrte wolken uit hun uitlaat komen. “Dat is niet goed”, zeg ik tegen Joep en ik haal ze in. We seinen naar ze dat ze bij de eerstvolgende picknickplaats moeten stoppen.  Zover komt het niet eens. Zodra wij hen voorbij zijn komen er grote zwarte wolken uit de motorkap, een geratel en moet Guido de camper aan de kant van de weg zetten. Wij rijden terug om te kijken wat er aan de hand is. Panne, dat is duidelijk. Als Guido de motor opnieuw probeert te starten komt er zwarte rook en een hoop gehoest en geproest uit de motor.  Maar aanslaan doet de motor niet. We besluiten ze in ieder geval naar de picknickplaats te slepen, want zo vlak langs de kant van de weg is niks. Te gevaarlijk met het verkeer dat af en toe voorbij raast.

Het slepen is nog best een gedoe. De kabel blijkt niet lekker te passen, en er zit alleen een sleepoog aan de voorkant van de campers. Het lukt uiteindelijk gelukkig toch om de camper van Guido en Jacqueline verder te slepen. Intussen zoeken we het telefoonnummer van Bobocampers. Hier moet hulp bij komen. Telefoonnummer gevonden…. Mobiel ter hand….geen bereik…..
Daar staan we dan in de middel van Nergenshuizen……. Al het verkeer rijdt door. En dat snap je ook. Overal staat dat je niet moet stoppen voor mensen met pech, al staat het hier niet zo expliciet als in Zuid-Afrika vorig jaar. Ik ben zo blij dat ik twee dagen voordat we op vakantie gingen nog snel een satelliet telefoon heb geregeld. De rest van ons reisgezelschap vond het wat overdreven, maar ik vond het toch wel een geruststellende gedachte. Je weet maar nooit wat je overkomt, en stel dat er iets met familie zou gebeuren in Nederland en wij toevallig in een afgelegen gebied zouden zitten. Dan is het toch fijn als je bereikbaar bent, en in geval van nood bij ons dat je kunt bellen. Dat blijkt nu maar weer.

Ik bel met Zane van Bobo. Hij vraagt of ik kan beschrijven wat er aan de hand is.  Ik vertel wat er gebeurd is, en hij vraagt ons of wij de andere camper kunnen slepen. Dan zal hij proberen contact te leggen met een garage. Joep en Guido knopen de twee trekkabels aan elkaar, zodat er een wat grotere afstand tussen de twee auto’s zit. Omdat de auto van Guido en Jacq het niet meer doet, alleen op contact kan, is remmen en sturen veel zwaarder en met vertraging. We zullen dus ook niet harder dan 60-70 km per uur kunnen rijden. Zodra we dat gefikst hebben bel ik Zane nog een keer. Hij heeft inmiddels een garage te pakken gekregen, ene Eddy van xxxxx car repair uit Katima Mullilo. Ik vraag hem om de naam nog eens te herhalen. Ik versta tot drie keer toe niet hoe de car repair heet, maar in ieder geval is het Eddy zal komen. En of wij hem tegemoet kunnen rijden, want dat scheelt alvast in tijd. Dat zullen we doen. Inmiddels zijn er een stuk of vier kinderen bij onze campers komen staan, en een oude vrouw. Ze spreken geen woord Engels, maar weten ons wel duidelijk te maken dat ze honger hebben. Guido en Jacq geven ze een zak met gedroogd fruit, waar gelijk een ruzie over uit breekt. Er moet eerlijk gedeeld worden, en dat zal de oudste gaan doen. Wij vertrekken richting Kongola.

In Kongola komen we na ongeveer een uur rijden aan, we stoppen bij het benzinestation. Ingespannen rijden is het voor Joep en Guido. Niet fijn. We rijden met beide auto;s het terrein van het tankstation op. Ik bel Zane nog maar weer eens een keer, deze keer met de mobiele telefoon. Hij meldt dat Eddy onderweg is, maar dat hij een lekke band heeft gehad. Ik voel Murphy’s hand hier ;-). Wij zetten onze stoeltjes buiten. Tijd voor een lightbiertje of een frisje. We zitten net als er een personenauto naast ons stopt. “Can I ask you something”, horen we met een Nederlands accent. “Ja hoor” zeggen wij. Het blijkt een Nederlands gezin te zijn die op weg zijn naar een lodge in Linyanti. Maar ze kunnen de weg niet goed vinden. Ze hebben wel een TomTom (maar de dekking van Tom Tom is maar 40% in Namibie) en een printje van Googlemaps. Euhhh? Pardon? Wij hebben wel een kaart. Dus we kunnen ze helpen. Echt heel bizar wat mij betreft. Je gaat toch niet alleen met je TomTom en een papieren printje op stap,  vertrouwend op moderne techniek in een land waar de techniek echt niet zover is als bij ons. Zelfs in Europa wil ik graag een kaart mee, om te zien waar je bent en waar je heen gaat. Zij dus niet, en zo weten zij dus ook niet dat Linyanti een Namibische en Botswaanse kant kent. En zij moeten in Botswana zijn, en dus de rivier over verderop bij Ngoma. Niet handig wat zij doen. Maar gelukkig voor hen hebben wij een kaart en kunnen we hen verder op weg helpen.

We houden onze ogen op de weg gericht of we een kleine opleggertruck zien komen, maar we zien nog niks. Onze Europese beelden…. We zien op een gegeven moment een beige Toyota pickup met een traileraanhanger afslaan richting benzinestation. Hij stopt vlakbij ons. Geen grote bedrijfslogo’s…. geen zwaailicht oid. Uit de pickup stapt een blanke man….Eddy! Blij lopen we hem tegemoet… “You must be Eddy” zeggen we. “We are so happy to see you”. Eddy geeft ons allen een hand en gaat dat kijken wat er aan de hand is met de camper. Al snel is het duidelijk dat daar geen leven meer in te krijgen is. De camper zal op de trailer moeten. Maar Eddy dacht de camper nog wel kon rijden, en heeft zijn lier niet mee genomen. Op de startmotor weet hij uiteindelijk de camper, met n de laatste fase wat duwwerk van ons, op de aanhanger te krijgen. En zo rijden we dan in colonne naar Katima Mullilo, 100 kilometer verder op. Jacq in de camper op de trailer, Guido naar Eddy en Joep en ik in onze eigen camper er achter aan in een vaartje van een kilometer of 60-70.




Na zonsondergang komen we aan in Katima Mulillo. Het is nog schemerig licht. Eddy vraagt wat we willen. Een hotel of een B&B? We kijken alle vier wat ongelukkig. Guido en Jacq zeggen dat al hun spullen in de camper liggen… Eddy zegt dat hij ons ook naar een camping kan brengen verderop in het dorp. Ook de kapotte camper kan hij er naar toe verslepen. Dan hebben Guido en Jacq al hun spullen bij de hand. De volgende ochtend kan hij dan de camper komen halen om een analyse van het probleem te kunnen maken, en door te kunnen geven aan Bobo. Zo gaan we het doen besluiten we. De camper wordt versleept naar een camping aan de Zambezi. We eten iets makkelijks en gaan moe van al deze gebeurtenissen vroeg naar bed. Zo wordt de vakantie avontuurlijk op een manier die we niet hadden bedacht!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen