dinsdag 20 september 2016

Vakantieberichten 7; op weg naar Rundu

Vanochtend vroeg op. Alles klaar maken voor vertrek zodat als we terug zijn van de gamedrive we gelijk op pad kunnen om naar Rundu te rijden.  We beginnen in de schemering te rijden. Onze gids blijkt al snel niet helemaal zo geïnteresseerd te zijn als de vorige die we hadden in Okaukuejo, al heet hij ook Gabriel.  Maar niet getreurd, hij weet genoeg en wil ook wel stoppen als hij of wij iets zien. Al snel spotten we weer het nodige aan wild. Onder andere een jakhals, een beetje voddig exemplaar. Volgens Gabriel is hij waarschijnlijk ziet, misschien wel hondsdol. Gelukkig zitten wij hoog en droog in de jeep. Gabriel rijdt ons langs de ‘dikdik route’. Deze route heet waarschijnlijk niet voor niets zo, de kleinste antilopen van Afrika komen hier veel voor. Maar je moet ze natuurlijk wel zien dan. En daar hebben we geluk mee. Meerdere keren zien we de kleine antilopen langs de kant van de weg in de bush staan. Zulke mooie kleine beestjes, met een grappig beweeglijk snuitje.
Damara dikdik

Damara dikdik

Close-up Damara dikdik


Dichtbij de camping ziet Guido ineens een gevlekte hyena verscholen tussen de struiken. Volgens onze gids zit dichtbij een groot hol van de hyena’s en zal dit exemplaar wel een beetje buiten de wacht houden. Ik vind het fascinerende dieren. Ze worden over het algemeen verguisd als aaseters, maar in de praktijk jagen ze ook veel zelf. Het zijn echte lange afstand beulen, als ze met een groep de achtervolging in zetten is er weinig dat ze niet kunnen vangen. Ze hebben wel zo’n typische loop over zich, sluiperig, gluiperig. Maar ja, dat zijn menselijke toevoegingen, waarschijnlijk kunnen ze door hun lichaamsbouw niet anders ;-) ik vind ze afstotelijk en toch ook krachtig mooi.
Gevlekte hyena


Na de gamedrive snel in de campers gestapt en op naar N’Kwazi Lodge bij Rundu. Op weg naar buiten pikken no mooi even een zwarte neushoorn mee die staat te grazen net buiten de camping. En net buiten Etosha een prachtige Marshall arend. Wat een magnifiek dier. Arrogantie ten top zoals hij er zit op een electriciteitspaal.  Van zijn kop tot zijn staartveren straalt hij uit: “Wie doet me wat?”, en “Wat zijn jullie voor wormen daar ergens onder mij?”
Vechtarend

Vechtarend



















Zo aan het eind van de middag, na enig speurwerk vinden we het paradijsje aan de Kavango, N’Kwazi lodge. Prachtig geleden campsite en chalets aan de rivier die Namibie scheidt van Angola. Aan de overkant ligt dit land dat zo lang in oorlog is geweest. Waar het heel erg moeilijk binnenkomen is. Maar onze lodge biedt korte tripjes naar de overkant van de rivier aan, waarbij je een bordje omhoog kunt houden dat je illegaal in Angola bent. Die belevenis laten wij dan toch maar aan ons voorbij gaan.  We zien de zon prachtig op zijn Afrikaans onder gaan. Een dieprode bal die met flinke snelheid achter de horizon verdwijnt.
Angolezen wassen in de Kavango



We besluiten vanavond in het restaurant van de camping te eten.  De eigenaars houden er een half-tamme genetkat op na. Die wordt elke avond rond etenstijd gevoerd, dan hebben de gasten ook iets te kijken. O wat een mooi beest is dit ook weer!  Beetje marterachtige kop, prachtig slank kattenlijf.

In het restaurant zit een grote groep vogelaars te eten. Ze hebben een lijst voor zich liggen, die gaan ze pagina voor pagina door, en bespreken met elkaar welke vogels ze hebben gezien en welke ze dus af kunnen vinken van de lijst. Zucht…. Niet helemaal ons ding… zeker niet als we horen dat er ook punten worden geteld, en dat je ook punten krijgt als je een vogel hebt gehoord, maar niet hebt gezien. Ieder zo zijn hobby zal ik maar zeggen ;-)

Joep knoopt een praatje aan met het meisje dat ons vanmiddag naar de kampeerplek wees. Vanavond zit ze in de bediening bij het buffet.  Hij vraagt haar of zij en het overig personeel ook eten op de lodge, en of zij mogen eten wat er aan groente en vlees over gebleven is. Dat is niet het geval zegt ze, als zou het haar lekker lijken. Als Joep haar vraagt wat ze dan eet, is het antwoord maïspap.  Als dat echt zo is, vind ik het voeren van de genetkat een cynische daad. Het bedienend, zwarte personeel krijgt niet de restjes, maar elke avond wordt wel een genetkat gevoerd met stukjes vlees!

Joep vraagt haar vervolgens of ze vlakbij woont. Ze woont in het dorp wat iets verder op ligt, om precies te zijn 8 kilometer verder op. Nadat haar werk is afgelopen, dat is om 10 uur ’s avonds, loopt ze terug naar huis. In het aardedonker. Een fiets heeft ze niet , ze kan het ook niet, en op de zandwegen is een fiets ook niet echt handig. De volgende ochtend moet ze voor he ontbijt weer op haar werk zijn, dat ontbijt begint om 7 uur! De afstand overbruggen kost haar ongeveer 1,5 uur. We kunnen er niet over uit, dit neigt toch echt naar een soort slavernij, al is het meisje duidelijk ook wel blij met haar baan.  Iedereen van ons heeft er moeite mee, we realiseren ons ook dat de verhoudingen tussen werkgever en werknemer in Namibië (en later Botswana) echt heel anders zijn dan bij ons. Ik vind het lastig om er niet over te oordelen, toch ken ik de omstandigheden onvoldoende. Maar het voelt wel erg ongelijk en oneerlijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen