woensdag 15 juni 2011

Portret van mijn moeder

Portret van mijn moeder

Op 27 juli 1933 werd mijn moeder geboren, als zesde kind in een gezin van acht. De eerste jaren van haar leven werd er over haar hoofd heen geruzied hoe ze moest heten, Ze was dan wel Jacobje gedoopt, haar vader vond dat ze “Jôbpe” genoemd moest worden naar zijn zus, haar oudere zussen vonden dat hopeloos ouderwets en vonden dat ze ‘Ko’ moest worden genoemd. En aldus gebeurde uiteindelijk….

Het was niet rijk thuis, opa was een keuterboer die er bij beunde als melkophaalder en hij bracht ook verzekeringen aan de man. Het land van opa Doevendans grensde aan dat van opa Winters. En omdat kinderen in die tijd mee moesten helpen op het land viel het oog van mijn vader al vroeg op mijn moeder. Hij kent haar al meer dan 70 jaar.

Mijn moeder kon best goed leren, en ze wou als kind graag schooljuf worden. Dat zat er helaas niet in. Haar moeder was ziekelijk en haar dochter, mijn moeder moest na de lagere school thuis komen helpen. Daarna ging ze als meid in dienst bij de boer, in de net ontgonnen Noordoostpolder.

Mijn vader en moeder trouwden op 13 juli 1956. Hij was 26 en zij was 22.

Ze waren nogal verschillend van karakter, misschien hebben ze het daarom samen met elkaar al die jaren goed gehad en gehouden.
Ze kregen samen vier kinderen: Marien, Jan, Erna en Jeannette. In tussenpozen van ongeveer 3 jaar. Bij de geboorte van Jeannette zei de arts: “dat is mooi gedaan vrouw Winters, twee jongens en twee meiden. Een rijkeluis wens. Echt vakmanschap.” “Ja” zei mam nog vermoeid van de weeën “mijn man werkt bij Staatsbosbeheer.”

Mijn moeder gaf ons als kinderen ruimte en regels. Er mocht veel, en tegelijkertijd waren er ook grenzen. Ze vond het heel belangrijk dat wij sociale contacten hadden, en dus mochten we allemaal op een vereniging.
Het buiten wonen vond zij een keuze van pa en haar, waarbij de lusten gedeeld werden en de lasten daarvan bij haar lagen. Ze hadden allebei geen rijbewijs en konden ons dus niet halen of brengen. Er lag een stilzwijgende afspraak dat je op tijd thuis was. Als opgroeiende tieners die ook naar de kroeg wilden: je hield je aan de afgesproken tijd. Ook als meisje mocht je alleen door de polder op de fiets of brommer, als je maar op tijd thuis was. Zij sliep niet voordat iedereen thuis was. Ze moet menig slapeloze nacht hebben gehad, maar daar hoorde je haar nooit over. Het was wel de bedoeling dat je de volgende ochtend op tijd op stond om koffie klaar te hebben voor pa en ma als zij uit de kerk kwamen. En jij mocht daarna zelf kiezen of je ’s middags naar Sint Jansklooster of ’s avonds naar Vollenhove ging, maar naar de kerk ging je wel!

Wij kinderen kunnen ons geen van allen herinneren dat zij ruzie maakten waar wij bij waren. Ze waren het echt wel eens met elkaar oneens, maar dat lieten ze nooit ten opzichte van ons merken. Ze waren, zeker ook de laatste jaren een verknocht stel.

Mam hield erg van kinderen, maar niet van huishouden en koken. Kinderen en buurkinderen waren altijd welkom. Er stond altijd een kopje thee voor je klaar, met een plakje eigen gebakken cake, die regelmatig mislukt was. Ook de buurkinderen konden altijd binnen komen lopen, daar had ze dan limonade voor en een snoepje als ze weer weg moesten omdat zij aan het werk moest.
Haar enige kleinzoon William was haar oogappel. Ze vond het heerlijk als hij kwam logeren, al was ze er vanaf het allereerste begin helder over: ze ging niet als oppasmoeder fungeren. Als hij kwam werd de oude bus met lego tevoorschijn gehaald, die mocht rustig leeggegooid over de vloer. Of ze gingen samen Memory spelen, of de oude puzzels maken waar wij als kinderen ook mee hadden gespeeld. Van oma mocht hij alles, opa ‘kon nooit een hele dag aardig blijven’.

Van pannenkoeken bakken maakte onze moeder een groot feest. Eén keer per jaar moest de keuken schoon gemaakt. Voor die tijd belegde ze de vloer met kranten en kregen wij allemaal een pan en een grote pan beslag. De pannenkoeken werden gegaard in de tijd die wij nodig hadden om een rondje rondom het huis te rennen en de pannenkoek om te draaien.

De keuzes die wij kinderen maakten kon onze moeder niet altijd volgen. Dat maakte ze ook wel duidelijk. Toch vond ze het geluk van haar kinderen altijd boven alles gaan. Zo vond ze het maar matig dat mijn zus Jeannette en ik gingen studeren. Maar nadat eenmaal het besluit was genomen ging ze er grootmoedig mee om. Ze stond berevroeg op om een kopje thee te zetten als je een vroege bus moest halen, ze ging mee kamers zoeken ook al vond ze het niks dat je op kamers ging, ze gaf je genoeg eten mee voor een hele week als je een weekend thuis kwam.

Ze vond het onbegrijpelijk dat ik zo om de paar jaar van baan veranderde. Dat leverde emotionele gesprekken op. Zij had het gevoel dat ik teveel wilde, en ik denk dat ze ergens ook de angst had dat ik haar zou ontgroeien. Als ik vertelde dat ik aan het solliciteren was kwam altijd de vraag waarom en of mijn huidige baan niet goed genoeg was. Die was toch leuk? Bij weer eens een sollicitatie en dit soort vragen, die ik ervoer als een gebrek aan vertrouwen in mijn kunnen ben ik een keer in de auto gestapt en naar ze toe gereden. Ik heb haar toen verteld wat het mij deed, dit soort vragen. Het was een moeilijk gesprek. Ik vroeg haar of ze soms geen vertrouwen in mij had, en in haar eigen opvoeding. Dat dit was wat ik wilde. Ze zei dat ze het niet begreep die wens om steeds iets anders te willen. En dat ze inderdaad bang was dat ik teveel hooi op mijn vork nam. Mijn antwoord was dat dit dan mijn eigen keuze was en dat ik anders in de toekomst wel gewoon vertelde dat ik een andere baan had en haar van te voren niet meer zou inlichten. Dat vond ze niet leuk, en ook niet de bedoeling. We namen emotioneel afscheid. Die avond toen ik thuis was belde me ze op. “Ik heb het er nog eens met je vader over gehad, ik begrijp het nog steeds niet, maar dit is wat jij wilt. Je hebt morgen toch je sollicitatiegesprek? Dan willen je vader en ik je heel veel succes toewensen.” Dat vond ik groots! En ik kreeg de baan.

Ze vond het vreselijk belangrijk dat wij het als kinderen goed met elkaar konden vinden. Het feit dat wij met z’n allen jaarlijks in goede harmonie op wintersport gaan is geheel in haar geest en danken wij mede aan haar opvoeding. Je mag het oneens zijn met elkaar, maar je gaat niet met ruzie naar bed, en je zeurt niet over kleinigheden.

Ze had een bewonderenswaardig talent om van de kleine dingen in het leven te genieten. Ze vond dat je er het beste van moet maken in het leven. Ze was een natuurmens. Ze genoot van buiten zijn. Elk voorjaar was het uitkomen van de bomen en het broeden van die eerste meerkoet een bron van geluk voor haar. Ze was eigenzinnig. Toen het in de jaren tachtig hard vroor, ging ze terwijl mijn vader het niks vond, toch lekker schaatsen op de Belterwijde. Ik denk dat het meisje in haar het gevoel van het suizen over het ijs nog weer wilde voelen. Jammer dat ze viel en haar pols brak. Met haar zussen en hun kinderen gingen wij elk jaar één dag samen fietsen door de Kop van Overijssel. Boterhammen en drinken mee en genieten van het samen optrekken. Mijn vader zorgde dan maar zelf voor zijn eten.

Ze hield van op stap gaan, dingen bekijken. Prachtig was het dat haar zus Henny een busreis won naar Parijs en zij mijn moeder mee vroeg. Ze heeft genoten van die week, ze keek haar ogen uit. De buschauffeur had deze twee dames die geen woord over de grens spraken uitgelegd hoe ze koffie moesten bestellen. Café olé en dan met twee vingers erbij. Het Louvre en Versailles en de Eiffeltoren, ze stonden in haar geheugen gegrift.

Toen de diagnose van Parkinson werd gesteld was ze diepbedroefd. “Ik ben nooit ziek geweest in mijn leven”, zei ze, “maar hier kom ik nooit meer van af.” Ze heeft de effecten van de ziekte telkens moedig gedragen. Ze voelde elke keer dat ze weer iets in leverde. Dat ze naar de Talmahof in Emmeloord moest omdat het niet meer ging samen thuis vond ze afschuwelijk. En toch zei ze dan ook “Ik moet het met je vader zien te redden”. De laatste anderhalf jaar in de Clarenberg in Vollenhove hebben haar en pa nog een mooie tijd opgeleverd. Zij werd er liefdevol en warm verzorgd, ze bloeide er op en pa vond er rust en structuur. Daarvoor zijn wij de verzorgers in de Clarenberg bijzonder dankbaar.

Ze kon het laatste jaar steeds moeilijker uit haar woorden komen. Gevangen in haar hoofd en onwillig lijf was communiceren tot een beproefenis geworden. Op momenten die er toe deden leverde ze topprestaties door zich te concentreren en te zorgen dat wat ze wou zeggen gezegd werd. Vorig jaar toen mijn lief en ik terug kwamen van vakantie en vertelden dat we gingen trouwen, pakte ze Joeps hand en zei dat ze het goed vond.
Mijn moeder, een sterke vrouw is niet meer. Ze leeft voort in onze herinneringen, en in alles wat wij haar kinderen en haar kleinkind zijn.

9 opmerkingen:

  1. Mooi portret! Zo leer ik je moeder een heel klein beetje kennen.
    Fijn dat je zulke mooie herinneringen aan haar hebt!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat een prachtig en eerlijk verhaal heb je over je moeder geschreven. Gecondoleerd met dit grote verlies en veel sterkte gewenst.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Gecondoleerd, Erna, en heel veel sterkte.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. @ allen: dank jullie wel. We hebben afgelopen vrijdag een mooi en warm afscheid gehad. Er zijn veel warme woorden gesproken, die gelukkig ook tijdens haar leven al waren gezegd.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Wat laat, maar toch, sterkte met het verlies Erna.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Wat een mooie herinneringen. Gecondoleerd en sterkte.

    BeantwoordenVerwijderen