donderdag 9 augustus 2012

Verenigingsleven in bibliotheekland

Gisteren zat ik bij de IFLA satelliet conferentie die samen met de 100 jarige NVB georganiseerd werd in de Koninklijke Bibliotheek. Onderwerp was de toekomst van bibliotheek en informatie associaties (of verenigingen). Aanwezig waren vertegenwoordigers van de hele wereld. U.S.A, Nepal, Peru, Libanon, Finland, Australië, Nederland, België, de Caribean.

Er werden verschillende presentaties gegeven over hoe er in diverse landen gewerkt werd aan het opzetten van een succesvolle bibliotheekvereniging. Daarbij was het verhaal van bijvoorbeeld Nepal er één van ongelooflijk enthousiasme roeien met de zeer beperkte riemen die ze hebben. Weinig bibliotheken, en die bibliotheken hebben dan ook weinig geld te besteden voor een gezamenlijke bibliotheekvereniging die bijvoorbeeld lobby of scholing voor ze kan organiseren. Maar met een beetje hulp vanuit Europa zijn ze zeer gedreven bezig.

De net opgerichte Dutch Caribean Library Association gaf een presentatie de bol stond van het plezier. Muziek, lekker weer en eten waren de toverwoorden waarop deze nieuwe bibliotheekvereniging haar successtory gaat uitbouwen. Alle gekheid op een stokje: ze waren zeer gedreven om met elkaar ervaringen uit te wisselen, en veel te leren van elkaar in de Caribean. Daarnaast wilden ze ook veel en graag leren van de ervaringen in de rest van de wereld, want de middelen zijn beperkt.

Het verhaal van de ALA (American Library Association) is totaal aan de andere kant van het spectrum. Zo'n 250 medewerkers die bezig zijn met het organiseren van activiteiten, ondersteunen van lokale bibliotheken met lobbyprogramma's, bedenken van marketingcampagnes en tools. Kortom jaloersmakend. Overigens wist de directeur te melden dat heel veel van hun acties lang niet door alle bibliotheken werden over genomen. Men was het wel eens met de koers die werd gevaren, maar aan de uitvoering van diverse programma's werd geen verplichting gehangen. Lokale verschillen. Waar hebben we dat eerder gehoord ;-)

Het verhaal waar ik de meeste aandacht aan wil besteden is dat van de Canadian Library Association. Zij hebben in twee jaar tijd een enorme verandering ingezet. Door sterk verminderde inkomsten moest de CLA een koerswijziging inzetten. Ze moesten zich met hun leden beraden op waarvoor de CLA was, en wat haar leden van haar mochten verwachten. Daar zette het bestuur ook de vraag tegenover naar de leden: wat verwachten wij van jou. De vereniging dat ben je zelf.

Na een stevige discussie met de leden over de te varen koers heeft het bestuur op een gegeven moment gekozen voor een bepaalde richting. En houdt daar nu aan vast. Want je kunt niet blijven praten, je moet ook verder. Ze hebben de bezem gehaald door de structuur, het moest eenvoudiger en platter.
Hun 'lessons learned' zijn:
- communicatie is essentieel
- consulteer alle stakeholders
- focus op de sleutelonderwerpen die belangrijk zijn om de veranderingen door te zetten
- wees naief genoeg om te denken dat verandering kan
- wees dapper en strijdvaardig ( je hebt waarschijnlijk maar één kans om die verandering echt te maken)

Uiteindelijk is het het bestuur van de CLA gelukt om unaniem de veranderingen door te voeren. En om leden ook betrokken te krijgen bij de strategiewijziging.

Ik kan het niet laten om toch een vergelijking te trekken met ons branchestrategie en hoe wij als leden om gaan met onze VOB. Hoewel de branchestrategie met maar stem tegen (die van mij) is aangenomen heb ik het idee dat we als bibliotheekdirecteuren hier gezamenlijk voor gaan staan. Ik mis het gevoel dat we hier met z'n allen onze energie in gaan steken, om het te realiseren. Het moet van anderen komen, van het bestuur, van het SIOB, van Bibliotheek.nl. Iedereen heeft er voor hem of haar een goede reden voor, waarbij lokale autonomie en ondernemerschap een graag gebruikt argument is. Dat argument vind ik niet steekhoudend. Juist door dat wat er in de branchestrategie te omarmen zorg je er voor dat je lokale bibliotheek sterker wordt, dat je de burger en de klant beter kunt bedienen. Daar moet je met z'n allen de schouders onder willen zetten, elkaar helpen om het te bereiken.

Voor mij was overigens de reden om tegen te stemmen het feit dat ik vond dat er niets nieuws in stond, te weinig uitdagend, te weinig ambitie en te weinig op de uiteindelijke burger of klant gericht op diens impliciete of expliciete behoeften. Dat wil niet zeggen dat ik mij niet zal inzetten om de strategie van de branche ook in Kennemerwaard door te voeren. Ik voel mij onderdeel van de VOB, en als lid wil ik graag trots zijn op 'mijn' club. Dat wil nog niet echt lukken. Ik blijf hopen op een kampioensmentaliteit in plaats van middenmootvoetbal.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen