dinsdag 11 juni 2013

Waar is wat we doen goed voor?

De afgelopen weken en komende tijd heb ik samen met mijn managementteamleden met enige regelmaat gesprekken met raadsfracties in onze vier gemeenten. Gewoon, om in aanloop naar de verkiezingen te praten over hoe zij aankijken tegen de bibliotheek en de toekomst van dit prachtige instituut. Natuurlijk zijn er gesprekken bij met min of meer gelijk gestemden, politici die de bibliotheek een warm hart toe dragen. Die nut en noodzaak van alles wat de bibliotheek doet in een breder kader zien. Er zijn ook gesprekken bij waarbij de bibliotheek wordt gezien als een instituut van gisteren, boekenuitleen, niet meer van deze tijd. Die ons beschouwen als een kostenpost, een vrijetijdsbesteding, burgers moeten zelfredzaam zijn, wie heeft jullie het mandaat gegeven om je met het onderwijs te bemoeien, waarom verhoog je je eigen inkomsten niet meer?

Als we dan beginnen te vertellen over onze mooie samenwerking met en dienstverlening aan het onderwijs op het gebied van leesbevordering "Is een taak van het onderwijs", mediawijsheid "Alles is te vinden op internet en je hoeft die jongelui niks meer bij te brengen op dat gebied", projecten en samenwerking rondom erfgoed "dat lijkt me meer iets voor het regionaal archief", samenwerking rondom groen en duurzaam "je trekt wel heel erg veel naar je toe", cursussen 7 dingen om ouderen meer internetvaardig te maken "dat kunnen ze toch aan hun kinderen vragen"...... ja dan... dan realiseer ik me dat er ook mensen zijn die zo naar de bibliotheek kijken. En dat wij daar nog heel wat aan uit te leggen hebben.

Toen schoot mij ineens weer die lezing te binnen die ik een tijdje geleden bijwoonde van Arjo Klamer. Waarin hij iets uitlegde over de 'andere economie'. Dat hoe we nu denken gebaseerd is op de denkbeelden van Keynes en Tinbergen. Keynes bepleitte dat overheid en markt samen moeten werken. Dat een overheid een belangrijke rol speelt in het stabiliseren van de markt (met name in tijden van crisis). Tinbergen geloofde dat je de economie in rekenkundige modellen kunt vatten. Dat je de overheid wel nodig hebt om de markt te reguleren, maar dan op basis van wetenschappelijk handelen. Op dit idee is ook het Sociaal Cultureel Planbureau ontstaan. Terwijl nu inmiddels meer en meer geaccepteerd wordt dat economie ook een sterke sociale, zo je wilt emotionele, factor heeft. Dat zien we nu heel goed in ons eigen land. Mensen geven geen geld meer uit, omdat men zich onzeker voelt. Niets rekenkundig aan, allemaal gevoel.
Economie-Loesje

Klamer legde vervolgens uit welke elementen een rol spelen in de economie: de sociale sfeer, de sociale logica, reciprociteit, relaties, groepen en de logica van afhankelijkheid. Het gaat te ver om dat allemaal uit te leggen, daarvoor moet je maar wat artikelen van Klamer lezen of wat boeken in onze bibliotheek lenen. Wat mij het meeste raakte in zijn verhaal is dat hij zei dat we op een nieuwe manier naar de economie moeten kijken, vanuit een kwalitatief oogpunt. In plaats van dat kwantiteit, altijd maar meer, het doel is, op zoek naar kwaliteit. Minder en beter. 'Het gaat er om' zei hij, 'om het goed na te streven, op sociaal, maatschappelijk, persoonlijk en transcendentaal vlak'.

En dan is het niet moeilijk om uit te leggen waar wat de bibliotheek doet goed voor is: voor iedereen, de mogelijkheid om je zelf te ontwikkelen, vrije toegang tot informatie, sociale cohesie bevorderend, kritisch na leren denken door informatie aan te reiken en te duiden en nooit als instituut op zich zelf maar midden in de maatschappij in samenwerking met die samenleving. Dat dit van ongelooflijk economisch en maatschappelijk nut is, dat is voor mij dan volstrekt duidelijk. Nu de rest van de wereld nog overtuigen ;-)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen