vrijdag 24 maart 2017

Een bijzondere ontmoeting

De volgende dag hebben we een ontmoeting via een gids geboekt met San-mensen. Dat zal aan het eind van de middag gebeuren, dus we hebben tijd om op het terrein rond te kijken, een wasje te doen en te lezen. Even weer relaxen na het vele rijden dat we hebben gedaan.  We vragen bij de bar wat een leuke wandeling is, ze raden ons de groene wandeling aan. We krijgen een kaartje mee. Dat is een print van google-earth. En de route zou bewegwijzerd moeten zijn. Nou…. Dat is niet echt het geval.











Het  is zoeken naar de tekens dus we besluiten maar het plaatje min of meer te volgen. Het is zo ongeveer op het heetst van de dag. En dus geen dieren, geen vogels. Voorzichtig uitbottende bomen en een paar vol in bloei staande bomen. We besluiten terug te gaan naar de bar… je moet wat ;-) Daar hebben we vol zicht op de waterpoel, en daar komen af en toe wel dieren voorbij. Een paar elandantilopen, een paar impala’s, struisvogels, een koedoe. En een enorme zwerm wevervogels die bij een kleinere poel aan het drinken en badderen is en in een grote wolk even later opvliegt. Mooi.
Dan komt de gids: Robert.  Hij loopt met ons een stuk het terrein op. We staan op een afstand van een paar schamele hutjes, waar drie San mensen met elkaar staan te praten. Voordat we naar ze toe gaan legt Robert ons uit hoe hun cultuur in elkaar zit. San zijn een nomadenvolk. Er zijn nog een kleine 90.000 san verdeeld voer Botswana, Namibië, Zuid-Afrika en nog wat plukjes in de andere zuidelijke staten van Afrika. Tot voor een paar jaar konden ze nog wel binnen landsgrenzen hun nomadenbestaan volhouden. Maar sinds een paar jaar vinden de overheden dat zij zich moeten vestigen op één plek, en dat hun kinderen naar school moeten. Ze mogen ook niet meer in de nationale parken wonen of trekken, omdat hun traditionele manier van leven en jagen schadelijk zou zijn voor de wildstand. Of dat zo is valt te betwijfelen, want San jagen zelden op iets groters dan een jonge koedoe. Liever hebben ze impala’s of springbokken, want die kunnen ze makkelijk dragen.  
Als Westerse denk je al snel dat het een goed idee is om de kinderen naar school gaan. En dat vind ik ook, goed om kinderen onderwijs te geven. Maar de vraag is of dat op zo’n manier moet, of de kennis die ze vanuit hun eigen volk en cultuur tot zich kunnen nemen niet minstens zo waardevol is. De kennis van meer dan 300 planten, wat doen ze medicinaal, waar kun je ze vinden, zijn ze eetbaar of niet.

Robert vertelt ons dat de San een egalitaire samenleving hebben. De stam bestaat uit een relatief kleine groep van mensen, ca 20-40 mensen. Er is geen stamleider. De stamoudste is er alleen omdat hij bepaalde rechten, zoals waterrechten kan bezitten en veilig kan stellen voor de stam. Bij beslissingen wordt iedereen geraadpleegd, van jong tot oud, man of vrouw. Als iemand iets heeft gevonden of gejaagd deelt de stam mee. Als er iemand geld heeft verdiend deelt hij dat ook met de stam, wordt er feest gevierd en komt meestal de San man of vrouw een paar dagen niet op het werk. Want er is geld, er is eten en drinken en dus hoef je niet voor morgen te zorgen. Een heel andere manier van leven. De oekaze van de Botswaanse overheid dat de San niet meer mogen trekken, dat ze in dorpen moeten gaan wonen en hun kinderen naar school hebben een zeer ontwrichtende werking op de San. Veel San zijn aan de drank of drugs (lijm) geraakt, ze komen niet of nauwelijks aan het werk. Hun leven is doelloos geworden, en dat is voor geen mens goed. Je zou toch denken dat we inmiddels voldoende ervaring op hebben gedaan met de indianen, de Inuit, welk natuurvolk dan ook. Maar helaas is dat niet het geval.
Na de uitleg lopen we met Robert naar het drietal. Hij spreekt hun taal, het is een taal die net als het Zulu met veel klikgeluiden gepaard gaat. Je kan er echt niks van maken. Het gezelschap is een jonge vrouw, wij schatten haar een jaar of 16 maar volgens Robert is ze waarschijnlijk een jaar of 20-23 en heeft ze al een kind, haar jongere broertje en een neef van haar. Zij heet Kgum, de oudste jongen heet Débé, en van de jongste ben ik de naam vergeten. Ze laten ons hun gereedschappen zien, en ze laten ons vuur maken. Nooit bij de scouting gezeten en dat laat zich merken ;-) We kunnen er niks van. Robert en Kgum brengen redding. Goed draaien met het stokje, een klein beetje plantenpluis erbij en in een handomdraai hebben ze vuur gemaakt.! Kgum wil Jacqueline en mij iets bijzonders laten zien. Een plant met sterke medicinale krachten. Het is een plant speciaal voor vrouwen. Eigenlijk mag Robert het niet weten, want man… maar ja wij verstaan haar niet. Ze graaft een wortel op die van binnen diep roodbruin is. Ze overhandigt de wortel aan Robert, maar voordat ze hem los laat trekt ze eerst aan de wortel en moet Robert dat ook doen. Daarmee geef je aan dat je de kracht van het medicijn erkent. Robert legt uit dat het een anticonceptie middel is. Vrouwen van de San krijgen meestal niet meer dan twee kinderen. Gezien de barre omstandigheden waarin ze in oude tijden moesten overleven is dat ook wel te begrijpen. Veel monden voeden is lastig. Als het tweede kind geboren is zoekt de vrouw deze wortel. Ze kookt er thee van en drinkt een week lang van deze thee. Daarna is ze voor haar leven onvruchtbaar. Dat is nog iets anders dan de pil!

Na ca. 1-1,5 uur nemen we afscheid van de San. We zijn er allemaal een beetje stil van. Het was een bijzondere ontmoeting. 

zondag 19 maart 2017

Vakantieberichten 18; van Maun naar Ghanzi

We verlaten het redelijk groene Maun en trekken de Kalahari in. Op weg naar Ghanzi. De tocht gaat voorspoedig. Halverwege willen we in een plaatsje wat eten kopen, maar de supermarkt die we zien biedt niet veel anders dan blikvoer. Niets vers. Dan maar door en kijken of we iets in Ghanzi kunnen vinden. Dat lukt. In Ghanzi besluiten we omdat we vroeg zijn eerst te lunchen, alvorens boodschappen te doen en de camping op te zoeken. In de supermarkt verbazen we ons  over de meer dan gezinsverpakkingen aan meel, bonen en vooral veel suiker die je hier kunt kopen.


We willen nog even tanken voordat we doorrijden naar de camping die naar ons idee net buiten het dorp moet liggen.  Ik zie kinderen staan bij het tankstation. Ze hebben andere gezichtstrekken dan de meeste kinderen die ik heb gezien. Zouden dit nu San kinderen (bosjesmannen) zijn? Ze zijn wat lichter van kleur, licht Aziatische trekken. Terwijl wij onze camper alvast aan de kant rijden om te wachten op Jacqueline en Guido worden we aangesproken door een blanke man. Waarschijnlijk de eigenaar of manager van het tankstation. Je moet die kinderen geen geld geven hoor, meldt hij ons. Ze horen op school te zitten, maar ze deugen nergens voor. Als ze geld krijgen, geven ze het aan de ouderen. En die gaan er lijm voor kopen, ze zijn allemaal verslaafd. We vragen of het San kinderen zijn. Dat is het geval. De overheid heeft een programma om alle San naar school te sturen, maar ze willen maar niet deugen weet de man ons te melden. We hebben daar wel wat andere ideeën bij, we denken dat het wel wat genuanceerder zal liggen.  We verzekeren de man dat we sowieso geen geld geven, meestal geven we iets te eten. Maar dat zullen ze volgens de man alleen maar weggooien.  Het is duidelijk, de man heeft niets op met de San. 


We rijden door, Ghanzi uit. En vlak er buiten zit inderdaad onze camping Thadaku. We melden ons bij de balie en kunnen een plekje zoeken. Het is een camping met eigen restaurant en bar. Met net als al eerder uitzicht op een waterpoel waar af en toe wat dieren voorbij komen lopen. Leuk! We pakken een biertje, checken onze mail en genieten van het uitzicht.  Voor als het donker wordt vragen we wat hout om te stoken in onze ‘braai’. We denken dat ze het bij de bar zijn vergeten maar ineens zien we iemand uit het duister opdoemen met een grote kruiwagen. Pardoes wordt een behoorlijke lading hout bij ons neergestort. Nou daar kunnen de mannen zich fijn mee vermaken.